Taxila (Takkasilā, Takhaśilā, Sanskriet: Takshaśilā, waarschijnlijk 'stad van bewerkte steen'A Guide to Taxila, p.8) was een centrum van boeddhistische studie in de oudheid. De stad lag op de zijderoute en trok boeddhistische studenten van heinde en ver om hoger onderwijs te genieten.

Taxila kent een geschiedenis van ten minste de 5e eeuw v. Chr. tot 5e eeuw n. Chr. en werd door zeven verschillende naties beheerst. Er zijn drie archeologische sites, van het zuidwesten naar het noordoosten: de Bhir Mound, Sirkap en Sirsukh, waarvan Bhir Mound de oudste is. Sirkap werd tussen 175 en 170 v. Chr. gesticht en werd bewoond tot de regering van Wima-Kadphises (ca. 90 - 100).A Guide to Taxila, p.65,66,21,22 Sirsukh werd waarschijnlijk tijdens de regering van Kanishka van het Kushanarijk gesticht (ca. 125).A Guide to Taxila, p.94,22 Het meest opvallende monument, de Dharmarajika stoepa, ligt ten oosten van de Bhir Mound en ten zuidoosten van Sirkap. miniatuur|Aramese inscriptie, mogelijk van een octagonale pilaar van wit marmer, gevonden in Sirkap, Taxila, 4e eeuw v. Chr, uit Marshalls A Guide to Taxila (1918) miniatuur|Hoofd van Dionysus met satersoren, klimop en cantharus (beker met twee oren), zilver 'repoussé', hellenistisch, vóór 1e eeuw v. Chr., Sirkap, Taxila, uit Marshalls A Guide to Taxila (1918)

Ligging Tegenwoordig is Taxila een oudheidkundige site in de Punjab provincie van Pakistan op een klein uur rijden ten noordwesten van Islamabad.

Het bestaat uit drie steden, van zuid naar noord: 'Bhir mound', Sirkap en Sirsukh. In Sirsukh zijn drie moderne dorpen: Mīrpur, Tofkiāñ en Pind Gākhrā, bovenop de resten van antieke gebouwen.

Vermeldingen In de Jataka verhalen werd deze stad steeds vermeld als 'studiecentrum'. In de Mahabharata wordt Taxila vermeld in verband met het grote slang offer van koning Janamejaya, die het koninkrijk Taxila veroverd had.

Inscripties van Darius de Grote in Persepolis en op zijn tombe in Naqsh-e Rustam vermelden een nieuwe Indiase satrapie, het rijkst en dichtstbevolkte in het Rijk en waarvan wordt aangenomen dat het, anders dan Aria, Arachosia en Gandaria, Sind en een groot deel van de Punjab ten oosten van de Indus uitmaakte. In Taxila is een inscriptie in Aramese karakters gevonden uit de 4e of 5e eeuw v. Chr., dat op Perzische invloed wijst. Het Kharoshthi alfabet werd in Taxila van het Aramees afgeleid. Het Aramees werd in NW-India geïntroduceerd door de Achaemeniden na hun verovering van het land rond 500 v. Chr.A Guide to Taxila, p.75,76

Arrianus sprak over Taxila als een grote en bloeiende stad in de tijd van Alexander de Grote, zelfs de grootste stad tussen de Indus en de Hisdaspes (Jihlam). Volgens Strabo was het land rondom dichtbevolkt en uitzonderlijk vruchtbaar en ook Plutarchus vermeldde de rijkdom van de grond. Ptolemeus schrijft over Takasoma; dit zou mogelijk Taxila zijn. Taxila was samen met Purushapura (Pesjawar) een van de twee belangrijkste steden van Gandhara.

Ook Hsuan Tsang schreef over de vruchtbaarheid van het land, de rijke oogsten, de stromende rivieren en uitbundige vegetatie.

Leerlingen Panini, de geniale Indische taalkundige, en Kautilya, de Indische Machiavelli, waren leerlingen van Taxila universiteiten. Chandragupta Maurya, de latere stichter van het Mauryarijk, studeerde acht jaar aan de universiteit van het oude Taxila. Later, in de tweede eeuw AD, zou Atraja een grootmeester van Indische geneeskunst hier zijn school vestigen. De bloeiperiode ligt tussen de eerste en vijfde eeuw na Christus.

Hellenistische kunst Marshalls A Guide to TaxilaA Guide to Taxila, p.32 (1918) verklaart het verband van het ontstaan van de 'Romeinse keizerlijke kunst' en de hellenistische kunst van West-Azië als volgt: Sinds de tijd van de Seleuciden (311 - 63 v. Chr.) was W-Azië het werkelijke artistieke centrum van de antieke wereld. In W-Azië kwamen de kunst van Griekenland, Ionië, Perzië en Mesopotamië samen en versmolten met elkaar. Vervolgens stroomde deze nieuwe W-Aziatische kunst naar het westen over het Romeinse Rijk en naar het oosten over Parthië, Turkestan en India. Romeinse ideeën hadden weinig invloed op de beeldende kunst van Griekenland of Azië. De kunst van Rome stond in dezelfde relatie tot Griekenland en Azië, als de kunst van Gandhara tot het hellenisme. Daarom lijkt de Romeinse kunst op dat van Gandhara, zonder dat de Romeinse cultuur op Noord-India directe invloed had.

Geschiedenis Taxila stond van de 5e eeuw v. Chr. tot de 5e eeuw n. Chr. onder het bewind van zeven verschillende, elkaar opeenvolgende naties: de Perzen, de Macedoniërs, de Maurya's, de Bactrische Grieken, de Scythen (Śaka's), de Parthen en de Kushanen.

Perzen Volgens John Hubert Marshall maakte Taxila waarschijnlijk deel uit van het Achaemeniden Rijk van Perzië, maar los van de vermelding van Taxila in de boeddhistische Jataka's als universiteitsstad, beroemd om haar kunsten en wetenschappen, is er weinig over bekend vóór de invasie van Alexander de Grote.

Macedoniërs miniatuur|Een kaart van Alexanders campagne in het Oude India Alexander ontving de onderwerping van Taxila in de lente van 326 v. Chr. Hij verbleef er enkele weken in voorbereiding op de aanval op Porus. De stad was toen erg rijk, dichtbevolkt en goed bestuurd, met gebied dat reikte van de Indus tot de Hydaspes. Er kwamen, volgens de overlevering van Alexanders expeditie, polygamie en satī voor, meisjes die te arm waren om te worden uitgehuwelijkt werden op de markt verkocht en de overledenen werden voor de gieren geworpen. Āmbhi (Omphis of Taxiles) was destijds koning en in oorlog met Porus en Abhisāra. Āmbhi hoopte op Alexanders hulp om zijn tegenstanders te overwinnen en stuurde gezanten vooruit naar Und (Udabhānda) om Alexander te ontmoeten. Āmbhi leidde zijn troepen naar Alexander om zijn diensten aan te bieden, onderhield hem in Taxila en stuurde 5000 man om Alexander te steunen in zijn aanval op Porus. In ruil mocht Āmbhi in het bezit van zijn gebied blijven en na de vrede met Porus werd zijn positie alleen nog maar versterkt.

Binnen zes jaar na Alexanders overlijden in 323 v, Chr., trok de Griekse gouverneur Eudemus zich uit de Indusvallei terug, om Eumenes bij te staan in diens strijd tegen Antiochus.

Maurya's Rond die tijd dreef Chandragupta Maurya de Griekse garnizoenen ten oosten van de Indus uit en nam Taxila op in zijn Rijk van Magadha.

Seleucus I Nicator probeerde de verloren bezittingen van Alexander te heroveren in 305 v. Chr., maar hij was gedwongen een haastige en vernederende vrede te sluiten met Chandragupta; alle oude Macedonische provincies, tot aan de Hindoe Kush, werden aan Chandragupta overgedragen. Onder diens zoon Bindusāra, kon Taxila het Maurische juk afschudden, maar door Chandragupta's kleinzoon, kroonprins Aśoka werd Taxila weer onderworpen. Onder zijn vader Bindusara, regeerde Asoka als onderkoning over Taxila. Onder Asoka won het boeddhisme aan invloed. Na Asoka's dood in 231 v. Chr. brak het rijk op en hervond Taxila korte tijd haar onafhankelijkheid. miniatuur|Dionysuskop met satersoren, Sirkap, Taxila, uit Marshalls A Guide to Taxila (1918) miniatuur|Bronzen beeldje van Harpocrates, de Egyptische kindgod van stilte, met daarom een vinger aan de mond, Laat-Hellenistisch, waarschijnlijk 1e eeuw v. Chr., Sirkap, Taxila, uit Marshalls A Guide to Taxila (1918)

Bactrische Grieken Grieken vielen rond 190 v. Chr. onder Demetrius, schoonzoon van Antiochus de Grote, vanuit Bactrië binnen. Twintig jaar later nam Eucratides Bactrië en delen van zijn Indiase bezittingen, waaronder Taxila, van Demetrius af. Van Demetrius en Eucratides stamden twee elkaar rivaliserende families, waarvan Griekse koningen over Taxila regeerden: zoals Apollodotus, Menander I en Antialcidas.

Scythen Na honderd jaar Bactrische overheersing kwamen Scythen (Śaka's in India) uit het westen, die de Grieken verdrongen. Zij waren al lange tijd gevestigd in de Parthische provincie Seistan, waarvandaan ze Arachosia innamen. De Parth Vonones nam in Arachosia de regering op zich. De Scythische leider Maues stootte naar het oosten door en nam het koninkrijk Taxila in (omstreeks 85-80 v. chr.). Azes I volgde Maues op rond 58 v. Chr. Na Azes I kwamen Azilises en Azes II.

Parthen Na de dood van Azes II verenigde in het derde decennium de Parth Gondophares de koninkrijken van Taxila en Arachosia. Sint Thomas de Apostel werd, volgens christelijke geschriften, aan het hof van Gondopharnes ontvangen. Gondopharnes annexeerde de Kaboelvallei, overmeesterde er het Griekse vorstendom en zette prins Hermaeus af. Later, toen de autoriteit van Gondopharnes afnam, namen de satrapen van de verschillende provincies zelf het bestuur in handen. Munten van Sasan, Sapedanes en Satavastra werden in Taxila gevonden. Gedurende deze Indo-Parthische overheersing bracht Apollonius van Tyana, waarschijnlijk in het jaar 44, een bezoek aan Taxila. Marshall acht het waarschijnlijk dat Apollonius werkelijk Taxila heeft bezocht en dat zijn biograaf Philostratus toegang had tot de notities van Apollonius' metgezel Damis.A Guide to Taxila, p.15

Rond het jaar 46 zou de in de Oudheid vermaarde, neopythagoreïsche filosoof Apollonius van Tyana vier dagen een bezoek hebben gebracht aan Phraotes, de Indiase koning, die in Taxila zijn paleis had. Phraotes was onafhankelijk van Vardanes, de Parthische koning van Babylon en heerste over de satrapie van Gandhāra. Phraotes zou de kleinzoon zijn van een koning met dezelfde naam. Philostratus (ca. 170 - ca. 247) schreef in opdracht van keizerin Julia Domna een biografie over Apollonius. In het verhaal wordt een tempel beschreven buiten de stad met in het heiligdom bronzen platen over de geschiedenis van Poros en Alexander de Grote. In de stad zou een tempel van Helios hebben gestaan met een cultusbeeld, dat uit parels was opgebouwd. Phraotes en zijn vader zouden tot filosoof zijn opgeleid door de wijzen, die Apollonius na zijn bezoek aan Taxila ontmoette. Hij zou vier maanden bij Iarchas, de oudste van de brahmaanse wijzen, blijven en zijn hele leven de lof hebben gezongen van de wijsheid van de Indiërs.

Kushanen Taxila behoorde met Mathura en Baghram tot de hoofdsteden van het Kushanrijk (30 - 375). Nadat Hermaeus uit Kaboel was verdreven door Gondopharnes, lijkt hij een alliantie te hebben gevormd met Kujūla Kadphises, de machtige leider van de Kushanen, en met diens hulp Kaboel te hebben herwonnen. Daarna verenigden Hermaeus en Kadphises hun krachten om Gandhara en Taxila te veroveren. De Kushanen waren een stam van de Yueh-chih, die oorspronkelijk uit Noord-west China kwamen. Waarschijnlijk namen Hermaeus en Kadphises tussen 50 en 60 de Kaboelvallei en Taxila van de Parthen over. Enige jaren later werd Kujūla Kadphises opgevolgd door Wima Kadphises. In de 2e eeuw kwam Kanishka aan de macht en na hem Huvishka en Vasudeva. Kanishka maakte Purushapura (peshawar) tot zijn winterhoofdstad. Na de dood van Vasudeva, waarschijnlijk in de eerste helft van de 3e eeuw, nam de macht van het Kushanrijk af.

In de 5e eeuw vielen de Witte Hunnen of Hephthalieten binnen. De Chinese pelgrim Fa Hien bezocht de boeddhistische monumenten in Taxila. De boeddhistische heiligdommen waren toen nog in bloei en intact. De verwoesting is hoogstwaarschijnlijk het werk van de Witte Hunnen, die na het jaar 455 over India trokken. Ze namen niet alleen het koninkrijk van de Kushanen over, maar uiteindelijk ook het grote Gupta Rijk. Taxila herstelde zich niet van deze ramp. Hsuan Tsang bezocht Taxila in de 7e eeuw, toen het afhankelijk was van Kashmir en de kloosters in puin lagen.

Archeologie