Ziekte-overdracht of -transmissie is het overbrengen van een infectieziekte, die wordt veroorzaakt door een schadelijk micro-organisme of pathogeen, van een besmet individu naar een vatbaar individu.

Manieren Er zijn verschillende manieren waarop de pathogeen, die de infectieziekte veroorzaakt, van mens op mens wordt overgedragen:

direct of indirect door direct contact: aanraken (inclusief seksueel contact): gemeenschappelijk gebruik van handdoek, sokken voorbeelden: voetschimmel, impetigo, syfilis (zeldzaam na contact aanraken van een sjanker), wratten door indirect contact: via het aanraken van voorwerpen, dieren of personen

bijzondere routes door vochtdruppels: hoesten, niezen, zingen, praten en ademen veroorzaken een aerosol voorbeelden: bacteriële meningitis, waterpokken, verkoudheid, griep, bof, streptococcale keelontsteking, tuberculose, kinkhoest, COVID-19 door seksueel contact: anale, vaginale, orale seks kunnen kleine wondjes veroorzaken in penis, vagina of rectum waarlangs pathogenen die zich in sperma of vaginaal vocht bevinden, het lichaam binnendringen. Ook kan orale herpes (HSV-1) zich via overdracht door orale seks genitaal manifesteren (normaal HSV-2) en omgekeerd. voorbeelden: aids, chlamydia, genitale wratten, gonorroe, hepatitis B, syfilis door orale transmissie: kussen of het gemeenschappelijk gebruik van een drinkglas of sigaret voorbeelden: cytomegalovirus, herpes simplex (vnl. HSV-1), mononucleose door fecale-orale transmissie: besmet voedsel en water door het niet wassen van de handen of door riolen die drinkwater besmetten voorbeelden: cholera, hepatitis A, polio, rotavirus door lucht door ziektevectoren: insecten persoonlijk verticale overdracht (maternaal): van moeder op kind: in de baarmoeder (in utero), tijdens de geboorte of door borstvoeding voorbeelden: aids, hepatitis B, syfilis iatrogeen: door de arts: via injectienaalden of behandelingen voorbeelden: CJD (injectie van besmet groeihormoon), MRSA

Belang voor de pathogeen Micro-organismen hebben er belang bij dat ze voldoende besmettelijk zijn om zich zo te kunnen verenigvuldigen en niet uit te sterven; de biologische evolutie heeft, via natuurlijke selectie, pathogenen bevoordeeld die niezen, hoesten of diarree veroorzaken. voor de epidemiologie De verschillende overdrachtsroutes komen meer voor bij bepaalde sociaal-economische of culturele groepen. Om die ziekten in te dammen is het in de eerste plaats belangrijk te weten waar er moet ingegrepen worden. Zo zag men dat aids in de jaren 1980 vooral bij homoseksuele mannen door anale seks overgedragen werd. Weinig hygiënische omstandigheden zorgden voor fecale-orale overdracht van cholera tijdens de laatste cholera-epidemieën. Zuivere watervoorziening kon een cholera-epidemie stoppen.

Omgekeerd kunnen verschillen in incidentie tussen bevolkingsgroepen een aanwijzing zijn voor de belangrijkste infectieroutes.

Categorie:Epidemiologie