Kamp Westerbork (Duits: Durchgangslager Westerbork) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een doorgangskamp bij Hooghalen in de toenmalige gemeente Westerbork in Drenthe. Het kamp was een voorportaal waarvandaan ruim 102.000 in Nederland wonende Joden en 245 Roma per trein werden gedeporteerd naar concentratiekampen en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië.

Ontstaan

Het kamp werd door de Nederlandse regering in 1939 gebouwd als Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork om reeds toegelaten Joodse vluchtelingen uit het Duitse Rijk te concentreren in afwachting van uitzetting. Ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting, op 1 juli 1942, namen de nazi's het kamp over, waarna Westerbork functioneerde als doorgangskamp.

Organisatie thumb|Plattegrond Westerbork (1944) Kamp Westerbork kwam op 1 juli 1942 onder rechtstreeks nazibestuur. Het werd als Polizeiliches Durchgangslager Westerbork een doorgangskamp. Vanaf 1 juli tot 1 september 1942 was Erich Deppner Lagerkommandant. Vervolgens werden dat tot 9 oktober 1942 Josef Hugo Dischner en vervolgens enkele dagen Bohrmann. Vanaf 12 oktober 1942 tot 11 april 1945 was de SS'er Albert Konrad Gemmeker commandant van het kamp.https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=298&miaet=1&micode=250i&minr=981475&miview=inv2

De voormalige directeur van het vluchtelingenkamp, de Nederlandse reservekapitein Jacques Schol,A. van Liempt (2019), Gemmeker commandant van Kamp Westerbork, Amsterdam: Uitgeverij Balans, p.49 bleef na 1 juli 1942 nog werkzaam tot januari 1943, ondergeschikt aan de Duitse commandanten. De Duits-Joodse vluchteling Kurt Schlesinger, in februari 1942 door Schol aangesteld als Oberdienstleiter, bleef ook onder de nazi's een belangrijke rol vervullen als leider van de kamporganisatie die zo goed als volledig bestond uit Joodse gevangenen.

Deppner en zijn opvolgers accepteerden een staf van Duitse Joden, met Schlesinger aan het hoofd. Zodoende werden veel belangrijke posities in de kamporganisatie bekleed door Duitse of Oostenrijkse Joden (de alte Lagerinsassen). Zij hadden privileges en functies bij onder andere de Ordedienst (OD) en de Fliegende Kolonne (samen onder leiding van de uit Oostenrijk afkomstige Jood Arthur Pisk). Het aantal Duitse SS'ers voor het gehele kamp bedroeg zodoende 20 tot 30 man.Hoe de Joden uit Nederland verdwenen, NPO de oorlog. Gearchiveerd op 6 april 2023. Zij waren gelegerd in het nabijgelegen Kamp Hooghalen (Heidelager).

Inkomende transporten Inkomende transporten vonden plaats per trein vanuit verschillende stations in Nederland. Joden moesten zich 'vrijwillig' melden op speciale data bij verzamelplaatsen waaronder de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam en Loods 24 in Rotterdam. Van daaruit werden ze meestal in de nacht naar stations vervoerd en met gereserveerde personentreinen van de Nederlandse Spoorwegen naar Westerbork getransporteerd. Daar aangekomen werd iedereen in de grote zaal geregistreerd en ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Westerbork.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de Joodse werkkampen die verspreid waren over heel Nederland beëindigd; de bewoners werden met hun verwanten afgevoerd naar kamp Westerbork. Er arriveerden 10.000 mensen op één dag.

Leefomstandigheden De overgrote meerderheid van de gevangenen verbleef slechts enkele dagen tot weken in het kamp, een relatief klein aantal verbleef er maanden tot soms zelfs jaren. Zij die langere tijd in kamp Westerbork verbleven leerden, na de eerste schok van arrestatie en deportatie naar Drenthe te boven te zijn gekomen, het kamp kennen als een plek waar de leefomstandigheden relatief goed waren. Mishandelingen en moord kwamen er nauwelijks voor, gezinnen bleven bij elkaar, en over het algemeen was er voldoende te eten. Daarnaast waren er vele voorzieningen aanwezig, waaronder een winkel, speeltuin, scholen, een uitstekend ziekenhuis en een theater waar kwalitatief goede shows op de planken werden gebracht.Overzicht met programma's, musici en kunstenaars die optraden in Westerbork

Uitgaande transporten

thumb|start=5:54|thumbtime=06:49|Transport naar Auschwitz, 1944. Film door Rudolf Breslauer thumb|Aanleg van de spoorwegaansluiting in 1942 thumb|Ingang van kamp Westerbork, 1943 (Joseph Henry Gosschalk) In het kamp draaide het uiteindelijk maar om één ding: het transport dat bijna wekelijks vertrok, in de beginperiode zelfs tweemaal per week. Voor de kampbewoners die in eerste instantie mochten blijven beheerste de angst op transport te worden gesteld het kampleven. Leden van de kamporganisatie waren - tijdelijk - gesperrt (in tegenstelling tot transportfrei). Nieuw aangekomenen probeerden op lijsten te komen om van deportatie vrijgesteld te zijn. Ook om andere redenen konden mensen op een lijst van gesperrten staan. Zo'n lijst kon echter platzen, dat wil zeggen dat IV B 4-Den Haag de bescherming voor het transport ophief.

Vanuit kamp Westerbork vertrok 103 keer een trein; vaak naar Auschwitz maar ook naar Sobibor, Theresienstadt en Bergen-Belsen. Treinen naar Auschwitz maakten soms een tussenstop op Kosel, dit waren de Coseltransporten.

Alle transporten tot en met februari 1943 gingen naar Auschwitz, daarna gingen bijna alle transporten (slechts één ging naar Theresienstadt) tot en met juli 1943 naar Sobibór. Vanaf augustus tot en met november 1943 gingen weer bijna alle transporten (slechts één ging naar Theresienstadt) naar Auschwitz. In 1944 gingen de transporten naar allerlei verschillende concentratiekampen, namelijk: Auschwitz, Theresienstadt, Bergen-Belsen, Buchenwald en Ravensbrück.

In totaal werden van 15 juli 1942 tot en met 13 september 1944 ruim 100.000 gevangenen vanuit kamp Westerbork per trein gedeporteerd. Slechts 5.000 Joden en 32 Roma die vanuit kamp Westerbork werden gedeporteerd, overleefden de Tweede Wereldoorlog.

Het eerste transport vertrok op 15 juli 1942. De eerste treinen vertrokken vanuit station Hooghalen, waarbij de afstand van 7 km tussen het kamp en het station te voet moest worden afgelegd. Begin oktober 1942 had de Nederlandse Spoorwegen een spooraansluiting met de spoorlijn Meppel - Groningen gereed, waarna de treinen vanuit het kamp zelf konden vertrekken. Er werden nu ook goederenwagons ingezet. Ongeveer 40% van de transporten ging met vee- en goederenwagons, de overige 60% ging met personentreinen.

Bijna wekelijks, gedurende de eerste maanden tweemaal per week, vertrok er een trein uit kamp Westerbork, die een grote groep kampbewoners via het traject Assen, Haren, Waterhuizen en Nieuweschans naar het oosten bracht.Datumoverzicht van alle 93 transporten. Gearchiveerd op 26 november 2022. De trein werd tot Nieuweschans door de Nederlandse Spoorwegen bemand, en vanaf Nieuweschans door de Duitse Reichsbahn.

Bestemmingen waren de kampen Auschwitz I-Stammlager of Auschwitz II-Birkenau (64,1%; 66 treinen), Sobibór (18,4%; 19 treinen), Bergen-Belsen (7,8%; 8 treinen), Theresienstadt (6,8%; 7 treinen), Buchenwald (1,9%; 2 treinen) en Ravensbrück (1,0%; 1 trein). Een dergelijke reis duurde gemiddeld drie dagen. De laatste treinen vertrokken op 3 september 1944 naar Auschwitz, op 4 september 1944 naar Theresienstadt, en op 13 september 1944 naar Bergen-Belsen. miniatuur|Armband Fliegende Kolonne Hoeveel gevangenen gedeporteerd moesten worden en waarnaartoe werd steeds door IV B 4-Berlijn bepaald, op basis van de capaciteit van de concentratie- en vernietigingskampen en de beschikbare treinen. De selectie onder de Transportfreien gebeurde grotendeels in het kamp zelf, de Joodse kampadministratie speelde hierin noodgedwongen een belangrijke rol. Van de 107.000 Joden uit Nederland die gedeporteerd zijn, zijn er slechts 5.000 levend teruggekeerd naar Nederland. Ongeveer 102.000 Joden zijn vermoord, vermist of voor hun terugkeer gestorven door geleden ontberingen.Overzicht van alle 102.000 namen (pdf, 4367 pagina's)

Na het laatste transport bleven er 500 gevangenen achter in het kamp, waaronder de Joodse kampleiding. In de laatste oorlogsmaanden groeide hun aantal tot 876, waaronder bijvoorbeeld ontdekte onderduikers. Hoewel het gevaar van deportatie na 13 september 1944 was geweken, bleef de angst ervoor tot aan de bevrijding bestaan.

Gevangenen Enkele personen van wie de namen onverbrekelijk verbonden zijn met de Holocaust, hebben in kamp Westerbork gevangengezeten. Etty Hillesum werkte er als verzorgster en verbleef er later met haar ouders en broers. Anne Frank en haar familie kwamen aan op 8 augustus 1944 en werden op 3 september met de laatste trein van Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Ook het Sinti-meisje Settela Steinbach is via Westerbork gedeporteerd.

Philip Mechanicus, een in zijn tijd bekend journalist van het Algemeen Handelsblad, werd op 7 november 1942 naar Westerbork afgevoerd en op 15 maart 1944 op transport gesteld naar Bergen-Belsen; op 9 oktober 1944 werd hij met een straftransport van 120 man naar Auschwitz gebracht, waar hij drie dagen later werd doodgeschoten. Mechanicus hield in Westerbork een dagboek bij, uitgegeven onder de titel In Dépôt. Dagboek uit Westerbork, dat een indringende blik biedt op het dagelijks leven in kamp Westerbork.

Het destijds populaire Joodse zangduo Johnny & Jones (Nol van Weezel en Max Kannewasser), Nederlands eerste tieneridolen, behoorde tot de groep gevangenen die voor vliegtuigdemontages af en toe onder voorwaarden het kamp konden verlaten. Zo waren ze in de gelegenheid om zes in kamp Westerbork gecomponeerde liedjes, waaronder de 'Westerbork Serenade' in Amsterdam op te nemen. Johnny en Jones hebben de Tweede Wereldoorlog niet overleefd.

Ook de bekende Joodse gemengd-gehuwde jazzviolist Benny Behr was vanaf 1 augustus 1944 een gevangene in kamp Westerbork. Hij heeft de oorlog overleefd. De eveneens gemengd-gehuwde Joodse Hans Mossel, een toonaangevende klarinettist, saxofonist en bandleider, bevond zich als gevangene in kamp Westerbork vanaf 9 maart 1944 tot 23 maart 1944 alvorens hij werd gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij overleed.

Ed van Thijn, de latere minister en burgemeester van Amsterdam, zat tweemaal opgesloten in kamp Westerbork. De eerste keer in 1943; hij werd toen met zijn moeder weer vrijgelaten. Na een onderduikperiode langs achttien verschillende adressen kwam de tienjarige Van Thijn eind 1944 opnieuw in kamp Westerbork terecht, waar inmiddels een eind gekomen was aan de deportaties vanwege de algemene spoorwegstaking van 1944. Bovendien rukten de Russen op in oostelijk Europa, dus werd hij niet op transport gesteld. Na de bevrijding werd hij, jong als hij was, nog een tijd ingezet als bewaker van geïnterneerde NSB'ers.

Louis de Wijze heeft in kamp Westerbork gevangen gezeten voordat hij naar Auschwitz werd gedeporteerd, hij was een van de overlevenden. Louis de Wijze was een van de bedenkers van het monument van De 102.000 stenen in Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Ontsnappingen Naar schatting zijn er meer dan driehonderd mensen uit kamp Westerbork ontsnapt.330 ontsnappingen uit Westerbork, website Mei tot Mei], geraadpleegd op 11 april 2022. Gearchiveerd op 24 januari 2022. Ontsnappen kwam niet vaak op in de gedachten van de kampgevangenen. Zij dachten dat de transporten naar werkkampen in Polen gingen. De meeste mensen wilden bij de familie blijven, dus gelijktijdig met de familie op transport was bij de meesten de beste optie. De dreiging met "straftransport" van andere gevangenen als er één persoon ontvluchtte, heeft het aantal ontsnappingen zeker beperkt. Verder was het haast onmogelijk om ongezien het kamp, dat op een kale vlakte stond, te verlaten. Alleen voor diegenen die in Nederland wilden blijven, was er een reden om te ontsnappen. Enkele ontsnapten: Jobje v.d. B. was een vrouw die in een wasserij in de stad te werk was gesteld. Daar ontmoette zij haar voormalige kinderjuffrouw. Deze bezorgde haar een vals identiteitsbewijs en 25 gulden, zodat zij enkele dagen daarna weg kon lopen.