De Slag om de Chinese boerderij was een veldslag tussen het Israëlisch defensieleger en de Egyptische krijgsmacht van 15 tot 17 oktober 1973 in de Jom Kippoeroorlog bij de “Chinese boerderij”, een na de Zesdaagse Oorlog verlaten Egyptisch proefstation voor landbouw in de Sinaï op de oostelijke oever van het Suezkanaal ten noorden van het Grote Bittermeer. Op het proefstation stonden Japanse landbouwwerktuigen en de Israëli zagen het Japans schrift aan voor Chinees schrift en noemden het daarom de “Chinese boerderij” op hun stafkaarten.

Voorafgaand De Egyptische krijgsmacht was met operatie Badr het Suezkanaal overgestoken, maar had dan de Slag om de Sinaï verloren. Het Israëlisch defensieleger wilde met Operatie Abirey-Halev zelf het Suezkanaal oversteken naar de westelijke oever om de bevoorrading van het Egyptische 2e en 3e Leger in de Sinaï op de oostelijke kanaaloever af te snijden. Daartoe moesten ze hun oversteekplaats beveiligen en de Egyptische strijdkrachten in en rond de Chinese boerderij uitschakelen.

Het plan miniatuur|Satellietfoto van het Grote Bittermeer met ten noorden de Chinese boerderij Op 14 oktober legde stafchef David Elazar de regering van Israël te Tel Aviv het plan voor om het Suezkanaal over te steken om de aanvoerlijnen van de 2e en 3e Egyptische Legers op de oostelijke oever af te snijden. De regering stemde unaniem toe. miniatuur|Stafchef David Elazar en zuidelijk commandant Haim Bar-Lev

Later die dag verdeelde de zuidelijke commandant Haim Bar-Lev de taken en verantwoordelijkheden onder de generaal-majoors Avraham Adan, Ariel Sharon en Kalman Magen voor een oversteek van het Suezkanaal bij Deversoir ten noorden van het Grote Bittermeer in de nacht van 15 op 16 oktober. De Israëli moesten een corridor van 5 km ten noorden van de oversteekplaats openen. Parachutisten en tanks moesten dan het kanaal overvaren en een 5 km diep bruggenhoofd vestigen, waarna twee bruggen over het Suezkanaal gelegd moesten worden tegen de ochtend van 16 oktober.

De Israëli moesten dan oversteken naar de westelijke oever en naar het zuiden en het westen aanvallen om Suez in te nemen en zo twee Egyptische divisies op de oostelijke oever van bevoorrading af te snijden. Haim Bar-Lev gaf 24 uur om het bruggenhoofd te vestigen en 24 uur om Suez te bereiken, ten laatste op 18 oktober.

Slagorde Israël miniatuur|Ariel Sharon De 143e divisie van Ariel Sharon moest de corridors openen en de bruggen leggen. Hij beschikte over de 600e pantserbrigade van Tuvia Raviv de 14e pantserbrigade van Amnon Reshef en de 'Haim' brigade van Haim Erez.

miniatuur|Avraham Adan leidde de 162e pantserdivisie. De 162e pantserdivisie van Avraham Adan moest het Suezkanaal oversteken en met 300 tanks de aanvoerlijnen omsingelen. Hij beschikte over de 217e pantserbrigade van Natke Nir, de 460e pantserbrigade van Gabi Amir en de 500e pantserbrigade van Aryeh Keren. Hij zou ook nog een brigade parachutisten van Dani Matt krijgen.

De 252e divisie van Kalman Magen zou de verdedigers afleiden van de operatie van Ariel Sharon en later de corridor en het bruggenhoofd beveiligen.

Egypte miniatuur|Abd Al-Halim Abu-Ghazala was commandant van het 2e Leger miniatuur|Brigadegeneraal Ibrahim El-Orabi was commandant van de 21e pantserdivisie. In dat gebied lag de zuidelijke flank van het 2e Leger van Abd Al-Halim Abu-Ghazala. Dit waren de 21e pantserdivisie van brigadegeneraal Ibrahim El-Orabi en de 16e divisie infanterie van brigadegeneraal Abd Rab el-Nabi Hafez. Abd Rab el-Nabi Hafez voerde ook het bevel over troepen in het bruggenhoofd van zijn divisie.

Ibrahim El-Orabi beschikte over de 1e tankbrigade van kolonel Sayed Saleh, de 14e pantserbrigade van kolonel Othman Kamel en de 18e brigade gemechaniseerde infanterie van kolonel Talaat Muslim.

miniatuur|Kolonel Abd el-Hamid Abd el-Sami' was de commandant van de 16e brigade infanterie Abd Rab el-Nabi Hafez beschikte over de 16e brigade infanterie van kolonel Abd el-Hamid Abd el-Sami', de 116e infanteriebrigade en de 3e brigade gemechaniseerde infanterie.

Het slagveld miniatuur|Generaal Abd Rab el-Nabi Hafez na de oorlog. Hij was commandant van alle Egyptische strijdkrachten in het bruggenhoofd van de 16e divisie infanterie. Op 18 oktober raakte hij gewond door een scherf van een artilleriegranaat en zijn stafchef verving hem.

Twee wegen leidden naar de voorziene oversteekplaats Deversoir.

De eerste weg “Akavish” van Tasa naar Tel Salam verbond de artillerieroute op 15 km van het kanaal met de weg “Lexicon” naast het kanaal. Het kruispunt “Lexicon”-”Akavish” lag bij Tel Salaam bij het Grote Bittermeer en 6 km ten zuiden van Deversoir, waar “Fort Lakekan” van de Bar-Levlinie lag. “Fort Lakekan” was op 8 oktober zonder slag of stoot verlaten.

De tweede weg “Tirtur” verbond ook de artillerieroute met de weg “Lexicon” ten noorden van de weg “Akavish” en leidde meteen naar de oversteekplaats. Het kruispunt “Lexicon”-”Tirtur” lag bij “Fort Matzmed” met twee versterkingen 500 m apart, die een kleine aanvalsmacht op 9 oktober veroverd had.

Beide forten lagen in de 35 km lange bufferzone tussen het 2e en 3e Leger. De bufferzone grensde aan het Grote Bittermeer, een natuurlijke hindernis en lag buiten bescherming van luchtdoelraketten. Daarom had de Egyptische commandant de bufferzone niet bezet.

miniatuur|De Chinese boerderij Ten noorden van het kruispunt “Lexicon”-”Tirtur” lag het dorp al-Galaa, waar voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 een Egyptisch proefstation voor landbouw lag. Op het verlaten proefstation met irrigatiekanalen stonden nog Japanse landbouwwerktuigen. Toen de Israëli de Sinaï bezetten, hielden ze het Japans schrift voor Chinees schrift en ze noemden de plaats “Chinese boerderij” op hun stafkaarten.

Ten noorden en noordwesten van de Chinese boerderij lag een heuvelgroep die de Israëli “Missouri” noemden.

Tijdens Operatie Badr lagen al-Galaa en de Chinese boerderij in het bruggenhoofd van de 16e divisie infanterie. De 16e brigade infanterie van Abd el-Hamid's bezette en verdedigde die plaatsen. Op 9 oktober viel de brigade van Raviv aan, maar werd tegen het einde van de dag teruggeslagen.https://web.archive.org/web/20101208065613/http://www.cgsc.edu/carl/download/csipubs/gawrych/gawrych_pt5.pdf

Op 13 oktober lag ook de 21e pantserdivisie in midden en het noorden van het bruggenhoofd van de 16e divisie.

De 14e brigade was aan het oversteken en vocht samen met de 1e brigade in het Egyptisch offensief op 14 oktober en had de helft van haar tanks verloren. Ibrahim El-Orabi trachtte te reorganiseren en zijn verliezen te vervangen, maar lag onder artillerievuur en luchtaanvallen. Op 15 oktober lagen 136 tanks in het Egyptisch bruggenhoofd: 66 in de 1e tankbrigade en 39 in de 14e tankbrigade, 39 in de 14e tankbrigade en 31 in de 18e brigade gemechaniseerde infanterie. Niettegenstaande hun verliezen had Ibrahim El-Orabi meer tanks dan Amnon Reshef.

In de vroege ochtend van 15 oktober 15 verplaatste Avraham Adan zijn divisie van zijn noordelijke stelling naar een plaats ten westen van Tasa om de oversteek voor te bereiden.

De divisie van Ariel Sharon lag sinds zijn aankomst in de Sinaï op 13 oktober in de centrale sector met de twee bruggen. Zijn hoofdkwartier lag bij Tasa, 40 km ten oosten van het kanaal.

Inleidende manoeuvres Toen hij op 14 oktober orders van Bar-Lev kreeg, bereidde Ariel Sharon in zijn hoofdkwartier de operatie voor. Hij beschikte over de brigade van Raviv, de 14e tankbrigade van kolonel Amnon Reshef, de 'Haim' Brigade van kolonel Haim Erez en de 243e brigade parachutisten van kolonel Dani Matt.

Ariel Sharon liet Raviv vanuit het oosten aanvallen, om de Egyptenaren van Deversoir weg te lokken. Erez moest een rollenbrug naar de oversteekplaats bij Deversoir trekken en een van zijn tankbataljons moest de parachutisten begeleiden. Amnon Reshef had vier tankbataljons en drie bataljons gemechaniseerde infanterie en een bataljon verkenners van luitenant-kolonel Yaov Brom. Zijn brigade moest op 15 oktober 6:00 ten zuiden van de weg “Akavish” zwenken en door de zandduinen naar “Fort Lakekan” rijden en dan naar het noorden rijden om “Fort Matzmed” te bezetten.

Dan moest zijn brigade opsplitsen om de wegen “Akavish” en “Titur” vrij te maken en de Chinese boerderij in te nemen, de oversteekplaats te bezetten en te wachten op de parachutisten van Dani Matt. De brigade van Dani Matt had ook een compagnie tanks en moest naar het zuidwesten rijden over “Akavish” om “Fort Matzmed” te bereiken. Vandaar zouden ze verder rijden naar de oversteekplaats om rond 23:00 het kanaal over te steken: de parachutisten in rubberbootjes en de tanks op vlotten.

Op 15 oktober 16:30 reden de parachutisten van Dani Matt naar Tasa en zwenkten dan oostwaarts naar “Akavish”. De parachutisten ondervonden moeilijkheden met hun vervoer: ze hadden maar 32 van de 60 beloofde halfrupsvoertuigen. Dani Matt eiste te Refidem 26 halfrupsvoertuigen van een andere eenheid op. De parachutisten kregen hun 60 rubberbootjes, maar die waren per vergissing 5 km ten noorden van Tasa afgeleverd. Kort na 24:00 verliet de brigade “Akavish” en reed westwaarts naar de oversteekplaats, 700 m lang en 150 m breed en beschut door zandwallen van de Bar-Levlinie.

Amnon Reshef reed zijn brigade zoals gepland en zonder weerstand tussen de 2e en 3e Legers. Hij liet verkenners en parachutisten bij het kanaal en stuurde zijn tanks naar het noorden en het westen om de flanken te verdedigen de wegen “Akavish” en “Tirtur” te beveiligen voor de bruggen. Hij bezette “Fort Lakekan” en “Fort Matzmed” zonder tegenstand. Amnon Reshef meldde Ariel Sharon dat hij de forten in handen had en dat de weg “Akavish” vrij was. Ariel Sharon lichtte Haim Bar-Lev in.

De slag miniatuur|Kolonel Abd el-Hamid Abd el-Sami' ving met zijn 16e brigade infanterie de Israëlische aanval op in de nacht van 15 op 16 oktober.

Dani Matt was ingelicht dat de oversteekplaats en de omgeving vrij waren, maar uit voorzorg stuurde hij zijn compagnie tanks naar het kruispunt van de wegen “Lexicon” met “Tirtur” 800 m ten noorden van de oversteekplaats om eventuele Egyptische troepen tegen te houden. Die compagnie reed in een hinderlaag van de 16e brigade Egyptische infanterie en werd vernietigd. De commandant en de meeste van zijn mannen sneuvelden, maar Dani Matt wist dat niet.

De Israëlische artillerie schoot 70 ton granaten op de westelijke oever, hoewel daar geen Egyptische troepen waren. Om 01:35 begon de oversteek, 5 uur te laat. Om 9:00 waren 2000 parachutisten en een bataljon van 30 tanks overgevaren.https://web.archive.org/web/20101208065642/http://www.cgsc.edu/carl/download/csipubs/gawrych/gawrych_pt6.pdf Ze zochten Egyptische luchtafweer op de westelijke oever en vestigden een bruggenhoofd van 4 km diep zonder tegenstand.

Op 15 oktober 17:00 begon de pantserbrigade van Tuvia Raviv met de afleidingsaanval vanuit het oosten tegen het midden van het bruggenhoofd van de 16e divisie na een inleidende beschieting. De Egyptenaren sloegen de aanval af. Toen de Israëli de zuidelijke flank van de 16e divisie aanvielen, dachten de Egyptenaren 24 uur lang dat de Israëli de rechterflank van het 2e Leger wilden oprollen en beseften ze niet dat het doel was om het Suezkanaal over te steken naar de westelijke oever. Als ze dat wel beseft hadden, dan hadden ze met hun overmacht op beide kanaaloevers bij Deversoir de oversteek kunnen afslaan.

Het kruispunt miniatuur|Wrakken van Israëlische tanks bij het kruispunt. Toen de parachutisten wilden overvaren, kreeg Amnon Reshef bericht zich weer Egyptische infanterie op de weg “Akavish” bevond. Hij stuurde een tankbataljon om de weg vrij te maken en stuurde drie tankbataljons en drie bataljons gemechaniseerde infanterie naar het noorden om de weg “Tirtur” en de Chinese boerderij te beveiligen.

Een bataljon infanterie op de rechterflank van de 16e brigade van Abd el-Hamid verdedigde het kruispunt van de wegen “Lexicon” en “Tirtur”.