Twente Airport (ICAO-luchthavenidentificatiecode: EHTW) is gevestigd op de voormalige vliegbasis Twenthe en ligt dicht aan de grens met Duitsland tussen de plaatsen Enschede, Hengelo en Oldenzaal. Per 1 januari 2008 werd het voor alle militair en burgervliegverkeer gesloten.
Sinds 30 maart 2017 is Twente Airport heropend voor privé- en zakenvliegtuigen; zweefvliegverkeer door de Twentsche Zweefvlieg Club; gemotoriseerd vliegverkeer door de Vliegclub Twente. Het veld wordt tevens gebruikt voor testvluchten met bemande en onbemande luchtvaartuigen. Ook vliegtuigen die aan het einde van hun levensduur zijn komen naar Twente ter ontmanteling. Tot 2020 vond er vlieginstructie plaats door de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers. Echter sinds dit vertrek beschikt de Vliegclub Twente over een DTO (Declared Training Organisation) en geeft het opleidingen voor het halen van het PPL- of LAPL-brevet. Het vliegveldgebied is onderdeel van de zogenoemde Technology Base, een terrein voor innovatieve bedrijven.
De startbaan 05-23 (zuidwest/noordoost) is 2987 meter (9801 ft) lang en 45 meter (148 ft) breed en afgestemd op de in Nederland meest voorkomende windrichtingen. Een ongeveer 300 meter lange veiligheidszone aan beide baankoppen beperkt de operationele lengte van de baan momenteel tot 2.406 meter (7893 ft); lang genoeg voor bijvoorbeeld Airbus A320, Boeing 737, Boeing 757 of Boeing 767.
Geschiedenis Beginjaren Op 28 september 1910 maakte de Twentse bevolking kennis met de luchtvaart. De Belgische luchtvaartpionier Jan Olieslagers maakte er met een Blériot een demonstratievlucht. In 1918 - 1920 was een vliegveldje actief gelegen op grondgebied van de gemeente Weerselo. Dit veld werd gesloten omdat men niet aan de gestelde eisen kon voldoen.
thumb|Luchtfoto van vliegveld Twente in de jaren 30 Het huidige vliegveld ontstond aan de Oude Deventerweg in de toenmalige gemeente Lonneker, op initiatief van een aantal Twentse industriëlen, Tattersall en Van Heek, die in 1926 een deal sloten met KLM oprichter Albert Plesman. Op het eind van de jaren 1920 werd vliegveld Twente daadwerkelijk aangelegd met als doel het verbeteren van de verbinding met de rest van Nederland en op 28 augustus 1931 werd het veld door burgemeester Edo Bergsma uit Enschede geopend. Het veld had een afmeting van circa 700 × 900 meter. De proefdienst werd in eerste instantie voor een periode van 3 maanden geopend en van 1932 t/m 1939 onderhield de KLM een dagelijkse lijndienst tussen Schiphol en Twente. Men wilde op die manier de industrie in Twente bedienen.
Ter gelegenheid van de start van de lijndienst vloog in juni 1932 het luchtschip LZ127 Graf Zeppelin van Friedrichshafen in Zuid-Duitsland via Vliegveld Twente naar het toenmalige vliegveld Waalhaven bij Rotterdam. De landing op vliegveld Twente waar het koningspaar Prins Hendrik en Koningin Wilhelmina aan boord gingen trok duizenden mensen.Artikel op retro.nrc.nl, geraadpleegd op 19 mei 2010 In dat jaar werd ook het luchthavengebouw geplaatst. Er waren 8 mensen in dienst op de luchthaven. Het vliegseizoen begon eind april met de Nederlandse rondvlucht. Van de resultaten hing het af of er daarna permanent gevlogen zou worden. De KLM stelde ter dekking van exploitatie verlies de voorwaarde van de vorming van een garantiefonds. Het Rijk betaalde immers niet mee. Er werden dienstregelingen, brochures, aanplak- en strooibiljetten voor deze verbinding gemaakt en verspreid, niet alleen in Twente, maar ook in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Londen.
In 1935 werd de Twentsche Zweefvlieg Club actief op het veld; dit is de oudste nu nog aanwezige gebruiker.
Op 29 mei 1937 werd op het vliegveld een luchtvaarttentoonstelling gehouden, waarbij rondvluchten gemaakt werden met een Douglas DC-2 Koetilang en een Douglas DC-3 Reiger, die op 1 juni van dat jaar de luchtlijn Twente-Amsterdam heropenden.T. Wiegman: Enschede, verleden tijd. Uitgeverij Elmar b.v., Rijswijk Bij het afkondigen van de mobilisatie in 1939 werd het vliegveld voor militaire doeleinden gevorderd en kwam een eind aan de lijnvluchten. Men achtte het vliegveld met het oog op de landsverdediging van geringe waarde en er werd niet meer op Duitsland gevlogen, omdat Duitsland delen van het luchtruim had afgesloten. Omdat het terrein zijn betekenis als vliegveld had verloren, werd al in 1939 met NV Handelsmaatschappij Trouw en Co in Amsterdam een overeenkomst gesloten om het terrein te verpachten voor de grasopbrengst. Op die manier konden de exploitatiekosten worden gedekt. Het restaurant werd verhuurd aan bierbrouwerij Klok. Maar ook dit plan mislukte. Uiteindelijk werd het verzoek van de NV Luchthaven tot intrekking van de aanwijzing tot luchtvaartterrein door de Minister van Waterstaat op 5 april 1940 ingewilligd.
Tweede Wereldoorlog Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gaf de overheid opdracht het vliegveld onklaar te maken. Hiervoor werd de grasmat omgeploegd en bij de Duitse inval op 10 mei 1940 werden de hangar naast het luchthavengebouw en de verkeerstoren gezamenlijk opgeblazen. Na de Nederlandse overgave nam de Duitse Luftwaffe bezit van het veld en bouwde het uit tot Flugplatz Enschede. Veel Twentse aannemers werden hierbij ingezet; het werk op het vliegveld in die periode was voor de arbeiders een manier om aan Arbeitseinsatz in Duitsland te ontkomen.
thumb|100px|Embleem NachtJagd Het geheel werd gebouwd als een verzameling historische woonhuizen in het Twentse landschap; onherkenbaar als militair terrein. De gebouwen waren echter voorzien van dikke betonnen muren en hadden stalen luiken voor de ramen. Ter afleiding werden nabij twee schijnvliegvelden aangelegd: een in Dulder, gemeente Weerselo en een bij Buurse. Beide hadden rails waarover een vliegtuig heen en weer werd gesleept.
Het startbaanstelsel werd vergroot tot 3: de banen 06-24, 11-29 en 16-34. Hiermee kwam de typische Duitse A-vorm van het veld tot stand. Rond de startbanen kwam een ringweg die in verbinding stond met 55 vliegtuighallen. Ook kwam er legering bij: het Prins Bernardpark (Nordlager), het (Südlager) (later het zuidkamp) en kamp Overmaat. In het bos rond het vliegveld en op landgoed Hof Espelo werden rolbanen en splitterboxen aangelegd om vliegtuigen verdekt en beschermd te kunnen opstellen. Een aantal van deze splitterboxen is tot op heden bewaard gebleven en goed herkenbaar in het landschap. Flugplatz Enschede maakte deel uit van de Duitse luchtverdediging die de hele westkust van het Europese vasteland omvatte. De basis hiervoor vormde radar voor vluchtleiding en gevechtsleiding die ook op het veld werd geïnstalleerd.
thumb|Vliegveld Twente 3 dagen na inname thumb|Typhoons RAF 124 Wing op vliegveld Twente 1945 Gedurende de bezetting waren diverse Luftwaffe-eenheden op Twente gelegerd; dit waren zowel vliegende als grondeenheden.
De volgende verbandenBundesarchiv.de Militärische Unterlagenlexikon-der-wehrmacht.de/Gliederungen/ stonden eerst onder bevel van Fliegerhorst-Kommandantur E 26/VI en vanaf 1943 onder Fliegerhorst-Kommandantur E (verlegbar) 204/XI. De vliegende eenheden waren: Schulstaffel / NachtJagdGeschwader 1 (februari 1942 – januari 1943) met Messerschmitt Bf 110 III Gruppe / NJG 1, Stab, 7, 8 en 9 staffel (1 mei – 29 september 1944) met Messerschmitt Bf 110 en Junkers Ju 88 I Gruppe / JagdGeschwader 1 “Oesau”, Stab, 1, 2 en 3 staffel (24 februari – 12 maart 1944) met Focke-Wulf Fw 190 II Gruppe / KampfGeschwader 200 (maart – november 1944) met Junkers Ju 88 III Gruppe / NJG 4, Stab, 7 8 en 9 staffel (3 juli – 6 september 1944) met Junkers Ju 88 I Gruppe / NJG 2, Stab. 1,2 en 3 staffel (10 november 1944 – 3 januari 1945) met Junkers Ju 88 III Gruppe / NJG 2, Stab, 1 en 2 staffel (9 september – 12 december 1944) met Junkers Ju 88 I Gruppe / JG 1, Stab, 1, 2, 3 en 4 staffel (17 december 1944 – 12 januari 1945) met Focke-Wulf Fw 190 NachtSchlachtGruppe 20 (14 januari – 3 maart 1945) met Messerschmitt Bf 110
De grondeenheden: III Abteilung / Luftnachrichten-Regiment 201 (oktober 1942 – maart 1945) met 17 en 18 Flugmelde-Leit Kompanie (Goor en Lichtenvoorde). Deze bedienden respectievelijk de Stellung Fox - een radio en radarstation bij het Nordlager - en 2 Würzburg Riese-radars bij Goor en Denekamp.
In de loop der tijd werd het veld diverse keren door de geallieerden gebombardeerd waarna de schade provisorisch werd hersteld maar aan het eind van de oorlog was de schade zodanig dat het veld niet meer bruikbaar was. Een van de laatste acties van de op Twente gelegerde eenheden was Operatie Bodenplatte; een mislukte poging om de geallieerde luchtvloot in het bevrijd gebied van zuid-Nederland en België te vernietigen.
Op 1 april 1945 viel het veld ten slotte in Britse handen. De Royal Air Force (RAF) herstelde het provisorisch door middel van Perforated Steel Plates. Hiermee konden tijdelijke wegen en een startbaan worden aangelegd. Het vliegveld kreeg de tijdelijke aanduiding B-106 en op 3 april arriveerden de eerste vliegtuigen. De eerste toestellen waren van RAF 125 Wing die de opmars van 2nd British Army vanuit de lucht dekten. Andere Britse eenheden maakten later ook van het veld gebruik: de Hawker Typhoon uitgeruste 124 Wing en de Supermarine Spitfire uitgeruste 132 Wing.
Wederopbouw thumbtime=0:20|thumb|Bioscoopjournaal uit 1949. Boven het vliegveld Twente worden vliegdemonstraties gegeven ten behoeve van het Weerden Poelmanfonds. thumb|Vliegbasis Twenthe jaren 1960; Starfighters en F-86K Begin november 1945 werd vliegveld door de RAF weer aan de Nederlandse luchtstrijdkrachten overgedragen. Van hogerhand was intussen besloten dat het een vliegbasis zou blijven en dus werd de officiële grondoverdacht getekend.
Op 15 november 1945 arriveerde de Aanvullende Opleiding Tweemotorigen (AVOT) op Twenthe, uitgerust met 15 Airspeed Oxfords, tweemotorige toestellen ten behoeve van crewtraining. De AVOT verhuisde in 1953 naar Vliegbasis Woensdrecht.
Op 31 maart 1946 werd vliegbasis Twenthe officieel overgedragen door de RAF aan de Nederlandse luchtstrijdkrachten. Het 320 squadron van de Marine Luchtvaartdienst luisterde de feestdag op. Gelijktijdig werd de Jachtvliegschool (JVS) opgericht. Het duurde echter geruime tijd tot de eerste Spitfires hiervoor binnenkwamen. Daarna werden alle Nederlandse jachtvliegers op dit type bijgeschoold. In juni 1948 werd de Gloster Meteor straaljager bij de luchtmacht ingevoerd waarna de Spitfires geleidelijk verdwenen.
De baan 16-34 werd als startbaan opgeheven. Hij bleef in gebruik als taxibaan onder de naam "Duitse baan".
Halverwege de jaren vijftig werd de Gloster Meteor vervangen door Hawker Hunter-dagjagers en North American F-86 Sabre K all-weather-jagers. De typeaanduiding F-86 K (voor de exportversie) leverde dit toestel de bijnaam Kaasjager op. F-86 K's waren op Vliegbasis Twenthe respectievelijk ingedeeld bij 700, 701 en 702 squadron (1956 tot 1964). Dit werd zichtbaar in het embleem van de vliegbasis, de hellehond Cerberus met drie koppen. Een ander type toestel dat in de jaren 1950 en 1960 vanaf Twenthe vloog was de Fokker S.14 Machtrainer.
thumb|NF-5A van 313 sq op Twenthe Bij de uitfasering van de F-86K's kregen 700, 701 en 702 squadron andere taken en werden naar elders overgeplaatst. Hier kwamen het 306 fotoverkenningssquadron (1963-1969) en de Operationele Conversie Unit (OCU) (1963-1968), beide met de F-104 Starfighter, voor in de plaats.