thumb|200px|Gróa en Heiðr in deze illustratie van een 19e-eeuwse Zweedse vertaling van de Poëtische Edda.
Völva of volva, wolwa (ook vala of veleta en soms gelijkgesteld met Spákona) is een term uit de oernoordse cultuur van Kelten en Germanen en duidde in de IJzertijd tot in de Middeleeuwen een sjamanistische zieneres in de heidense samenleving aan. Er wordt vaak naar haar verwezen in de Noordse mythologie. Bij de Kelten of Galliërs werd de zieneres meestal veleta genoemd.
Als zieneres was de völva (veleta) een sjamanka die in trance liederen zong, bezweringen uitsprak en het lot voorspelde van de aanwezigen. Ze zou zowel het verleden als de toekomst kunnen verklaren.
De völva werd als fjölkunnig (volkundig, 'kundig in veel') beschouwd,Vatnsdœla saga Hs. 10. wat wil zeggen, dat zij naast het bezit van nog andere kennis en kunde, zowel de kunsten van seiðr en spá als die van galdr machtig was.
Zulke zieneressen/priesteressen worden voor het eerst beschreven in Romeinse verslagen over de Cimbri. Daarin wordt vermeld dat ze zich bezighielden met het offeren van krijgsgevangenen.
Julius Caesar vermeldt in zijn De Bello Gallico dat Germaanse zieneressen het moment voor de strijd kozen en ook Tacitus verwijst naar dergelijke invloedrijke vrouwen en met name naar Veleda. Voorts worden Gotische priesteressen vermeld door Jordanes en de Lombardische historicus Paulus Diaconus.
Archeologische opgravingen bevestigen dat het om vooraanstaande vrouwen met hoog aanzien ging.
Terminologie en etymologie Het Oudnoordse vǫlva betekent "spinrok (of toverstaf) dragend" of "draagster van een (magische) staf"Mercatante & Dow 2004, II:893. en gaat voort op het Protogermaans *walwōn, afgeleid van een woord voor "staf" (ON vǫlr).Hellquist 1922:1081 Vala, daarentegen, is een literaire vorm gebaseerd op Völva.
Een spákona (met een Oudengels verwant woord spæwīfe) is een "profetes", van het ON woord spá dat refereert aan profetie, voortgezet in het Protogermaanse *spah- en de PIE wortel *(s)peḱ, is bijgevolg verwant aan het Latijn spiciō (“ik zie”) en Sanskrit spáśati en páśyati (“ziet”, etc.).Hellquist 1922:851
Als beoefenaarster van seiðr is zij een seiðkona (letterlijk "seidvrouw").
Taak thumb|200px|Baldrs draumar; Völva, Odin, Sleipnir en een hellehond (1895) door Lorenz Frølich Völvas waren degenen die de kennis en kunde bezaten omtrent seiðr, spá en galdr, praktijken waar sjamanisme, hekserij, profetie en andere vormen van autochtone magie aan te pas kwamen. Seiðr had met name bij de mannen op zeker moment de connotatie van ergi (onmannelijk), al waren er ook mannelijke heksen.
Uit historische en mythologische beschrijvingen blijkt dat Völvas sociaal zeer hoog gewaardeerd werden. Hun macht was zelfs dusdanig groot, dat zelfs de vader van de goden, Odin bij een (goddelijke) Völva te rade ging, om te laten voorspellen wat er van zijn wereldse schepping en de goden zelf ooit zou geworden. Dit verhaal is bewaard in de Völuspá, wat zich laat vertalen als "voorspelling van de Völva".
Voorbeelden van Völvas uit de Noordse literatuur zijn de zieneres Heiðr (Heidi) in de Völuspá, Gróa in Svipdagsmál, Thorbjörg in de Sage van Erik de Rode en Huld in bijvoorbeeld de Ynglinga sage.
thumb|200px|right|Hyndluljóð; Freya maakt Hyndla wakker (1908) door W.G. Collingwood De Völvas werden niet als geheel ongevaarlijk beschouwd De godin die als meest begaafd in magie werd aangezien was Freya. Zij was niet enkel godin van de liefde en de vruchtbaarheid, maar evengoed een oorlogsgodheid die angstgeschreeuw, bloed en dood veroorzaakte als het moest. Wat zij in de godenwereld Asgaard bewerkstelligde, probeerden de Völvas in Midgard, de mensenwereld, te doen.Harrison & Svensson 2007:55 Haar wapen was niet de speer, de bijl of het zwaard. Zij regelde de strijd met andere wapens, zoals het spinrok.
(zie de sectie Toverstok en weven onderaan).
Mythische verwijzingen thumb|Gullveig wordt op speren boven een vuur gehangen door de Asen (1895) door Lorenz Frølichthumb|200px|Gróa in haar grafheuvel (1882) door Carl Ehrenberg De Volva werd geacht als mens een rechtstreekse afstammingslijn te hebben van de oudste entiteiten, de Jötun, net zoals de Goden.bijvoorbeeld Heiðr is volgens Völuspá hin skamma (Hyndluljóð) een kind van de Jötun Hrímnir
Gullveig kon spá 'volu vel spá' 'volva goed in spá' (voorspellen). Ook wordt zij het plezier van kwade vrouwen genoemd, wat suggereert dat zij een heks (fordodha) was. Er wordt gedacht dat Heiðr een alternatieve naam voor Gullveig is.
In de Völuspá is de Volva aan het woord om aan oppergod Odin zelf inzicht en kennis te verschaffen omtrent zijn schepping en hoe het deze zal vergaan. De Volva roept beelden op van de negen vroegere wereldbomen, het aardestelsel is het tiende na de ijsreus Ymir. In de Völuspá wordt het verschil uitgelegd tussen twee vala (zij ziet veel; ik zie meer).
In Hyndluljóð ontmoet de godin Freya de Völva Hyndla en rijden ze samen naar het Walhalla.
In Baldrs draumar gaat de oppergod voor een droomverklaring te rade bij een dode Völva (zie ook Hel en Garmr).
De reus Hrungnir schept in Asgaard op en laat zich door Freya bedienen als hij te veel bier heeft gedronken. Thor wordt woedend. De reuzen maken een reus van modder om Rungner in zijn strijd tegen Thor bij te staan. Ze noemen de modderreus Mökkurkalfi, hij krijgt het hart van een merrie. Mockerkalfe verliest veel water als hij Thor ziet naderen. Thor en Rungner slingeren op de grens van Asgard en Jotunheim de hamer en bijl, waarna de bijl van Rungner in tweeën breekt. Eén helft verspreidt zich over de aarde (dit werden magneetstenen) en de andere helft raakt het hoofd van Thor. Gróa (groei) probeert het deel van de bijl door middel van magisch gezang te verwijderen. Thor vertelt dan hoe hij de vroegere reus Örvandel (Orion) redde en door dit verhaal vergeet Groa haar toverspreuken. De stenen bijl zit nog altijd vast in de schedel van Thor.
thumb|200px|De Völva Gróa en haar zoon bij de grafheuvel (1908) door W.G. Collingwood In Grogaldern worden de noodzakelijke eigenschappen opgesomd die een kandidaat voor de inwijding moet hebben verkregen. Svípdag moet van zijn stiefmoeder Skaði een onmogelijke opdracht uitvoeren, hij moet toegang krijgen tot de zaal van Menglad (zij die een juweel bezit, een naam voor Freya, eigenaar van Brisingamen - de mensheid). Svípdag roept de hulp in van zijn dode moeder Groa (kan het je niet schelen dat je je zoon hebt gedwongen om naar de grafheuvel te komen). Ze staat op uit de wereld der doden om de negen beschermende toverformules toe te zingen en zegt dat zelfs Skuld tevreden zal zijn. Fjölsvinnsmál vormt een geheel met Grogaldern.
Vroege historische verwijzingen thumb|200px|right|Migraties van Kimbren en Teutonen door Europa
De vroegste beschrijving van dergelijke vrouwen komt men tegen in de Romeinse verslagen over de Germaanse Cimbri (Kimbren) die uit het noorden waren afgezakt. Hun priesteressen waren oudere, in het wit geklede vrouwen. In oorlogsomstandigheden offerden zij gevangengenomen vijanden en sprenkelden hun bloed (zie Blót) om er komende gebeurtenissen mee te voorzien.Strabo in Geographika 7.2.3
In zijn Commentarii de Bello Gallico (1, 50) schrijft Julius Caesar in het verloop van de botsingen met Germaanse stamleden onder Ariovistus (58 v.Chr.):
Toen Caesar navraag deed naar zijn gevangenen, voor wie Ariovistus niet tot een overeenkomst was geraakt, ontdekte hij als reden- dat het bij de Germanen de gewoonte was dat hun matronae uitspraak deden op basis van het lot en van divinatie of het dringend was om al dan niet de strijd aan te gaan; en dat ze hadden gemeld, "dat het niet de wil van de hemel was dat de Germanen op verovering zouden gaan, als zij zich voor volle maan in de strijd zouden werpen."
Ook Tacitus maakt melding van vrouwelijke profeten bij de Germaanse volken. In zijn Historiae 4,61 heeft hij het met name over een zekere Veleda
[...] volgens een oud gebruik kenden de Germanen veel van hun vrouwen profetische gaven toe, en naarmate het bijgeloof toenam, zelfs feitelijke goddelijkheid.
Tijdens de Bataafse Opstand kreeg Veleda het buitgemaakte vlaggenschap van Cerialis overhandigd. Jordanes verhaalt in zijn Getica (XXIV:121) over Gotische Völvas Aliorumnas geheten. Deze vrouwen waren ooit door koning Filimer verbannen, toen de Goten zich in Oium (Oekraïne) hadden gevestigd. De naam is waarschijnlijk een verbastering van het Gotisch Halju-runnos, dat "hel-renners" zou betekenen. Deze Völvas waren gedwongen om ver weg een nieuwe verblijfplaats te zoeken. Volgens dit verhaal verwekten zij de Hunnen.
De Lombardische geschiedschrijver Paulus Diaconus, die in Zuid-Italië stierf in de jaren 790, ging prat op zijn eigen afkomst en beschreef hoe ooit zijn volk (Longobarden) vanuit Zuid-Scandinavië waren weggetrokken. Hij maakt melding van een conflict tussen de oude Lombarden en de Vandalen, die zich tot de god Odin (Godan) wendden, terwijl Gambara, de moeder van de twee Lombardische stamhoofden Ibor en Aio, Frea (Freya/Frigg) bleef aanhangen. Maar Frea hielp Gambara om Odin beet te nemen, en dankzij de goede relatie van Völva Gambara met de godin, won haar volk de strijd.Harrison & Svensson 2007:74
Een gedetailleerd ooggetuigenverslag van een mensenoffer door de hand van wat een Völva zou kunnen zijn geweest, wordt gegeven door Ahmad ibn Fadlan als deel van een ambassadeverslag aan Wolga-Bulgarije uit 921. In zijn beschrijving van de begrafenis van een stamhoofd, komt een slavenmeisje voor dat bereid is met haar meester te sterven. Na tien dagen festiviteiten wordt ze doodgestoken, door drank bedwelmd, door een oudere vrouw (een soort priesteres naar wie als 'Doodsengel' wordt verwezen) en wordt ze mee met de overledene in zijn boot gecremeerd.Zie ook Scheepsgraf, Osebergschip
Vikingen thumb|200px|right|Zilveren hangers (in de vorm van Valkyrie en persoon op paard die persoon met schild bezoekt), Nationalmuseet In de Vikingsamenleving was de Völva een oudere dame die zich had ontdaan van de sterke banden met de familie, waar vrouwen in die gemeenschap normaal door omgeven waren. Ze bereisde het land, meestal gevolgd door een schare jongeren, en er werd in tijden van crisis beroep op haar gedaan. Haar gezag was enorm en ze rekende haar diensten ruimschoots aan.Steinsland, G. & Meulengracht Sørensen, P. 1998:81
Verder waren er ook veel aristocratische Vikingdames die Freya wilden dienen en haar in Midgard vertegenwoordigden.Harrison & Svensson 2007:69 Ze trouwden krijgsheren die Odin als rolmodel hadden, en vestigden zich in ruime hallen die de wereldse voorstelling van Walhalla vormden. In die hallen werden schitterende feesten gehouden met geritualiseerde maaltijden, en de bezoekende hoofden kunnen worden vergeleken met de einherjar, (de gevallen krijgers die moedig hadden gevochten en nu drankjes van de Valkyries kregen.)
thumb|200px|right|"Odin (met ringen) bij de Völva" (1895) door Lorenz Frølich Maar de taak van de huismeesteressen beperkte zich niet tot het laten opdienen van feestmalen voor de bezoekers. Ze waren ook verondersteld deel te nemen in oorlogszaken door hun kunde met de magische weefstok, wanneer hun echtgenoten uit vechten waren. Onderzoekers geloven niet langer dat deze dames thuis passief zaten te wachten, en er zijn bewijzen gevonden voor hun magische praktijken in zowel archeologische opgravingen als in Oudnoordse literatuur zoals de Darraðarljóð.
In ruil voor haar kennis en kunde werd zij onderhouden en beloond door de stammen en hun aanvoerders: De legeraanvoerder schonk mij ringen en halsbanden, in ruil voor mijn wijsheid en zienerskunst: ver kan ik zien, ver zie ik in iedere wereld. - [Edda Völuspá, 28]
Het is moeilijk om onderscheid te maken tussen de aristocratische hofdame en de rondtrekkende Völva, maar Oudnoordse bronnen stellen de Völva voor als professioneler. Bovendien trok zij van plaats tot plaats om haar kunde tegen vergoeding aan te bieden.