Het Huis Balsha (Albanees: ; Servisch: Балшићи, Balšići) was een middeleeuwse adellijke dynastie die vanaf de 14e eeuw heerste over Zeta (nu huidig Albanië en Montenegro) als het vorstendom Balsha. Het geslacht behoorde tot de machtigste adellijke families van de westelijke Balkan en waren door politieke en familiale banden nauw verbonden met zowel de Albanese- als Servische- edelen. De dynastie behield haar macht in Zeta tot 1421.
Geschiedenis thumb|links|240px|Het vorstendom Balsha tussen 1372 en 1378. De stamvader van de dynastie, Balsha I, was volgens latere bronnen aanvankelijk een relatief onbeduidende edelman. Volgens bronnen bezat hij tijdens de regering van de Servische keizer Stefan Dušan slechts één dorp in de omgeving van Shkodër. Zijn zonen Strazimir, Đurađ I en Balsha II wisten vanaf ongeveer 1360 hun machtspositie sterk uit te breiden. Zij maakten gebruik van het uiteenvallen van het Servische Rijk en verwierven gebieden in Zeta en in het noorden van het huidige Albanië. Tegen het einde van de 14e eeuw behoorden onder meer Bar, Budva, Ulcinj, Shkodër en omliggende gebieden gedurende verschillende perioden tot hun heerschappij. De Balsha breidden hun macht ook uit naar Zuid-Albanië. Door het huwelijk van Balsha II met Komnena Muzaka, een dochter van de Albanese edelman Andrea II Muzaka, verkreeg hij aanspraken op gebieden rond Vlorë, Berat en Kanina. In 1385 wist Balša II bovendien Durrës te veroveren en voerde hij de titel hertog van Durrës.
De uitbreiding van de de dynastie naar Centraal-Albanië bracht hen in conflict met andere Albanese adellijke dynastieën, waaronder de Thopia's. In 1385 veroverde Balša II Durrës, waarna Karl Thopia, de prins van Albanië, de hulp van het Ottomaanse Rijk inriep. Op 18 september 1385 vond nabij Lushnjë de Slag bij Savra plaats. Thopia, gesteund door een Ottomaans leger versloeg de troepen van Balša II. Balša II sneuvelde tijdens de veldslag. Zijn dood betekende het einde van de Balsha-macht in Durrës en een belangrijke verzwakking van hun positie in Zuid-Albanië. Ondanks de conflictten was prinses Vojsava Balsha getrouwd met Karl Thopia.
Na de dood van Balsha II kwam de belangrijkste machtspositie van de familie in handen van Đurađ II. Hij wist de Balšić-heerschappij in Zeta gedurende enige tijd te handhaven, maar kreeg te maken met toenemende druk van het Ottomaanse Rijk, Venetië en rivaliserende adellijke families. In 1392 werd Đurađ II door de Ottomanen gevangengenomen en moest hij onder andere Shkodër afstaan. Hij wist een deel van zijn gebieden later terug te krijgen, maar was uiteindelijk genoodzaakt belangrijke bezittingen aan Venetië over te dragen. De laatste heerser van de dynastie was Balsha III, die tot 1421 over Zeta regeerde. Na zijn dood kwam het grootste deel van zijn gebied uiteindelijk onder het gezag van zijn oom Stefan Lazarević, waardoor de zelfstandige politieke macht van de Balšići in Zeta ten einde kwam.
De etnische achtergrond van de Balsha-dynastie is niet volledig eenduidig vastgesteld. In verschillende middeleeuwse bronnen worden leden van de familie met de Albanese adel verbonden. In Servische middeleeuwse documenten worden Balsha onder meer aangeduid als Arbanas-heersers. Tegelijkertijd waren de Balsha sterk geïntegreerd in de politieke en religieuze wereld van het voormalige Servische rijk. Zij gebruikten politieke en religieuze tradities die in de regio gangbaar waren en onderhielden huwelijksbanden met Servische adellijke families.
Een deel van de familie was aanvankelijk verbonden met de Servisch-orthodoxe kerk. Strazimir Balsha bekeerde zich in 1369 tot het rooms-katholicisme, waarmee de religieuze positie van de dynastie verder veranderde. De Balšići bevonden zich hierdoor op het kruispunt van de katholieke en orthodoxe politieke wereld van de westelijke Balkan. De familie onderhield nauwe banden met verschillende Albanese adellijke geslachten. Deze banden kwamen onder meer tot stand door huwelijken met leden van de families Muzaka, Thopia en Kastrioti. Zo was Konstantin Balsha gehuwd met Helena Thopia, een dochter van Karl Thopia. Ook na het einde van de Balsha-heerschappij in Zeta bleven leden van de familie actief binnen de Albanese adel. In 1444 namen Gjergj Strez Balsha, Gjon Balsha en Gojko Balsha deel aan de oprichting van de Liga van Lezhë, een verbond van Albanese edelen onder leiding van Skanderbeg.
Lijst van heersers De Balsha-dynastie regeerde over verschillende vorstendommen: Vorstendom Balsha Balsha I (1360-1362) Strazimir Balsha (1362-1373) Gjergj Balsha (1362-1378) Balsha II (1378-1385) Gjergj II Balsha (1385-1403) Balsha III (1403-1421)
Vorstendom Valona Balsha II (1372–1385) Komnena Balsha (1385–1396) Rudina Balsha (1414–1417) Vorstendom Thopia Konstantin Balsha (1392-1402) Stamboom 150px|thumb
Balsha I Gjergj I ⚭ Olivera Mrnjavčević Jevdokija ⚭ Eseau de' Buondelmonti Gjergj III Gjergj IV Ivan Gojko ⚭ Komnena Arianiti Maria Konstantin ⚭ Helena Thopia Stefan ⚭ Vlajka Kastrioti Jelisaveta Elena Gojsava ⚭ Radič Sanković Strazimir ⚭ Milica Mrnjavčević Gjergj II ⚭ Jelena Lazarević Balsha III ⚭ Mara Thopia Teodora ⚭ Petar Vojsalić Jelena ⚭ Stjepan Vukčić Balsha II ⚭ Komnena Muzaka Rudina ⚭ Mrkša Žarković Vojsava ⚭ Karl Thopia
Balsha Categorie:Albanese adel