Een schrift of schrijfsysteem is een systeem van conventionele tekens om taal te visualiseren. Met behulp van schrift kan men een boodschap vastleggen - schrijven, die vervolgens op een andere tijd en plaats kan worden gelezen.
Op het moment dat een cultuur in de geschiedenis zich van een schrift gaat bedienen, laat ze de prehistorie achter zich, en begint haar "historische periode". De eerste beschaving die haar historische periode inging was die van de Sumeriërs in Mesopotamië, waar rond 3300 voor Christus een pictografisch schrift ontstond. Rond 3000 v.Chr. was dit schrift geëvolueerd tot het abstractere spijkerschrift.
Geschiedenis thumb|class=skin-invert|Vergelijking van de evolutie van pictogrammen tot meer abstracte vormen in Mesopotamisch spijkerschrift, Egyptische hiërogliefen en Chinese karakters. Voorafgaand aan de ontwikkeling van het schrift moesten dingen en gebeurtenissen worden onthouden, aangaande bezittingen en gemaakte afspraken. Dat was niet eenvoudig en leidde tot conflictsituaties. Schrijven is een methode om informatie op te slaan, en door te geven aan anderen die zich op afstand bevinden, zowel in ruimte als in tijd.
Het schrift werd niet plotseling uitgevonden door een individu of een gemeenschap. Er was sprake van een natuurlijke ontwikkeling op verschillende plaatsen tegelijk, vanuit de behoefte om dingen te registreren of gebeurtenissen vast te leggen. Het schrift nam daarbij op verschillende plaatsen verschillende vormen aan, van eenvoudig beeldschrift, tot aan individuele letters, die de verschillende klanken van een taal voorstelden. Dat werd dan vastgelegd op verschillende materialen, zoals op papyrus, wat zich ontwikkelde tot papier, en op aardewerk door middel van inscripties. De schriftelijke vastlegging van gebeurtenissen en handelsovereenkomsten werd zo een belangrijke bron voor de geschiedenis van volken en culturen.
Duizenden jaren geleden kwamen de eerste niet-nomadische culturen tot bloei. In plaats van rond te trekken, vingen en domesticeerden deze mensen dieren en verbouwden granen, groenten en andere gewassen. Deze eerste landbouw dateert van 10 000 à 12 000 jaar geleden, nadat in Eurazië het Weichselien was geëindigd. De noodzaak diende zich aan om landbouwproducten op te slaan en overschotten te verhandelen. De eerste kunstmatige geheugensystemen ontstonden, om de handel te documenteren. Uit deze vroege geheugensystemen ontwikkelde zich ook het schrift. Het schrift maakte het daarnaast mogelijk andere zaken vast te leggen, zoals de verhalen, die tot dan toe mondeling werden overgedragen.
Vermoedelijk ontstond het schrift rond 3500 v.Chr. in Sumer en iets later in Egypte, de Indusvallei en China, en tussen 1200 en 400 v.Chr. ook in Meso-Amerika. Waarschijnlijk is het schrift vanuit Mesopotamië verspreid naar de Indusvallei en naar Egypte. Aangenomen wordt dat het Chinese schrift onafhankelijk is ontstaan.
Historici gaan uit van een geleidelijke ontwikkeling, met als eerste fase een pictografisch schrift, dat voor ieder begrip een eigen schriftteken had. De volgende fase was een lettergrepenschrift - een vereenvoudigd beeldschrift. De laatste fase was een makkelijker aan te leren, alfabetisch schrift, met alleen voor klinkers en medeklinkers een schriftteken. Alfabetisch schrift heeft, vergeleken met de duizenden tekens van beeldschriften, maar enkele tientallen tekens nodig om te kunnen schrijven en lezen. Het eerste alfabet was waarschijnlijk het Fenicisch alfabet, dat rond het jaar 2000 voor Christus ontstond. De Feniciërs, een zeevarend volk, gebruikten dit alfabet dat, anders dan het Mesopotamische spijkerschrift, met enkele tientallen tekens volstond. Vanuit het Fenicische alfabet ontstonden de Aramese en Griekse alfabetten. Deze schriften zelf leidden weer tot de schriften die worden gebruikt door de hele regio, van West-Azië tot Afrika en Europa. Het Griekse alfabet introduceerde voor de eerste keer in de geschiedenis expliciete letters voor klinkerklanken. De Griekse en Latijnse schriften leidden tot meerdere Europese schriften in de eerste eeuwen na Christus, zoals de Runen, Gotische en Cyrillische alfabetten, terwijl vanuit het Aramese schrift de Hebreeuwse, Arabische en Syrische alfabetten ontstonden. Vanuit laatstgenoemd alfabet ontwikkelde zich het Mongoolse schrift. Het Zuid-Arabische schrift leidde tot het Ge'ez abugida. Sommige geleerden denken dat de Brahmische schriften van India en Zuidoost-Azië ook van het Aramese schrift afstammen.
Schrijven als proces
Schrijven is een van de manieren waarop taal kan worden gebruikt. Taalgebruik is namelijk gebaseerd op het vermogen geschreven of gesproken taal te begrijpen of te produceren. Bij schrijven gaat het om het produceren van geschreven woorden en zinnen.
woordbetekenis↓visuele woordvorm↓schrijfplan↓geschreven woord Eenvoudig model van hetschrijfproces vanuit degedachte naar hetgeschreven woord.Weergegeven is de directe route Hierbij wordt een woord uit het mentale lexicon (een soort mentaal woordenboek) opgediept, en vervolgens via een aantal tussenstappen (analyse van respectievelijk de woordbetekenis, de visuele woordvorm, opstellen van een schrijfplan) in een geschreven woord omgezet. Mogelijk wordt, net als bij het lezen, bij het schrijven soms gebruikgemaakt van een indirecte of fonologische route, dat wil zeggen dat het woord eerst innerlijk wordt uitgesproken en daarna wordt vertaald naar een orthografische code (de visuele woordvorm of het schriftbeeld).
Kunnen schrijven hangt samen met kunnen spellen: weten uit welke letters een woord is samengesteld en/of de fonemen van gesproken taal kunnen omzetten in grafemen.
Bij schrijfstoornissen, samengevat met de term agrafie zijn twee varianten te onderscheiden: fonologische en lexicale agrafie. In het eerste geval heeft men vooral moeite met het spellen en schrijven van verzonnen woorden (er is een probleem met de fonologische route), in het tweede geval bij het spellen en schrijven van bestaande woorden (er is een probleem met de directe route).Shallice, T. (1981). Phonological agraphia and the lexical route in writing. Brain, 104, 413-429.
Soorten en verwantschap 450px|thumb|Tegenwoordig gebruikte schriftsystemen Men kan schriften naar het gekozen weergaveprincipe in drie typen verdelen: logografisch of beeldschrift, syllabisch of lettergrepenschrift en alfabetisch schrift.
Beeldschrift Tegenwoordig is het meest gebruikte beeldschrift het Chinese schrift dat met vele duizenden beeldtekens (karakters of Hanzi) geschreven wordt. Er is tegenwoordig naast het klassieke beeldschrift ook een vereenvoudigd Chinees beeldschrift in gebruik dat iets gemakkelijker aan te leren en te schrijven is. Er zijn in de loop der tijd zo'n 56.000 unieke Hanzi-tekens ontstaan, maar een goed opgeleide, belezen Chinees kent er gemiddeld maar zo'n 7000.
Ook het Japans wordt gedeeltelijk met beeldtekens geschreven. Het Japans schrift is eigenlijk een combinatie van drie verschillende systemen waarvan het belangrijkste, Kanji, vrijwel ongewijzigd is overgenomen van het Chinese Hanzi. Chinese karakters en Japanse karakters kunnen tevens zowel horizontaal als verticaal worden geschreven. Ook de cijfers die in de Westerse wereld worden gebruikt zijn in feite beeldtekens.
Lettergrepenschrift Het syllabisch schrift of lettergrepenschrift komt in de moderne tijd zelden voor. Terwijl beeldschriften één enkel teken gebruiken voor één heel woord, gebruiken lettergrepenschriften één teken voor één bepaalde lettergreep. De lettergrepen vormen samen weer de woorden. Een teken in een lettergrepenschrift vertegenwoordigt doorgaans een medeklinker gevolgd door een klinker, of enkel een klinker. In een "echt lettergrepenschrift" is er geen grafische overeenkomst tussen fonetisch gerelateerde tekens, wat betekent dat de tekens voor /ke/, /ka/ en /ko/ geen grafische gelijkenis hebben die hun gedeelde /k/-klank zou aanduiden.
Voorbeelden zijn het Cherokee syllabisch schrift, het Oji-Cree Ojibwe, het Yi-schrift van het Yi-volk en het Japanse Katakana en Hiragana. Ook diverse Inuittalen hebben een syllabisch schrift, het Inuktitut-schrift. Vroeger waren schriften van dit type vrij algemeen: zoals de hiërogliefen, het Lineair A en het Lineair B en het schrift van de Maya's.
Abugida thumb|De verschillende Brahmische schriften in Zuid- en Zuidoost-Azië Een abugida is een type schrift waarin de belangrijkste tekens de medeklinkers zijn. Abugida is een tussenvorm van syllabisch en alfabetisch schrift. De letters voor de basismedeklinker hebben een impliciete klinker en consequente aanpassingen van de basisletter om andere klinkers aan te duiden. In sommige gevallen ontbreekt een klinker. De Brahmische schriften, die behoren tot de abugida, worden verder gekenmerkt door het ontbreken van hoofdletters, scheiding tussen de woorden, en het schrift loopt horizontaal van links naar rechts. Verschillende, nog veel gebruikte schriften, zijn afgeleid van het Brahmischrift, zoals Devanagari, Bengaals schrift, Gurmukhi, Gujarati schrift, Kannada schrift, Malayalam schrift, Odia schrift, Singalees schrift, Tamil schrift, Telugu schrift en Thais schrift. Het Devanagari werd gebruikt voor het Sanskriet (de taal van de klassieke literatuur van het Indisch subcontinent), maar ook onder andere voor het Hindi, Nepalees en het Marathi.
Alfabetisch schrift Een alfabet is een gestandaardiseerde set van geschreven symbolen of grafemen die "letters" genoemd worden, en die de fonemen van een gesproken taal schriftelijk vertegenwoordigen. Het woord alfabet is afgeleid van alpha en bèta, de eerste twee symbolen van het Griekse alfabet.
Abjad Het alfabetisch schrift werd uitgevonden door Semitische volkeren, waarvan de Feniciërs de bekendste waren. Via hun contacten met omringende volkeren namen, met de nodige aanpassingen, de Grieken, Hebreeërs en Arabieren dit alfabet over. Omdat het alfabet oorspronkelijk afkomstig was van Semitische volkeren, bij wie de betekenis van de woorden grotendeels bepaald wordt door de medeklinkers, was dit alfabet een consonantenschrift oftewel een abjad. Een abjad is een alfabetisch schrift waarbij er één letter per medeklinker is. Abjad's verschillen met andere alfabetten omdat zij alleen over letters beschikken voor medeklinkers, klinkers worden meestal niet opgeschreven. De kleitabletten in Ugarit laten al ongeveer dezelfde volgorde van de letters zien als het hedendaagse ABC. Alle abjad's (behalve misschien het Tifinagh) behoren tot de Semitische schriftfamilie en stammen af van het Proto-Sinaïtische schrift. De reden hiervoor is dat Semitische talen en de verwante Berbertalen over een morfologische structuur beschikken waarbij het aanduiden van klinkers meestal niet nodig is. Sommige abjad's, zoals het Arabisch en Hebreeuws, beschikken wel over tekens voor klinkers. Alhoewel zij deze alleen bij bijzondere aangelegenheden gebruiken, zoals bij het leren lezen en schrijven. De term abjad is zo genoemd wegens de alfabetische volgorde in het Arabisch, namelijk: 'alif, bā', jīm, dāl.
Volledig alfabet Veel schriften afgeleid van abjad's zijn uitgebreid met tekens voor klinkers, waardoor ze "volledige" of "echte alfabetten" zijn geworden. Dit gebeurde meestal wanneer een schrift werd aangepast aan een niet-Semitische taal. Het bekendste voorbeeld is de ontwikkeling van het Griekse alfabet vanuit het Fenicische alfabet. Toen de Grieken het aanpasten aan hun taal reserveerden ze enkele letters, die in het Grieks niet nodig waren, voor klinkers: de He werd een E, de Samek een O, de Alef een A. Via de Grieken namen ook de Romeinen het over en na de nodige aanpassingen werd dit het Latijnse alfabet. Ook het Cyrillische alfabet is sterk gebaseerd op het Griekse alfabet.
Abugida