Kasteel Montcavrel (Château Montcavrel), een tijdje ook het kasteel van Mailly (Château de Mailly) genoemd, was een feodaal mottekasteel in het uiterste noordwesten van Frankrijk. Het lag ten zuidwesten van Boulogne-sur-mer, in de Pas-de-Calais, een departement in de regio Haut-de-France, op een plateau waar oorspronkelijk een Romeinse kampement zou zijn geweest, en torende uit boven het Franse dorp Alette.

De oorsprong van het kasteel was een donjon uit de 10e eeuw. Het complex werd bewoond door adellijke families en werd in de loop van de tijd uitgebreid, totdat het tijdens de Franse Revolutie grotendeels vernield werd. Later is het gesloopt en kwamen er een boerderij en hotel voor in de plaats. Heden zijn een 17e-eeuwse duiventoren en de ruïnes van de barbacane, weermuren, poternen en torens de enige restanten van de voormalige burcht.

Het is een goed voorbeeld van hoe verdedigingswerken in de 15e en 16e eeuw aangepast werden aan militaire ontwikkelingen, zoals de opkomst van artillerie. De ruïne van het kasteel van Montcavrel en haar oude gracht is om haar historische waarde een beschermd monument (site classé).

Naamgeving en heraldiek links|miniatuur|rechtop=0.45|Wapen van gemeente Montcavrel Het toponiem Montcavrel verwijst naar het reliëf van de locatie en is afgeleid van de benaming 'Mons caprinus', wat de Berg van de geiten of reeën betekent. De eerst bekende eigenaren van het kasteel kregen derhalve ook die naam. Die naam beklijfde, ook al werd het een tijdje Château de Mailly genoemd, naar de eigenaren in de 17e en 18e eeuw.links|miniatuur|rechtop=0.45|Wapen van gemeente Alette

Kasteel Montcavrel was overigens altijd deel van het dorpje en de gemeente Alette; het huidige buurdorpje Montcavrel hoorde wel bij de heerlijkheid van het kasteel, maar kreeg die naam pas later: dit gehucht werd 'Emy-sous-Montcavrel' genoemd, wat pas in de 17e eeuw Montcavrel werd.

De drie vijfbladige rozen die voorkomen op het wapen van de gemeente Alette, zijn afkomstig van het wapen van de familie De Montcavrel, de eerste heer van de heerlijkheid. De hamers verwijzen naar de Mailly's, die het gebied in 1648 in bezit kregen via het huwelijk van Charles de Mailly met Jeanne de Monchy: een houten hamer wordt in het Frans maillet genoemd.

Locatie Het kasteel ligt 7 kilometer ten noorden van Montreuil-sur-Mer, 17 kilometer ten westen van Touquet-Paris-Plage en 40 kilometer ten zuidoosten van Boulogne-sur-Mer. miniatuur|Het kasteel gelegen tussen de dorpjes Montcavrel en Alette Het bevindt zich in de vallei van de Bimoise, tussen Montcavrel aan de westzijde en Alette aan de oostzijde, waarover het vanaf een rotsachtige plateau over de vallei uitkijkt.

Het feodale mottekasteel was een strategische plek voor verdediging en bescherming, gelegen op de grens van de regio's Ponthieu, Artois en Boulogne. Het keek uit over de wegen die in de buurt kruisten, in het bijzonder het oude Romeinse pad dat van Amiens naar Boulogne-sur-Mer liep.

Beschrijving miniatuur|plattegrond van het kasteel op de plateau met alle bouwmassa's Het kasteel was gebouwd op een rotsachtig plateau van ongeveer een hectare, dat omringd was door een circa 25 meter brede en deels gegraven droge gracht (fosse). De vorm van het kasteel zoals thans bekend dateert van de 12e eeuw, hoewel bekend is dat het plateau al veel eerder gebruikt werd, met name door de Romeinen.

Het complex bestaat uit een uitgestrekte eivormige muur en herinnert aan de typische plattegrond van de 10e en 11e-eeuws Normandische kastelen, die gekarakteriseerd werden door hoge muren en diepe grachten. miniatuur|de hoge binnenplaats Het ommuurde terrein van Montcarvel bevat twee binnenplaatsen. De oostelijk gelegen hoge binnenplaats (court haute) is de oudste en was tot in de 15e eeuw de enige binnenplaats. Het bevatte een donjon, die ten tijde van de Franse Revolutie vernield en daarna gesloopt is. Hiervan zijn thans alleen de funderingen over. Voorts is deze binnenplaats omringd met een barbacane, die een noordelijke wachttoren bevat en welke via een weermuur verbonden is met een poterne. Ook aan de zuidkant van de binnenplaats was een wachttoren. Deze bouwmassa's bestaan nog altijd maar zijn in een staat van ruïne en overwoekerd door vegetatie.

De muren van het westelijk gelegen lage binnenplaats (basse court) dateren uit de 16e tot 18e eeuw en getuigen van de transformatie van het complex van een middeleeuwse burcht naar een agriculturele onderneming. Het bouwmateriaal dat van de gesloopte donjon vrijkwam werd gebruikt voor de bouwwerken in het westelijk gelegen lage binnenplaats (basse court), die vanaf de 16e eeuw tot 19e eeuw in gebruik was. Deze binnenplaats bevat thans nog een duiventoren, een in redelijke staat zijnde boerderij en verwaarloosde logementgebouwen. Het terrein is te bereiken via een ingang aan de zuidzijde, die thans nog zichtbaar is en bestaat uit een koetspoort en een poterne. Een enkele bron suggereert dat het kasteel via een ophaalpoort te bereiken was. De muren waren oorspronkelijk vermoedelijk hoog en gebouwd van het materiaal dat uit de gracht gegraven werd.

Het terrein bevatte ook een rechtszaal, een kapel (gewijd aan Sint-Michaël), en het herenverblijf, essentiële elementen van een romaans kasteel.

Duiventoren miniatuur|Van de forsgebouwde duiventoren werd ook wel gedacht dat het als windmolen of gevangenis heeft gefungeerd. De cilindrische duiventoren (pigeonnier) midden op de lage binnenplaats dateert van 1761. Deze heeft een met leien gedekt, geknikt puntdak met zes spanten. Onder de dakrand aan de zuidzijde bevindt zich een zonnewijzer met de resten van een heraldisch wapenschild.

Hoewel historische bronnen duidelijk van een pigeonnier spreken, wordt een enkele keer gesuggereerd dat het bouwwerk als windmolen of gevangenis heeft gediend.Zie tekst in afbeelding.

Wachttorens, weermuren en poternen miniatuur|noordelijke poterne en het typische schietgat Verschillende versterkingswerken getuigen van een aanpassing aan de artillerie: de poort, de muur en de grote toren van het noordelijke gedeelte zijn allemaal uitgerust met hetzelfde type schietgat, evenals een kleinere toren aan de zuidkant, voorzien van drie schietopeningen in de Franse stijl. (2018), 2. Le château de Montcavrel

Geschiedenis Algemene en bouwgeschiedenis Het rotsachtige plateau Montcavrel, in eerste instantie mons caprinus genoemd ('geitenberg'), werd mogelijk ooit bezet door een Romeinse kamp.

11e eeuw - 1470 Het plateau werd in elk geval vanaf 1071 bezet door ene Foulques, die derhalve Foulques de Montcavrel werd, de eerste heer van een familiegeslacht die generaties lang over het gebied heerste. (1901) In die tijd werd de donjon op het hoogste puntje van het plateau gebouwd.

De 15e en 16e-eeuwse oorlogen tussen de Fransen, Engelsen, Bourgondiërs en Spanjaarden in Artois en Boulogne leidde tot aanpassingen van vestingwerken aan de eisen van de oorlogvoering in die tijd, waaronder nieuwe verdedigingsmaatregelen vanwege de opkomst van artillerie. Dit fenomeen trof eerst de kastelen in de 15e eeuw, voordat het zich in het begin van de 16e eeuw uitbreidde naar de stadsmuren. Het kasteel van Montcavrel is een goed voorbeeld van de militaire ontwikkelingen uit deze tijd. (2018), 1. Introduction

1470 - 1666 De bovenste binnenplaats van het kasteel werd verbouwd in de tweede helft van de 15e eeuw onder heer Aymon de Monchy (1431-1473). Het onderging verdere aanpassingen en verbeteringen in de 16e eeuw in aansluiting op de vooruitgang in artillerie en belegeringstechnieken. Het kasteel was vanaf het laatste kwart van de 15e eeuw meerdere keren aan aanvallen onderhevig: een belegering van 1477 tussen Fransen en Bourgondiërs, gevolgd door de Engels-Spaanse oorlogen vanaf 1521, met een aanval op het kasteel in 1544. In 1554 gebruikte koning Hendrik II van Frankrijk deze vesting ter verdediging van de regio.

Het kasteel werd weer verbouwd onder Antoine de Monchy (1569-1587), die er een boerderij van maakte. Hij sloopte de primitieve poort van de lagere binnenplaats en verving die door een nieuwe ingang aan de zuidzijde. Die is thans nog zichtbaar en bestaat uit een koetspoort en een poterne.

Jean IV de Monchy continueerde de verbouwingen tijdens de Dertigjarige Oorlog tegen het Roomse rijk.

Het landgoed, dat toebehoorde aan de Monchy-Cayeu en de Mailly-Nesle, werd in 1690 verheven tot markizaat.

1666 - 1795 In 1717 kwam de Russische tsaar Peter de Grote op bezoek in Frankrijk. Op zijn weg naar de hoofdstad zou hij kasteel Montcavrel aangedaan hebben.

Het kasteel werd tijdens de Franse Revolutie door revolutionaire bendes geplunderd en vernield.

1795: Na de Franse Revolutie Na de ravage door de Franse revolutie werden rond 1815 de donjon en enkele muren gesloopt. Met de vrijgekomen bouwmaterialen werden tussen 1841 en 1852 logies gebouwd., (1902)

In 1842 werd het kasteel aangewezen als een van de schapenboerderijen in het kader van het door Koning Louis-Philippe geïnitieerde Nationale Schaapskooien-programma (bergeries nationales). Een kudde schapen van het Dishley-ras en Dishley × Merinos-kruisingen werden van de Nationale Schaapskooi van Alfort voor de fok naar het kasteel overgebracht. Lokale Artesische en Vlaamse schapenpopulaties werden er gekruist met Dishley-, New Kent- en Shropshire-rammen voor betere wolproductie. De Montcavrel-schaapskooi kreeg een goede reputatie: de ontwikkeling van de Boulonnais-schapenras is het resultaat van kruisingen die begonnen in de bergerie nationale van het kasteel van Montcavrel. De fok op het kasteel duurde tot 1859, waarna de onderneming naar elders verhuisde.

Het kasteel van Montcavrel werd in 1915 geklasseerd als historisch monument (site classé).

Bewonersgeschiedenis Het kasteel behoorde achtereenvolgens tot drie adellijke families: de heren van Montcavrel tot 1415, de familie Monchy tot 1690, en ten slotte de familie Mailly tot aan de Franse Revolutie.

11e eeuw - 1470: Familie De Montcavrel

De bronnen duiden op verschillende aanvangstijden en bewoners in het begin. Een bron noemt Philippe De Montcavrel (996-1049) als de eerste sieur van Montcavrel, gevolgd door Godeffroy De Montcavrel (1025-1078), Escuyer, sieur de Montcavrel, d’Attin et d’Estrée-Estrelles Een andere bron schrijft echter dat in 1071 Foulques de Montcavrel de eerste heer was, gevolgd door Enguerran I, een rechter van het gerechtshof van Boulogne.

Hierna volgden Gaultier I De Montcavrel (1058-1114), jonkheer van Montcavrel; Gaucher De Montcavrel (1080-1143) jonkheer van Montcavrel en Beussent; Baudoin  de Montcavrel (1090-1149) jonkheer van Montcavrel en Beutin; Gaultier II de Montcavrel (1142-1198).

De broers Jean en Rasse de Montcavrel kwamen om tijdens de slag van Azincourt in 1415, wat het einde van de Montcavrel-familielijn betekende.

1470 - 1666: Familie De Monchy miniatuur|rechtop=0.45|Wapen van Jean de Monchy, markies van Montcavrel|links miniatuur|Sint-Quintinuskerk in Montcavrel Door huwelijk van de erfgename Jeanne de Montcavrel met Aymon de Monchy ging de heerlijkheid van Montcavrel in handen van De Monchy. Zij herstelden het kasteel nadat het was verwoest door de Engelsen. Ze bouwden ook de Sint-Quintinuskerk in Emy, de nederzetting die later het dorp Montcarvel werd.

Later herstelde Antoine de Monchy (1569-1587) meer van de schade die aan het kasteel was toegebracht en verwijderde de vestingwerken die niet langer nodig waren. De Monchy-familie was rijk en machtig, maar opeenvolgende oorlogen veroorzaakten haar ondergang en tussen 1561 en 1566 werd haar heerlijkheid geconfisqueerd. Herstel volgde in de tijd van Bertrand-André de Monchy (begin 17e eeuw), die markies werd. De laatste heer van de familie De Monchy was Jean-Baptiste de Monchy.

1666 - 1795: Familie De Mailly Een kasteelbewoner: Jehan Chamoulaud