La Grande Suisse is een buitenplaats in de Nederlandse gemeente Maastricht. De buitenplaats ligt aan de straat Mariënwaard in de gelijknamige buurtschap, ten noorden van de woonbuurt Nazareth in de wijk Maastricht-Oost. Het kasteelachtige buitenhuis heeft in de loop der eeuwen diverse functies vervuld, waarbij het onder andere bekendstond als De Kanjel en Huize Mariënwaard. Sinds 2020 is er een crematorium en uitvaartcentrum gevestigd en is de naam La Grande Suisse weer in gebruik. Het bijbehorende park is deels openbaar. De buitenplaats is, evenals het naastgelegen landgoed Villa Kanjel, onderdeel van de landgoederenzone Buitengoed Geul & Maas.

Geschiedenis Het landelijke gebied ten noorden van Maastricht was vanouds een geliefde vestigingsplaats voor welgestelden uit Maastricht. In de buurtschappen Weert en Mariënwaard (eertijds beide behorend tot de gemeente Meerssen) waren het vooral leden van de fabrikantenfamilie Regout die een stempel drukten op het aanzien van het gebied. Rond 1850 werd hier de Spoorlijn Aken - Maastricht aangelegd, later volgde de Spoorlijn Maastricht - Venlo. Van 1853 tot 1933 had de buurtschap Mariënwaard een eigen treinstation, omstreeks 1900 aangeduid als halte Mariënwaard.'Spoorwegen. Wijzigingen treinenloop Limburg, Winterdienst 1902/3', in: Limburger Koerier, 25 september 1902. Geraadpleegd op Delpher op 17 oktober 2023.

Bewonersgeschiedenis

Het goed heette aanvankelijk Canjelhof, (Grote) Caniel of De Kanjel (naar de beek Kanjel, die langs het landgoed stroomt), daarna korte tijd Bellevue, vervolgens La Grande Suisse, daarna Marienwerth of Mariënwaard en sinds circa 2020 opnieuw La Grande Suisse. Op een Franse militaire kaart uit 1748 wordt het landhuis aangeduid als Le Grand Caniel. Iets ten zuiden ervan lag een huis of hoeve met de naam Petit Caniel, echter niet ter plekke van de latere Villa Kanjel, maar aan de overkant van de straat.Zie kaartdetail op Wikimedia Commons. Het landhuis dateert deels uit de eerste helft van de achttiende eeuw, toen het door leden van de familie Van Meeuwen werd bewoond. Als bouwheer kan gezien worden de succesvolle lakenfabrikant Jacob van Meeuwen (Jacques de Mewen), die in 1722 "den Canjelhof" kocht van de weduwe Lambertus Maenen. In 1733 kregen Van Meeuwen en zijn echtgenote Maria Anna Pleugmaeckers toestemming van de bisschop van Roermond om in de kapel van de Kanjel missen te laten opdragen.Haans/Schaars (2016), pp. 8, 16-17. Latere bewoners waren de families Looz-Corswarem / Von Kameke (circa 1762-1804), De Rosen (1804-1828) en Ransonnet / Cramer / Dupuis de Watremont (1828-1862). De omvang van het landgoed rond het midden van de negentiende eeuw is vrij nauwkeurig te reconstrueren aan de hand van de kadastrale minuutkaart van Meerssen (1813-1830) en de kadastrale eigendomsgegevens van 1842. Daaruit blijkt tevens dat de hoofdstructuur van de tuin, zoals die te zien is op de prent uit het album van Petrus Regout, toen al aanwezig was.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'. Omstreeks deze tijd werd het landhuis (of een deel ervan) door Hendrik Cramer verhuurd aan de vermicellifabriek van J. Pagnier.Van den Boogard (2001), p. 37.

In 1862 verwierf de Maastrichtse fabrikant Petrus Laurentius Regout (1801-1878) het landgoed. Hij noemde het La Grande Suisse ("Groot-Zwitserland"). Op een prent in het Album dedié a mes amis et mes enfants, dat Regout omstreeks 1863 in Parijs liet samenstellen, is te zien dat het landhuis toen nog een totaal ander aanzicht had. De nu zo kenmerkende hoektorens ontbraken en de hogere bouwdelen aan de zuidzijde waren voorzien van trapgevels. De vermoedelijk in de achttiende eeuw aangelegde tuinen werden door Regout naar eigen smaak voorzien van beelden en fonteinen. Na een ingrijpende verbouwing in 1864-'67 kreeg het huis het huidige kasteelachtige uiterlijk. Regout woonde er niet zelf, maar verhuurde zowel het woongedeelte als de in 1866 uitgebreide boerderijvleugel aan drie verschillende partijen.Haans/Schaars (2016), p. 24. Op een iets zuidelijker aan de Meerssenerweg gelegen perceel, dat eveneens tot het bezit van Cramer had behoord, liet Regout een hotel-restaurant in chaletstijl bouwen, dat hij de naam La Petite Suisse gaf. De tuin van dit maison de plaisance was, voor zover mogelijk, nog uitbundiger dan die van Regouts andere bezittingen. Na het overlijden van Petrus Regout in 1878 erfde zijn oudste dochter, Mimi Weustenraad-Regout (1826-1898), het pand. Ze liet het in 1880 ingrijpend verbouwen en noemde het Villa Kanjel.

La Grande Suisse was al drie jaar voor het overlijden van Petrus Regout verkocht, waarschijnlijk door zijn echtgenote Aldegonda, die in deze periode als zijn zaakgelastigde optrad. Van 1875 tot 1954 was het landgoed in gebruik als zusterklooster, meisjesschool en pensionaat van de franciscanessen van Nonnenwerth,Zie Nonnenwerth op Wikidata. de Duitse tak van de franciscanessen van Heythuysen, die vanwege de Kulturkampf uit Duitsland waren gevlucht.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 230. Dezen lieten omstreeks 1880 aan de zuidoostzijde van het landhuis een groot, U-vormig klooster annex pensionaat bouwen, waarvan de neogotische baksteenarchitectuur sterk contrasteerde met het oudere mergelstenen gebouw. De naar het westen gekeerde kopgevels van de twee vleugels hadden de vorm van trapgevels. In de zuidvleugel was een dubbelkapel ondergebracht.Haans/Schaars (2016), pp. 10, 29. Het Deutsches Haushaltungspensionat "Marienwerth" vernederlandste in de loop der jaren, vooral nadat in 1887 de meeste Duitse pensionaires weer in Nonnenwerth ondergebracht konden worden. In Marienwerth/Mariënwaard richtten de zusters zich vooral op welgestelde pensionaires. Vanaf circa 1897 werd het pensionaat in toenemende mate aangeduid als Mariënwaard, hoewel Marienwerth tot aan de Tweede Wereldoorlog gangbaar bleef. De naam Mariënwaard, later tevens de naam van een station, een straat en een buurtschap, is dus afkomstig van de zusters van Nonnenwerth.

Naoorlogse ontwikkelingen thumb|Maquette Mgr. Van Rijt-Stichting, ca. 1985, met nieuwe school (links), paviljoens (boven) en te slopen klooster-pensionaat (rechts, rode gebouw). Op de plek van het voetbalveld is later een tweede school gebouwd Eind 1952 kocht de Mgr. J.G. van Rijt-Stichting het complex van de zusters franciscanessen. In de loop van 1952 waren de meeste zusters al naar Duitsland vertrokken. Ook na hun vertrek bleef de instelling de naam Mariënwaard gebruiken.Ubachs/Evers (2005), p. 521: 'Suisse, La Grande'. Enkele Nederlandse zusters bleven nog tot circa 1980 in het klooster wonen en verhuisden toen naar het Sint-Elisabethklooster in Heythuysen.GM 3620 op flexinext.maastricht.nl (gearchiveerde link).

De nieuwe eigenaar, de Van Rijt-Stichting, was in 1947 te Roermond opgericht en was genoemd naar de priester en pleitbezorger van de jeugdzorg Gerrit van Rijt (1870-1959). De uitsluitend met leken werkende stichting beheerde sinds 1948 het voogdijgesticht St. Lodewijk in Vlodrop.'Tehuis St. Lodewijk, Vlodrop, 1945-1948' op archieven.nl. Op 1 april 1954 verhuisde het gesticht naar Mariënwaard, waar zowel het oude landhuis als het door de franciscanessen gebouwde klooster-pensionaat in gebruik werden genomen. Dat laatste werd voor circa 100.000 gulden verbouwd. Ook verrees op het terrein een nieuw schoolgebouw.'„St. Lodewijk" van Vlodrop naar Mariënwaard', in: De Tijd, 4 november 1952, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 16 oktober 2023.'Zorg voor het verwaarloosde kind. Mgr. Van Rijt-stichting gaat lekenleiders opkweken. St. Lodewijk-college overgenomen', in: Limburgsch Dagblad, 14 september 1948, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 17 oktober 2023. Van 1966 tot 1971 werd het gesticht uitgebreid met een twintigtal geschakelde paviljoens in de voormalige tuin, waar ruim 200 kinderen in de leeftijd tien tot achttien jaar in groepsverband konden wonen. Het oude landhuis, dat in de jaren 1960 nog was uitgebreid met een nieuwe keuken en sportzaal, werd daarna door de stichting afgestoten. Er werkten begin jaren 1970 circa vijftig begeleiders en pedagogen.'Opening dinsdag door gouverneur mr. Van Rooy. „Mariënwaard” opent nieuwe paviljoens voor 200 kinderen', in: De Nieuwe Limburger, 26 juni 1971, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 17 oktober 2023.

Van 1986 tot 1999 werd het landhuis weer door particulieren bewoond. Op 1 juli 1986 werd het hoofdgebouw met de zuidelijke tuin afgesplitst van de overige bebouwing op het terrein. De Mgr. Van Rijt-Stichting verkocht het landhuis als particuliere woning aan het echtpaar Van Zundert-Van Wunnik.Haans/Schaars (2016), p. 53. Het grote bakstenen klooster annex pensionaatsgebouw werd in deze periode gesloopt, inclusief de neogotische kloosterkapel.Haans/Schaars (2016), p. 13. Aan de noord- en zuidzijde van het landgoed bevonden zich drie scholen voor speciaal onderwijs (LOM/ZMOK): de Don Boscoschool, De Opstap en de Talententuin. Omstreeks 1990 ging de Van Rijt-Stichting op in de Stichting Jeugdhulp Maastricht, later Xonar.Jaarboek Maastricht 1990, p. 63. In 1999 werd het landhuis verkocht aan een stichting, die er appartementen in wilde onderbrengen. De plannen liepen op niets uit. Enkele jaren later probeerde een belegger het opnieuw, eveneens zonder resultaat. Door leegstand en gebrek aan onderhoud raakte La Grande Suisse steeds meer in verval. Trappen, balustrades en schoorsteenmantels verdwenen uit het hoofdgebouw. De tuin veranderde in een wildernis. Omstreeks 2017 waren enkele paviljoens enige tijd gekraakt. Een deel van het landhuis werd antikraak bewoond.

Begin 21e eeuw verkeerde het landhuis in een deplorabele staat. Van het park was vrijwel niets meer over. Ook was de situering van het landgoed door allerlei ontwikkelingen minder idyllisch geworden dan tot het midden van de twintigste eeuw het geval was geweest. In 1960 werd tussen Meerssen en Maastricht de rijksweg 2 (A2) opengesteld, een van de eerste delen van de weg die in Limburg gereedkwamen. De weg loopt aan de oostkant pal langs langs de tuinen van La Grande en La Petite Suisse. Aan de westzijde werd in de jaren 1960 en 1970 het industriegebied Beatrixhaven aangelegd, waardoor de rust en de sfeer van het landgoed nog meer verstoord werd. De samenhang met andere landgoederen in het gebied ging hierdoor deels verloren. Omstreeks 2005 werd de Landgoederenzone Maastricht-Meerssen opgericht om de samenhang in het gebied te herstellen. Vanaf 2008 werd de samenwerking uitgebreid met de gemeente Valkenburg aan de Geul, waarmee het Buitengoed Geul & Maas ontstond.'Toekomstbeeld Landgoederenzone' op frmc.nl (uit 2009). Binnen dit gebied neemt Mariënwaard een centrale plaats in als overgangszone tussen stad en platteland. Het hoofdgebouw van La Grande Suisse werd door de uitvaartondernemingen Monuta (sinds 2016 eigenaar) en DELA, in samenwerking met de vastgoedontwikkelaar Hillgate Investments, herontwikkeld als uitvaartcentrum en crematorium.Haans/Schaars (2016), p. 5. Het ingrijpend gerenoveerde en met nieuwbouw uitgebreide gebouw opende in oktober 2020 zijn poorten.'Landgoed La Grande Suisse omgetoverd tot ‘white label’ crematorium' op rtvmaastricht.nl, 28 januari 2019. Op het achterterrein, dat door de gemeente voor één euro werd overgenomen van Xonar, zijn de vervallen paviljoens gesloopt.'Maastricht betaalt sloop en krijgt gronden Mariënwaard', in: De Limburger, 23 mei 2018. De voormalige Don Boscoschool is vanaf 2022 in gebruik als tijdelijk asielzoekerscentrum., 'COA wil oude school in Maastricht overnemen voor langdurige opvang van asielzoekers', in: De Limburger, 27 maart 2023.

Beschrijving Exterieur thumb|Detail westgevel met (lege) beeldennis en gestuct fronton met de naam "Grande Suisse"