miniatuur|Logo van Rai 1 sinds 12 september 2016 Rai 1 (ook bekend als Rai Uno) is een Italiaanse publieke televisiezender. Op 3 januari 1954 begon de zender van de Italiaanse staat, Programma Nazionale. Van 15 maart 1976 tot 3 oktober 1983 heette de zender Rete 1. Sinds 3 oktober 1983 heeft de zender zijn huidige naam. Rai Uno is de belangrijkste tv-zender van de Radiotelevisione Italiana (Rai), de Italiaanse publieke omroep, en is de meest bekeken zender in Italië. Het is een algemeen kanaal met Canale 5 van Mediaset als meest directe concurrent.
Geschiedenis van Rai 1 Jaren 1950 Rai Uno was het eerste televisiekanaal van Italië. Op zondag 3 januari 1954 gingen de officiële uitzendingen van start als Programma Nazionale; omroepster Fulvia Colombo kondigde de officiële start aan van de televisie-uitzendingen van de RAI, waarop de plechtige openingsceremonie en het eerste programma Arrivi e partenze volgden; een programma waarin de presentator Mike Bongiorno op de Italiaanse vliegvelden en in de Italiaanse havens, vertrekkende of gearriveerde Italiaanse en buitenlandse personen interviewde. Andere opvallende persoonlijkheden in de jaren vijftig waren Corrado, Enzo Tortora, Mario Riva, Delia Scala, Walter Chiari, het Amerikaanse duo Abbe Lane en Xavier Cugat, Raimondo Vianello en Ugo Tognazzi.
De televisie heeft een zeer belangrijke rol gespeeld bij de heropleving van Italië die uiteindelijk zou leiden tot een explosieve economische groei; televisie bleek een handige manier om Italië, een land dat nog steeds verdeeld was door vele dialecten, taalkundig te verenigen. Dit werd bereikt dankzij uitzendingen als Non è mai troppo tardi van Alberto Manzi, waardoor veel analfabeten erin slaagden hun basisschool-diploma te halen.
Dankzij variété en quizzen werd televisie zeer populair in Italië, met programma's als Un, due, tre, Il Musichiere, Campanile sera, Canzonissima, waarvan de eerste serie in 1958 werd uitgezonden en de trekking van de Nieuwjaarsloterij mee werd gecombineerd, maar vooral Lascia o raddoppia, de eerste Italiaanse televisiequiz gepresenteerd door Mike Bongiorno, werd zo populair dat men in bars, verenigingen, clubs samenkwam om het programma te volgen. Het succes van de uitzending veroorzaakte een protest bij exploitanten van bioscoopzalen, die klaagden over een aanzienlijke daling van de opbrengsten op de zaterdagavond, de dag waarop het programma werd uitgezonden. Het protest werd gesust door de uitzending te verplaatsen naar de donderdag. Ook aan informatie en sport werd veel aandacht geschonken; al vanaf de eerste dag dat de RAI begon met uitzenden werden Telegiornale en La domenica sportiva uitgezonden, die overigens nog steeds op televisie te zien zijn. Ook populair waren de series die waren gebaseerd op de meest bekende Italiaanse en buitenlandse, voornamelijk negentiende-eeuwse, romans. De eerste serie Il dottor Antonio werd uitgezonden in 1954.
Vanaf 1955 werd het, tot dan toe alleen via de radio te volgen, Festival di Sanremo (Festival van Sanremo) voor het eerst op de televisie uitgezonden. En in 1957 ging Carosello voor de eerst de lucht in, een rubriek vooral geliefd door kinderen. Twintig jaar lang is dit het enige moment geweest waarop de staat tijd voor reclame beschikbaar stelde. Er werden sketches opgevoerd van anderhalve minuut lang, waarbij aan het einde een product gepromoot werd. Carosello is een van de programma's waarmee generaties kinderen zijn opgegroeid.
In het begin en nog vele jaren daarna had de televisie erg te lijden onder de christendemocratische invloed, zowel in de informatie als in het type amusement golden strenge regels voor alle programma's en presentatoren. Zo was bijvoorbeeld het gebruik van woorden die zouden kunnen zinspelen op seksuele organen uitdrukkelijk verboden, evenals het in de maling nemen van politieke personages of geestelijken en het tonen van ontblote lichaamsdelen. In 1956 werd het variété La piazzetta afgeschaft omdat danseres Alba Arnova het podium opkwam met een vleeskleurige panty, wat de indruk gaf naakt te zijn. Ook werd het variété programma Un, due, tre stopgezet en de presentatoren Raimondo Vianello en Ugo Tognazzi ontslagen omdat zei een parodie opvoerden van een val waarin de toenmalige president Giovanni Gronchi de hoofdrol speelde. In veel opzichten kan men uit de geschiedenis van de censuur op televisie de ontwikkeling van de Italiaanse moraal terugvinden.
Jaren 1960 In de jaren zestig wordt het televisietoestel, tot dan toe duur en alleen weggelegd voor de elite, dankzij de economische groei een massaproduct. Volgens velen waren dit de schitterjaren van de RAI en Programma Nazionale. Op 4 november 1961 werd een tweede kanaal, Secondo Programma (het tegenwoordige Rai 2), in het leven geroepen. Terwijl Programma Nazionale de beste programma's met de grootste en bekendste persoonlijkheden uitzond, werden op Secondo Programma de kleinere en goedkopere programma's uitgezonden. Ook waren het de gouden jaren van het variété dankzij persoonlijkheden als regisseur Antonello Falqui, decorontwerper Cersarini da Senigallia en presentatoren en sterren als Mina, Lelio Luttazzi, Johnny Dorelli, Marisa Del Frate, Sandra Mondaini, Bice Valore, de beginners Pippo Baudo en Paolo Panella, naast de eerder genoemde Vianello, Bongiorno, Corrado en Chiari die samen met vele andere de hoofdrolspelers waren in beroemde programma's in de geschiedenis van de Italiaanse televisie als Studio Uno, Biblioteca di Studio Uno, het al genoemde Canzonissima, La fiera dei sogni, Johnny sera, Senza Rete en L'amico del giaguaro.
Het Festival van Sanremo bleef succesvol, en werd tijdens de jaren zestig voornamelijk gepresenteerd door Mike Bongiorno. Ook series als Il mulino del Po, I Promessi Sposi, La cittadella en La freccia nera werden door miljoenen kijkers gevolgd. In 1963 werd de programmering van Canzonissima gestopt door een satirische sketch over de veiligheid op het werk. Het kostte Dario Fo en Franca Rame hun baan bij de RAI voor bijna twintig jaar en het programma werd gestaakt tot 1968, al werd het in de jaren daartussen onder andere namen uitgezonden. Het Telegiornale groeide, ondanks de overduidelijke invloed van de overheid waren er gezaghebbende journalisten als Enzo Biagi, Ugo Zatterin, Ennio Mastrostefano, Emilio Rossi, Ruggero Orlando en Tito Stagno. In deze jaren begon het journaal met correspondenties vanuit de grote wereldsteden en de grote steden van Italië. Ook Carosello bleef bestaan, waarin niet alleen tekenfilmpjes werden getoond, maar ook de meest beroemde acteurs, zangers en presentatoren in figureerden. Daarnaast kwam in de middag televisie voor de jeugd op met tekenfilms en jeugdseries.
Jaren 1970 De jaren zeventig gingen weer van start met een schandaal. Tijdens de tune van Canzonissima '70 toonde de soubrette Raffaella Carrà haar navel. In de eerste helft van de jaren zeventig zette het variété op televisie zich voort met programma's als Formula Due, Milleluci, Teatro 10, Dove sta Zazà en de komst van nieuwe persoonlijkheden als Loretta Goggi, Alighiero Noschese, Enrico Montesano, Pippo Franco en Gabriella Ferri. Op het gebied van sport ontstond in 1970 Novantesimo minuto waarin alle doelpunten in het voetbal werden samengevat. Het programma werd gepresenteerd door journalist Paolo Valenti en was voor miljoenen voetbalfans niet meer weg te denken.
Maar Italië veranderde; de studenten- en arbeidersprotesten, de seksuele liberalisatie, de opstanden van jongeren en het terrorisme van de jaren zeventig (Anni di Piombo, "loodjaren") kenmerkten Italië en de explosieve economische groei was alweer geschiedenis. Ook de televisie werd betwist; het werd gezien als verouderd en verwijderd van alle culturele en sociale veranderingen die Italië doormaakte. Men begon van alle kanten te vragen om een hervorming van de RAI, die de televisie uit de greep van de christendemocraten haalde en het weer dichter bij de mensen en de realiteit bracht.
In 1973 werden Canzonissima en de trekking van de Nieuwjaarsloterij verplaatst van de zaterdagavond naar de zondagmiddag en het ooit zo succesvolle Festival di Sanremo maakte vanaf de tweede helft van de jaren zeventig een minder succesvolle tijd door, het kwam zelfs zover dat slechts de finale werd uitgezonden door Programma Nazionale.
Tussen 1975 en 1977 deden zich verschillende essentiële gebeurtenissen voor. Op 15 maart 1976 ging eindelijk de hervormde RAI van start en Programma Nazionale werd Rete 1 en Secondo Programma werd Rete 2. Deze hervorming zorgde ervoor dat de controle van de RAI verschoof van de regering naar het parlement, waardoor ook partijen die niet in de regering zaten toegang kregen tot dit grote communicatiemiddel. Rete 2 werd het progressieve net, gecontroleerd door de Partito Socialista Italiano (PSI, de Italiaanse Socialistische Partij) met een vernieuwend en soms ruimdenkend programma, terwijl Rete 1 het traditionele net bleef onder katholieke invloed en gecontroleerd door de christendemocraten met een klassieker programma. Er ontstond concurrentie tussen de twee kanalen en vanaf dat moment kon de kijker zelf beslissen waar hij naar keek. Een voorbeeld van deze concurrentie was de zondagmiddag waarbij de kijker kon kiezen tussen Domenica In op Rete 1 en L'altra domenica op Rete 2. Zelfs tussen de journaals was concurrentie; TG1 was katholiek en conservatief en zette zich af tegen het socialistische TG2.
In 1976 ontstond er een nieuw genre op de Italiaanse televisie: de talkshow. Bontà loro gepresenteerd door Maurizio Costanzo was hiervan het eerste voorbeeld. Hierna presenteerde Costanzo in 1978 Acquario en in 1979 Grand'Italia.
In 1976 ontving de Constitutionele Raad een bezwaarschrift van Peppo Sacchi, oprichter van Telebiella, een televisiestation, en legaliseerde de uitzendingen via de ether van de particuliere omroep op regionaal niveau. De RAI verloor het monopolie op de televisie-uitzendingen op lokaal niveau, ook al had het al vanaf eind jaren zestig te maken gehad met de concurrentie van vreemde televisiezenders in de Italiaanse taal als Telecapodistria, Telemontecarlo en TSI die, door van buiten de grens uit te zenden, hun eigen programma's konden uitzenden op nationaal niveau en zo de wet op het monopolie konden omzeilen.
In januari 1977 werd na twintig jaar de rubriek Carosello beëindigd en vanaf dat moment werden de reclames uitgezonden in reclameblokken. Een maand later, tien jaar later dan het grootste deel van de rest van de Europese televisie, begon ook de RAI met het uitzenden van de eigen programma's in kleur. Vanaf 1979 werden alle programma's in kleur uitgezonden, terwijl bijvoorbeeld enkele lokale televisiezenders, met beperktere middelen, dit al veel eerder dan de RAI deden.
Met de kleurentelevisie ontstond nieuwe televisie met vernieuwende variété, zoals Non stop en Fantastico gepresenteerd door Enzo Trapani. Op 15 december 1979 gingen de uitzendingen van Rete 3 van start die dicht bij de Partito Comunista Italiano (PCI, de Italiaanse Communistische Partij) stond en tot aan 1987 aan een culturele programmering gewijd was.
Jaren 1980