miniatuur thumb|Boeddhabeeld uit Gandhara, eerste eeuw thumb|Antiek India Gandhara was een gebied in Oost-Afghanistan en Noordwest-Pakistan.

Vanaf het midden van het 1e millennium v.Chr. was Gandhara een van de 21 satrapieën van het Perzische Rijk van de Achaemeniden. De grootste steden waren Taxila (35 km ten noordwesten van het huidige Islamabad), dat Darius I (549-486 v.Chr.) tot hoofdstad maakte, en Purushapura (Peshawar).

Nadat Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) al grote delen van het voormalige Perzische Rijk had veroverd, nam hij in 326 v.Chr. ook Taxila in, waarvan de heerser zich zonder strijd aan hem overgaf. Volgens de overlevering leefde Chandragupta Maurya, de stichter van de Mauryadynastie in Taxila toen Alexander de Grote de stad innam. Hier zou hij ook zijn belangrijkste raadgever Kautilya ontmoet hebben.

Gandhara onder de Maurya's Chandragupta Maurya veroverde Gandhara in 305 v.Chr na een overwinning op Seleucus, een diadoch (opvolger van Alexander).

De Maurya erfden en incorporeerden verscheidene Achaemenidische tradities die de basis werden voor de Arthashastra, een boek over staatkunde dat aan Kautiliya wordt toegeschreven.

Ashoka, de kleinzoon van Chandragupta Maurya, heerste over een van de grootste rijken in India ooit. Net als zijn grootvader begon hij zijn loopbaan vanuit Gandhara. Van nog groter belang is de door Ashoka bevorderde zendingsactiviteit van het boeddhisme. Ceylon werd in deze periode tot het boeddhisme bekeerd. Ashoka is bekend voor zijn in steen gekerfde edicten. Onder Ashoka's opvolgers raakte zijn rijk echter in verval. In Magadha volgden de dynastieën van de Shunga's en Kanva's, in het noordwesten heersten Indo-Griekse koningen, in het zuiden (in Centraal-India) de Shatavahana's en Andhra's.

Gandhara onder de Kushana Gandhara onderging een culturele bloeiperiode van de eerste tot de vierde eeuw onder het Kushanarijk. Wima-Kadphises bracht de Kushana, een Centraal Aziatisch herdersvolk (in China bekend als de Yuezhi) tot een groot rijk dat zich onder Kanishka van Afghanistan tot het Gangesbekken uitstrekte. In deze periode bereikte de Indische kunst een eerste hoogtepunt. Er ontstonden twee kunstscholen met een eigen stijl: die van Mathura en de school van Gandhara. Beide scholen brachten ongeveer tegelijkertijd de vroegste beelden van de Boeddha voort.

In de 4e eeuw verschoof het zwaartepunt geleidelijk naar het oosten en nam het belang van Gandhara af. Onder de Gupta's vormde Gandhara een grensgebied. Het werd in de 6e eeuw geplunderd door de Hephthalieten, die uit Centraal-Azië binnenvielen. Later ging het onderdeel uitmaken van het rijk van de Shahi's, een dynastie die eerst boeddhistische kunst patroniseerde, en later op het hindoeïsme overging.

Nadat Mahmud van Ghazni in 1021 na Chr. de Shahi's ten val bracht verdween de naam Gandhara. Gedurende de vroege islamitische periode werd het gebied bestuurd vanuit Lahore of Kabul. Gedurende de Mogolperiode was het gebied een deel van de provincie Kabul.

Categorie:Historisch land in Azië Categorie:Geschiedenis van Afghanistan Categorie:Geschiedenis van Pakistan Categorie:Kushana