Mozes Salomon Polak (Amsterdam, 19 oktober 1801 – aldaar, 19 augustus 1874) was een Nederlandse onderwijzer, journalist, schrijver en vrijmetselaar. Hij werd vooral bekend als oprichter en ideoloog van de onafhankelijke vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux in Amsterdam en als auteur van populair-wetenschappelijke werken over mythologie, wereldgeschiedenis, vrijmetselarij en spiritisme. In recente historiografie wordt hij beschreven als een schakel tussen joodse lekengeleerden, vrijzinnige vrijmetselarij, vrijdenkerij en vroege spiritistische en theosofische stromingen in Nederland.

Leven Polak werd in 1801 in Amsterdam geboren als zoon van Salomon Levie Polak en Rachel Machielse in een eenvoudig Asjkenazisch-Joods milieu. In het bevolkingsregister wordt 1804 vermeld als geboortejaar, maar op grond van andere bronnen gaan biografen uit van 1801. Hij volgde onderwijs aan de gemengde stadsarmenschool en ging daarna werken als onderwijzer aan een joodse school.

Volgens het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde promoveerde Polak in de letteren en maakte hij vervolgens carrière in de journalistiek: hij was hoofdredacteur van het Handels- en Effectenblad en later van het Algemeen Nederlandsch Nieuws- en Advertentieblad. In 1837 trouwde hij met Selly Isaac Praeger; het echtpaar bleef kinderloos. Na haar overlijden in 1860 bleef Polak in het centrum van Amsterdam wonen, waar hij in 1874 overleed.

Journalistiek en intellectuele vorming Polak was grotendeels autodidact. Reeds in 1827 verscheen een door hem bezorgde uitgave van Horatius’ brieven met Nederlandstalige aantekeningen en filosofische opmerkingen, die in de Vaderlandsche Letteroefeningen werd besproken. In de jaren daarna publiceerde hij populair-wetenschappelijke werken, waaronder een meerjarige reeks Algemeene geschiedenis der wereld: van de schepping tot op den tegenwoordigen tijd, en een handboek Logica dat volgens de KB-catalogus bedoeld was voor zelfonderricht.

Met zijn tweedelige Algemeene mythologie, of goden- en fabelleer van alle volkeren der aarde (1850–1855) bereikte Polak een breed publiek. Recensenten prezen het werk als een toegankelijke synthese van Europese literatuur over mythologie, al wezen zij ook op stilistische oneffenheden.

Vrijmetselarij en Post Nubila Lux Polak werd in 1830 ingewijd in de Amsterdamse loge La Charité en ontving daar de leerling- en meestergraad. In de jaren 1840 ontwikkelde hij zich tot criticus van wat hij zag als oppervlakkige loge-praktijk en gebrek aan filosofische diepgang. In brieven aan het bestuur van het Grootoosten der Nederlanden pleitte hij voor loges als „scholen van ware wijsbegeerte”.

In 1847 startte Polak een campagne voor een nieuwe Amsterdamse loge die dit ideaal zou realiseren. Zonder constitutie van het Grootoosten richtte hij de onafhankelijke loge Post Nubila Lux op, die zich expliciet niet baseerde op een „positief-christelijke” grondslag. De loge werd een centrum van vrijzinnige, filosofische vrijmetselarij en vormde later een voedingsbodem voor het vrijdenkertijdschrift De Dageraad en de gelijknamige vereniging.

Polak verdedigde zijn opvattingen in een reeks brochures en pamfletten. In Vrijmetselarij? en: hoe wordt zij in Nederland gehandhaafd? (1854) bekritiseerde hij de gevestigde orde en formuleerde hij zijn idee van vrijmetselarij als morele en intellectuele vormingsschool. In de Duitstalige publicatie Die Loge Post Nubila Lux und die Gross-Loge der Niederlanden beschreef hij uitvoerig het conflict met het Grootoosten.

In de historiografie geldt Polak als een van de belangrijkste hervormers binnen de Nederlandse vrijmetselarij van de negentiende eeuw, maar ook als een bron van langdurige spanningen met het maçonnieke bestuur.

Spiritisme, theosofie en filosofie Vanaf de jaren 1860 verschoof Polaks belangstelling in toenemende mate naar spiritisme en wat later als theosofie is aangeduid. In zijn boek Het materialismus, het spiritismus, en de strenge wetenschap. Ter beantwoording van de vraag: is het spiritismus werkelijk een schakel in de keten der natuurwet? (1872) probeerde hij een middenweg te formuleren tussen „grof” materialisme en onkritisch spiritisme: geestelijke verschijnselen moesten volgens hem serieus worden onderzocht, maar wel met wetenschappelijke discipline.

Cultuurhistoricus Marty Bax beschrijft Polak als een negentiende-eeuwse propagandist van vrijmetselarij, spiritisme en theosofie en plaatst hem in een netwerk van vrijmetselaars, kunstenaars en religieuze vernieuwers dat de opkomst van de theosofie in Nederland mogelijk maakte. Ook in joodse geschiedschrijving wordt hij genoemd als voorbeeld van een intellectueel die joodse achtergrond, moderne wetenschap en esoterische interesse combineerde.

Over Polaks verhouding tot het spinozisme lopen de meningen uiteen. Sommige auteurs rekenen hem tot de kring van negentiende-eeuwse „spinozisten”, terwijl anderen wijzen op zijn nadruk op morele plichten en persoonlijke onsterfelijkheid, die moeilijk met strikt spinozisme te verenigen zijn.

Ontvangst en historiografie Tijdens zijn leven werd Polak door tijdgenoten zowel geprezen als bekritiseerd. Recensenten roemden zijn belezenheid, maar uitten soms kritiek op de stijl en ordening van zijn omvangrijke studies. Binnen de vrijmetselarij gold hij als een „hervormer” die scherpe conflicten met de bestaande logebesturen niet schuwde.

In de vrijdenkers- en esoteriegeschiedschrijving is de belangstelling voor Polak toegenomen. Historici van de vrijdenkersbeweging noemen hem als een van de bronnen achter de radicale koers van De Dageraad, terwijl onderzoekers van joodse geschiedenis en theosofie hem presenteren als een vroeg voorbeeld van een joodse intellectueel die buiten de rabbinale hiërarchie een eigen synthese van religie, wetenschap en esoterie ontwikkelde.

Werken Een volledige bibliografie van Polaks publicaties is nog niet vastgesteld. Onderstaande lijst geeft een selectie van beter gedocumenteerde werken.

Boeken Horatius’ brieven met noten en wijsgeerige aanmerkingen (1827) – uitgave met commentaar op de brieven van Horatius. Algemeene geschiedenis der wereld: van de schepping tot op den tegenwoordigen tijd (meerdelige reeks, midden 19e eeuw). Algemeene mythologie, of goden- en fabelleer van alle volkeren der aarde. In twee deelen naar de beste bronnen bewerkt (Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1850–1855). Logica. Handboek ten gebruike van academiën, gymnasiën en instituten, ook voornamelijk ingerigt tot zelfonderrigt (z.j.). Algemeene mythologie (diverse herdrukken). Het materialismus, het spiritismus, en de strenge wetenschap. Ter beantwoording van de vraag: is het spiritismus werkelijk een schakel in de keten der natuurwet? (Amsterdam: Bührmann, 1872).

Pamfletten en brochures over vrijmetselarij Vrijmetselarij? en: hoe wordt zij in Nederland gehandhaafd? (Amsterdam: Günst, 1854). Die Loge Post Nubila Lux und die Gross-Loge der Niederlanden. Enthüllungen … (Amsterdam/Leipzig: F. Günst, 1854). Wat gaf aanleiding tot, en wat waren de beweegredenen voor de stichting der nieuwe Vrijmetselaars werkplaats Post Nubila Lux in het O. van Amsterdam (ca. 1847–1849). Verdere brochures en vertalingen uit het Hoogduits, Hebreeuws en „Chaldeeuws” worden vermeld in het Biographisch woordenboek, maar zijn nog niet systematisch onderzocht.

Zie ook Vrijmetselarij in Nederland

Categorie:Nederlands journalist Categorie:Nederlands vrijmetselaar Categorie:Nederlands onderwijzer