thumb|350px|Werklozen in een stempellokaal in Amsterdam-Noord, 1933 Werkloosheid is de staat waarin iemand verkeert die tot de beroepsbevolking behoort, beschikbaar is voor betaalde arbeid en daar ook naar op zoek is, maar geen werk heeft.

Geschiedenis Een werkloze kwam in vroegere tijden en andere landen direct zonder inkomen te zitten. Er was dan nog de mogelijkheid om, zij het vaak armoedig, van het land te leven, of op andere wijze zelfstandig aan de kost te komen. Met de vergaande specialisatie die samenging met de industriële revolutie veranderde dat. Niet iedereen bezat meer de benodigde vaardigheden of mogelijkheden om zelfstandig te overleven en in steden trad in slechte economische tijden massawerkloosheid op. Werklozen dreigden van honger om te komen en waren afhankelijk van reserves, familie en liefdadigheid. Lange tijd was de armenzorg een verantwoordelijkheid van de kerken en van particuliere instellingen, daarna nam de overheid deze taak over, in Nederland met de Armenwet van 1854. Niettemin stond werkloosheid vaak gelijk aan bittere armoede, wat in sommige industrielanden tot opstootjes en zelfs revoluties en emigratie leidde. De hoge werkloosheid was zo mede aanleiding voor de opkomst van het nationaalsocialisme, de NSDAP in Duitsland.

Later werd werkloosheid als een niet wenselijk maatschappelijk fenomeen beschouwd en werd er gezocht naar structurele oplossingen. In eerste instantie werd de oplossing gevonden in de werkverschaffing. Het Boschplan is hier een voorbeeld van. Tegenwoordig wordt er veelal van uitgegaan dat het niet mogelijk is om alle werkloosheid te voorkomen.

Nederland

Internationale vergelijking thumb|Werkloosheid in de wereld in 2005 - plaatje van de CIA Volgens de statistieken behoort de werkloosheid in Nederland tot de laagste werkloosheid in de Europese Unie en de wereld. Daardoor proberen veel werklozen van elders in Nederland werk te vinden. De open grenzen leiden tot een gelijktrekking van de werkloosheid door de hele Europese Unie, alhoewel niet iedereen gaat verhuizen op zoek naar een nieuwe baan. Factoren die dat tegenhouden zijn de sociale omgeving, partners met een baan, de moeilijkheid om elders betaalbare woonruimte te vinden en onbekendheid met andere culturen en talen.

België De werkloosheidsgraad verschilt opmerkelijk tussen de drie gewesten. Deze ligt in het Vlaams Gewest lager dan in het Waals Gewest, waar deze dan weer lager ligt dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De werkloosheid is over het algemeen het hoogst in grote steden als Brussel en Antwerpen en het laagst in landelijke gemeenten, in Vlaanderen bijvoorbeeld Staden en Herstappe met beide 2,3% (cijfers 2011).

In Vlaanderen zorgt de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) ervoor om werkzoekenden te begeleiden in het vinden van werk. De controle op de werkloosheid is geen Vlaamse, maar federale bevoegdheid die uitgeoefend wordt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

Met het Paasakkoord van 12 april 2025 besloot de federale regering tot een beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar. De beperking zou ingevoerd worden in fases, te beginnen op 1 januari 2026.

Activering van langdurig zieken In 2024 werd de wetgeving "aangescherpt" en een strenger oproepings- en opvolgingsbeleid ingevoerd. In 2025 is het ziekteverzuim voor het eerst in 25 jaar duidelijk gedaald. In een traject bij de VDAB moeten 20.000 langdurig zieken die bekend zijn bij het RIZIV binnen drie jaar de weg naar een nieuwe job vinden.

Op 1 januari 2026 waren er in België naar schatting 585.000 mensen die langer dan 12 maanden niet meer werkten door ziekte. Toch zou in de eerste helft van 2026 het aantal nieuwe langdurig zieken zijn verminderd, mogelijk als gevolg van striktere controles.

Typen Er zijn verschillende onderverdelingen te maken in werkloosheid, zoals registratie, leeftijd en oorzaak.

Registratie Open werkloosheid Dit zijn administratief geregistreerde werklozen in de statistieken.

Verborgen werkloosheid Bij verborgen werkloosheid zijn mensen wel werkloos, maar niet als zodanig ingeschreven. In Nederland zijn dat onder andere mensen met een werkende partner die zelf ook betaald werk zouden willen, maar dat moeilijk kunnen vinden. Mensen met een nulurencontract hebben vaak maar weinig of geen betaalde werkuren, maar zijn in Nederland niet opgenomen in de werkloosheidsstatistieken. Ook vallen in toenemende mate zzp'ers hieronder, freelancers die op zoek zijn naar een baan, maar geen recht hebben op een uitkering en daarom niet ingeschreven staan. Ook illegalen die bang zijn om zich te registreren en legale buitenlandse werknemers die niet weten hoe ze zich moeten registreren horen hierbij. Ook AOW'ers die nog willen werken, zien vaak weinig nut van een inschrijving bij een arbeidsbureau. Ook ongemotiveerde medewerkers die niet veel meer bijdragen, maar niet of moeilijk ontslagen kunnen worden, worden hier wel onder gerekend. Als het weer beter gaat met de arbeidsmarkt wordt ook de verborgen werkloosheid minder. Deze vorm van werkloosheid wordt niet opgenomen in de statistieken.

Leeftijd Jeugdwerkloosheid thumb|Bioscoopjournaal uit 1934. In de Centrale Werkplaats van het comité voor jongere werklozen te Amsterdam leren jongeren een vak om meer kans te hebben op een baan in het bedrijfsleven thumb|Jeugdwerkeloosheid in Oost-Nederland 1967 - Aantal werklozen van 14-18 jaar eind augustus 1967 in Nederland, in procenten van de afhankelijke beroepsbevolking (alle leeftijden tezamen); alleen mannen In slechte tijden neemt de jeugdwerkloosheid snel toe in landen waar het moeilijk is om mensen te ontslaan en oudere dure werknemers te vervangen door goedkopere jongeren. In slechtere economische tijden worden eerst geen nieuwe mensen meer aangenomen. Daarna ontslaan werkgevers het flexibele personeel, de uitzendkrachten en zzp'ers. Vervolgens worden contracten voor bepaalde tijd niet verlengd.

Dat maakt het voor de werklozen, schoolverlaters en herintreders moeilijk om snel een baan te vinden. Zij missen daardoor de mogelijkheid om werkervaring op te doen. Als dat lang duurt kan acceptatie optreden en minder gesolliciteerd worden of zwartwerk gedaan worden. Mensen verhuizen ook naar gebieden waar nog wel werk is. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er zo veel mensen uit Nederland naar landen als Canada en Australië vertrokken. Dit kan een braindrain tot gevolg hebben. Na de economische crisis van 1979 trad dit weer op. Dit leidde tot onder andere de punk, de krakers en de no-future generatie, de verloren generatie.; (1986): 'Werkloze jongeren: een verloren generatie?' in Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, Volume 2, Nr. 2 Eind jaren 1970 werd jongerenwerkloosheid als apart sociaal probleem erkend.Sociaal-Economische Raad (1977): 'Rapport over de arbeidsmarktpositie van jongeren met het commentaar van de raad voor de arbeidsmarkt'; ; (1979): 'Ontwikkelingen en oorzaken van jeugdwerkloosheid', Ministerie van Sociale Zaken / Nederlands Economisch Instituut

Maatregelen die tegen de jeugdwerkloosheid getroffen werden, zijn de VUT en later het prepensioen om ouderen over te halen om eerder te stoppen met werken. De startsalarissen werden in onder meer het onderwijs verlaagd. De leerplicht werd verlengd om de jeugd langer op school te houden en de jeugd zelf bleef ook langer op school, de ene studie werd aan de andere geplakt.

Werkloosheidsduur Een korte periode van werkloosheid van enkele maanden kan over het algemeen goed worden overbrugd en kan voor de werkloze zelfs positieve effecten hebben als deze zich zo kan heroriënteren op werk dat meer perspectieven biedt. In veel landen wordt zo'n heroriëntatie door de overheid actief gesteund, onder meer door scholing en re-integratiebegeleiding aan te bieden bij een werkloosheidsuitkering, of dit zelfs verplicht te stellen op straffe van een korting op de uitkering. Ook de voormalige werkgever kan in sommige gevallen nog verplichtingen hebben.

Een bekend verschijnsel op de arbeidsmarkt is dat naarmate de werkloosheid langer duurt, de kans om weer aan het werk te komen afneemt. Dit hoeft niet samen te hangen met dalende motivatie of met stigmatisering, maar is het gevolg van eenvoudige logica: degenen met de beste kans op het vinden van nieuw werk stromen snel uit en degenen met minder kans blijven achter.

Een arbeidsreserve vangt in een vrije markteconomie fluctuaties in vraag en aanbod op, maar werkloosheid kan voor de betrokkenen erg vervelend en kostbaar zijn. Veel overheden hechten er dan ook belang aan om werklozen weer aan het werk te helpen. Een van de stimuli om nieuw werk te zoeken, is de uitkering lager te laten zijn dan het voorheen genoten salaris met verdere afbouw richting het sociaal minimum. Verder kunnen werklozen die een uitkering ontvangen verplicht worden met een bepaalde frequentie te solliciteren en een aanbod tot passend werk accepteren, ook als hiervoor verhuisd of gependeld moet worden of dit niet in lijn is met hun opleidingsniveau, carrièrewensen of salarisverwachtingen. Werkzoekenden met een uitkering volgens de participatiewet zijn ook verplicht onbetaald werk te aanvaarden. Ook kan de werkloze verplicht worden tot het volgen van scholings- en herintegratietrajecten indien het uitvoeringsorgaan van mening is dat dit kansen op het vinden van werk verbetert.

Naast langdurige werkloosheid komt ook herhaalde werkloosheid voor als voormalig werklozen moeite hebben een nieuwe baan vast te houden. Dit verschijnsel doet zich met name onder jongeren voor. Veel bedrijven vallen in tijden van economische onzekerheid terug op tijdelijke contracten of schijnzelfstandidheidsconstructies om de verplichtingen van een permanent contract te vermijden. Een veelvoorkomend fenomeen is het aanbieden van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, deze een keer verlengen, maar daarna niet meer, om na een bepaalde wachttijd de werknemer opnieuw tijdelijk in dienst te nemen. Dit dient om te voorkomen dat men na drie tijdelijke contracten automatisch een vast contract krijgt. De concentratie van werkloosheid onder een deel van het arbeidsaanbod is daarom groter dan op basis van alleen langdurige werkloosheid geconcludeerd kan worden. In de theorie van de dubbele arbeidsmarkt is deze herhaalde werkloosheid onderdeel van het secundair segment, dit tegenover het primaire segment van beter betaalde langduriger banen.; (1978): Theorie van de dubbele arbeidsmarkt, Instituut voor Arbeidsvraagstukken / Nationaal Programma Arbeidsmarktonderzoek

Seizoenswerkloosheid Seizoensgebonden werkloosheid doet zich enkel voor tijdens bepaalde seizoenen. Dit komt doordat er tijdens deze seizoenen in sectoren als de bouw, de fruitpluk, de wijnbouw, de wintersporten, de horeca en het toerisme geen werk is. Vroeger, toen de landbouw belangrijker was, was er meer seizoenswerkloosheid. Toch ziet men ook buiten deze sectoren seizoensfluctuaties, met name in de dienstensector. De zomervakantie kan lagere bedrijfsactiviteit en daarmee ook hogere werkloosheid veroorzaken, omdat men het ook rustiger aan doet met het aannemen van personeel en de urgentie ontbreekt.

Oorzaken Frictiewerkloosheid Frictiewerkloosheid is dat deel van de werkloosheid dat veroorzaakt wordt door fricties op de arbeidsmarkt. Deze fricties ontstaan doordat de arbeidsmarkt geen perfecte markt is; bij verandering van baan kost het enige tijd om een nieuwe baan te vinden. Zo moet er gezocht worden naar een passende baan en moeten sollicitatieprocedures doorlopen worden.

Structurele of technologische werkloosheid