Mariap van Urk, bijnaam van Marretje van Urk-Koffeman (Urk, 9 augustus 1898 – aldaar, 28 november 1966), was een Nederlandse dichteres. Ze werd vooral bekend door haar gedichten over en verzet tegen de afsluiting en drooglegging van de Zuiderzee.

Van haar hand verschenen twee dichtbundels bij leven en één postuum. Haar gedichten verschenen in verschillende regionale kranten. Naast haar dichterschap zette Mariap zich in voor het behoud van de Urker streekdracht en andere vormen van Urker cultureel erfgoed.

Bibliografie 1949 - Vaarwel mijn Zuiderzee. Een bundeltje gedichten van weemoed en humor en een stukje folklore, gedichten 1955 - Urker ambachten en bedrijven, gedichten 1981 - Urk is zó mooi... Verhalen en gedichten uit het nagelaten werk van Mariap van Urk

Familie Haar grootvader Klaas Iede Koffeman was onderwijzer. Hij vertaalde als eerste een tekst naar het Urker dialect en stelde een Urker woordenlijst op. Zijn zoon, Mariaps vader, Iede Klaas Koffeman, was directeur van de plaatselijke visafslag en ondersteunde L. Kaiser en P.J. Meertens bij het samenstellen van Het eiland Urk (1942). Haar zoon Albert van Urk was amateurhistoricus en beheerder van het Urker museum.

Gebruik en vertaling Een gedicht van Mariap van Urk komt voor in Zuiderzee (1934) van Jef Last. Hierin wordt zij opgevoerd als 'tante Geesje'. Enkele gedichten van Mariap van Urk werden vertaald naar het Engels door de Amerikaanse dichter Richard Prins. Deze verschenen in zijn bundel We May Eat Fruit (2025).

Externe links

Categorie:Nederlands dichter Categorie:Pseudoniem