Belgisch recht is de verzamelnaam voor het in België geldende recht. Het komt voort uit, en is in grote delen nog hetzelfde, of zeer vergelijkbaar, met het Franse recht. Het Belgisch recht behoort daarmee tot de Napoleontische (of Romaanse) rechtsfamilie. Net zoals de meeste Europese systemen is het een continentaalrechtelijk systeem, in tegenstelling tot de common law, het rechtssysteem dat onder andere het Verenigd Koninkrijk hanteert.

Bronnen van Belgisch recht Het recht is in België in verschillende rechtsbronnen terug te vinden, die samen het Belgisch rechtssysteem vorm geven.

Wetgeving De belangrijkste bron is, zoals in de meeste rechtssystemen, de wetgeving. Daaronder wordt verstaan een document met algemene draagwijdte, dat regels bevat die op elke rechtsonderhorige van toepassing zijn.

Wetgeving in enge zin België kent verschillende soorten van wetgeving, afhankelijk van welk parlement de wetgeving tot stand heeft gebracht: De Grondwet: Het belangrijkste document in de wetgeving is de Grondwet. Die wordt opgesteld en gewijzigd door het federaal parlement. Alle andere wetgeving moet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het Grondwettelijk Hof (vroeger Arbitragehof) oefent controle uit op die overeenstemming. Wet: De wet is de benaming voor de wetgeving die afkomstig is van het federaal parlement. Zij is geldig in heel België. Wetten die krachtens de Grondwet zijn aangenomen met bijzondere meerderheid worden bijzondere wet genoemd. Decreet: Decreet is de benaming voor de wetgeving die afkomstig is van de verschillende Gemeenschappen en het Vlaamse en Waals Gewest. Een decreet is geldig in de betrokken deelstaat. In Brussel heeft de VGC enkel een uitvoerende macht, de COCOF heeft echter wel decreetgevende macht over bepaalde domeinen, die de Franse Gemeenschap haar heeft toegewezen. Ordonnantie: De wetgeving uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (alsook de identiek samengestelde GGC) wordt ordonnantie genoemd. Ze is enkel geldig in dat gewest.

Wetten, decreten en ordonnanties staan op gelijke voet, hoewel ordonnanties in theorie wel aan een grotere rechterlijke controle onderworpen zijn.

Er zijn ook bepaalde koninklijke besluiten met kracht van wet (zie zo bijvoorbeeld de genummerde KB's), maar die komen vooral in uitzonderlijke situaties tot stand.

Wetgeving in ruime zin Onder wetgeving in de ruime zin van het woord vallen, naast de wetgeving in de enge zin, ook de besluiten van de uitvoerende macht. Deze besluiten moeten in overeenstemming zijn met de wetgeving in de enge zin van het woord. Hier zijn de volgende bronnen te vermelden: koninklijk besluit: besluit van de federale regering ministerieel besluit: besluit van een minister besluit van een gemeenschaps- of gewestregering provinciaal reglement: verordening van de provincieraad gemeentereglement: verordening van de gemeenteraad

Verdragen Onder de noemer van wetgeving vallen ook de verdragen, die zowel de federale Staat als de deelstaten kunnen sluiten, binnen de grenzen van hun bevoegdheid. De verdragen maken automatisch, integraal deel uit van het Belgisch recht, en ze kunnen dan ook ingeroepen worden voor de rechter, die ze moet toepassen met voorrang op de nationale wetgeving, wanneer zij "rechtstreekse werking" hebben. Bekende voorbeelden van bepalingen uit verdragen die rechtstreekse werking hebben, zijn artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden, en artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Dikwijls leggen verdragen enkel verplichtingen aan de verdragsluitende landen op. In dit geval hebben de verdragen geen rechtstreekse werking, maar kan daaruit wel soms een verbod voor het verdragsluitende land worden afgeleid om de bestaande wetgeving strenger of minder streng te maken (dit wordt doorgaans een "standstill"-verplichting genoemd).

Rechtspraak Wetgeving moet geïnterpreteerd en toegepast worden. Dat gebeurt in eerste instantie door de rechters en raadsheren van de rechterlijke macht. Zulke interpretatie kan soms een heel andere inhoud geven aan bestaande wetgeving, of deze op essentiële punten verfijnen. Vooral de rechtspraak van de hoogste rechtscolleges van het land, het Hof van Cassatie, de Raad van State en het Grondwettelijk Hof (voorheen Arbitragehof) is daarbij van groot belang.

Men heeft eigenlijke rechtspraak en oneigenlijke rechtspraak.

Eigenlijke rechtspraak wanneer een geschil wordt beslecht door het wijzen (=rechtspreken) van een voor de partijen bindende uitspraak.

Oneigenlijke, of willige rechtspraak wanneer men beroep doet op de rechter buiten ieder geschil, teneinde bepaalde maatregelen van hem te verkrijgen: een machtiging of een bekrachtiging.

Rechtsleer De rechtsleer, ook wel doctrine genoemd, is een verzamelnaam voor de wetenschappelijke publicaties over het recht. Daarin geven juristen hun beeld over de huidige wetgeving en rechtspraak, en over hoe die volgens hen zou moeten zijn. Ze zoeken bijvoorbeeld een algemene lijn in de vaak niet coherente rechtspraak over een bepaald onderwerp. De rechtsleer heeft een grote invloed op het nieuwe wetgevend werk van de verschillende parlementen, en op de interpretaties die gevolgd worden in de rechtspraak.

Gewoonterecht Een zeer oude bron van het recht is het gewoonterecht. De gewoonte, het generaties lang op dezelfde manier beoefenen van een bepaalde praktijk, wordt een rechtsregel, omdat het op basis van die lange traditie algemeen aanvaard wordt. De meest bekende voorbeelden in België zijn het aanstellen van een formateur door de Koning, bij de vorming van een nieuwe federale regering, en het feit dat men geen verbintenissen kan aangaan voor een periode van meer dan 99 jaar.

Billijkheid Wanneer er in een bepaalde rechtszaak geen geschreven recht of geen gewoonterecht voorhanden is waar de rechter op kan terugvallen, zal deze zich laten leiden door wat billijk is. De rechter mag niet weigeren om een uitspraak te doen, omdat er geen wet is die de oplossing voorschrijft. Wanneer hij dat wel doet begaat hij het misdrijf van rechtsweigering.

Soms schrijft de wet uitdrukkelijk voor dat de rechter moet oordelen naar billijkheid. Een voorbeeld is de hoogte van de vast te stellen schadevergoeding, voor de schade veroorzaakt door geestesgestoorden (art. 1386bis BW).

Algemene rechtsbeginselen Een ander toevluchtsoord voor de rechter zijn de algemene rechtsbeginselen, die gemeenschappelijk zijn aan de verschillende rechtsdisciplines. Een voorbeeld is dat goede trouw steeds vermoed wordt, dat en kwade trouw bewezen moet worden. De rechter kan besluiten dat er een algemeen rechtsbeginsel is, wanneer dat duidelijk naar voren komt uit het geheel van het recht.

De bekendste algemene rechtsbeginselen zijn : de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het rechtszekerheids-beginsel, het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, de zorgvuldigheidsplicht, het redelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en de plicht tot onpartijdigheid het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten het beginsel van de permanentie van de Staat en de continuïteit van de openbare dienst de niet-retroactiviteit van de wet en van verordenings-besluiten (art. 2 BW) de regel dat bepalingen met rechtstreekse werking van het internationaal recht, waaronder het Europees recht, voorrang hebben op bepalingen van het nationaal recht, volgens het principe van het monisme de scheiding der machten de "gelijkheid der wapens" tussen partijen die in een proces verwikkeld zijn de regel dat afstand van een recht enkel kan worden afgeleid uit feiten die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn de verplichting van de rechter om onpartijdig en onafhankelijk te zijn het verbod om rechter en partij in dezelfde zaak te zijn het recht van verdediging de motiveringsplicht (verplichting om rechterlijke uitspraken te motiveren, art. 149 GW) de regel dat een beklaagde niet onder eed als getuige in zijn eigen strafzaak kan worden ondervraagd, zelfs niet op eigen verzoek de regel dat enkel op loyale wijze verkregen bewijsmateriaal in strafzaken toelaatbaar is het vermoeden van onschuld het verbod van verrijking (of vermogensverschuivingen) zonder oorzaak het verbod van rechtsmisbruik fraus omnia corrumpit (bedrog vernietigt alles) de exceptie van niet-uitvoering inzake wederkerige overeenkomsten (wanneer een contractpartij haar verbintenissen niet nakomt, mag de andere contractpartij de nakoming van haar eigen verbintenissen opschorten) non bis in idem (het verbod voor de rechter om een beklaagde te berechten of te straffen wegens een strafbaar feit waarvoor die beklaagde vroeger reeds is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken) in dubio pro reo (twijfel komt de beklaagde ten goede) het verbod van eigenrichting (verbod om zelf het recht in eigen handen te nemen)

Rechtstakken in het Belgisch recht Het Belgisch recht is onder te verdelen in verschillende disciplines, rechtstakken genoemd, die elk hun eigenheid hebben maar toch ook een onderlinge samenhang kennen waardoor het recht toch een geheel vormt. De verschillende rechtstakken maken meestal het voorwerp uit van een aparte studieonderdeel in de rechtenopleidingen aan de universiteiten.

De grootste opdeling (summa divisio) die men maakt binnen het recht is die tussen publiekrecht en privaatrecht. Het publiekrecht betreft grosso modo de regeling van de relatie tussen de burger en de overheid en de werking van de overheid. Het privaatrecht focust op de verhoudingen tussen de burgers onderling.

Arbeidsrecht Het arbeidsrecht bestaat uit twee onderdelen: Het individueel arbeidsrecht: dat regelt de individuele relatie tussen de werkgever en de werknemer. Het bevat de regels in verband met de arbeidsovereenkomst, loon, deeltijds werken, ontslag enz. Het collectief arbeidsrecht: dat regelt de relatie tussen de vakbonden en andere werknemersvertegenwoordigers enerzijds en de werkgevers anderzijds. Het gaat dan bijvoorbeeld om de regeling met betrekking tot stakingen, collectieve arbeidsovereenkomsten, enz.

Bestuursrecht

Het bestuursrecht is de rechtstak die de werking van de uitvoerende macht bestudeert. Het omvat deelgebieden zoals ruimtelijke ordening, ambtenarenrecht, onteigeningen, overheidsopdrachten, milieurecht, de organisatie van gemeenten en provincies enz. Voor deze rechtstak bestaat er nog geen basisdocument, hoewel men al verscheidene malen heeft geprobeerd een Algemene Wet Bestuursrecht in te voeren.

Burgerlijk recht Het burgerlijk recht is een erg uitgebreide rechtstak en behandelt eigenlijk het hele leven van de burger, van geboorte tot de dood. Deze rechtstak wordt in beginsel beheerst door het Burgerlijk Wetboek.

Binnen het burgerlijk recht zijn te onderscheiden: Personen- en familierecht: het recht met betrekking tot de afstamming, het huwelijk en de echtscheiding, beschermingsstatuten voor geesteszieken, minderjarigen enz. Goederenrecht: het recht met betrekking tot de goederen, het eigendomsrecht, mede-eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, recht van opstal en erfdienstbaarheden. Verbintenissenrecht: het recht dat de verplichtingen regelt die een persoon kan aangaan in een contract of een andere rechtshandeling en die rechten creëren voor een andere burger. Contractenrecht: het recht met de bijzondere types van overeenkomsten die de wet voorziet: koopcontract, huur, woninghuur, handelshuur, pacht, lastgeving, bewaargeving enz. Aansprakelijkheidsrecht: het recht dat regelt in welke gevallen men recht heeft op schadevergoeding en voor wie men aansprakelijk is. Familiaal vermogensrecht: Het recht dat het vermogen van de familie regelt, in het erfrecht, testamenten, schenkingen, huwelijkscontracten enz.