De Nachtwacht is een schuttersstuk van de Hollandse schilder Rembrandt van Rijn (1606-1669) dat in 1642 gereedkwam. De huidige officiële titel luidt: Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam, onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch, bekend als ‘De Nachtwacht’. Op basis van een bron uit de jaren 1650 zou een eerste omschrijving kunnen luiden: 'De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren'.De officiële naam kan worden gebaseerd op informatie uit een in de jaren 1650 vervaardigd familiealbum van Banninck Cocq, waarin naast een waterverfkopie van het schilderij de volgende tekst staat: 'Schets van de Schilderije op de groote Sael van de Cleveniers Doelen daerinne de Jonge Heer van Purmerlandt als Capiteijn, geeft last aen zijnen Lieutenant, de Heer van Vlaerdingen, om syn Compaignie Burgers te doen marcheren.' Geciteerd in Bruyn et al. (1989), p. 480. Aanvankelijk had het schilderij helemaal geen titel. De naam 'Nachtwacht' komt voor het eerst voor in een document uit 1797.

De Nachtwacht is een van de beroemdste schilderijen ter wereld.Schwartz (2008), p. 61 Op het schilderij staat evenwel geen nachtwacht afgebeeld, maar een schutterij die ook overdag actief was. Hoewel deze titel eigenlijk dus een bijnaam is, staat het schilderij zo in binnen- en buitenland bekend (Frans: La Ronde de nuit; Engels: Night Watch). Het doek toont op de voorgrond de twee schutters uit de officiële titel, vergezeld door andere militieleden, alsmede enkele figuranten, terwijl ze zich aan het opstellen zijn. Het schilderij was Rembrandts bijdrage aan een project van zeven werken: zes schuttersstukken en een portret van de doelheren van de kloveniersschutters, besteld door het Amsterdamse schuttersgilde voor de grote feestzaal van de Kloveniersdoelen. Het is Rembrandts eerste en enige schuttersstuk.

Vergeleken met andere doeken uit het genre is Rembrandts werk een levendige en gedurfde compositie, waarin de schutterij niet in de gebruikelijke statische opstelling poseert, maar is afgebeeld tijdens het groeperen. Het doek is een rijk werk van een barokke complexiteit, waarin realisme en symboliek vakkundig zijn gecombineerd in een meesterlijke integratie van beweging, licht en kleur, in harmonie gebracht door een fijnzinnig patroon van clair-obscur. In deze aspecten vertegenwoordigt De Nachtwacht het hoogtepunt van Rembrandts schilderkunst.Christopher Black, Rembrandt. With 171 illustrations, 16 in colour. NL: Thames and Hudson Ltd, 1984. Regayed 1999, p. 97

Het schilderij werd in 1715, of kort daarna, aan alle vier zijden ingekort om het passend te maken voor een andere ruimte. Daarbij verdween onder meer de afbeelding van twee schoolschutters. Tegenwoordig is het schilderij 379,5 cm hoog en 453,5 cm breed. Zonder lijst weegt het 170 kg, met lijst 337 kg. Het schilderij is eigendom van de gemeente Amsterdam. Het hangt sinds 1885 in het nieuwe Rijksmuseum, zoals dat toen geopend werd, en sinds 1906 in een speciaal hiervoor gebouwde zaal.

Afbeelding Voorstelling In een in uiterlijk 1654 vervaardigd familiealbum van Banninck Cocq staat naast een waterverfkopie van het schilderij de volgende tekst: 'Schets van de Schilderije op de groote Sael van de Cleveniers Doelen daerinne de Jonge Heer van Purmerlandt als Capiteijn, geeft last aen zijnen Lieutenant, de Heer van Vlaerdingen, om syn Compaignie Burgers te doen marcheren. Bruyn et al. (1989), p. 480

Het doek toont de schutterscompagnie van de Amsterdamse Wijk II, tussen Damrak en Singel. De schutters met diverse wapens worden afgebeeld bij het verlaten van het schuttersgebouw en het afdalen van enkele treden op een bruggetje. De commandant is kapitein Frans Banninck Cocq, ten voeten uit geportretteerd in deftig zwart met de rode sjerp van zijn rang en een wandelstok. Met een stevig handgebaar onderstreept hij zijn commando, zet zijn stok schrap en begint te lopen. Naast hem zet zijn luitenant Willem van Ruytenburch zich ook in beweging; met in de hand een fraaie lans, een zogenaamde partizaan, naar voren gericht geeft hij de marsrichting aan. Minder prominent zijn de vaandrig (met vaandel), de twee sergeanten (met hellebaard), zes musketiers, vijf piekeniers, drie rondassiers, een zwaarddrager, een tamboerijn, een kruitjongen, twee meisjes (de voorste volgens sommigen een mythologische geest, volgens het Rijksmuseum de mascotte) en enkele niet nader geïdentificeerde personen, waarvan alleen de hoofden of helmen zichtbaar zijn. In totaal stonden op het schilderij in originele staat meer dan dertig personen afgebeeld. Bij het afsnijden in of vlak na 1715 verdwenen twee militieleden en een kind.

De schutters demonstreren het behendig vullen van een musket met kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (de man met pofbroek en helm) en het wegblazen van resten niet ontploft kruit uit de pan van het musket (de man achter de linkerschouder van Van Ruytenburch). De tamboer staat klaar om een roffel in te zetten, een hond die omhoog kijkt, de banieren en lansen zijn geheven, en kinderen rennen tussen de schutters rond.

Wapens Klover: een 16e-eeuws musket, hier zes stuks geheel of gedeeltelijk zichtbaar, vandaar de term 'kloveniers'. Aan de gordel van het meisje in het geel hangt nog een pistool. Lans van de luitenant (deze lans heet een partizaan): een stokwapen van twee tot drie meter lengte met een platte, ijzeren kling (punt), waar onderaan kleine vleugels of oren zitten. De drager van dit wapen was bij de 17e-eeuwse schutterijen steevast de luitenant. Lansen: vijftien stuks, meestal in gebruik tegen ruiterij. Hellebaard: hier afgebeeld in handen van de sergeant (traditioneel de drager van een hellebaard bij schutterijen); dit exemplaar is een fantasiewapen van Rembrandt. Zwaarden en een dolk, twee pieken. Helmen: enkele helmen, zoals de man pal boven de luitenant, zijn fantasiestukken. Schutters droegen overigens in die tijd geen helmen meer. Halsbergen en schilden: vier ijzeren halskragen, onder meer de kapitein en de luitenant. Verder een rond en een ovaal ijzeren schild.

Opmerkelijke kledingstukken Een saillant detail is dat de pofbroek en de helm van de figuur die als enige op het schilderij een musket afschiet, uit de jaren negentig van de zestiende eeuw stammen.Bikker, Jonathan (2013) De Nachtwacht, p. 44 De jas met slitten en de slappe hoed van de tamboer hebben een eveneens zestiende-eeuws uiterlijk. Het meisje in het felle licht draagt fantasiekleding.Bikker, Jonathan (2013) De Nachtwacht, p. 46 De kleding van de gardeofficier in rood, aan de linkerkant van het schilderij, geeft ook al een zestiende-eeuwse indruk.Bikker, Jonathan (2013) De Nachtwacht, p. 40

Herkomst van de hond Een conservator van het Rijksmuseum concludeerde in september 2025 dat de hond in de rechterbenedenhoek nagenoeg exact overeenkwam met een hondje op een tekening uit 1619 van schilder-tekenaar Adriaen van de Venne, ook wat betreft de lichaamshouding. Het werd op grond hiervan vrijwel zeker geacht dat Rembrandt bij het maken van De Nachtwacht hiervoor inspiratie had gehaald uit de tekening van Van de Venne.Hondje op 'De Nachtwacht' blijkt een copy-paste: Rembrandt haalde inspiratie bij tijdgenoot Adriaen van de Venne, de Volkskrant, 23 september 2025 De gelijkenis was voor zover bekend nog nooit eerder opgemerkt, hoewel de betreffende tekening van Van Venne eveneens al ruim 100 jaar in bezit was van het Rijksmuseum. Op dat moment was het in bruikleen bij het Zeeuws Museum, waar de gelijkenis ineens opviel. Volgens kunstkenners moest dit niet zozeer als een geval van plagiaat door Rembrandt worden gezien, maar was het in Rembrandts eigen tijd normaal dat schildermeesters elkaars werken als voorbeeld namen. Wel kantelde hiermee ineens de opvatting dat Rembrandt zelf uitsluitend origineel werk maakte. Kenners meenden dat het om een fauve de Bretagne of Hollandse smous-hondenras gaat.

Stijl en compositie Rembrandt bedacht een dramatische oplossing voor het probleem hoe de vele individuele portretten tot één geheel te maken. De compositie (de ordening van de personen op het doek) en het beeldaspect clair-obscur (afwisseling van licht en donker) zijn met groot gevoel voor evenwicht ontworpen. Op een hecht netwerk van loodrecht op elkaar staande, evenwijdig verlopende compositielijnen (gevormd door lansen, geweren en gestrekte armen) is de ordening van het werk doorgeweven, met daarbij een accent door goed geplaatste lichtvlekken. Dit is ook het kenmerk van elk groot kunstwerk uit de barok: een vast dwingend onderliggend stramien waarop boeiend en dynamisch gevarieerd wordt, zonder in clichés te vervallen.

Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker, waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, waardoor onterecht werd aangenomen dat het scenario op het schilderij zich 's nachts afspeelt. Zo kreeg het in de 18e eeuw als bijnaam De Nachtwacht.

Techniek Op afstand bekeken mag het doek de indruk van eenheid wekken, toch vertoont de verfbehandeling in de uitgelichte gezichten aanzienlijke variatie. Het gezicht van sergeant Reyer Engelen is vormgegeven met penseelstreken die het modelleren nauwkeurig volgen in een bleke, dunne vleestint waar de donkerder onderlaag soms doorheen schemert, terwijl op de lippen en de uitgelichte wang een rood glazuur is aangebracht. Hoewel het gezicht van de man rechts van hem ongeveer dezelfde hoek ten opzichte van het licht inneemt, is daar precies het tegenovergestelde gebeurd. Op een lichtere, ivoorkleurige onderlaag is het gezicht met brede, verwarde streken vormgegeven in een gevarieerde vleeskleur met veel roze, zonder glazuur. Het hoofd van Herman Wormskerck vangt meer licht en is gedaan in dichte, over elkaar vallende streken vleeskleur, regelmatig parallel aan de lichtinval op een wijze die in geen enkel van de andere hoofden aangetroffen wordt. De centrale groep op de achtergrond is daarentegen meer uniform behandeld.Bruyn et al. (1989), p. 437. thumb|Rembrandts signatuur is aangebracht op de zijkant van de onderste trede, deels onder de rechtervoet van het meisje. De suggestie van diepte berust op twee technieken. Ten eerste weerlegt de lichtbehandeling de destijds gangbare opvatting dat donkere elementen naast lichte de indruk van een grotere afstand zouden wekken. De in het donker geklede Banninck Cocq 'wijkt' niet ten opzichte van de naast hem in het wit geklede Van Ruytenburch. De uitgestoken hand van Banninck Cocq wordt niet door donkere, maar juist door de belichte witte manchet omgeven en de donkere punt van de lans van Van Ruytenburch wordt omringd door de veel lichtere kleur van zijn uitgelichte broek, wat destijds 'als verbijsterend ruimtelijk' werd ervaren. De tweede techniek is het zogenaamde 'atmosferische perspectief', de suggestie van lucht tussen de elementen, die de atmosfeer een blauwe waas verleent die de indruk van afstand creëert. Op deze wijze wordt de afstand tussen Van Ruytenburch en het meisje met de kip, rond wie de schaduwen lichter zijn, vergroot. Wanneer men eenmaal oog heeft gekregen voor deze 'allersubtielste modulaties van licht en toon', aldus kunsthistoricus Ernst van de Wetering, blijkt dat de kwast aan Van Ruytenburchs lans een 'spectaculair voorbeeld' van Rembrandts gebruik van luchtbesef is.Van de Wetering (1991), p. 37. Een laatste aspect van de ruimtesuggestie is het aanbrengen van rulle verf voor de contouren op de voorgrond en gladdere voor die op de achtergrond, die daardoor vervagen en 'wegwijken', zodat een atmosferische overgang ontstaat 'die wezenlijk aan de ruimtelijke en atmosferische werking van het schilderij bijdraagt'.