Hubert Joseph Walthère Frère-Orban (Luik, 24 april 1812 – Brussel, 2 januari 1896) was een Belgisch liberaal politicus die zijn stempel heeft gedrukt op de eerste halve eeuw onafhankelijkheid van België.
Levensloop Walthère Frère werd in Luik geboren als tweede kind van de inwonende conciërge van de Luikse vrijmetselaarsloge van La Parfaite Intelligence. Op 15jarige leeftijd werd hij in de loge ingewijd. Na zijn middelbare studies in Luik studeerde hij aan de Sorbonne in Parijs. In 1832 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Rijksuniversiteit Leuven, waarna hij zich in Luik vestigde als advocaat. Hij huwde in 1835 met Clara Orban, een dochter van de grote Luikse industrieel Henri Orban-Rossius, en voegde de naam Orban toe aan zijn familienaam.
Gemeenteraadslid In 1840 werd hij voor de liberalen verkozen tot gemeenteraadslid van Luik. In 1846 was hij medeoprichter van de Liberale Partij, waar hij behoorde tot de doctrinaire strekking waarvan hij tijdens de jaren 1870 de onbetwiste leider was.
Volksvertegenwoordiger Bij de verkiezingen van 8 juni 1847 werd Frère-Orban verkozen tot lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Luik, waar hij bleef zetelen tot in 1894.
Minister Van augustus 1847 tot juli 1848 was hij in de Regering-Rogier I minister van Openbare Werken, en van juli 1848 tot september 1852 in dezelfde regering minister van Financiën. In deze functie was hij in 1850 verantwoordelijk voor de oprichting van de Nationale Bank van België.
Van november 1857 tot juni 1870 was Frère-Orban opnieuw minister van Financiën. Hij voerde in deze functie een politiek van vrijhandel en economische expansie, waarbij hij geen oog had voor sociale maatregelen. In 1860 schafte Frère-Orban het octrooirecht definitief af. Voortaan moesten burgers geen tol meer betalen bij het betreden van de stad en aldus werden de meeste stadsvesten en stadspoorten neergehaald. De beslissing van Frère-Orban is van groot belang geweest voor de ruimtelijke structuur van veel Belgische steden die bevrijd waren van de nauwe stadsomwallingen en voortaan vrij konden expanderen. Ook schafte hij de exporttaksen af en richtte hij nieuwe banken op, zoals het Gemeentekrediet van België en de Algemene Spaar- en Lijfrentekas.
In 1861 werd Walthère Frère-Orban benoemd tot minister van Staat.
Premier In januari 1868 volgde hij Charles Rogier op als premier van België. Hij bleef dit tot in juni 1870, toen de liberalen in de oppositie belandden.
Vervolgens was Frère-Orban acht jaar lang oppositieleider.
In juni 1878 kwamen de liberalen opnieuw in de regering en werd Frère-Orban opnieuw premier, tot aan de verkiezingsnederlaag van de liberalen in juni 1884. Als premier voerde Frère-Orban een antiklerikaal beleid. Tijdens zijn tweede premierschap voerde hij met de Wet-Van Humbeeck de secularisering in van het onderwijs en ontketende hij met zijn regering, waarvan alle leden vrijmetselaar waren,Thirion, Roger, La franc-maçonnerie, CEDIL, Bruxelles, 2006, p. 18Poma, Karel, Actie Vrijmetselaren, Roularta Books, Zellik, 1995, p. 80 de eerste schoolstrijd (1878-1884). Hierdoor leden de liberalen bij de verkiezingen van 1884 een verpletterende nederlaag en kwamen gedurende dertig jaar niet meer aan de macht.miniatuur|Grafmonument van Walthère Frère-Orban op de begraafplaats van RobermontGedurende zijn hele lidschap van de Kamer en tot aan zijn overlijden bleef hij zich verzetten tegen de 'radicale' liberalen (later sociaaldemocraten genoemd) die ijverden voor het universeel stemrecht. Ook verzette hij zich samen met Jules Bara tegen de taalwetten, omdat het volgens Frère-Orban voor de Walen praktisch onmogelijk was om Nederlands te leren. De verfransing van Vlaanderen verdedigde hij door te verwijzen naar de persoonlijke taalvrijheid die in de grondwet was opgenomen en volgens hem mocht er op de ambtenaren geen taaldwang uitgeoefend worden. Wel stemde hij in 1883 in met een gedeeltelijke vernederlandsing van het officieel middelbaar onderwijs.Biografie Walthère Frère-Orban in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. In 1894 werd hij niet meer herkozen als parlementslid.
Levenseinde Hij ligt begraven in een door Charles Étienne Soubre ontworpen praalgraf op de begraafplaats van Robermont bij Luik. Het graf bestaat uit een 10m hoge toren uit Franse kalksteen die cenraal geplaatst is op een terras met balustrade. De slanke toren is versierd met hoektorentjes, pinakels, waterspuwers en een opengewerkte bovenbouw die doet denken aan een klokkentoren of een belfort.
Vijf jaar voor zijn overlijden was zijn 10m hoog grafmonument reeds klaar. Eerbetoon
Standbeelden
In Luik staat er op de boulevard d'Avroy zijn bronzen standbeeld (met twee allegorische figuren) op een stenen sokkel, gemaakt door de beeldhouwer Paul Du Bois. Het werd ingehuldigd op 27 september 1931.
In Brussel staat er op het Frère-Orbansquare eveneens een standbeeld van hem, ontworpen door Charles Samuel. Het werd ingehuldigd in 1900.
Straten in Brussel de Frère-Orbanstraat in de Noordwijk in Luik de boulevard Frère-Orban in Bergen de avenue Frère-Orban in Namen de boulevard Frère-Orban in Gent de Hubert Frère-Orbanlaan in Oostende de Frère-Orbanstraat
Categorie:Student aan de Rijksuniversiteit Leuven Categorie:Belgisch advocaat Categorie:Belgisch liberaal Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger Categorie:Belgisch minister van Financiën Categorie:Belgisch minister van Buitenlandse Zaken Categorie:Premier van België Categorie:Belgisch minister van staat Categorie:Belgisch minister in de 19e eeuw