De Viertorenkerk of kruiskerk van Midwolda, ook wel Ol Kerke genoemd, was een grote kruiskerk enkele kilometers ten noorden van het Groningse dorp Midwolda in het Oldambt. De kerk was blijkens het opschrift van een klok uit 1516 (nu in Uitwierde) gewijd aan Johannes de Doper.De tekst luidt "In honore io[ann]eis baptista, patron" Johannes de Doper wordt ook afgebeeld op de klok. Om die reden wordt de kerk ook wel Sint-Janskerk genoemd.

Geografie De Viertorenkerk stond ten noorden van de boerderij Ol Kerke aan de Kerkelaan, net buiten de Dollarddijk van 1558. Deze plek werd op kaarten rond 1900 ook wel Oudekerk genoemd. De kerk was direct op het veen gebouwd. Het voormalige kerkhof ligt ruim 2 meter boven de zeespiegel, hoger dan het omringende land.

Ten oosten van de vroegere kerk bevind zich een diepe doorbraakkolk. Deze kolk ontstond vermoedelijk rond de Allerheiligenvloed (1570) of bij de naamloze zomervloed van augustus 1573.Knottnerus, O.S. & J.P. Koers, "De Viertorenkerk van Midwolda", Groninger Kerken juli 2026. pp. 25-41. De kolk wordt voor het eerst afgebeeld door landmeter Bontko Bennens in 1690.Groninger Archieven, toegang 817, inv.nr. 1339. Onderzoek De middeleeuwse kerk werd in 1951 voor het eerst opgegraven onder leiding van de archeoloog Herre Halbertsma.'Opgravingen bij Midwolda', Nieuwsblad van het Noorden, 9 maart 1951 In 1994 werd het terrein opnieuw onderzocht onder leiding van Jan Molema. Daarbij werd een tweede sarcofaag blootgelegd. (Met foto's van de opgraving). In de omgeving van de kerk werd in 2012 – vanwege nieuw te bouwen boerderijen – nader veldonderzoek gedaan.

Afbeeldingen Het kerkgebouw staat ingetekend op verschillende 16e eeuwse kaarten, onder andere door Jacob van Deventer in 1545 en Christiaan Sgroten in 1592. Maar niet alle afbeeldingen blijken te kloppen. Zeekartograaf Lucas Janszoon Waghenaer zat er bijvoorbeeld helemaal naast (hij tekende een borg). Cornelius Adgerus tekent in 1587 twee boerderijen naast de kerk.Cornelius Adgerus, Charte description [...] aengaende des Diepte oder Schypvaert von Reede nae Bellingwolde [...], 1597, Niedersächsisches Landesarchiv Osnabrück. De Dollardkaart van Jacob van der Mersch uit 1574 is alleen in kopievorm bewaard gebleven. Hierop is ten zuidwesten van de kerk een groot steenhuis te zien. Het zou daarbij om de middeleeuwse pastorie kunnen gaan.Dit betreft met name de kopie in het verzamelwerk Trifolium Aureum van Timon Rudolphi te Emden, c. 1680 (Stadtarchiv Emden).

Basilica

Stijl De kerk was opgetrokken uit baksteen. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat het een overwelfde, laat-romaanse basilica betrof, met een dwarsschip en een halfrond gesloten koor met een halfronde apsis. Het gebouw mat 58 meter (met de steunberen 62 meter). Het schip was buitenwerks 23 meter breed. Het dwarsschip mat ruim 34 bij 13 meter. Het imposante kerkgebouw was van verre zichtbaar.Ubbo Emmius, 'ΠΕΡΙΗΓΕΣΙΣ, id est, accurata descriptio chronographica Frisiae Orientalis, a Dullarto sinu & Amasia ostia in Visurgim porrecta', in: De Frisia et Frisiorum republica, deque civitatibus, foris, et vicis inter Flevum & Visurgim flumina, libri aliquot, Leiden 1616, dl. 3, p. 31-63, hier 39. Rond de kerk lag een brede gracht.

De kerk had vier torens, waaraan het gebouw zijn naam te danken had. De beide westelijke torens maakten deel uit van een stevig gefundeerd westwerk: een dubbeltorenfront, dat via een tussenportaal toegang gaf tot het schip van de kerk. Boven de ingang in dit westwerk bevond zich mogelijk een kapel of loge. De smallere hoektorens stonden tegen het dwarsschip bij de overgang naar het koor. Volgens een bericht van rond 1700 waren deze vier torens "tot boven toe van steen", dus met gemetselde torenspitsen of helmen, zoals de juffertorens van Schildwolde, Holwierde en Onstwedde.Hendrick van Rhijn, Oudheden en gestichten van Groningen en Groningerland, mitsgaders van het Land van Drent, Leiden 1724, p. 461. De oorspronkelijke tekst is rond 1700 geschreven door de Leidse priester Hugo van Heussen. Opnieuw in Kerkelijke historie en outheden der Zeven Vereenigde Provincien, dl. 5, Leiden 1726, p. 388.Cornelis H. Peters, Oud Groningen. Stad en Lande, Groningen / Den Haag 1929, p. 312.

Vergelijkbare kerken De kerk was groter dan de Groningse Martinikerk en was vergelijkbaar met de Mariakerk van MarienhafeMarienhafe was de hoofdplaats van het Brookmerland, een later gedeeltelijk verdronken veenstreek aan de Leybucht., zij het dat de Viertorenkerk soberder was uitgevoerd, mogelijk vanwege de invloed van de Cisterciënzers. Dergelijke grote kerken worden verder alleen gevonden in stedelijke centra en grote kloosters.Nog indrukwekkendere kerken waren de tweede kruiskerk van Aduard (90 meter) en de abdijen van Egmond, Klaarkamp en Wittewierum. Het westwerk van de kerk met zijn dubbele torens kon zich meten met de belangrijkste bisschops- en kapittelkerken van het Duitse Rijk.

Kerken met vier (of meer) torens waren voornamelijk in bisschopssteden, bij kapittelkerken in het Rijnland en bij belangrijke benedictijnse abdijen als Cluny te vinden. Midwolda was een van de noordelijkste voorbeelden; in de wijde omgeving waren geen andere kerken met vier torens voorhanden en ook kerken met koorflanktorens (zoals oorspronkelijk in Bunde en Norden) waren dun gezaaid.Romaanse viertorenkerken waren met name de kathedralen van Doornik, Hildesheim, Koblenz, Laon, Mainz, Spiers,Trier, Worms en Würzburg, verder de Sint Servaasbasiliek te Maastricht en de abdijkerken van Freckenhorst en Maria Laach. Entreepartijen met dubbele torens waren eveneens te vinden in Leermens en vermoedelijk ook Emden, Jever, Norden (Andreaskerk, verdwenen), Sneek en Varel.

Symboliek Het kerkgebouw was beladen met symboliek. De viertorenkerk werd waarschijnlijk gezien als een hemelse burcht die bescherming bood tegen boze machten.Hans Sedlmayr, Die Entstehung der Kathedrale, Zürich 1950, p. 120-125. Tegelijkertijd vormde hij een tastbaar symbool voor de gemeenschap waarmee men zich identificeerde.Hajo van Lengen, 'Karl der Große, Jungfrau Maria und andere Heilsbringer als Garanten und Patrone Friesischer Freiheit. Zu den Siegeln der Landesgemeinden Frieslands im Mittelalter', in: Dez. (red.), Die Friesische Freiheit des Mittelalters - Leben und Legende, Aurich 2003, p. 90-133, hier 93-94, 96. Het draaide daarbij vooral om de ingangspartij met de flankerende westtorens. Het getal vier stond voor compleetheid, voor de vier ledematen, de vier seizoenen en de vier windrichtingen die tevens de vier onderdelen van ieder dorp representeerden. Daarnaast stond dit getal voor de kringen van verwanten, door men zich gesteund voelde en op wie men bij vetes een beroep kon doen.Vgl. Han Nijdam, Lichaam, eer en recht in middeleeuws Friesland. Een studie naar de Oudfriese boeteregisters, Hilversum 2008, p. 46. Vermoed wordt wel dat de vier torens verwezen naar het Hemelse Jeruzalem en qua vormgeving aansloten bij de Rijnlandse domkerken van Bamberg, Keulen, Mainz, Speyer en Worms. Het westwerk had echter een meer publieke functie dan bij deze domkerken.

Het belangrijkste voorbeeld voor de viertorenkerk was kennelijk de keizerlijke dom van Spiers, de grootste romaanse kerk van die tijd (sinds 1106 met vier torens).Dethard von Winterfeld, Die Kaiserdome Speyer, Mainz, Worms und ihr romanisches Umland. Romanik in Deutschland; Würzburg 1993. Alleen al hierdoor werd de kerk tevens een symbool voor de Friese vrijheid, die ooit door de keizer zou zijn verleend. Kortom: de viertorenkerk vormde een tastbaar symbool voor alles wat men had gepresteerd en waarop men trots wilde zijn. Dat drukte men ook uit in het Oldambtster landzegel, dat de kerk uitbeeldde. Mogelijk was dit zegel geïnspireerd op dat van de Groningse Martinikerk uit 1267.

Afbeeldingen van de kerk golden als symbool voor de hele regio en sierden achtereenvolgens de wapens van het Wold-Oldambt, het Termunterzijlvest, het Waterschap Oldambt, de gemeente Midwolda en de Gereformeerde Kerk van Midwolda (vanaf 2016 de protestantse gemeente Midwolda).

Hoogtijdagen

Voorgeschiedenis Uit de scherven van met schelpen verschraald kogelpotaardewerk valt af te leiden dat de plek van de latere kerk al in de 10e of 11e eeuw bewoond moet zijn geweest. In dezelfde tijd begon de ontginning van het omringende gebied vanuit de Munte (ook Munter Ae of kortweg Ae). Wie hiervoor het initiatief nam is niet bekend. In de 12e eeuw maakte het omringende gebied zich los van de omringende regio Fivelingo en vormde het Wold-Oldambt. Bij de opgravingen van 1994 werden bij de vroegere kerk meerdere sarcofagen gevonden die vermoedelijk uit deze tijd stammen.

Stichting Aangezien de kerk als hoofdkerk van het Wold-Oldambt een belangrijke rol vervulde (zie verder) vermoedde Molema dat de stichting van de parochie is uitgegaan van de bisschop of iemand met landsheerlijk gezag. Op basis van oorkonden, ontginningslijnen en middeleeuwse bezitsverhoudingen wordt tegenwoordig vermoed dat de parochie Midwolda gesticht is vanuit het decanaat Farmsum en wel grotendeels op het terrein van de heerlijkheid Heveskes en de parochie van Klein-Termunten. Deze stichting omvatte van origine een veel groter gebied dat ook Wagenborgen, Eexta, Scheemda en Oostwold. Een deel van de gronden werd later gegeven aan de cisterciënzers.

Voorganger? Vondsten van tufsteen op de plek van de Viertorenkerk wekken de suggestie dat de kerk elders een kleinere voorganger heeft gehad. Waar de eerste kolonisten vandaan kwamen is onbekend. Mogelijk kwamen ze uit het laagland ten noorden van de Munter Ae, het Midwolderhamrik, waar de Midwolders later veel hooiland bezaten. Gewezen werd wel naar de gesloopte boerderij 'Dijkvliet' te Nieuwolda-Oost (vroeger Hoofdweg Oost 8). waar zich volgens een 19e-eeuwse overlevering fundamenten van een kapel onder de schuurdeel zouden bevinden. Tegenwoordig wordt een link gelegd met de 100 meter westelijker gelegen vroegere kloosterboerderij 'De Olde Stoeve' ("de oude plek", bij Hoofdweg Oost 6).In 1975 werden aan het begin van de oprit van deze boerderij fundamenten gevonden van een poortgebouw dat vermoedelijk bij het klooster behoorde. In 1998 werden bij werkzaamheden aan de schuur fundamenten gevonden. Het hele terrein rond nummer 6 en voormalig nummer 8 is opgenomen als archeologisch gebied. Een nabijgelegen bruggetje over het Kattendiep heette de Kapelvlonder. Dit was de plek waar rond 1220 het van origine benedictijnse, maar later cisterciënzer klooster Menterwolde werd gesticht.Het klooster ging in 1247 naar de strengere orde der cisterciënzers en verhuisde vermoedelijk reeds vóór 1276 vanwege wateroverlast naar Baamsum bij Termunten, waar nieuwe gebouwen verrezen onder de naam Grijzemonnikenklooster. Roemeling, Patroonheiligen, p. 559. Dit naar R. Georgius en L.A. H. de Smet, Honderd jaar Landbouwvereniging "Nieuwolda-Nieuw-Scheemda", 1860-1960, Meppel 1960, p. 35, 111-113 (BNW 29). Daarvoor kan hier reeds een dorpskerk hebben gestaan van de (vooralsnog hypothetische) nederzetting Menterwolde waaromheen het klooster zich vestigde. De landerijen van het klooster strekten zich uit tot onder het koor van de Viertorenkerk en de landerijen van de kerk grensden direct aan het land van het klooster. De opstrekkende kavel van het klooster moet oorspronkelijk één geheel hebben gevormd met het kerkenland.

Bouw