De Slag om Ismaïlia was de laatste slag tussen de Egyptische krijgsmacht en het Israëlisch defensieleger in de Jom Kippoeroorlog van 18 tot 22 oktober 1973 ten zuiden van de stad Ismaïlia op de westelijke oever van het Suezkanaal in Egypte. Ariel Sharon trachtte Ismaïlia in te nemen maar Egyptische parachutisten en commando’s hielden stand.

Achtergrond Op 6 oktober 6 1973 waren het 2e Leger en het 3e Leger van de Egyptische krijgsmacht het Suezkanaal overgestoken met Operatie Badr en op 10 oktober hadden ze een strook van 15 km diep van de Sinaï die in de Zesdaagse Oorlog verloren gegaan was heroverd op Israël.

Om de Syrische strijdkrachten te helpen, beval Anwar Sadat om op 14 oktober verder aan te vallen, zonder beschutting van luchtafweer, maar Egypte verloor de Slag om de Sinaï.

Het Israëlisch defensieleger begon een tegenaanval om met Operatie Abirey-Halev zelf het Suezkanaal over te steken naar de westelijke oever om de 2e en 3e Legers van Egypte af te snijden van bevoorrading. Ze wonnen de Slag om de Chinese boerderij om de weg naar het kanaal vrij te maken.

Op 15 oktober hadden de Israëli twee bruggen gelegd over het Suezkanaal bij Deversoir ten noorden van het Grote Bittermeer. Op 16 oktober staken drie Israëlische pantserdivisies het Suezkanaal over naar de westelijke oever in Egypte. Twee reden naar het zuiden om Suez in te nemen en de 143e pantserddivisie van generaal-majoor Ariel Sharon reed naar het noorden om Ismaïlia in te nemen, om de aanvoerlijnen van drie Egyptische divisies van het 2e Leger op de oostelijke oever van het Suezkanaal af te snijden.

Het slagveld De westelijke oever van het Suezkanaal lagen tussen het Grote Bittermeer en het kanaal van Ismaïlia 5 versterkingen met 30 m hoge wallen, van waar de Egyptische artillerie naar de Israëli op de oostelijke oever had geschoten bij begin van Operatie Badr: van noord naar zuid: #een pompstation bij Deversoir, de dorpen Serabaeum, Touscan, Heneidac en Jebel Mariam.

Het was landbouwgebied met dijken, irrigatiekanalen, boomgaarden met mango’s en sinaasappels. Ten westen van het Suezkanaal en evenwijdig ermee liep het drinkwaterkanaal met drinkwater voor de bewoners. Het takte af van het Kanaal van Ismaïlia, liep ten oosten van de Nijl bij Caïro naar het Timsahmeer bij Ismaïlia. Er lagen vier bruggen over het kanaal van Ismaïlia. De brug Abu Gamus bij Ismaïlia Een spoorwegbrug bij Nafisha ten westen van Ismaïlia Een verkeersbrug bij Nafisha. De bovenste brug verder naar het westen. De genie had de bruggen voorzien van explosieven om ze te kunnen opblazen.

De slagorde De Egyptische krijgsmacht De reserve van het 2e Leger omvatte de 10e en 118e brigades gemechaniseerde infanterie op de noordelijke oever van het kanaal van Ismaïlia.

miniatuur|Kolonel Ismail Azmy, commandant van de 182e brigade parachutisten

De 182e brigade Egyptische parachutisten van kolonel Ismail Azmy bestond uit het 81e, 85e en 89e bataljon, elk bestaande uit drie compagnieën en lag ten zuiden van Ismaïlia om te verdedigen tegen een Israëlische aanval. Ismail Azmy kwam om 24:00 op 17 oktober te Nafisha aan met zijn brigade.

Brigade-generaal Abdul Munim Khaleel, commandant van het 2e Leger duidde de versterkingen aan als in te nemen doelen, omdat de hellingen artilleriesteun konden bieden aan de Egyptische troepen op de oostelijke oever van het Suezkanaal. De parachutisten moesten ook Serabaeum en de bruggen over het drinkwaterkanaal beveiligen.

Het 85e bataljon parachutisten van luitenant-kolonel 'Atef Monsif had een tegenaanval uitgevoerd bij Deversoir, maar ze hadden 100 doden, gewonden en vermisten en trokken zich bij zonsopgang op 18 oktober terug naar de militaire basis Inshas om te hergroeperen.

In het gebied lag ook het 73e bataljon van de 129e El-Sa'ka Forces. De El-Sa'ka Forces hadden zwaar gevochten bij Serabaeum, Deversoir en de nabije Abu Sultan Air Base. Laat op 17 oktober 17 trokken de twee compagnieën van het bataljon zich terug van Deversoir naar het noorden om Serabaeum te verdedigen.

Het Israëlisch defensieleger miniatuur|Ariel Sharon, commandant van de 143e pantserdivisie op Egyptische bodem kon Ismaïlia niet innemen. miniatuur|Kolonel Danny Matt viel aan met zijn 243e brigade Israëlische parachutisten voorop. De parachutisten en enkele tanks waren op 16 oktober overgevaren in rubberbootjes en op vlotten en hielden het Israëlische bruggenhoofd op de westelijke oever van het Suezkanaal. Op 18 oktober stak de pantserdivisie van Ariel Sharon het Suezkanaal over met de 243e brigade parachutisten van kolonel Danny Matt en een tankbrigade van kolonel Haim Erez.

Sharon wilde het Israëlische bruggenhoofd noordwaarts uitbreiden en kreeg toelating om ook de tankbrigade van kolonel Amnon Reshef het Suezkanaal te laten oversteken, en die deed dat op 19 oktober. De tankbrigade van Amnon Reshef had zwaar gevochten in de Slag om de Chinese boerderij en was afgelost door Israëlische versterkingen.

De Slag 18 oktober miniatuur|Tanks van Ariel Sharon tijdens de slag.

De ochtend van 18 oktober trokken de Israëlische parachutisten noordwaarts. Sharon beval de aanval, hoewel hij nog geen toestemming had. Een Israëlisch bataljon reed naar Serabaeum met voorop een compagnie halfrupsvoertuigen. Het dorp was bezet door een compagnie van het 73e bataljon El-Sa'ka Forces versterkt met een peloton. De Israëli kwamen onder vuur, maar de commandant beval om door te rijden. In het dorp stuitten ze op hevige weerstand en het voorste halfrupsvoertuig werd afgesneden.

14 man waaronder de compagniecommandant kapitein Asa Kadmoni schuilden in een huis. Asa Kadmoni legde zich in een verdekte stelling en liet anderen munitie brengen en vocht drie uur op afstanden van 10 tot 15 m met zijn M72 LAW antitankwapen. Andere parachutisten met tanks bereikten de eenheid en evacueerde ze. De parachutisten telden 11 doden en 27 gewonden. Asa Kadmoni ontving de Medal of Valor omdat hij vocht tegen een grote groep vijanden die hem omsingeld hadden, maar hij leverde die later weer in uit protest tegen het Israëlische defensiebeleid.

De andere compagnie van het bataljon El-Sa'ka Forces bezette stellingen ten noorden van Abu Sultan. De Egyptenaren kregen in de nacht van 17 op 18 oktober bevel terug te trekken, maar door hevig vuur konden ze niet uit hun stellingen. Ali Heikal beval artilleriebeschieting en in de stelling van de compagnie El-Sa'ka Forces vielen doden door eigen vuur. De Israëlische parachutisten vielen aan in de ochtend en man-tegen-mangevechten volgden. Beide zijden leden zware verliezen, maar de El-Sa'ka Forces hielden hun stellingen. ‘s Nachts trokken beide compagnieën terug. Het 73e bataljon El-Sa'ka Forces telde op 18 oktober 85 doden waaronder 11 officieren en trok terug om te hergroeperen.

miniatuur|Een Israëlische soldaat met een Uzi-pistoolmitrailleur bij een wegwijzer naar Ismaïlia

In de ochtend trokken de parachutisten van Ismail Azmy naar het zuiden. Het 89e bataljon bezette alle vijf versterkingen tussen Jebel Mariam en het pompstation. De commandant verdeelde zijn troepen gelijk over de vijf versterkingen.

Vanaf de wal bij het pompstation konden de parachutisten de Israëlische pontonbrug bij Deversoir zien en artillerievuur naar de brug aansturen. De artillerie van het 2e Leger vuurde tot de volgende dag ononderbroken naar de brug. Volgens de militaire journalist Edgar O'Ballance vreesden de Israëli de Egyptische kanonniers. In een nacht van beschieting van de oversteekplaats bij Deversoir raakten 100 Israëli gedood en honderden gewond. Het nauwkeurige Egyptische artillerievuur alarmeerde de Israëli, die de versterking bij het pompstation met tanks en aanvielen en innamen. De bataljonscommandant zette een tegenaanval in om het pompstation te heroveren, maar enkel met de oorspronkelijke troepen en dat mislukte.

miniatuur|Israëlische soldaten bij een spoorweg. Een van hen heeft een RPG-7 naast zich. Het 81e bataljon bereikte Serabaeum en nam verdedigende stellingen in ten zuiden van het treinstation in een heuvel die de Israëli “Orcha” noemden. Enkel die twee bataljons parachutisten lagen nog tussen de pantserdivisie van Ariel Sharon en het kanaal van Ismaïlia.

miniatuur|Stafchef Saad el-Shazly kwam van Caïro naar Ismaïlia om de toestand in te schatten. Hij trok stiekem de 15e tankbrigade en een bataljon met antitankwapens en een bataljon infanterie terug van de oostelijke naar de westelijke oever van het Suezkanaal en werd er na de oorlog voor ontslagen en verbannen. In de namiddag kwam de Egyptische stafchef Saad el-Shazly op bevel van president Anwar Sadat aan bij het hoofdkwartier van het 2e Leger in Ismaïlia. Saad el-Shazly wilde de toestand inschatten en met Abdul Munim Khaleel een plan uitwerken om de Israëlische opmars te stuiten.https://web.archive.org/web/20110507130315/http://www.cgsc.edu/carl/download/csipubs/gawrych/gawrych_pt6.pdf

Abdul Munim Khaleel en Saad el-Shazly gingen akkoord om de 15e tankbrigade terug te trekken van de oostelijke oever van het Suezkanaal naar het noorden van Ismaïlia als reservemacht. De Egyptische troepen op de oostelijke oever van het Suezkanaal moesten naar het zuiden aanvallen om de Israëlische corridor naar het Suezkanaal te vernauwen. De brigade parachutisten van Ismail Azmy moest het zuiden van het kanaal van Ismaïlia verdedigen met hulp van El-Sa'ka Forces.

De brigade parachutisten van Ismail Azmy had geen antitankwapens: haar bataljon ATGM met 9M14 Maljoetka en RPG-7 was naar de oostelijke oever van het Suezkanaal gestuurd voor Operatie Badr. Abdul Munim Khaleel en Saad el-Shazly trokken dit bataljon en een tweede van de 118e brigade infanterie op 18 oktober stiekem terug uit de Sinaï naar hun eenheden op de westelijke oever van het Suezkanaal.

miniatuur|Minister van Oorlog veldmaarschalk Ahmed Ismail Ali verbood om troepen van de oostelijke naar de westelijke oever van het Suezkanaal terug te trekken om Ismaïlia te verdedigen. Saad el-Shazly en Abdul Munim Khaleel deden dat stiekem, want het ging in tegen de bevelen van Anwar Sadat en minister van oorlog Ahmed Ismail Ali om geen troepen van de oostelijke over van het Suezkanaal naar de westelijke oever terug te trekken. De 15e tankbrigade werd niet teruggetrokken naar de westelijke oever van het Suezkanaal en de geplande tegenaanval op de oostelijke oever werd afgelast.

19 oktober miniatuur|Kolonel Amnon Reshef leidde de 14e tankbrigade. De 14e tankbrigade van Amnon Reshef stak die ochtend het Suezkanaal over. Ariel Sharon kreeg toestemming om Ismaïlia aan te vallen.

Het 85e bataljon had zich gehergroepeerd op de basis Inshas en keerde terug naar Ismaïlia onder bevel van Ismail Azmy. De 129e El-Sa'ka Forces trokken terug naar Abu Suweir ten noorden van Ismaïlia om te hergroeperen. Ali Heikal kreeg bevel om de weg an Caïro naar Ismaïlia en de bovenste brug te verdedigen.

Ariel Sharon stuurde de Israëlische parachutisten van Danny Matt weer noordwaarts naar Serabaeum, waar het 81e bataljon Egyptische parachutisten verdedigde. De aanval mislukte en Ariel Sharon stuurde Amnon Reshef links van Danny Matt. Met een bataljon van 30 tanks en gemechaniseerde infanterie rolde Amnon Reshef de linkerflank op. Om 9:25 berichtte Saad el-Shazly het hoofdkwartier:

Er waren gevechten op korte afstand in de loopgraven. Bijkomende troepen werden ingezet tegen de heuvel “Orcha”. In de namiddag meldden de parachutisten dat hun verdediging doorbroken was. Zij brachten de bruggen over het drinkwaterkanaal te Serabaeum tot ontploffing en trokken zich 5 km noordwaarts terug naar Ain Ghasin. De Israëli namen de Egyptische stellingen in en ontdekten op de heuvel “Orcha” een afluisterpost.

Ismail Azmy beval het 89e bataljon om van Serabaeum terug te trekken naar de nabije versterking Touscan, 12 km ten zuiden van Ismaïlia. De Israëli bezetten de wallen van Serabaeum en schoten van daar op Egyptische stellingen op de andere kanaaloever.