Nederland was in 1981 het eerste land in de wereld waar het mogelijk werd om een vluchtelingenstatus te krijgen op grond van seksuele geaardheid. Andere landen en internationale instanties erkenden dat recht later. In 2004 stelde de EU-Kwalificatierichtlijn dat de term 'sociale groep', in het Vluchtelingenverdrag van 1951, van toepassing kon zijn op mensen die vervolgd werden op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit. In 2006 kwamen 29 experts bijeen in Yogyakarta, Indonesië, om universele mensenrechten met betrekking tot LGBTQI+-mensen te definiëren, waaronder het recht op asiel. De Yogyakarta-beginselen werden niet door de Verenigde Naties aangenomen, maar ze worden vaak aangehaald bij de verdediging van mensenrechten (waaronder recht asiel) op basis van geaardheid en genderexpressie.

In eerste instantie ging het debat over seksualiteit en vluchtelingenstatus vooral over homoseksuele mannen. Pas later werd de discussie verbreed naar LHBTQIA+ personen. Recentelijk hebben transpersonen uit de VS geprobeerd om een vluchtelingenstatus te krijgen in Nederland op basis van vervolging op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit. Die aanvragen zijn niet heel kansrijk omdat de VS als een democratisch land wordt gezien, waar vervolgden bescherming kunnen krijgen.

Achtergrond In 1974 was Nederland het eerste land waar homoseksuelen niet langer uit het leger werden geweerd. In 1987 was het het eerste land met een homorechtenorganisatie binnen het leger. In 1993 was het het eerste land dat wetgeving invoerde die discriminatie op de arbeidsmarkt tegengaat, en in 2001 was het het eerste land dat het huwelijk tussen partners van hetzelfde geslacht legaliseerde. In 1987 had Amsterdam 's werelds eerste monument voor homoseksuelen die tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vervolgd, in 1998 was Amsterdam de eerste Europese stad die de Gay Games organiseerde, en in 2016 had het het eerste Aidsmonument van Europa. In 2011 was Nederland getuige van het eerste bezoek van een gekroond staatshoofd aan een homorechtenorganisatie. En in 1981 was Nederland, zoals gezegd, het eerste land dat vervolging vanwege seksuele geaardheid erkende als grond voor vluchtelingenstatus.

Net na de Tweede Wereldoorlog was het vermoeden dat een vreemdeling homoseksueel was reden om het naturalisatieverzoek af te wijzen. Vervolgens werd het mogelijk voor een partner uit het buitenland om naar Nederland te komen indien dat gebeurde in het kader van arbeidsmigratie. Rondom de onafhankelijkheid van Suriname werd het mogelijk gemaakt dat partners van hetzelfde geslacht kwamen in het kader van gezinsmigratie, en als laatste volgde de stap waarbij het mogelijk werd om een vluchtelingenstatus te krijgen. In de praktijk kreeg echter nauwelijks iemand vluchtelingenstatus op basis van seksuele geaardheid of genderidentiteit, ondanks uitgebreide aandacht voor onder meer de situatie van homoseksuele mannen in Iran na de revolutie van 1979.

Categorie:Asielrecht Categorie:Migratie en Nederland Categorie:Lhbt