miniatuur|Armsein bij seinpost in Engeland, beide zijn op 2 juli 2022 nog in gebruik. Een spoorwegsein geeft de machinist of treinbestuurder van een trein opdrachten, toestemmingen en informatie. Seinen hebben de vorm van een wit of gekleurd licht, of een bord, of een beweegbare arm, of lichten aan de voor- of achterzijde van een trein, of geluidssignalen, gebaren, enzovoorts.

Een aanwijzing wordt niet als sein gezien. Een aanwijzing is een opdracht of toestemming die mondeling of schriftelijk wordt overgebracht.

Begrippen Seinen, seinbeelden en seingeving Met het woord sein wordt de seininstallatie bedoeld. Gewoonlijk is dat een paal met een of meer lichten en/of borden. Het seinbeeld is het beeld dat het sein laat zien. Sommige seinen tonen altijd hetzelfde seinbeeld. Een voorbeeld is een bord.

Seingeving of signalering zijn synoniemen. Het zijn algemene termen voor de informatie, toestemmingen en opdrachten die seinbeelden overbrengen.

Seinstelsel

Een seinstelsel is een samenhangend geheel van seinbeelden. Kennis van een seinstelsel omvat naast de betekenissen van de seinbeelden ook de algemene principes, kenmerken en samenhang van de seinbeelden. Kennis van het seinstelsel maakt het mogelijk om seinbeelden beter te begrijpen, en hun mogelijkheden en beperkingen te doorzien.

Baanseinen en cabineseinen Seinen die langs de spoorbaan staan worden baanseinen, vaste seinen'Vaste seinen' gebruikt men in de Nederlandse regelgeving. Zie bijlage 4 bij de Regeling spoorverkeer. en laterale seinen'Laterale seinen' gebruikt men in de Belgische regelgeving. Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 2 'Vaste seininrichting ‐ grote lichtseinen' in bundel 3.1 'Lijnen met laterale seininrichting' van de Veiligheidsvoorschriften betreffende de exploitatie van de spoorweginfrastructuur VVESI. genoemd. Cabineseinen zijn seinen die in de treincabine zichtbaar worden gemaakt; men spreekt wel van cabineseingeving, cabinesignalering of stuurpostsignalisatie.Formeel kunnen ook de signalering van het centrale deursluitingssysteem en de dodemansvoorziening als cabineseinen beschouwd worden, en ook de aanduiding van de maximaal toegelaten voertuigsnelheid is te zien als een statische vorm van cabineseingeving. Op lijnen waar volledig op cabineseinen wordt gereden zijn lichtseinen langs de baan bijna niet meer te vinden.

Voorseinen en hoofdseinen Bij baanseinen wordt vaak onderscheid gemaakt tussen hoofdseinen en voorseinen. Een hoofdsein kan opdracht geven om te stoppen en een voorsein kan dat niet. Omdat een trein gewoonlijk snel rijdt heeft hij een lange remweg. Daarom moet de machinist vooraf geïnformeerd worden over het seinbeeld dat het hoofdsein toont. Daartoe dient het voorsein. Het voorsein staat zo'n 1000 tot 1800 meter voor het bijbehorende hoofdsein. Deze afstand hangt af van de snelheid en het remvermogen van het treinverkeer.

Langs veel spoorlijnen staan de hoofdseinen zo dicht op elkaar dat elk hoofdsein tevens dienstdoet als voorsein voor het volgende sein. Deze hoofdseinen moeten dus drie seinbeelden kunnen tonen: veilig: het sein mag gepasseerd worden, en het volgende sein zal passeren ook toestaan. snelheid verminderen: het sein mag gepasseerd worden, maar het volgende sein toont stop. De machinist moet dus snelheid minderen en rekening houden met een stopopdracht. onveilig: stop.

Armseinen miniatuur|rechtop=0.3|alt=Armsein|Nederlands armsein

Een armsein is een mechanisch spoorwegsein dat bestaat uit een paal met een beweegbare arm. De arm geeft de stand van het sein aan. Afhankelijk van het type sein kan de arm twee of drie standen aannemen, en dus twee of drie begrippen overbrengen. In Nederland werden armseinen gebruikt die twee standen kenden. De betekenis van de stand van de arm verschilt per land en per seintype. Armseinen tonen ook een gekleurd licht, zodat machinist of treinbestuurder armseinen ook bij duisternis kunnen waarnemen. Deze lichten zijn in het algemeen zwak en bij daglicht niet goed zichtbaar.

Op reguliere spoorlijnen in België en Nederland zijn armseinen overal verdwenen. Ze zijn alleen nog te maar zien bij spoorwegmusea en museumspoorlijnen.

Lichtseinen Lichtseinen tonen alleen lichten. De lichten zijn vaak geplaatst voor een groot zwart bord, om de zichtbaarheid van de lichten te vergroten. Lichtseinen kunnen veel informatie geven, bijvoorbeeld of het veilig is door te rijden, én hoe snel gereden kan worden, én wat de stand van het volgende sein zal zijn. Om zoveel informatie door te kunnen geven tonen lichtseinen vaak meerdere lichten tegelijk.

De ontwikkeling van de kleuren voor lichtseinen Tot 1876 werd in plaats van groen vaak een wit licht gebruikt. Dit kleurgebruik is in Engeland ontstaan. Het Engelse woord voor de kleur van wit licht is 'clear'. Hetzelfde woord wordt gebruikt om aan te geven dat een spoor vrij is, wat de betekenis van dit seinbeeld in het Engelse taalgebied glashelder maakt. In 1876 brak in een sein bij Abbots Ripton een gekleurde lens die voor het witte licht had moeten staan. Het sein toonde daardoor onterecht 'clear', wat een spoorwegongeval veroorzaakte. De ontdekking van deze oorzaak leidde tot de conclusie dat het gebruik van wit licht in seinen niet faalveilig is, en daarom werd in Engeland in de jaren na dit ongeval de kleur wit vervangen door groen.

Tussen 1904 en 1908 liet het New Yorkse bedrijf Corning Glass Works systematisch onderzoek doen naar de optimale kleur van spoorwegseinen. Corning Glass Works was producent van glaswerk voor lampen van spoorwegseinen. Onderzocht werd welke kleuren het best van elkaar te onderscheiden waren nadat ze door lenzen gebundeld werden. Door het bundelen worden seinlichten van een grotere afstand beter zichtbaar. Dit onderzoek leidde tot de aanbeveling om vier specifieke kleuren te gebruiken voor vier specifieke betekenissen. De vier gekozen kleuren zijn zo gekozen dat ze zo goed mogelijk zijn te onderscheiden, ook op grote afstand. rood: 'stop' (onveilig) geel: 'approach' (waarschuwing of snelheid verminderen) groen: 'clear' (veilig) wit: 'restricted' (rijden op zicht) De kleur geel of amber was op dat moment nieuw, want tot dit onderzoek werd deze kleur maar weinig gebruikt, en zelden in de betekenis van 'waarschuwing'.

Huidig gebruik van lichtseinen Vrijwel alle spoorwegmaatschappijen namen de kleuren rood, groen en geel over, met vergelijkbare betekenissen. De exacte betekenissen van seinen lopen per seinstelsel of land uiteen. Een voorbeeld is de betekenis van een groen licht in Noord-Amerika. Soms betekent een groen licht alleen dat het spoor vrij is, en niet dat het sein ook voorbij gereden mag worden. De machinist mag dan alleen rijden met uitdrukkelijke toestemming van de treindienstleider, die in dat land dispatcher wordt genoemd.

Het Nederlandse seinstelsel (NS'54) Lichtseinen in Nederland tonen één licht, soms aangevuld met een oplichtend getal. De betekenissen van seinen zijn daardoor gemakkelijk af te lezen. Er zijn drie vormen: Hoog geplaatste hoofdseinen: de lampen zijn boven elkaar geplaatst. Het rode licht is altijd onderaan, afhankelijk van de leeftijd kunnen zowel geel als groen bovenaan zijn geplaatst. Achter de lampen is een zwart scherm geplaatst om de lampen bij daglicht beter zichtbaar te maken. Hoog geplaatste seinen kunnen soms een oplichtend getal tonen. De 'lichtbak' waarmee het getal wordt getoond is geplaatst aan de zij- of onderkant van het scherm voor de lampen. Hoofdseinen zijn in Nederland aan de ronde bovenkant te herkennen. Hoog geplaatste voorseinen: de lampen zijn eveneens boven elkaar geplaatst. Voorseinen kunnen geen rood tonen, maar de mogelijkheid om er een rode lamp in te plaatsen is er vaak wel, ook is de bovenkant plat in plaats van rond. Verder kunnen ze hetzelfde als hoofdseinen. Dwergseinen, laag geplaatste seinen. De lampen zijn in een driehoek geplaatst. Ze worden gebruikt op emplacementen waar treinen niet sneller dan 40 km/u mogen rijden.

In een voorontwerp van het huidige Nederlandse seinstelsel kenden seinen twee lichtbakken. Een rechthoekige lichtbak aan de bovenzijde van het sein zou de passeersnelheid tonen, de maximale snelheid waarmee de trein het sein mocht passeren. Een driehoekige lichtbak met de punt naar beneden aan de onderzijde van het sein zou de doelsnelheid tonen, de maximale snelheid waarmee het volgende sein gepasseerd mocht worden. Deze lichtbakken geven snelheden aan in tientallen km/u. Het getal 4 betekent dus 40 km/u.

Vanwege de hoge kosten van lichtbakken werd besloten om vaste maximumsnelheden met borden aan te geven. Deze snelheidsborden tonen de plaatselijk toegestane snelheid. Ze worden niet bij elk sein herhaald, alleen op plaatsen waar de vaste maximumsnelheid wijzigt staan snelheidsborden. Lichtbakken voor het aangeven van de passeersnelheid en de doelsnelheid zijn dan alleen nog nodig bij variabele snelheidsbeperkingen, zoals bij inrijseinen van stations. Eventueel oplichtende getallen geven dan een verdere beperking aan. Uiteindelijk besloot men om niet twee, maar één lichtbak te gebruiken. In combinatie met groen toont een sein alleen de passeersnelheid en in combinatie met geel toont het sein alleen de doelsnelheid.

Afbeeldingen en betekenissen van Nederlandse lichtseinen staan in de tabel hieronder. Het Nederlands seinstelsel Hoog geplaatste seinen Laag geplaatste seinen Omschrijving Betekenis 36px Hoog geplaatst groen licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal de plaatselijke snelheid. Snelheidsborden geven de plaatselijke snelheid aan. 36px|top 36px|top 33px Hoog geplaatst knipperend of laag geplaatst groen licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h.

Toont het sein een getal, dan is voorbijrijden toegestaan met maximaal de snelheid die het getal aangeeft, in tientallen km/h. 36px|top 36px|top 36px|top 33px Hoog of laag geplaatst geel licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond.

Het verlichte getal kan knipperen.Snelheid begrenzen tot 40 km/u en rekening houden met een stopopdracht voor het volgende sein.

Toont het sein een getal, dan de snelheid begrenzen tot de snelheid die het getal aangeeft, in tientallen km/h.

Knippert het getal, dan legt het eerstvolgende sein een snelheidsbegrenzing op, maar is de afstand tussen dat eerstvolgende sein en het daaropvolgende sein te kort om af te remmen tot de aangegeven doelsnelheid. De trein moet daarom al bij het passeren van het sein met het knipperende getal beginnen met het begrenzen van de snelheid. De doelsnelheid hoeft bij het volgende sein nog niet bereikt te zijn, maar de trein moet wel blijven remmen tot de doelsnelheid bereikt is. 36px 33px Hoog of laag geplaatst knipperend geel licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/u of zoveel minder als nodig is om vóór een belemmering te kunnen stoppen. Er is geen garantie dat het spoor tot het volgende sein vrij is. Dit seinbeeld wordt bijvoorbeeld gebruikt als een trein aan een andere vast moet koppelen of bij het naderen van een onbeveiligd emplacement. 36px 33px Hoog of laag geplaatst rood licht. Stoppen voor het sein. De formele term is "stoptonend sein". Snelheidsborden Omschrijving Betekenis 80px|gecentreerd Groen driehoekig bord met de punt omhoog met zwart getal. Baanvaksnelheidsbord; dit bord geeft de hoogst toegelaten snelheid op een baanvak aan, de baanvaksnelheid. De snelheid wordt in tientallen km/u aangegeven. Een baanvak is het spoor tussen twee (stations)emplacementen.