thumb|Jean-Baptiste François Joseph de Sade (vader van markies de Sade) thumb|Cel van de markies in het kasteel van Vincennes thumb|Brief aan zijn vrouw tijdens zijn gevangenschap in het kasteel van Vincennes Donatien Alphonse François de Sade (Parijs, 2 juni 1740 – Charenton-Saint-Maurice, 2 december 1814), bekend als Markies de Sade, was een Franse schrijver, essayist en filosoof. Tijdens zijn leven bracht hij diverse grote werken uit als Liefde's misdaden en Aline et Valcour, ou le roman philosophique. Na zijn overlijden zijn andere stukken aan hem toegeschreven waaronder de beroemde libertijnse novellen Justine of De tegenspoed der deugdzaamheid en Juliette of De voorspoed van de ondeugd. Hij werd vanwege zijn literaire werk en (latere) deelname aan de Franse Revolutie vrijwel voortdurend belaagd. Koning Lodewijk XV liet hem schaduwen door een politie-inspecteur die persoonlijk aan de koning moest rapporteren. In totaal heeft hij zo'n 30 jaar van zijn leven in (verplichte) ballingschap of gevangenschap doorgebracht, is tweemaal tot de dood veroordeeld en ten slotte opgesloten in een gesticht. Zijn literaire stijl werd door de machthebbers als pornografisch en anti-christelijk weggezet en gecensureerd, mede waardoor het woord sadisme aan zijn naam is gekoppeld. Pas sinds 1900 is er serieuze literaire en historische aandacht voor zijn werk en daarmee een groeiende waardering voor de kwaliteit en betekenis ervan.
Levensloop Donatien Alphonse François de Sade werd op 2 juni 1740 te Parijs in het Hôtel de Condé geboren. Zijn ouders lieten zijn opvoeding goeddeels aan zijn oom, de libertijns ingestelde abbé De Sade over; later aan een jezuïetenschool. Na de cavalerieschool in Versailles doorlopen te hebben, nam De Sade op 16-jarige leeftijd deel aan de Zevenjarige Oorlog tegen Pruisen. Toen in 1763 de vrede gesloten werd, keerde De Sade terug naar Frankrijk en trouwde in datzelfde jaar met Renée-Pélagie de Montreuil, een dochter van de president van het Gerechtshof te Parijs. Het was een gearrangeerd huwelijk.
In oktober 1763 werd De Sade voor de eerste maal opgesloten in het kasteel van Vincennes wegens "kleine uitspattingen" in een bordeel. Zijn celstraf bleef door ingrijpen van zijn invloedrijke schoonfamilie beperkt tot 15 dagen. Op Paaszondag van 1768 haalde De Sade een bedelares - wellicht betrof het hier een prostituee - over hem gezelschap te houden in zijn huis in Arceuil. Hij geselde haar, terwijl hij zichzelf daarbij bevredigde. De vrouw diende een aanklacht in en De Sade werd opnieuw veroordeeld. De zaak trok veel aandacht en De Sade's naam als libertijn was gevestigd. Madame de Montreuil kreeg het voor elkaar dat er een lettre de cachet tegen hem werd uitgevaardigd. Dit was een tweesnijdend zwaard waardoor het schandaal buiten de gewone rechtspraak om afgehandeld kon worden, maar ook inhield dat De Sade in de toekomst voor iedere rechtbank zijn rechten zou verliezen. (Wat haar motief toen ook geweest mocht zijn, Madame de Montreuil zou De Sade voor de rest van haar leven in toenemende mate blijven achtervolgen.) Na een half jaar gevangenis en een symbolische boete werd De Sade weer vrijgelaten met het advies zich niet meer in Parijs te laten zien.
Er volgden relatief rustige jaren in zijn kasteel in Lacoste in de Provence, hoewel geruchten over seksuele escapades met zijn personeel telkens weer opdoken. Waarom hij in 1769 een reis naar Nederland maakte is niet duidelijk. Als reisschrijver noteerde hij dat de Nederlanders goed in handelen zijn, klaar staan voor een ander zolang hen dat niets kost en dat de vrouwen mooier hadden kunnen zijn en hun gebit verwoestten met te veel hete thee en koffie.
In 1772 volgde het tweede grote schandaal. Tijdens een orgie met zijn bediende Latour en enkele prostituees deelde De Sade bonbons met Spaanse vlieg uit. Omdat de prostituees daar onwel van werden, klaagden ze hem aan. De Sade werd op 11 september 1772 bij verstek ter dood veroordeeld wegens sodomie en vergiftiging. Het vonnis werd later vernietigd. In het achttiende-eeuwse Frankrijk werden lustopwekkende bonbons met Spaanse vlieg daarna naar hem vernoemd.
De Sade ging in juli 1775 voor een jaar op reis naar Italië, waar hij Florence, Rome en Napels bezocht. De Franse inlichtingendiensten hielden hem ook daar in de gaten. Uiteindelijk werd hij in 1777 opnieuw opgesloten in het kasteel van Vincennes. Toen hij na een jaar beschikking kreeg over pen en papier, begon hij tomeloos te schrijven.
In 1784 werd De Sade overgeplaatst naar de Bastille. Hier ontstond het werk dat hij als zijn magnum opus zag, Les Cent Vingt Journées de Sodome. Alleen de eerste versie, een papierrol van 12 meter lengte die verstopt was in een muur, overleefde de bestorming en plundering van de Bastille in 1789. De Sade heeft dit nooit geweten; hij beschouwde het werk als voorgoed verloren. Het werk is pas na zijn dood gepubliceerd in 1904.
Na de bestorming van de Bastille, het begin van de Franse Revolutie, werd De Sade, die ondertussen naar de inrichting van Charenton was overgeplaatst, bevrijd. Aanvankelijk sympathiseerde hij met de revolutionairen. Hij schreef lofredes op o.a. Jean-Paul Marat. Als voorzitter van een revolutionaire rechtbank ontpopte hij zich echter als fel tegenstander van de doodstraf; hij werd beschuldigd van gematigdheid en in 1793 opnieuw ter dood veroordeeld. Als gevolg van een administratieve fout ontsnapte hij echter aan de guillotine.
In 1802 werd De Sade wegens aanstootgevende (en anti-napoleontische) geschriften op last van Napoleon opgesloten in het Hôpital Esquirol, een asiel in Charenton-Saint-Maurice waar meer vijanden van Napoleon terechtkwamen. Hij voerde met enig succes zijn toneelstukken op, met patiënten en Parijse beroepsspelers als acteurs. De Sade bleef hier tot zijn dood in 1814 gevangen. Het was zijn laatste wil begraven te worden op Malmaison, een van zijn vroegere landgoederen in de omgeving van Épernon, in een put die bestrooid moest worden met eikels, zodat 'alle tekenen van mijn begraafplaats van het aardoppervlak zullen verdwijnen, in de hoop dat hetzelfde zal gebeuren met mijn nagedachtenis, behalve van diegenen die van me hielden tot aan mijn dood, en wier herinnering ik meeneem in mijn graf.' Die wens werd niet gerespecteerd: hij werd begraven in gewijde grond. Zijn schedel werd later verwijderd voor frenologisch onderzoek. Zijn ongepubliceerde manuscripten werden door zijn zoon verbrand.
Werk De Sade's literaire oeuvre kan worden gezien als filosofische kritiek op de moraal van zijn tijd door een uitgesproken atheïst. In zijn materialistische visie op de mens, zoals die bijvoorbeeld in l'Histoire de Juliette naar voren gebracht wordt, vormen we slechts een inwisselbaar onderdeel van een blinde natuur en zijn we elkaar onderling geen enkele rekenschap verschuldigd, omdat elke moraal die voortkomt uit consensus, religie of overheid tegennatuurlijk zou zijn. De mens zou juist de zeer individuele hartstochten moeten botvieren die hem door de natuur zijn ingeblazen, ongeacht de verschrikkelijke uitwerkingen die dat op zijn medemens heeft. De Sade illustreert dit met allerlei sadistische gruwelijkheden die tot in het absurde gaan.
Zijn "pornografische" werken zijn een staalkaart van misdaden (marteling, incest, kindermoord, vader/moedermoord, genocide) en seksuele aberraties (flagellatie, coprofagie, sadisme, bestialiteit, necrofilie) die naar hartenlust door zijn libertijnse, in eigen ogen verlichte personages worden bedreven. Meestal zijn dit machthebbers als rechters, ministers, hoge geestelijken, etc., die een pervers plezier beleven aan het misbruik van hun macht en het bespotten van de gelijkheid tussen de mensen. In lange monologen verdedigen zij hun verdorvenheden evenwel in de rationele stijl van de Verlichting. (In De Sade's ambivalente wereld strijden revolutionaire filosofie en een zwarte kijk op de diepste drijfveren van de mens om voorrang.) Sadomasochistische tendensen voeren bij de seksuele passages de boventoon, maar ook deze staan eerder in het teken van de omkering en de ontwrichting dan van de erotiek.
De Sade valt bij voorkeur hypocrisie, religie en vooroordelen aan, maar ook de standpunten van verlichte filosofen (zoals Voltaire), waarbij hij opvalt door uiterst gevat, sterk, agressief en humoristisch taalgebruik. De vele herhalingen hebben zijn omvangrijke boeken echter vaak het predicaat 'onleesbaar' opgeleverd. De Sade's radicale houding van 'alles zeggen', ook op het gebied van de donkere kanten van de individuele seksualiteit, maakte dat zijn werk gevierd werd door onder meer de surrealisten. Zijn werk is lang verboden geweest, wat nauwelijks door het pornografische karakter van zijn werk verklaard kan worden, maar veeleer door de nietsontziende brutaliteit ervan en wellicht ook door het gegeven dat in De Sade's werk de machthebbers zo praten zoals de onderdrukten denken dat ze pratenStefan Zweifel & Michael Pfister, Sade zwischen Justine und Juliette (in "Justine und Juliette I", Matthes & Seitz, 1990, p. 27). Verwezen wordt hierin ook naar een uitspraak van Georges Bataille, dat Sade de taal van de slachtoffers spreekt.. Het oeuvre van De Sade is in 1990 opgenomen in de Bibliothèque de la Pléiade, tussen dat van andere grote Franse schrijvers (deze uitgave werd in de Franse pers 'de hel op bijbelpapier' genoemd). Minder tekstgetrouwe uitgaven van zijn schandaalwerken zijn legio.
Bibliografie Romans en vertellingen Dialogue entre un prêtre et un moribond, 1782, uitgegeven in 1926 Les Cent-Vingt journées de Sodome ou l’École du libertinage (De 120 dagen van Sodom), 1785Frankrijk verhindert veiling 18de-eeuwse porno-roman. Gearchiveerd op 2 december 2022., heruitgegeven in 1904 Aline et Valcour ou le roman philosophique, 1786, uitgegeven in 1795 La vérité, 1787 Les Infortunes de la vertu (1ste editie van Justine), 1787 Justine ou les Malheurs de la vertu (uitbreiding van Infortunes), 1788, uitgegeven in 1791 Historiettes, Contes et Fabliaux, 1788, uitgegeven in 1926 Eugénie de Franval, 1788 La Philosophie dans le boudoir ou Les instituteurs immoraux, uitgegeven in 1795 La nouvelle Justine ou les Malheurs de la vertu. Gevolgd door l’Histoire de Juliette, sa sœur, 1797-1801 Les Crimes de l'amour, Nouvelles héroïques et tragiques, 1800 La Marquise de Gange, 1813 Dorcy ou la Bizarrerie du sort, uitgegeven in 1881 Les Journées de Florbelle, verloren gegaan Voyage de Hollande en forme de lettres. Éd. Gilbert Lély. 1967 Lettres et Mélanges Littéraires Écrits à Vincennes et à la Bastille, uitgegeven in 1980
Toneelstukken L’Inconstant, 1781 Le Prévaricateur, 1783 La Folle Épreuve, ou le Mari crédule, 1783 Oxtiern ou les Malheurs du libertinage, 1791
Politieke pamfletten
Addresse d'un citoyen de Paris, au roi des Français (1791) Section des Piques. Observations presentées à l'Assemblee administrative des hopitaux (1792) Section des Piques. Idée sur le mode de la sanction des Lois; par un citoyen de cette Section ( 1792) Pétition des Sections de Paris à la Convention nationale (1793) Section des Piques. Extraits des Registres des déliberations de l'Assemblée générale et permanente de la Section des Piques (1793) La Section des Piques à ses Frères et Amis de la Société de la Liberté et de l'Égalite, à Saintes, département de la Charente-Inferieure (1793) Section des Piques. Discours prononcé par la Section des Piques, aux manes de Marat et de Le Pelletier, par Sade, citoyen de cette section et membre de la Société populaire (1793) Petition de la Section des Piques, aux representants de peuple français (1793) Les Caprices, ou un peu de tout (verloren gegaan)
Vertalingen in het Nederlands
Gesprek tussen een priester en een stervende, en andere teksten. Galge, Brugge, 1965 Uitspraken. L.J.C. Boucher, Den Haag, 1965, F.J. Schmit en A.C. Niemeyer (red.) Filosofie in het boudoir. Vertaling Claude C. Krijgelmans, Walter Soethoudt, Antwerpen, 1966