Friedrich Adolf Ferdinand Freiherr von Flotow, (Landgoed Teutendorf (nu: Sanitz), 27 april 1812 – Darmstadt, 24 januari 1883) was een Duits componist.

Levensloop Von Flotow was de zoon van edelman Wilhelm von Flotow, die dwarsfluit speelde, en zijn echtgenote, Caroline Sophie, die zong en piano speelde. Hij verkreeg zijn eerste muzieklessen van zijn ouders en verder muziekonderwijs van leraren in Lübchin en Lüdershagen. Op advies van zijn moeder kreeg hij ook orgelles bij de organist Thiem in Güstrow. De ouders waren van plan hun zoon tot rechtskundige, ambtenaar of diplomaat te maken, maar hun zoon wilde musicus worden. Op zijn eerste reis naar Parijs van 1828 tot 1830 moest hij de Franse taal beter gaan beheersen en het leven in de Franse hoofdstad leren kennen. Zover wij nu weten heeft hij muziek gestudeerd compositie bij Antonín Rejcha en piano bij Johann Peter Pixis. Om niet in de onlusten van de Julirevolutie van 1830 terecht te komen, keerde hij voor een korte tijd terug naar het landgoed van zijn ouders in Duitsland. Daar schreef hij zijn eerste werken Pierre et Colombine, Rob Roy en La duchesse de Guise. In 1831 ging hij terug naar Parijs om verder te studeren.

Eerst schreef hij werken voor piano en liederen. Deze werken zijn meestal in Güstrow in Mecklenburg-Voor-Pommeren gepubliceerd. Maar de Berlijnse muziekcriticus Ludwig Rellstab keurde ze niet goed. Zo kwam het, dat Von Flotow zich op het schrijven van opera's ging toeleggen. Hij zocht naar goede libretti en zijn eerste opera's ontstonden: Die Bergknappen en Alfred der Große in 1833. Deze werken werden slechts in kleine theaters of ook in aristocratische privékringen uitgevoerd. In 1839 scoorde hij met de opera Le Naufrage de la Méduse zijn eerste succes.

Alhoewel Von Flotow zijn doorbraak op een van de grote Parijse operapodia verwachtte, werd zijn naam door twee Duitstalige opera's beroemd: Alessandro Stradella in 1844 en Martha of "De markt van Richmond" in 1847. Het libretto voor beide werken schreef de aan het Thalia theater in Hamburg als dichter en vertaler werkzame Friedrich Wilhelm Riese, die Von Flotow in Parijs had ontmoet.

Door de gebeurtenissen van de revolutie in 1848 op de vlucht geslagen, keerde Von Flotow naar Mecklenburg terug. Hij bekommerde zich naast het componeren ook om het landgoed van zijn moeder (zijn vader was intussen overleden).

Geruime tijd was hij in Wenen, om dan in 1855 directeur van het hoftheater in Schwerin te worden. Hij vervulde deze functie tot 1863. Wederom ging hij aansluitend voor een geruime tijd naar Parijs, maar in 1868 vertrok hij met zijn derde echtgenote naar hun landgoed Reichenau vlak bij Wenen. Met zijn opera L'Ombre (Zijn schaduw) uit 1870 beleefde hij nog een groot succes. In zijn laatste levensjaren pendelde hij tussen Parijs, Wenen en Italië. Zijn gezichtsvermogen verminderde snel. Zijn laatste levensjaar bracht hij op het landgoed Heiligenkreuzberg in Darmstadt door. Enkele dagen voor zijn overlijden schreef hij nog het lied Der blinde Musikant (De blinde muzikant).

Friedrich von Flotow schreef rond 30 opera's, concerten, kamermuziek, toneelmuziek, liederen en vier balletten. De muziekschool van de Landkreis Bad Doberan draagt zijn naam: Kreismusikschule "Friedrich von Flotow" Bad Doberan.

Composities Werken voor orkest 1830: Concert, voor piano en orkest Fackeltanz, voor orkest

Werken voor harmonieorkest Marsch nach Motiven der Oper "Die Großfürstin Sophia Catharina"

Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1830-1831 Pierre et Cathérine 2 aktes 1833, Parijs Jules Henri Vernoy de Saint-Georges 1833 Die Bergknappen 2 aktes Theodor Körner 1833-1835 Alfred der Große 2 aktes niet uitgevoerd Theodor Körner 1836 Rob Roy (oorspronkelijk: Rob le Barbe) 1 akte september 1836, Royaumont Paul Duport en Pierre-Jean-Baptiste Desforges, naar Walter Scott 1836 Sérafine 2 aktes 30 oktober 1836, Royaumont Pierre-Jean-Baptiste Desforges, naar Frédéric Soulier 1837 Alice 2 aktes 8 april 1837, Parijs, Hôtel Castellane Comte Honoré de Sussy en Darnay de Laperrière 1837/1868 La Lettre du préfet 1 akte 1837, Parijs, Salon Gressier Edouard Bergounioux 1838; rev. 1840 Le Comte de Saint-Mégrin; rev. als Le Duc de Guise 3 aktes 10 juni 1838, Royaumont François de la Bouillerie en Charles de la Bouillerie, naar Alexandre Dumas de oudere, «Henri III et sa cour» 1838 Lady Melvil 3 aktes 15 november 1838, Parijs, Théâtre de la Renaissance Jules Henri Vernoy de Saint-Georges en Adolphe de Leuven 1838 L'Âme en peine (L'Âme jalouse) 2 aktes 29 juni 1846, Parijs, Opéra Garnier Jules Henri Vernoy de Saint Georges 1839 L'Eau merveilleuse 2 aktes 30 januari 1839, Parijs, Théâtre de la Renaissance Thomas Marie François Sauvrage 1839 Le Naufrage de la Méduse 2 aktes 31 mei 1839, Parijs, Théâtre de la Renaissance Hippolyte Cogniard en Théodore Cogniard 1840 Les Pages de Louis XI 1840, Parijs, Théâtre de la Renaissance Thédore de Villeneuve en Daniel-Alexandre-François Barrière 184318521878 L'Esclave de Carmoëns;in 1852 herwerkt als: Indra, das Schlangenmädchen;in 1878/I herwerkt als: Zora l'enchanteresse;in 1878/II herwerkt als: Alma l'incantatrice 1 akte;herwerkte versie (1852): 3 taferelen;herwerkte versie (1878)/II: 4 aktes 1 december 1843, Parijs, Opéra Comique;herwerkte versie (1852): 18 december 1852, Wenen, Kärntnertortheater; herwerkte versie (1878)/I: 1878, Parijs; herwerkte versie (1878)/II: 9 april 1878, Parijs, Théâtre-Italienne Jules Henri Vernoy de Saint-Georges; herwerkte versie (1852): Gustav Heinrich Gans zu Putlitz; herwerkte versie (1878)/I: Jules Henri Vernoy de Saint-George; herwerkte versie (1878)/II: Achille Lauzières de Thémines 1843-1844 Alessandro Stradella 3 aktes 30 december 1844, Hamburg, Stadttheater Friedrich Wilhelm Riese 1847 Martha of "De markt van Richmond" 4 aktes 25 november 1847, Wenen, Kärntnertortheater Friedrich Wilhelm Riese 1850 Die Großfürstin Sophia Catharina 19 november 1850, Berlijn, Königliche Oper Charlotte Bich-Pfeiffer 1852 Rübezahl 3 aktes 13 augustus 1852, Retzin Gustav Heinrich Gans zu Putlitz 1855-1856 Albin of "Der Pflegesohn" 3 aktes 12 februari 1856, Wenen, Kärntnertortheater Salomon Hermann von Mosenthal, naar Vaudeville, "Les Deux Savoyards" 1856 Le Vannier 3 aktes 1856 voor Parijs, niet uitgevoerd Jules Henri Vernoy de Saint Georges en Léon Halévy,eigenlijk: Heymann Lévy 1857 Johann Albrecht, Herzog von Mecklenburg;(ook later: Andreas Mylius getiteld) 3 aktes 26 mei 1857, Schwerin, Hoftheater (ter gelegenheid van de inwijding van het kasteel) Eduard Hobein 1857 Pianella 1 akte 27 december 1857, Schwerin Emil Pohl, naar Pergolesi, "La serva padrona" 1861 Zilda ou La Nuit des dupes (Conte de mille et une nuits) 2 aktes 28 mei 1866, Parijs, Opéra-Comique Jules Henri Vernoy de Saint-Georges en Henri-Charles Chivot 1864 Der Königsschuß 22 mei 1864, Schwerin Theodor Schloepke 1865 La Châtelaine (De sprookjeszoeker) 2 aktes niet uitgevoerd Grandjean 1868 Am Runenstein, 2 afdelingen; Das Inselfest Traum und Erwachen 2 aktes; 4 schilderijen 13 april 1868, Praag, Ständetheater (Stavovské divadlo) Richard Genée 1869 Die Musikanten 3 aktes 19 juni 1887, Mannheim, Nationaltheater Richard Genée 1869 Sakuntala 1869, Schwerin Carlo d'Orneville, naar Wolzogens bewerking van de Sakuntula des Kalidasa 1870 L'Ombre (Zijn schaduw) 3 aktes 7 juli 1870, Parijs, Opéra Comique Jules Henri Vernoy de Saint-Georges en Adolphe Charles de Leuven 1871-1872 La Fleur d'Harlem 1876, Turijn Jules Henri Vernoy de Saint-Georges en Adolphe Charles de Leuven, naar Alexandre Dumas de oudere, «La Tulipe noire» 1877 Rosellana 3 aktes niet uitgevoerd Lauzières de Thémines Der hölzerne Säbel Ludwig Gabillon, naar August von Kotzebue

Operettes Voltooid in titel aktes première libretto 1859 La Veuve Grapin (Veuve Camus); 2e versie als: Madame Bonjour 1 akte 21 september 1859, Parijs, Bouoffes parisiens; 2e versie: 1 juni 1861, Wenen, Theater am Franz-Joseph-Kai Philippe Auguste Pittaud de Forges

Balletten Voltooid in titel aktes première libretto choreografie 1844 Lady Henriette ou "La Servante de Greenwich"; 2e akte van Friedrich Burgmüller; 3e akte van Edouard-Marie-Ernest Deldevez 3 aktes 21 februari 1844, Parijs, Opéra Garnier Jules Henri Vernoy de Saint-Georges, naar de Vaudeville «La Comtesse d'Egmont» Joseph Mazilier 1856 Die Libelle ("La Demoiselle" of "Le Papillon" of "Dolores") 2 aktes 1856, Bad Doberan en Schwerin Markwort 1858 Die Gruppe der Thetis 18 augustus 1858, Schwerin Markwort 1861 Der Tannkönig, ein Weihnachtsmärchen 22 december 1861, Schwerin Eduard Hobein

Muziek voor toneelstukken Wintermärchen muziek voor het toneelstuk van William Shakespeare

Vocale muziek Ja, was nun?, voor sopraan en piano (of: orkest) Jägerin, schlau im Sinn, voor sopraan en piano (of: orkest)

Kamermuziek Sonate in A-groot, voor viool en piano, op. 14 Strijkkwartet in C-groot Trio de Salon, voor viool, cello en piano Twaalf kleine stukken, voor cello en piano (samen met Jakob Eberscht). Eberscht was afkomstig vanuit een Joodse kantorenfamilie uit Keulen en noemde zich in Frankrijk Jacques Offenbach.

Publicaties Erinnerungen aus meinem Leben, in: Vor den Coulissen, (Lewinsky), 1884

Bibliografie

L. E. Jooris: Memorial usuel : des musiciens et dilettanti, Bruxelles: Imprimerie A. et C. Denis Preres, 1911 Karl Heller, Hartmut Möller, Andreas Waczkat: Musik in Mecklenburg - Beiträge eines Kolloquiums zur Mecklenburgsichen Musikgeschichte, Hildesheim, Zürich, New York, Georg Olms Verlag, 2000, Jean Grundy Fanelli: Index of Composers, in: A chronology of operas, oratorios, operettas, cantatas and misellaneous stage works with music performed in Pistoia 1606-1943, Bologna: Edizioni Pendragon, 1998, 301 p., Gerhard Schepelern: Personregister, in: Operaens historie i Danmark 1634-1975, Kobenhaven: Rosinante, 1995, 366 p., Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. ergänzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976 George Martin: Verdi at the Golden Gate : opera and San Francisco in the gold rush years, Berkeley: University of California Press, 1993, 321 p. Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The Heritage Encyclopedia of Band Music - Composers and Their Music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 1: Von den Anfängen bis zur Französischen Revolution, Bärenreiter-Verlag, Kassel 1988, Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 2: Das 19. Jahrhundert, Bärenreiter Verlag, Kassel 1991, Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert. Teil 1: Von Verdi und Wagner bis zum Faschismus, Bärenreiter Verlag, Kassel 2000, Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert. Teil 2: Deutsche und Italienische Oper nach 1945, Frankreich und Großbritannien, Bärenreiter Verlag, Kassel 2005, Ulrich Schreiber: Opernführer für Fortgeschrittene. Die Geschichte des Musiktheaters - Band 3: Das 20. Jahrhundert, Teil 3: Ost- und Nordeuropa, Nebenstränge am Hauptweg, Interkontinentale Verbreitung, Bärenreiter Verlag, Kassel 2006, Michele Girardi, Franco Rossi, Il Teatro La Fenice. Cronologia degli spettacoli (1938-1991), Albrizzi Editore, Venezia 1992, Michele Girardi, Franco Rossi: Indice Dei Nomi, in: Il Teatro La Fenici : Chronologia degli spettacoli 1792-1936, Venezia: Albrizzi Editore, 1989, 491 p.,