De grote krulzoom (Paxillus ammoniavirescens) is een schimmel uit de familie Paxillaceae. De soort vormt ectomycorrhiza met verschillende loof- en naaldbomen en wordt vaak aangetroffen op open, voedselrijkere standplaatsen, onder andere in lanen, parken, langs bosranden en rivieroevers. P. Jargeat, J.-P. Chaumeton, O. Navaud, A. Vizzini & H. Gryta (2014). The Paxillus involutus (Boletales, Paxillaceae) complex in Europe: Genetic diversity and morphological description of the new species Paxillus cuprinus, typification of P. involutus s.s., and synthesis of species boundaries. Fungal Biology 118(1): 12–31. In Nederland is de soort onder meer gevonden bij eik, populier, berk, linde, beuk en wilg.Grote krulzoom – Paxillus ammoniavirescens. NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen. Geraadpleegd op 30 september 2026.

Taxonomie De soort werd door Marco Contu en Paolo Dessì beschreven op basis van materiaal uit Sardinië. De naam werd gepubliceerd in 1999.Paxillus ammoniavirescens Contu & Dessì. Index Fungorum. Geraadpleegd op 30 september 2026.

In hetzelfde jaar beschreef Christoph Hahn de grote en forse Paxillus validus. Vergelijking van de ITS-sequenties van de typecollecties van P. ammoniavirescens en P. validus wees uit dat deze identiek zijn. Omdat de naam P. ammoniavirescens eerder werd gepubliceerd, heeft deze naam prioriteit en wordt P. validus als synoniem beschouwd. E.C. Vellinga, E.P. Blanchard, S. Kelly & M. Contu (2012). Paxillus albidulus, P. ammoniavirescens, and P. validus revisited. Mycotaxon 119: 351–359.

Moleculair onderzoek naar het Paxillus involutus-complex bevestigde dat P. ammoniavirescens een afzonderlijke evolutionaire lijn vormt. De soort vertoont echter een relatief grote genetische, ecologische en morfologische variatie.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed is ongeveer 5–20 cm breed. De soort is variabel: sommige vruchtlichamen zijn betrekkelijk slank, terwijl andere, vroeger vaak als Paxillus validus aangeduide exemplaren, zeer fors kunnen zijn. De hoed is aanvankelijk gewelfd met een sterk ingerolde rand en wordt later vlakker tot enigszins trechtervormig. De kleur varieert van geelbruin en oranjebruin tot roodbruin. Vooral jonge vruchtlichamen kunnen opvallend heldere geel- of oranjetinten hebben.

Het hoedoppervlak is aanvankelijk fijn viltig en kan later radiaal vezelig of schubbig worden. Bij vochtig weer is het oppervlak vaak duidelijk slijmerig en soms vrijwel kleverig.

Een belangrijk kenmerk is de reactie met geconcentreerde ammoniak. Op het oppervlak van de hoed ontstaat een groene verkleuring, vooral op de slijmerige delen. Deze kleurreactie is vaak zeer kortstondig en kan snel weer verdwijnen. De wetenschappelijke soortnaam ammoniavirescens verwijst naar deze reactie.

Lamellen De lamellen lopen langs de steel af en zijn vaak gevorkt. Ze staan vrij dicht opeen en zijn aanvankelijk geelachtig tot grijsbruin en worden bij rijping bruiner. Zoals bij andere krulzomen zijn de lamellen betrekkelijk gemakkelijk van het hoedvlees los te maken. U. Altaf, T. Mehmood, K. Verma & Y.P. Sharma (2022). Morphological and molecular characterization of Paxillus ammoniavirescens from India. Mongolian Journal of Biological Sciences 20(2): 81–87.

Steel De steel is vaak opvallend kort ten opzichte van de breedte van de hoed en kan bij forse exemplaren zeer dik zijn. Vruchtlichamen kunnen afzonderlijk of in groepjes groeien; vooral forse exemplaren kunnen dicht opeen of gebundeld staan.

Vlees Het vlees is aanvankelijk geelachtig tot bleekgeel en verkleurt na beschadiging geleidelijk bruin tot roestbruin. De snelheid en intensiteit van deze verkleuring zijn variabel.

Sporenprint De sporenprint is doorgaans okerbruin en heeft vaak een duidelijk groenige tint. Dit onderscheidt de soort van enkele andere soorten uit het Paxillus involutus-complex, waarvan de sporenprint gewoonlijk roder of donkerder bruin is.

Microscopische kenmerken De basidiosporen zijn glad en sterk variabel van vorm, van breed ellipsoïde tot langwerpig; sommige sporen zijn enigszins amandelvormig of vertonen een lichte indeuking nabij de top. Bij een groot Europees onderzoek werden de sporen gemeten als (6,3–)6,6–9,4(–11,6) × (4,0–)4,4–5,4(–6,3) µm, met een Q-waarde van (1,30–)1,40–1,80(–1,96) (n = 430).

Zowel cheilocystiden als pleurocystiden zijn aanwezig en lijken sterk op elkaar. Gezamenlijk werden ze gemeten als (41–)50–95(–108) × (6–)9–17(–19) µm.

De hoedhuid bestaat uit een cutis tot een min of meer ingewikkeld trichoderm. Bij de grote krulzoom is deze laag meestal duidelijk gegelatineerd en vormt dan een ixocutis tot ixotrichoderm, wat samenhangt met het vaak slijmerige hoedoppervlak. De hyfen van de hoedhuid zijn ongeveer (4,6–)5,2–8,8(–9,7) µm breed.

Determinatie De grote krulzoom behoort tot het soortencomplex rond de gewone krulzoom (Paxillus involutus). Binnen dit complex is de groene reactie van de hoed met geconcentreerde ammonia een belangrijk kenmerk van P. ammoniavirescens. Bij P. involutus, Paxillus cuprinus en de donkersporige krulzoom (Paxillus obscurisporus) ontstaat bij deze test geen groene kleur, maar eerder een roodbruine tot donkergrijze verkleuring.

De soort is echter morfologisch zeer variabel. Alleen de grootte van het vruchtlichaam of de afmetingen van de sporen zijn daarom niet voldoende voor een zekere determinatie. De combinatie van een vaak vrij heldere geel- tot oranjebruine hoed, een slijmerig hoedoppervlak, een vaak groenig getinte sporenprint en vooral de groene ammoniareactie is kenmerkender.

Ecologie De grote krulzoom is een ectomycorrhizavormende soort met een breed scala aan waardplanten. In Europees onderzoek werd hij onder andere aangetroffen bij populier, berk, wilg en eik. Ook associaties met naaldbomen zoals den en ceder zijn bekend. Uit de oorspronkelijke beschrijving op Sardinië zijn daarnaast vondsten bij Eucalyptus, Abies en Cistus bekend.

De soort lijkt een voorkeur te hebben voor relatief open en lichte plaatsen. Vindplaatsen zijn onder andere stadsparken, gazons, wegbermen, bosranden, rivieroevers en andere door de mens beïnvloede standplaatsen. In Nederland vermeldt de Verspreidingsatlas vooral vochtige, voedselrijke lanen en humusarme klei- of leembodems. Nederlandse waarnemingen zijn relatief vaak gekoppeld aan eik en populier; ook linde, berk, beuk en wilg worden als begeleidende bomen vermeld.

Verspreiding Paxillus ammoniavirescens is wijd verspreid in Europa en is onder andere bekend uit Zweden, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië. De soort is zowel bekend uit koele en vochtige streken in Noord-Europa als uit het mediterrane gebied. Ook buiten Europa is de soort vastgesteld; moleculair bevestigde vondsten zijn onder meer uit India bekend.

In Nederland komt de grote krulzoom verspreid voor. Volgens de NMV Verspreidingsatlas is hij op basis van gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023 'vrij zeldzaam'.

Foto's

Categorie:Paxillaceae Categorie:Schimmelsoort