Villa Kanjel is een negentiende-eeuwse villa en buitenplaats in de Nederlandse gemeente Maastricht, gelegen aan de Meerssenerweg in de buurtschap Mariënwaard. De villa ligt iets ten noorden van de woonbuurt Nazareth in de wijk Maastricht-Oost. Het gebouw heeft sinds 1860 diverse functies vervuld, waarbij het onder andere bekendstond als La Petite Suisse en Dr. Poelsoord. In het koetshuis is sinds 2020 een horecagelegenheid gevestigd. Het hoofdgebouw is sinds 2024 in gebruik als feestlocatie, Villa Delbrock genaamd. Het bijbehorende park is vooralsnog niet openbaar. De buitenplaats is, evenals het naastgelegen landgoed La Grande Suisse, onderdeel van de landgoederenzone Buitengoed Geul & Maas.
Geschiedenis Het landelijke gebied ten noorden van Maastricht was vanouds een geliefde vestigingsplaats voor welgestelden uit Maastricht. In de buurtschappen Weert en Mariënwaard (beide eertijds behorend tot de gemeente Meerssen) waren het vooral leden van de fabrikantenfamilie Regout die een stempel drukten op het aanzien van het gebied. Rond 1850 werd hier de Spoorlijn Aken - Maastricht aangelegd, later volgde de Spoorlijn Maastricht - Venlo. Van 1853 tot 1933 had Mariënwaard een eigen treinstation, omstreeks 1900 aangeduid als halte Mariënwaard.'Spoorwegen. Wijzigingen treinenloop Limburg, Winterdienst 1902/3', in: Limburger Koerier, 25 september 1902. Geraadpleegd op Delpher op 17 oktober 2023.
Van de geschiedenis van de landerijen waarop in 1860 La Petite Suisse, de voorganger van Villa Kanjel, werd gebouwd, is weinig bekend. Op een Franse militaire kaart uit 1748 is te zien dat in deze omgeving een groot landhuis lag, Le Grand Caniel genoemd, het huidige La Grande Suisse. Iets ten zuiden daarvan lag een huis of hoeve met de naam Petit Caniel, echter niet ter plekke van Villa Kanjel, maar aan de overkant van de straat.Zie kaartdetail op Wikimedia Commons. Het terrein van de latere Villa Kanjel was onbebouwd en verdeeld in een groot aantal percelen, allemaal met verschillende eigenaren. Het westelijk deel van het villaterrein langs de Meerssenerweg was volgens de kadastergegevens van 1842 eigendom van Hendrik Cramer, tevens eigenaar en bewoner van het grote landhuis, toen De Kanjel of Canjelhof genoemd.Haans/Schaars (2016), p. 23. Dit was tevens het enige perceel dat in de gemeente Meerssen lag. De oostelijk hiervan gelegen percelen lagen allemaal in de gemeente Amby.
La Petite Suisse Omstreeks 1860 wist de Maastrichtse fabrikant Petrus (I) Regout deze aaneengesloten reeks percelen te verwerven. In 1860 liet hij hier een hotel-restaurant bouwen, dat hij de naam La Petite Suisse gaf. In 1862 breidde hij zijn bezit uit met het nabije landgoed De Kanjel, dat hij La Grande Suisse doopte en vanaf 1864 verbouwde en uitbreidde. Blijkbaar lukte het niet om ook het tussenliggende perceel te verwerven, waardoor de landgoederen La Grande en La Petite Suisse altijd gescheiden zijn gebleven.
Het ontwerp van La Petite Suisse was waarschijnlijk van de 'huisarchitect' van de Regouts, de Akenaar Wilhelm Wickop. Het werd een opvallend gebouw, met een achtkantige toren en giet- of smeedijzeren balkons die zich over de breedte van de gevels uitstrekten. De tuin van dit maison de plaisance, ontworpen door Jean Gindra, was met zijn waterlopen, eilandjes en bruggen, vijvers met zwanengondels, theekoepels en ijskelder, en talrijke beelden en fonteinen, mogelijk nog uitbundiger dan die van Regouts eigen woonhuis, kasteel Vaeshartelt. La Petite Suisse en de bijbehorende tuinen zijn meerdere malen afgebeeld in het Album dedié a mes amis et mes enfants, dat Regout omstreeks 1863 in Parijs liet vervaardigen. Bij een van de prenten staat vermeld dat het hotel twaalf appartementen (habitations) bevatte, bedoeld voor verhuur, gemeubileerd of ongemeubileerd. Verder worden de uitstekende ontspanningsmogelijkheden in het park aanbevolen: wandelen, rijtochtjes maken, baden en vissen, en worden de goede treinverbindingen geroemd, vooral met Aken, Luik, Brussel en Antwerpen. In 1866 verhuurde hij het landgoed aan een zekere Wahlenberg uit Aken, die het als hotel-restaurant exploiteerde.Janssen/Mingels (2017), pp. 21-22.
Villa Kanjel In 1878, het jaar van overlijden van Petrus Regout en zijn echtgenote Aldegonda Regout-Hoeberechts, werd La Petite Suisse bewoond door hun oudste dochter, de weduwe Maria ('Mimi') Weustenraad-Regout, samen met twee van haar ongehuwde kinderen, Alice en Fernand. In 1880 liet zij het pand ingrijpend verbouwen, vermoedelijk opnieuw naar ontwerp van Wilhelm Wickop, en noemde het Villa Kanjel. Het nieuwe gebouw, in sobere neoclassicistische vormen, leek in niets op de speelse, eclectische voorganger. Ook het park werd door Mimi aanzienlijk vereenvoudigd (zoals haar jongste broer Gustave deed met het park van Vaeshartelt). Mimi woonde tot aan haar dood (1898) in Villa Kanjel. Bij de verdeling van de erfenis ging het landgoed naar haar oudste dochter Maria, die er met haar man Edgard de Heusch de Bombrouck en kinderen ging wonen.
Tussen december 1908 en december 1910 verhuisde de familie De Heusch de Bombrouck-Weustenraad naar een pand aan de Scharnerweg, destijds gelegen in de buurtschap Scharn in de gemeente Heer. Tussen 1912 en 1922 werd Villa Kanjel bewoond door de jurist Alfred Pijls, een schoonzoon van Mimi Weustenraad-Regout, en diens tweede echtgenote, barones Testa. Wellicht verhuurde Pijls het landgoed na 1922.
Maatschappelijke bestemmingen In maart 1941 werd Villa Kanjel geveild. De nieuwe eigenaar was de Duitse Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV),Zie Nationalsozialistische Volkswohlfahrt op Wikidata. een in 1932 in Berlijn opgerichte welzijnsorganisatie, vanaf 1933 een partijorganisatie van de NSDAP. Tot de vele taken van de NSV behoorde het Hilfswerk Mutter und Kind, dat Arische vrouwen gedurende de zwangerschap en na de geboorte van het kind begeleiding bood. Op 1 mei 1941 hees de pas aangestelde hoofdzuster Emmi de hakenkruisvlag op de toren van Villa Kanjel. 'Unsere Fürsorge gehört der Mütter. Der Limburger Herrensitz „De Kanjel” wird Müttererholungsheim', in: Deutsche Zeitung in den Niederlanden, 6 mei 1941, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 16 oktober 2023. Het gebouw werd ingericht als Mütterheim, ook Müttererholungsheim genoemd, een kraamkliniek voorbehouden aan vrouwen van Duitse militairen en (Nederlandse) NSB-leden, onder beheer van de NSV.Ubachs/Evers (2005), p. 521: 'Suisse, La Petite'.
thumb|left|250px|Kraaminrichting "De Kanjel" (1947-1950) In april 1946 nam de gemeente Maastricht het pand voor 46.000 gulden over uit genaast vijandelijk vermogen, met de bedoeling om er een kraamkliniek voor armlastige moeders in te richten. Plannen voor een dergelijke inrichting bestonden reeds voor de oorlog. De villa werd in 1946-1947 voor ƒ 52.000 verbouwd en heringericht met o.a. twintig bedden, verdeeld over een zaal- en klasse-afdeling. Van 1947 tot 1950 beheerde het Burgerlijk Armbestuur de kraaminrichting "De Kanjel". Van 20 april 1947 tot 19 september 1950 werden in De Kanjel 1.452 baby's geboren, met een piek van bijna 500 in 1948. Er waren gemiddeld vijftien personeelsleden in dienst. Door de oplevering van het Ziekenhuis Sint Annadal werd de kraamzorg in De Kanjel overbodig.Roebroeks (1986), pp. 132-137.
In 1951 werd het gebouw verkocht aan de Dr. Poelsstichting, genoemd naar de priester-aalmoezenier Henri Poels (1868-1948). Vanaf dat jaar was er een rusthuis voor jonge moeders gevestigd, het R.K. Herstellingsoord "Dr. Poelsoord". Vanaf midden jaren 1970 werd het een gemengd herstellingsoord. In deze periode verschoof het accent geleidelijk van een op lichamelijk herstel gerichte behandeling naar psychosociale hulpverlening.Arnold (1996), pp. 21-22, 54, 69. Halverwege de jaren 1980 verbleven er jaarlijks zo'n vierduizend mensen met psychosociale problemen. In 1987 dreigde sluiting in verband met bezuinigingen. Vanwege die dreigende sluiting fuseerde de instelling in 1990 met de Venlose Mutsaersstichting, waarbij de naam gehandhaafd bleef.Jaarboek Maastricht 1987, p. 47; Jaarboek Maastricht 1989, p. 57. De gemeente Maastricht bleef tot 1994 eigenaar van Villa Kanjel. In dat jaar werd het landgoed gerestaureerd en verkocht aan de Mutsaersstichting, die het in 1996 doorverkocht aan het psycho-medisch streekcentrum Vijverdal, het latere Mondriaan GGZ.'Gemeente Maastricht koopt Villa Kanjel', op 1limburg.nl, 6 oktober 2015. Per 1 januari 2012 kwam een einde aan de klinische behandeling van patiënten in het Dr. Poelsoord. Vanaf dat moment werd nog slechts ambulante zorg verleend.'Dokter Poelsoord Maastricht beperkt dienstverlening', op 1limburg.nl, 7 december 2011.
Zoektocht naar nieuwe bestemming thumb|Herstellingsoord "Dr. Poelsoord" (1995) Ondanks het intensieve gebruik door de jaren heen, verkeerde de villa aan het begin van de 21e eeuw in redelijke staat. Ook het park was al die jaren redelijk onderhouden. Wel was de situering van het landgoed door allerlei ontwikkelingen minder idyllisch geworden dan tot het midden van de twintigste eeuw het geval was geweest. In de jaren 1950 werd de woonwijk Nazareth sterk uitgebreid, waardoor de stedelijke bebouwing het landgoed tot op enkele tientallen meters naderde.Panhuysen e.a. (2013), p. 225. In 1960 werd tussen Meerssen en Maastricht de rijksweg 2 (A2) opengesteld, een van de eerste delen van de snelweg die in Limburg gereedkwamen. De weg loopt aan de oostkant pal langs langs de tuinen van La Grande Suisse en Villa Kanjel. Aan de westzijde werd in de jaren 1960 en 1970 het industriegebied Beatrixhaven aangelegd, waardoor de rust en de sfeer van het landgoed nog meer verstoord raakte. De samenhang met andere landgoederen ging hierdoor deels verloren. Kort na 2000 werd de Landgoederenzone Maastricht-Meerssen opgericht om de samenhang in het gebied te herstellen. Vanaf 2008 werd de samenwerking uitgebreid met Valkenburg aan de Geul, waarmee het Buitengoed Geul & Maas ontstond.'Toekomstbeeld Landgoederenzone' op frmc.nl (uit 2009). Binnen dit gebied neemt het deelgebied Mariënwaard een centrale plaats in als verbindingsstuk tussen stad en platteland.
thumb|Speeltuin bij het koetshuis (2021)