Psittacosaurus ('papegaaireptiel') is een geslacht van uitgestorven ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Ceratopia, dat zijn naam te danken heeft aan de scherp gebogen snavel, die leek op die van een papegaai. Binnen het geslacht zijn twintig soorten benoemd. Die leefden zo'n 125-110 miljoen jaar geleden, in het Vroeg-Krijt. Restanten van deze dinosauriërs zijn gevonden in Mongolië, Noord- en West-China, Thailand en Centraal-Rusland.

Vondst en naamgeving Psittacosaurus mongoliensis In 1922 vond een Mongoolse chauffeur van de expeditie naar Mongolië van het American Museum of Natural History, Wong, bij Artsa Bogdo het skelet van een nog onbekende dinosauriër. left|thumb|AMNH 6254 In 1923 beschreef en benoemde Henry Fairfield Osborn de typesoort Psittacosaurus mongoliensis. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgrieks ψιττακός, psittakos, 'papegaai', een verwijzing naar de kop met papegaaiachtige snavel. De soortaanduiding verwijst naar Mongolië.

Het holotype AMNH 6254 is gevonden in een laag van de Ööshformatie die dateert uit het Aptien-Albien, zo'n 115 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een vrijwel volledig, in verband liggend, skelet met schedel. Bij latere opgravingen zijn tientallen skeletten van deze soort gevonden, variërend van pasgeboren dieren tot oude individuen.

Verdere soorten en geslachten Later zijn veel andere soorten beschreven die niet alle door iedereen als valide worden beschouwd. Een eigenaardigheid van Psittacosaurus is dat dit niet alleen soortnamen betreft uit de periode van voor de Tweede Wereldoorlog toen het nog zeer gebruikelijk was om meerdere dinosauriërssoorten in één geslacht onder te brengen, maar dat de benoemingen zich tot op heden hebben voortgezet. Het geslacht Psittacosaurus functioneert aldus als een echte groep die vrijwel samenvalt met de Psittacosauridae. left|thumb|AMNH 6253

Jongere synoniemen van P. mongoliensis Tegelijk met Psittacosaurus mongoliensis benoemde Osborn de soort Protiguanodon mongoliense, gebaseerd op specimen AMNH 6253, een skelet met schedel en 112 gastrolieten, maagstenen, in 1922 gevonden bij Tsagan Nor, in dezelfde formatie. Hiervan dacht hij aanvankelijk dat het ging om een vorm die de bouw liet zien van de eerste Ornithopoda, de voorlopers van Iguanodon.Osborn, Henry F., 1924, "Psittacosaurus and Protiguanodon: Two Lower Cretaceous iguanodonts from Mongolia", American Museum Novitates 127: 1-16 Verdere preparering van het fossiel maakte echter duidelijk dat het sterk leek op het holotype van Psittacosaurus mongoliensis die Osborn overigens ook als een ornithopode zag. In 1958 hernoemde Yang Zhongjian de soort in Psittacosaurus protiguanodonensis. Hij moest de soortaanduiding wel veranderen daar anders de soortnaam identiek zou zijn geworden aan de typesoort.Young C.C., 1958, "The dinosaur remains of Laiyang, Shantung", Palaeontologia Sinica Series C 16: 53-159 Latere onderzoekers hebben de soort gezien als een jonger synoniem van, en dus identiek aan, Psittacosaurus mongoliensis, welke als oudere naam prioriteit heeft.

In 1931 had Yang ook al twee soorten benoemd, toen de tweede en derde van Psittacosaurus. De eerste was Psittacosaurus osborni waarvan de soortaanduiding Osborn eerde.C.-C. Young, 1931, "On some new dinosaurs from western Suiyuan, Inner Mongolia", Bulletin of the Geological Society of China 11: 259-266 Het was gebaseerd op een gedeeltelijke schedel, holotype IVPP RV41039, gevonden bij Haratologai in Binnen-Mongolië door de geoloog Ding Wenjiang ('V.K. Ting'). Later is dit meestal gezien als een jonger synoniem van P. mongoliensis of als een nomen dubium. De tweede soort was Psittacosaurus tingi die Ding zelf eerde als ontdekker, gebaseerd op specimen IVPP RV31040, twee onderkaken uit dezelfde vindplaats. Ook hiervoor geldt dat het meestal gezien wordt als jonger synoniem van de typesoort of als niet-diagnostisch.

In 1983 benoemde Cheng Zhengwu Psittacosaurus guyangensis, gebaseerd op een snuit gevonden bij Yangantaozi in Guyang, Binnen-Mongolië, specimen IVPP V351. Een gedeeltelijk skelet zonder schedel, specimen IVPP V352, is aan de soort toegewezen.Cheng Zhengwu, 1983, [Reptilia.] In: [The Mesozoic Stratigraphy and Paleontology of the Guyang Coal-bearing Basin, Nei Monggol Autonomous Region, China], Beijing: Geology Press. Pp. 123–136 Hoewel er lichte afwijkingen zijn ten opzichte van de typesoort, kunnen die berusten op individuele variatie. De soort wordt daarom meestal gezien als een jonger synoniem van P. mongoliensis. left|thumb|Een Psittacosaurus sp.-specimen Uit Mongolië en de Chinese provincie Liaoning zijn talrijke exemplaren gevonden die niet als verschillend van P. mongoliensis zijn beschreven maar die niet aan die soort zijn toegewezen maar aan een onbepaalde Psittacosaurus sp. Dat kan achteraf P. mongoliensis blijken te zijn maar een of beide vindplaatsen kunnen ook een eigen soort bezitten. Uit Mongolië zijn in 2006 een honderdtal specimina gemeld, uit Liaoning ruim tweehonderd. Dat maakt Psittacosaurus mongoliensis potentieel tot de best bekende basale ceratopiër.

Zelfstandige soorten thumb|Een exemplaar van Psittacosaurus meileyingensis In 1958 benoemde Yang ook Psittaccosaurus sinensis gebaseerd op holotype IVPP V738, een skelet met schedel begin jaren vijftig gevonden bij Toushan in Shandong. Dit was gelegen in het Chinese hartland en daarnaar verwees de soortaanduiding. Een twaalftal skeletten werd van deze en een tweede vindplaats bij Hsiliuhang aan de soort toegewezen. In 1962 eerde Zhao Xijin Yang door een soort naar hem te vernoemen: Psittacosaurus youngi gebaseerd op holotype BNHM PPV.149, een skelet met schedel van een jong dier.Zhao Xijin, 1962, [Concerning a new species of Psittacosaurus from Laiyang, Shantung.] Vertebrata PalAsiatica 6: 349-360 Vermoedelijk gaat het echter om een jonger synoniem van P. sinensis.

In 1988 benoemden Zhao en Paul Sereno nog twee soorten, in twee aaneensluitende artikelen. De eerste was Psittacosaurus xinjiangensis genoemd naar Sinkiang waar in de jaren zeventig bij Delunshan een aantal skeletten gevonden was in de Lianmuginformatie van de Tugulugroep die dateert uit het Aptien-Albien. Het holotype is IVPP V7698, een gedeeltelijk skelet met schedel van een jongvolwassen individu.Sereno, Paul C. & Zhao Xijin, 1988, "Psittacosaurus xinjiangensis (Ornithischia: Ceratopsia), a new psittacosaur from the Lower Cretaceous of northwestern China", Journal of Vertebrate Paleontology 8: 353-365 De tweede soort was Psittacosaurus meileyingensis genoemd naar de stad Meileyingzi in Liaoning. Het holotype, IVPP V7705, is gevonden in de Jiufotangformatie uit het Albien en bestaat uit een schedel met onderkaken en drie halswervels. Een klein aantal overige vondsten is aan de soort toegewezen.Sereno, Paul C., Zhao Xijin, Chang Zhengwu, & Rao Chenggang, 1988, "Psittacosaurus meileyingensis (Ornithischia: Ceratopsia), a new psittacosaur from the Lower Cretaceous of northeastern China", Journal of Vertebrate Paleontology 8: 366-377 In 1989 werd een Psittacosaurus chaoyoungi vermeld in een geslachtslijst.Wang, W.L., Zheng, S.L., Zhang, L.J., Pu, R.G., Zhang, W., Wu, H.Z., Ju, R.H., Dong, G.Y. and Yuan, H., 1989, Mesozoic stratigraphy and palaeontology of western Liaoning (1), Geological Publishing House, Beijing, 168 pp Dit is vermoedelijk een jonger synoniem van Psittacosaurus meileyingensis maar in ieder geval een onbeschreven nomen nudum. thumb|left|De skeletten worden vaak in dichte concentraties aangetroffen In 1992 benoemden Eric Buffetaut en Varavudh Suteethorn een soort uit de Khok Kruat-formatie van Thailand: Psittacosaurus sattayaraki. De soortaanduiding eert de ontdekker Nares Sattayarak. Het holotype is TF 2499, een rechteronderkaak. Verder is nog specimen TV 2499b toegewezen, een stuk bovenkaak.Buffetaut, Eric & Suteethorn, Varavudh, 1992, "A new species of the ornithischian dinosaur Psittacosaurus from the Early Cretaceous of Thailand", Palaeontology 35: 801-812 Gezien de spaarzaamheid van de vondsten hebben andere onderzoekers meestal geoordeeld dat het een nomen dubium was. In ieder geval is het onduidelijk wat precies de relatie met Psittacosaurus is, hoewel het gezien de tandvorm vermoedelijk wel om een af andere basale ceratopiër gaat.

In 1996 benoemden Zhao en Dale Alan Russell twee soorten. De eerste was Psittacosaurus neimongoliensis. De soortaanduiding verwijst naar de Nei Mongol Zizhiqu, de autonome regio Binnen-Mongolië binnen de Volksrepubliek China. Het holotype is IVPP 12-0888-2, een bijna volledig skelet met schedel bij Yangpo gevonden in de Ejinhoroformatie die dateert uit het Aptien-Albien. Verder is er nog een half dozijn fossielen van bekend. De tweede soort is Psittacosaurus ordosensis. De soortaanduiding verwijst naar de prefectuur Ordos. Het holotype is IVPP 07-0888-1, een skelet met schedel gevonden bij Muhuaxiao. Opnieuw is een half dozijn verdere fossielen gevonden. Sereno kon in 2010 geen kenmerken vaststellen die verschilden van P. sinensis. Daarbij is Psittacosaurus ordosensis gevonden in dezelfde formatie als Psittacosaurus neimongoliensis.Russell, Dale A. & Zhao Xijin, 1996, "New psittacosaur occurrences in Inner Mongolia", Canadian Journal of Earth Sciences 33: 637-648

In 1997 benoemde Xu Xing Psittacosaurus mazongshanensis, vernoemd naar de Mazong Shan, de 'Paardenmanenberg' in Gansu. Het holotype is IVPP V 12165, een gedeeltelijk skelet met schedel, gevonden in de Onderste Xinminbaoformatie die wat ouder is dan andere lagen waarin psittacosaurussoorten gevonden zijn en dateert uit het Barremien-Aptien.Xu Xing, 1997, "A new psittacosaur (Psittacosaurus mazongshanensis sp. nov.) from Mazongshan area, Gansu Province, China', In: Dong Z. (Ed.). Sino-Japanese Silk Road Dinosaur Expedition. Beijing: China Ocean Press. Pp. 48–67 De soort is maar in het kort beschreven en het fossiel is naderhand beschadigd geraakt. Sereno kon in 2000 geen onderscheidende kenmerken vaststellen en achtte het een nomen dubium.Sereno, Paul C., 2000, "The fossil record, systematics and evolution of pachycephalosaurs and ceratopsians from Asia", In: Benton, Michael J., Shishkin, Mikhail A., Unwin, David M. & Kurochkin, Evgeny N. (Eds.). The Age of Dinosaurs in Russia and Mongolia, Cambridge: Cambridge University Press. pp. 480-516

In 1999 vermeldde Liu B. een Psittacosaurus jiangi.Liu, B., 1999, "Comparison research of terrestrial life and environments between western and eastern Eurasia during Purbeck Times", In: Life and Environments in Purbeck Times. 19th – 22nd March 1999. Dorset County Museum, abstracts and papers, p. 37-38 Het is een nomen nudum.