Daniellia ogea is een plantensoort uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). Het is een loofboom die een hoogte tot 45 meter kan bereiken. De rechte en cilindrische stam kan 20 tot 30 meter takvrij zijn en heeft een diameter van ongeveer 125 centimeter. Aan de basis van de stam zijn zeer korte, ronde wortellijsten.
De soort komt voor in de tropische delen van West-Afrika en westelijk Centraal-Afrika, van Senegal tot in Gabon. Daniellia ogea (Harms) Rolfe ex Holland Royal Botanic Gardens, Kew Hij groeit daar in zowel groenblijvende als vochtige semi-ladverliezende bosgebieden en in de buurt van waterbronnen, op hoogtes tussen de 10 en 800 meter. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN geklasseerd als 'gevoelig'.
De boom wordt in het wild geoogst voor lokaal gebruik als medicijn en als bron van hout en gom. De gom wordt gekauwd en gebruikt als laxeermiddel. Verder wordt de gekauwde gom gecombineerd met de bloemen van Tacca leontopetaloides gebruikt als inwrijfmiddel tegen slangengif. Verder wordt de gom ook gebruikt als vernis, om kleding te parfumeren en voor cosmetische zalven.
Uit de stam wordt een bruine, geurige balsem of oleohars gewonnen, bekend onder benamingen als Benin copal of Accra copal. Het wordt gebruikt als vervalsingsmiddel voor copaibabalsem (van Copaifera-soorten), als materiaal voor fakkels en om afgesloten ruimtes te ontsmetten. Het hout wordt gebruikt voor timmerwerk en meubelonderdelen. Daniellia ogea (Harms) Rolfe ex Holland Useful Tropical Plants
Categorie:Vlinderbloemenfamilie Categorie:IUCN-status gevoelig