FC Utrecht is een Nederlandse betaaldvoetbalclub, die uitkomt in de Eredivisie. Thuisbasis van de club, die in 1970 werd opgericht uit een fusie tussen Elinkwijk, DOS en Velox. Deze clubs staan nog altijd in de kraag van de shirts. Deze samenstelling is gaan spelen in Stadion Galgenwaard. Anno 2025 bekleedt FC Utrecht de zesde plek op de eeuwige ranglijst van de Eredivisie. De club won driemaal de KNVB Beker, eenmaal de Johan Cruijff Schaal en werd groepswinnaar in de Zomer Cup/Intertoto Cup.
FC Utrecht was de eerste club buiten de traditionele 'top drie' (Ajax, PSV en Feyenoord) die de Johan Cruijff Schaal wonHistorie Johan Cruijff Schaal, KNVB (gearchiveerd) (voorheen Supercup) en is net als diezelfde 'top drie' nog nooit uit de Eredivisie gedegradeerd. Dit laatste kan mede worden toegeschreven aan het feit dat FC Utrecht een van de jongere betaald voetbalorganisaties is. Maar ook een van de clubs waaruit FC Utrecht ontstond, DOS, speelde vanaf het begin van het betaalde voetbal tot 1970 onafgebroken in de Eredivisie, waardoor de stad Utrecht altijd een Eredivisieclub heeft gehad.
Algemene informatie FC Utrecht beschikt over een voetbalacademie. De jeugd speelt op het Sportcomplex Zoudenbalch, waar ook het eerste team zijn trainingen afwerkt. De jeugdopleiding van FC Utrecht behoort in het seizoen 2008/09 tot de zestien clubs in Nederland die beoordeeld zijn met vier sterren, hetgeen de hoogst haalbare beoordeling is.Certificaten 2007-2010 KNVB, datawire.nl FC Utrecht heeft sinds 2000 ook een samenwerkingsverband met verschillende amateurvoetbalclubs uit de regio. Dit verband, officieel RAC Talentenontwikkeling Midden-Nederland geheten, heeft als doel een betere doorstroming van talenten uit de omgeving naar de jeugdopleiding van de club. Tot de 89 amateurclubs, gecategoriseerd op grootte in Categorie A, B en C, behoren onder andere USV Elinkwijk, SV Argon en SV Houten.
Op 30 september 2005, toen de club officieel 35 jaar bestond, opende FC Utrecht een museum op de vijfde etage van Stadion Galgenwaard. Het nieuwe museum geeft een kijkje in het verleden van de club.
Een bekend icoon uit de geschiedenis van FC Utrecht was de cabaretier en zanger Herman Berkien, groot FC Utrecht-supporter en de maker van een aantal FC Utrecht-gerelateerde liedjes, waarvan Utereg me cluppie wellicht het bekendste is.
Aan het eind van elk seizoen wordt de David di Tommaso-trofee uitgereikt aan de speler die dat seizoen volgens de supporters van de meeste waarde was; de winnaar wordt bepaald middels een internetpoll. De naam is een eerbetoon aan David di Tommaso, de verdediger die meteen in zijn eerste jaar al erg populair was en de prijs voor meest waardevolle speler in ontvangst nam, en die in november 2005 plotseling aan een hartstilstand overleed.Utrecht-voetballer Di Tommaso overleden, NU.nl, 29 november 2005. Gearchiveerd op 16 januari 2023. Zijn rugnummer, 4, zou vanaf dat moment nooit meer gedragen worden bij FC Utrecht.
Op 22 juli 2021 werd bekendgemaakt dat de eerste selectie verhuist naar het nieuwe FC Utrecht Topsportcentrum in Overvecht. De komende 10 jaar is dit de nieuwe thuisbasis. Voor Jong FC Utrecht en de jeugdteams blijft Sportcomplex Zoudenbalch de thuisbasis.
Geschiedenis miniatuur|Tribune in stadion Galgenwaard
Fusie Eind jaren 60 initieerde de gemeente Utrecht fusiegesprekken met de betaald voetbal afdelingen van DOS, Elinkwijk en Velox met als doel betaald voetbal op hoog niveau in Utrecht te kunnen blijven garanderen.
DOS was de grootste van de drie clubs. De club was, met zogenaamd betonvoetbal, al drie jaar lang op het nippertje aan degradatie ontsnapt. Door mismanagement stond de club aan de rand van het faillissement. Een cynische opmerking uit die tijd was: "De club kan niks, zelfs niet degraderen." Door de fusie kon een faillissement voorkomen worden.
Bij Velox en Elinkwijk werden de fusieplannen minder positief ervaren. Velox was begin jaren 60 gepromoveerd naar de Eerste divisie en was enkele keren dicht bij promotie naar de Eredivisie geweest. In 1968 degradeerde de ploeg echter weer naar de Tweede divisie.
Elinkwijk was sportief succesvoller dan Velox. Het wisselde seizoenen in de kelder van de Eredivisie af met seizoenen in de top van de Eerste divisie. Daarnaast leefde bij Elinkwijk het sentiment, dat het van oorsprong geen Utrechtse club was, maar afkomstig was uit het tot 1954 zelfstandige Zuilen. De club had geen voorkeur voor de op handen zijnde fusie, maar bezweek uiteindelijk onder de druk van de gemeente. Elinkwijk probeerde bij de fusiebesprekingen wel een plaats in de hoogste klasse van het amateurvoetbal af te dwingen, maar werd in de tweede klasse geplaatst."Sanering betaald voetbal in Utrecht aanstaande" Leeuwarder Courant van 16 juni 1970 Het daaropvolgende seizoen werd de club kampioen en promoveerde hierdoor alsnog naar de eerste klasse.Historie USV Elinkwijk
In de zomer van 1970 was de fusie een feit en werd FC Utrecht opgericht. Aangezien DOS zich in het seizoen daarvoor ternauwernood had weten te handhaven in de Eredivisie, kon de fusieclub dat seizoen direct uitkomen op het hoogste niveau. De thuisbasis van de fusieclub werd het Stadion Galgenwaard, dat daarvoor het stadion van DOS was, de grootste van de drie fusiedeelnemers.
Eerste seizoen De eerste trainer van de fusieclub werd Bert Jacobs, de toen 29-jarige trainer van Velox, die als assistent de 24-jarige Fritz Korbach naast zich kreeg, die afkomstig was van USV Elinkwijk.Historie FC Utrecht, Bunnikside.nl (gearchiveerd) Hun opdracht was om van de drie kernen, met drie verschillende identiteiten, één club met één cultuur te smeden.
De selectie van FC Utrecht bestond in het eerste seizoen bijna volledig uit oud-spelers van DOS, Elinkwijk en Velox. Er werd slechts een speler van buiten aangetrokken. Verdediger Co Adriaanse kwam voor 125 duizend gulden over van De Volewijckers uit Amsterdam. De kern van de selectie bestond verder uit oud-DOS-spelers Cor Hildebrand, Ed van Stijn, Piet van Oudenallen, Tonnie Nieuwenhuys en John Steen Olsen, oud-Elinkwijkspelers Joop Leliveld, Jan Blaauw, Dick Teunissen en Jan Groenendijk, Leen van de Merkt en oud-Veloxspeler Marco Cabo.
De eerste wedstrijd was een uitduel tegen toenmalig Europacupwinnaar Feyenoord. Groenendijk scoorde het eerste doelpunt van FC Utrecht, maar ondanks de 0–1 verloor de ploeg uiteindelijk met 4–1. De club eindigde in zijn eerste seizoen op de negende plaats.
Bijna-faillissement en wederopstanding In de eerste tien jaar van zijn bestaan groeide FC Utrecht gestaag. Belangrijke spelers uit die periode waren Hans van Breukelen, Leo van Veen en Willem van Hanegem. Begin jaren 80 werd besloten tot een nieuwbouw van het stadion, dat Nieuw Galgenwaard genoemd werd.
In 1981 keerde het tij toen de FIOD een onderzoek instelde naar de club. Hieruit bleek een reeks van malversaties. Transfer- en salariskosten van verschillende spelers werden zwart gefinancierd. Tussen 1976 en 1980 had de club geen premies volksverzekeringen en loonbelasting over hand- en tekengeld betaald. Daarnaast was er gefraudeerd met de recettes. De club kon niet aan de gestelde naheffing voldoen en werd onder surseance van betaling gesteld. Een faillissement leek onontkoombaar. Hierop werden door spelers en supporters diverse acties georganiseerd. Middels een handtekeningenactie wist de club 66 duizend handtekeningen voor behoud van de club op te halen. De spelers gingen, onder leiding van Hans van Breukelen, langs de deuren met kwartetspellen van FC Utrecht en namen een single op getiteld We geven het niet op. De gemeente Utrecht besloot uiteindelijk gehoor te geven aan de sympathisanten en schoot de club het verschuldigde bedrag voor.
De eerste jaren van de jaren 80, onder trainer en oud-speler Han Berger, waren sportief bijzonder succesvol. Zo eindigde de ploeg in 1980 op de vijfde, in 1981 op de derde en in 1982 wederom op de vijfde plaats van de Eredivisie en behaalde de club in 1982 de bekerfinale, die werd verloren van AZ '67. Ook speelde de ploeg voor het eerst Europees voetbal. Dit was voor een groot deel te danken aan het grote aantal jeugdspelers dat in deze jaren doorbrak. Van de achttien selectiespelers die in 1982 de bekerfinale haalden kwamen er veertien uit de eigen jeugd, waaronder spelers als Hans van Breukelen, Gert Kruys, Willy Carbo en Ton de Kruijk. Veel selectiespelers uit deze succesjaren, Leo van Veen, Frans Adelaar, Willem van Hanegem, Ton du Chatinier en Jan Wouters, zouden later als hoofdtrainer terugkeren bij de club.
Hoewel de club sportief hoogtijdagen vierde, was de club financieel verre van gezond. Om het hoofd boven water te houden, moesten ieder seizoen de beste spelers worden verkocht. Zo vertrok Van Breukelen in 1982 naar Nottingham Forest FC, Carbo in 1983 naar Club Brugge en Robbie de Wit in 1984 naar Ajax. Dit had tot gevolg dat FC Utrecht halverwege de jaren 80 terugzakte van een subtopper naar een stabiele middenmoter in de Eredivisie.
Op 1 april 1988 publiceerde het Utrechts Nieuwsblad een artikel over een op handen zijnde overname van FC Utrecht. Een consortium van onder andere de Engels krantenmagnaat Robert Maxwell, Philips, KLM en Johan Cruijff, zouden plannen hebben om het bewind over FC Utrecht over te nemen. De supporters van de club waren fel gekant tegen deze overname, met name door de inmenging van Ajacied Cruijff. Uiteindelijk ketste de overname af.
Nieuwe financiële problemen, zwakke jaren en succesvol begin nieuwe eeuw miniatuur|links|Detail van het nieuwe stadion Na een aantal sportief zwakkere jaren, bereikte FC Utrecht in 1991 de vierde plaats van de eredivisie, met spelers als Johan de Kock, Jan Willem van Ede en Rob Alflen. Hierna ging het echter snel bergafwaarts met de club. Doordat het FC Utrecht niet meer lukte zich te plaatsen voor Europees voetbal werden er inkomsten misgelopen. Tussen 1989 en 1996 werden in zeven jaar tijd, zes trainers versleten en waren er evenveel directiewisselingen. Er ontstonden ruzies en geldproblemen, waardoor er wederom goede spelers verkocht moesten worden om de gaten in de begroting te dichten. Zo vertrok Rob Alflen in 1991 naar Ajax, Johan de Kock in 1994 naar Roda JC en Ferdi Vierklau in 1996 naar Vitesse.
In 1996 greep hoofdsponsor AMEV in. De club kreeg een financiële injectie in ruil voor bestuurlijke macht. De verzekeraar stelde Hans Herremans aan als voorzitter. In 1996 werden direct vele aankopen gedaan. Errol Refos, Rob Witschge en oud-Utrechter John van Loen kwamen over van Feyenoord, Reinier Robbemond van FC Dordrecht, Dick van Burik van NAC Breda en Michael Mols van FC Twente. Ronald Spelbos werd aangesteld als hoofdtrainer met Jan Wouters als assistent naast zich. In 1998 werd er begonnen aan een complete renovatie van het stadion, naar een ontwerp van Zwarts & Jansma Architecten.
Ondanks de kapitaalinjectie, bleven sportieve successen de eerste jaren uit en diverse trainers passeerden de revue. In 1993 werd de subtop nog bereikt, maar tot 2001 wist de club niet hoger dan de 10e plaats te komen. In 1994 en 1996 werd de club zelfs 15e. In 1996 won FC Utrecht maar zes keer, waaronder de belangrijke 1–2 bij FC Twente, waardoor de nacompetitie werd ontlopen. Pas in 2001 wist de ploeg, onder leiding van oud-speler Frans Adelaar weer Europees voetbal te behalen via een 5e plek. Utrecht pakte evenveel punten als RKC, Roda JC en Vitesse, maar behaalde op doelsaldo de vijfde plek. In 2002 verloor de ploeg nog de finale van de KNVB Beker, maar in 2003 en 2004 wist de ploeg, die onder leiding was gekomen van Foeke Booy, de beker te winnen. Belangrijke spelers in deze periode waren onder andere Dirk Kuijt, Tom van Mol, Jean-Paul de Jong, Pascal Bosschaart en Stijn Vreven. In 2004 werd ook nog eens de Johan Cruijff Schaal gepakt ten koste van Ajax (2–4).