miniatuur|Tekening uit de Atlas Schoemaker uit 1732. Deze toont de Graafsepoort met donjon en Spriettoren. De toegangspoort is verscholen tussen de twee gebouwen. De Graafsepoort of Graafse Poort (ook wel Geldersepoort, Oostpoort of Hooghuisgenoemd) was een stadspoort en kasteel in de Nederlandse stad Oss, provincie Noord-Brabant. De poort heeft er van 1407 tot 1925 gestaan.Kronyk van Ossentia, Graafse Poort Historie, sv502
De Graafsepoort was gesitueerd aan de huidige Heuvel en Hooghuisstraat. De poort dankte haar naam aan het feit dat de hoofdweg vanuit de poort naar de stad Grave liep en ook naar het hertogdom Gelre, het huidige Gelderland. De poort maakte samen met de Boschepoort deel uit van de voormalige vesting Oss, die tussen 1399-1410 werden aangelegd in opdracht van Johanna van Brabant.
Geschiedenis In 1399 gaf hertogin Johanna van Brabant stadsrechten aan Oss. Dit leidde al snel tot de bouw van een stadsmuur met twee stadspoorten, waaronder de Graafse Poort aan de oostzijde. Deze poort kwam in 1407 gereed. Bij de bouw van de twee stadspoorten werd vermoedelijk gebruik gemaakt van steenresten van het Kasteel van Oss, dat iets noordelijk lag van de vesting en haar functie al verloren had.
In 1407 werd in een akte melding gedaan van een bewoner van de poerte van Osch genaamd Jan van der Dussen, schout van de stad Oss. Hij mocht in de poort wonen en deze naar eigen inzicht uitbreiden en versterken, maar moest de militaire functie van zijn woning behouden en bescherming bieden aan burgers in nood. Boeren- plattelanders en bewoners van de dorpen Berghem en Heesch moesten helpen met het onderhoud van de vesting en poorten en konden bij noodweer of plunderingen veiligheid zoeken binnen de stad. Echter liepen de economische verhoudingen tussen stad en plattelanders scheef; tijdens een opstand in 1478 stonden de plattelanders voor de muren en poorten om hun vergoedingsrecht op te eisen. De rust keerde terug, maar vanaf 1498 werd de stad diverse keren blootgesteld aan de Gelderse Oorlogen.Asseldonk, M.M.A. (2002). De Meierij van 's-Hertogenbosch. De evolutie van plaatselijk bestuur, bestuurlijke indeling en dorpsgrenzen, circa 1200-1832 Deel 2. Oosterhout, Leonard p.99
Mogelijk kwam rond 1415 het poortgebouw aan jonker Herman van Oss. Deze jonker van Oss familie zou het poorterschap tot 1720 behouden, toen het geslacht met Adriaan van Oss uitstierf. Prominenten van deze familie waren onder andere Willem van Oss, regent van 's-Hertogenbosch, die in 1546 tot ridder werd geslagen door Keizer Karel V. Cornelis van Os, een telg uit de 17e eeuw en schepen van Oss, plaatste een zonnewende op de poort, waarvan een stuk terug gevonden is bij archeologische opgravingen in de 21e eeuw.Museum Jan Cunen fragment van 16e-eeuwse zonnewijzer-wende
De laatste uit het geslacht was Theodora van Oss, dochter van Goyart van Oss. Zij verkocht de Graafse Poort in 1710 aan Anthony Devenijns. Hierna kwam het gebouw in handen van Gijsbert van Orsou. Zijn zoon Frans sloot in 1771 een overeenkomst met stadssecretaris Tieleman Dirk van Breugel waarin hij de Graafse Poort - op dat moment het Slotje genoemd - ruilde voor twee woonhuizen.
Na het overlijden van Van Breugel in 1779 hertrouwde zijn weduwe met mr. Jacob Marten Deutz. Het Slotje had inmiddels de naam Hooghuis gekregen en werd in 1784 door het echtpaar verkocht aan Jan Gijsberti Hodenpijl. Deze verkocht het pand in 1801 weer aan Hartog Simon uit Den Bosch, die twee jaar later Samuel Isaäc tot mede-eigenaar maakte. Uiteindelijk zou Isaäc in 1808 het gehele pand in bezit krijgen.
De laatste bewoner stierf in 1878. Zijn erven verkochten het pand in 1897 aan een stichting die toebehoorde aan de St. Vincentiusvereniging. Deze stichting richtte het pand in als opvanghuis voor 'achterlijke kinderen'. Reeds in 1902 verhuisde de stichting naar Udenhout. Het pand werd aangekocht door Frans Broks die het geschikte maakte voor bewoning door vier gezinnen.
Sloop In 1925 besloot de gemeente het pand te kopen en af te breken, maar dit leidde tot protesten. De Provinciale Monumentencommissie gaf hierna aan dat in ieder geval het rondeel behouden moest blijven. Tijdens een inspectie werd in de gewelven een martelkamer ontdekt die nog volledig intact was, inclusief martelwerktuigen en een pijnbank. Desondanks besloot de gemeente in een geheime vergadering om het pand af te breken, zodat er een brede weg kon worden aangelegd. Nog datzelfde jaar werd het huis afgebroken.
Een deel van de fundering is in 1996 terug gevonden.miniatuur|Het Hooge Huis voor de afbraak in 1925. Links te zien op de foto is de oude ronding van de voormalige donjon.
Beschrijving De stadspoort zou een donjon of woontoren, U-vormig gebouw, met twee verdiepingen en kelder hebben gehad, en een toegangspoort met smalle traptoren die het "Slotje" of "Spriettoren" werden genoemd. Mogelijk werd de donjon door de eeuwen heen opnieuw vervangen door een andere met nieuwe gebouwen ernaast voor militaire en veiligheids- doeleinde. Vanaf de 16e eeuw stond er een trapgevelhuis aan de stadszijde voor accijns- en belastingheffing voor mensen die de stad in wilde.
Rond 1732 maakte Cornelis Pronk een tekening van de poort in de toestand hoe die hij aantrof, waarbij de stadsommuring al grotendeels weg was. Vanaf 1771 werd de poort drastisch verbouwd en ontstond een riant huis genaamd 't Hooghe Huis, twee verdiepingen hoog met kelder en een zadeldak. Mogelijk werd het Hooge Huis op de oude funderingen van de poort gebouwd, maar niet uitgesloten is dat een groot deel van de oude wachttoren opgenomen werd in het huis. Het huis werd in de volgende eeuwen bewoond en gebruikt door ambtsbekleders, woon- en winkelcomplex, verpleeghuis en inrichting voor beperkten, bedrijfspand en houthandel. In 1925 moest het pand wijken voor een doorgaande weg naar Berghem.
Categorie:Geschiedenis van Oss Categorie:Voormalig bouwwerk in Noord-Brabant Categorie:Bouwwerk in Oss Categorie:Poort in Nederland Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Kasteel in Noord-Brabant