De opaalvaalhoed (Hebeloma velutipes) is een schimmel in de familie Strophariaceae. Hij vormt ectomycorrhiza. Hij is bekend volgens de oorspronkelijke tekst van berk en wilg. In praktijk ook bij beuk, populier, eik en soms bij naaldbomen.Hebeloma velutipes op hebeloma.org Het voorkomen per familie Pinaceae (48,5%), Fagaceae (18,0%), Betulaceae (15,7%) en Salicaceae (10,3%). Hij komt voor in bossen, bij parken en langs lanen op droge, enigszins voedselarme, zand-, leem- of kleibodems.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van (12) 20–64 (95) en kan umbonaat zijn. Het oppervlak is wit tot bleek tot creme en donker donker in het centrum.Mushrooms & toadstools of Britain & Europe Vol 3 / Agarics - part 2, G. Kibby
Lamellen De lamellen zijn bleek roze daarna bruin en met 58 tot 78 lange lamellen aanwezig.
Steel De steel is (5) 29–80 (120) mm lang en (3) 4–10 (20) mm dik. Er is geen cortina aanwezig. De steelbasis is meestal knolvormig opgezwollen.Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe: Lanen op voedselrijke bodems De steel heeft een fluweelachtige uiterlijk als gevolg van de dichte bedekking van caulocystidia.
Geur en smaak Hij ruikt naar radijs en smaakt bitter of naar radijs.
Microscopische kenmerken De basidia meten (21) 24–37 (42) x (5) 6–9 (10) μm. De sporen zijn amygdaloïde (amandelvormig), dextrinoïde, duidelijk wrattig en meten (6,9) 8,0–15,2 (16,1) × (4,1) 5,1–8,2 (8,9) μm (Q: 1,51–1,96). De cheilocystidia meten (28) 29–96 (107) × (2,7) 3,1–7,5 (8,1) μm. De toppen zijn (3,7) 4,7–12,7 (15,4) μm breed. De pleurocystidia zijn niet aanwezig. De caulocystidia bevinden zich over de hele steel en zien er hetzelfde uit als de cheilocystidia maar groter, tot 200 μm.
Verspreiding De opaalvaalhoed komt voor in Noord-Amerika, Europa, Nieuw-Zeeland en verschillende Aziatische landen. In Nederland komt hij algemeen voor.
Foto's
Zie ook Vleeskleurige vaalhoed
Categorie:Strophariaceae Categorie:Schimmelsoort