De Farnese-tuinen op de Palatijn (It: Orti Farnesiani sul Palatino) liggen op de noordoostelijke rand van de Palatijnheuvel in Rome. Ze werden tussen 1570 en 1630 aangelegd door een van de meest aanzienlijke Italiaanse families van die periode.

Geschiedenis Paus Paulus III verwierf omstreeks het midden van de 16de eeuw voor zijn familie Farnese terreinen op de Palatijn: een groenzone die tot dan nog gecultiveerd werd als fruitgaard en moestuin en die zich bevond bovenop de resten van het vroegere paleis van keizer Tiberius. Het was zijn naamgenoot en kleinzoon kardinaal Alessandro Farnese (1520-1589) die daar vanaf 1565 een siertuin begon aan te leggen.

Tot omstreeks 1630 hebben de volgende generaties van de familie deze tuin uitgebreid en verfraaid. Deze tuinen waren het decor voor feesten en ontvangsten en waren voorwerp van grote bewondering. Hij groeide uit tot een uitzonderlijke collectie van exotische planten en struiken, en was een van de oudste en meest bekende privécollectie van planten en kruiden in West-Europa.

Vanaf het midden van de 17de eeuw verbleef de familie Farnese nog nauwelijks in RomePier Luigi Farnese, zoon van paus Paulus III, had Parma en Piacenza ontvangen als hertogdom. Kardinaal Odoardo Farnese (overleden in 1626) was de laatste telg van de familie die het Palazzo Farnese in Rome bewoonde; de latere nakomelingen van Paulus III woonden in Parma. en besteedde ze nog weinig aandacht aan hun tuinen op de Palatijn. De meeste antieke standbeelden die de tuinen sierden, werden in de tweede helft van de 18de eeuw overgebracht naar Napels, waar ze zich nu bevinden in het Museo Archeologico Nazionale di Napoli. De omringende muur aan de oostzijde werd in 1883-1887 afgebroken in het kader van de opgravingen van het Forum Romanum. Het ingangsportaal werd gedemonteerd en uiteindelijk in 1957 heropgebouwd in de Via di San Gregorio, aan de ingang van de archeologische zone op de Palatijn.

Bij de opgravingen van de antieke resten op de Palatijn op het einde van de 19de eeuw gingen de beplantingen verloren. Op basis van vroegere beschrijvingen worden de oorspronkelijke beplantingen nu opnieuw aangebracht. De meeste constructies (nymphaeum, trappen, volières) zijn bewaard gebleven, en werden vanaf 2013 gerestaureerd. In 2018 werden deze tuinen opnieuw opengesteld voor bezoek, nadat ze gedurende 30 jaar gesloten waren gebleven.

Beschrijving Aan de zijde van het lager gelegen Forum Romanum werd de tuin afgesloten door een stevige vestingmuur, met in het midden daarvan een statige ingang ontworpen naar het model van een antieke triomfboog, met daarboven een open raam dat was geflankeerd door twee atlanten. Een inscriptie op de boog vermeldde de naam van de tuin in het Latijn: "Horti Palatini Farnesiorum" (Tuinen van de Farnese's op de Palatijn). Het ronde fronton daarboven liet in het midden plaats voor het wapenschild van de familie Farnese met de typische zes lelies.

Vanaf die ingang leiden drie trappartijen naar het plateau van de Palatijn. Langsheen de trappen staan antieke standbeelden en fonteinen ingewerkt in grotvormige nissen. Een gelijkaardige fontein, "Ninfeo della Pioggia" genaamd (regen-nyphaeum) verlevendigde een met fresco's gedecoreerde ruimte waar de eigenaars en hun genodigden konden genieten van banketten en ontspanning.

Aan weerszijden van het nymphaeum voeren symmetrische trappartijen naar het niveau van de Palatijn. Op dat hoogste niveau bevinden zich twee monumentale volières (uccelliere): een was bestemd voor de Europese vogels en een andere voor de soorten uit de Nieuwe Wereld: paradijsvogels, pauwen, papegaaien, kalkoenen...

De groenzone van de Farnese-tuin was naar het model van de Italiaanse renaissancetuinen ingedeeld in verschillende meetkundig geordende perken. In de Orto Botanico (kruidentuin) werden planten en kruiden verzameld afkomstig van buiten Europa. Tot de verzameling behoorden o.a. de acacia, yucca, helleborus, amaryllis en passiebloem, planten die destijds onbekend waren en hier dan ook grote bewondering wekten. De collectie was ook bestemd voor onderzoek. De collectie evolueerde in de loop der eeuwen en ging verloren op het einde van de 19de eeuw, maar een deel ervan kon worden geïdentificeerd aan de hand van de beschrijving en tekeningen die Tobia Aldini, arts van Odoardo Farnese, in 1625 had gepubliceerd onder de titel Exactissima descriptio rariorum quarundam plantarum, que continentur Rome in Horto Farnesiano ("Zeer nauwkeurige beschrijving van bepaalde zeldzame planten verzameld in de Farnese-tuinen te Rome").Zie https://www.biodiversitylibrary.org/item/111765#page/6/mode/1up

Wetenswaardigheden

Deze tuinen liggen in de archeologische zone van Forum Romanum en Palatijn, en kunnen met een gewoon toegangsticket voor die zone worden bezocht. Vanaf het terras aan de meest noordelijke punt van de Orti Farnesiani geniet men een uitstekend overzicht over het lager gelegen Forum Romanum. In de Orti Farnesiani bevindt zich het graf van Giacomo Boni (1859-1925), de archeoloog die belangrijke opgravingswerken heeft verricht op het Forum Romanum.

Galerij

Referenties LUCENTINI, MAURO, p. 278; (it) Rendina, Claudio, Guida insolita ai misteri, ai segreti, alle leggende e alle curiosità di Roma. Newton Compton editori (2010), p. 309-310; https://colosseo.it/evento/splendori-farnesiani-ninfeo-pioggia-ritrovato/ https://colosseo.it/area/foro-romano/ninfeo-della-pioggia/

Categorie:Botanische tuin in Italië Categorie:Rome Categorie:Tuinen in het oude Rome