thumb|Een huwelijksceremonie in Duitsland, 2005 Het huwelijk of matrimonium is een samenlevingsvorm die wereldwijd sinds duizenden jaren van belang is als economische, juridische, religieuze en/of sociale vorm van het onderhouden en structureren van duurzame vriendschappelijke en seksuele relaties, familieverbanden, arbeidskracht en bezit, geregeld door burgerlijk recht, religieus recht en/of gewoonte en traditie.

Met de opkomst van de Rooms-Katholieke Kerk met een eigen kerkelijk rechtssysteem, is het onderscheid ontstaan tussen het kerkelijk of religieus huwelijk enerzijds en het burgerlijk huwelijk anderzijds. In de 19e en 20e eeuw vormde het huwelijk in België, Nederland en andere Westerse landen veelal de fundering van het gezin.

Concept, vorm en invulling van het huwelijk is afhankelijk van de historische en culturele context en hangt ook samen met de religieuze en maatschappelijke overtuiging van de echtgenoten en de families waaruit zij voortkomen. In sommige landen worden onderscheiden het heterohuwelijk tussen mensen van verschillend, en het homohuwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht, waarmee niet is gezegd dat partners in een gemengd huwelijk hetero van geaardheid zijn.Uiteraard alleen als de geslachten eenduidig zijn. Het Nederlands burgerlijk recht kent dit onderscheid niet.

Bij het aangaan van een huwelijk heet een mannelijke huwelijkspartner een bruidegom, en een vrouwelijke een bruid. Bij een heterohuwelijk spreekt men van de bruidegom en de bruid.

Geschiedenis miniatuur|Egyptisch reliëf, echtpaar met huwelijksgiften, ca 2000 v.Chr miniatuur|Huwelijk tussen Maria en Jozef Het oud Romeins recht regelde de seksuele relaties tussen een man en een vrouw op verschillende manieren (coniugium, vir e uxor, concubinatus, nuptiae en matrimonium). Alle hadden specifieke rechtsgevolgen waarvan er in het latere recht soms enkele werden overgenomen. Kinderen en alle andere familieleden stonden onder de potestas van de pater familias. Ze konden op geen enkele leeftijd trouwen zonder de toestemming van het familiehoofd. Later werd dit afgezwakt en kwam er meer persoonlijke autonomie. De vrouw stond na het huwelijk onder voogdij van de man. Deze rechtsfiguur heeft eeuwenlang in vele rechtssystemen in meer of mindere mate bestaan, in België en Nederland tot in de 1950er jaren. Bloedverwantschap vormde tot in de vierde graad een beletsel, wat het neef-nichthuwelijk uitsloot.

Van circa 500 tot 1100 gold in delen van West-Europa het Germaans huwelijksrecht, dat grotendeels gewoonterecht was.

Kerkelijk recht, religieuze tradities Vanaf de 12e eeuw begon het concept van het huwelijk zoals we dat nu kennen zich te ontwikkelen binnen de Rooms-Katholieke Kerk, het was een sacrament. Regels werden uitgewerkt in het canoniek recht, de benedictijnse kerkjurist Gratianus vond bijvoorbeeld het principe van de instemming van het paar belangrijk bij de formalisering van het huwelijk, hij legde een uitgebreid concept vast in zijn boek Decretum Gratiani. De regel Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen komt van hem. Hij stelde dat huwelijken tussen Christenen enerzijds en Joden en heidenen anderzijds, verboden moeten worden. De Kerk nam de Romeinse regels rond bloedverwantschap over en dreef het aantal verboden graden in de 9e eeuw op tot zeven. Dit was in het bijzonder hinderlijk voor families met grootgrondbezit, die echter dispensaties kon kopen, waardoor onder andere ook veel grond in handen van de kerk kwam. Het Vierde Lateraans Concilie bracht in 1215 enige mildering. Een andere kerkelijke regel met grote impact betrof de vereisten rond leeftijd en toestemming. In navolging van Lombardus maakte het canoniek recht in de 12e eeuw de toestemming van de trouwers tot een noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor het huwelijk (Sufficiat solus consensus eorum, de quorum coniunctionibus agitur). Huwbare leeftijd en de huwelijksmeerderjarigheid vielen voortaan samen: voor de jongen veertien jaar en voor het meisje twaalf. Dit werd bevestigd door het Concilie van Trente. Het gebrek aan ouderlijke toestemming werd weliswaar als een zonde aangemerkt, maar tastte de geldigheid van het huwelijk niet aan.

Monogamie is de norm in christelijke culturen, en ligt ook meestal vast in het burgerlijk recht. Het christendom erfde deze norm van de Griekse en Romeinse beschavingen. In het Oude Testament is polygamie voor mannen evenwel normaal, en zowel Abraham als Koning David hadden meer dan een vrouw. De Islam staat een man toe tot vier vrouwen te huwen, op voorwaarde dat hij ze rechtvaardig kan behandelen. Ook in het christendom werd polygamie soms als het mindere kwaad beschouwd ten opzichte van het veel ergere overspel; toen Filips I van Hessen tegen Maarten Luther klaagde dat het gearrangeerde huwelijk met zijn echtgenote Christina van Saksen hem tot overspel dreef, raadde Luther hem aan in het geheim een tweede vrouw te huwen., "A history of marriage: from same sex unions to private vows and common law, the surprising diversity of a tradition," Seven Stories Press 2010.

Burgerlijk recht miniatuur|Het huwelijk van Tobias en Sarah, Jan Steen, omstreeks 1650 Vanaf de 16e eeuw werd het huwelijksconcept van de kerk overgenomen in het burgerlijk recht van verschillende landen. De filosoof en rechtsgeleerde Hugo de Groot omschreef het als “een verzameling van man ende wijf tot een gemeen leven, medebrengende een wettelick gebruick van malkanders lichaem”. Tot het einde van de 18e eeuw werden huwelijken kerkelijk ingezegend maar families met bezit of enig vermogen sloten voorafgaand aan de kerkelijke huwelijkssluiting overeenkomsten waarin de voorwaarden en gevolgen van een huwelijk, waaronder de erfopvolging, werden geregeld. De ondertekening was in bijvoorbeeld Frankrijk in de 18e eeuw een feestelijke plechtigheid. Het wereldlijke recht regelde het huwelijksvermogensrecht of strafbaar gedrag.

Onder invloed van de Verlichting kwam er eind 18e eeuw verandering in de heersende rol van het kerkelijk recht. Keizer Jozef II stelde in 1784 een verordening over het huwelijk in, geldig in de Zuidelijke Nederlanden. Het huwelijk werd niet langer aanzien als een sacrament maar als een burgerlijk contract. Toch bleef het kerkelijk huwelijk met als doel voortplanting en zonder mogelijkheid op echtscheiding de regel. Enkel tussen niet-katholieke echtgenoten werd een echtscheiding mogelijk. In de wetgeving na de Franse Revolutie werd het huwelijk gegrond op het natuurrecht met zo weinig mogelijk restricties. Het huwelijk had niet meer de voortplanting als doel en echtscheiding werd mogelijk. In het Burgerlijk Wetboek van Napoleon werd hier deels op teruggekomen maar bleef het huwelijk een burgerlijke instelling.Jos Monballyu, Geschiedenis van het privaatrecht en strafrecht, Syllabus KUL - KULAK, 1993

Voor wat de leeftijd betreft, bestaan in Europa drie parallelle tradities. In West-Europa huwden partners relatief laat en met een klein leeftijdsverschil. In Oost-Europa waren de partners traditioneel jonger. In het middellandse-zeegebied was de bruid typisch beduidend jonger dan de bruidegom. Elders in de wereld waren kindhuwelijken niet ongebruikelijk, waarbij ofwel elk van de echtelieden bij zijn of haar ouders bleef wonen tot aan de geslachtsrijpheid van de bruid, of de bruid bij haar schoonouders ging wonen om vertrouwd te worden met de regels en gebruiken van de familie van haar echtgenoot. In het traditionele China sinds de Song-dynastie (960-1279) vonden 20% van de huwelijken plaats onder het systeem van T'ung yang-shi: een meisje werd als baby of als peuter weggegeven om te worden opgevoed tot latere bruid voor de zoon des huizes. In India steeg tussen 1921 en 1931 het aantal kindbruiden van 8 565 357 naar 12 271 595; daarbij gold echter vaak het systeem van gauna waarbij de bruid tot aan haar geslachtsrijpheid werd opgevoed in het huis van haar eigen ouders.

Vanaf de latere decennia van de twintigste eeuw wordt de term huwelijk in sommige landen en in sommige kringen ook in toenemende mate geaccepteerd als benaming voor homoseksuele verbintenissen. Andere landen zoals Letland, definiëren het huwelijk in hun grondwet als een verbintenis tussen één man en één vrouw.

In april 2001 respectievelijk juni 2003 hebben Nederland en België als eerste landen ter wereld het huwelijk juridisch opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht, ongeacht seksuele voorkeur. Het is dus niet meer gekoppeld aan traditionele kenmerken zoals '(potentiële) vruchtbaarheid' en 'twee verschillende geslachten'; daarvoor kan de term heterohuwelijk worden gebruikt. Meaning and Necessity: Can Semantics Stop Same-Sex Marriage?, Essays in Philosophy, Volume 8, Issue 1, januari 2007, p. 142-181

Redenen om te trouwen thumb|Burgerlijk huwelijk met de ambtenaar burgerlijke stand op locatie. Beeckestijn, Velzen, NH, 1996, foto Poppe de Boer. Partners kunnen verschillende motieven hebben om een huwelijk aan te gaan: Liefde; de twee partners houden van elkaar en willen hun hele leven bij elkaar blijven, en vinden gevoelsmatig dat daar een huwelijk bij hoort. Kinderen; de partners willen (in de toekomst) samen kinderen krijgen; soms is er een kind op komst (een moetje) en wil men dit goed regelen. Verbinding; men trouwt vanwege het symbool van verbintenis. Religie; sommige partners geloven dat hun relatie niet compleet is zonder Gods zegen (kerkelijk huwelijk). Rechtszekerheid; men wenst de betreffende materiële en/of ideële rechten (zie onder), en/of men wenst de partner deze rechten te verlenen. Huisvesting, het verkrijgen van woonruimte en bijvoorbeeld een hypothecaire lening kan eenvoudiger zijn als er sprake is van een huwelijk. In sommige landen bestaat er ook 'wettelijk samenwonen', wat dan dezelfde voordelen geeft. Beroep; in sommige beroepen is het verdacht als je niet getrouwd bent. In moslimlanden is het handiger om getrouwd te zijn dan om ongetrouwd samen te wonen, dus als je daar voor je beroep moet zijn is een huwelijk een overweging. Soms hebben getrouwden ook voordelen binnen hun beroep. Belasting; soms is een huwelijk fiscaal voordelig. Naturalisatie; een huwelijk, hetzij uit idealisme, hetzij tegen vergoeding, waardoor de partner wordt genaturaliseerd (schijnhuwelijk), maar waarbij partners niet de intentie hebben als gehuwden te gaan leven.

Verloving Het huwelijk kan beginnen met een huwelijksaanzoek en, als dit aanvaard wordt, een verloving, inclusief een verlovingsring. Er kan gesproken worden over een bruidsschat.

Burgerlijk huwelijk of geregistreerd partnerschap (Nederland)

Het burgerlijk huwelijk of geregistreerd partnerschap kan onder voorwaarden worden gesloten tussen twee personen van gelijk of verschillend geslacht.

Godsdienstig huwelijk Het eerst of uitsluitend sluiten van een godsdienstig huwelijk, bijvoorbeeld een kerkelijk huwelijk of een Islamitisch huwelijk, is in Nederland niet toegestaan: Geen godsdienstige plechtigheden zullen mogen plaats hebben, voordat de partijen aan de bedienaar van de eredienst zullen hebben doen blijken, dat het huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken.Artikel 1:68 BW De bedienaar van de godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken, enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht is strafbaar, bij herhaling kan zelfs gevangenisstraf worden opgelegd.Artikel 449 Srhttps://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/28078

Wet elektronische dienstverlening burgerlijke standhttps://nvvb.nl/nl/communicatie/nieuwsberichten/invoering-van-de-wet-elektronische-dienstverlening/. Gearchiveerd op 31 mei 2019.