miniatuur|Moskalenko met Aleksej Jepisjev in 1944 miniatuur|Moskalenko links met in het midden Ivan Konev in de Karpaten in 1945 miniatuur|Uitreiking van maarschalksterren in het Kremlin in 1955. Van links naar rechts: zittend: Ivan Bagramjan, Nikolaj Koeznetsov, Nikolaj Pegov, Kliment Vorosjilov, Vasili Tsjoejkov, Andrej Jerjomenko, staand: Sergej Roedenko, Vasili Kazakov, Vladimir Soedets, Sergej Varentsov, Kirill Moskalenko, Ivan Isakov. miniatuur|Kirill Moskalenko en Sergej Koroljov met Joeri Gagarin op 12 april 1960 voor zijn ruimtevlucht miniatuur|Moskalenko rond 1970 miniatuur|Laatste foto van Moskalenko miniatuur|Het graf van Moskalenko op de Novodevitsjibegraafplaats in Moskou miniatuur|Het uniform van Moskalenko met zijn onderscheidingen miniatuur|Gedenksteen voor zijn deel in de Slag bij de Duklapas miniatuur|Monument in Poltava miniatuur|Monument in Pokrovsk miniatuur|Russische postkaart van 21 oktober 2001

Kirill Semjonovitsj Moskalenko (Russisch: ) (Grisjino, Gouvernement Jekaterinoslav, 11 mei 1902 – Moskou, 17 juni 1985) was een maarschalk van de Sovjet-Unie en tweemaal held van de Sovjet-Unie die vocht in de Tweede Wereldoorlog. Hij arresteerde in 1953 Lavrenti Beria en beschuldigde in 1957 Georgi Zjoekov van poging tot staatsgreep.

Jeugd Kirill Semjonovitsj Moskalenko werd geboren in een familie van Oekraïense boeren. Hij liep vier jaar basisschool op het platteland en dan twee jaar in de school van het Ministerie van Onderwijs. Van 1917 tot 1919 studeerde hij aan een landbouwschool op het Jama-station bij Bachmoet, waar ook de dichter Volodymyr Sosjoerra studeerde.

Russische Burgeroorlog Bij uitbraak van de Russische Burgeroorlog onderbrak hij zijn studie en keerde hij terug naar zijn geboortedorp, waar hij werkte in het landelijke revolutionaire comité. Toen het vrijwilligersleger van generaal Anton Denikin zijn provincie veroverde, verborg hij zich. Toen in augustus 1920 het Rode leger van arbeiders en boeren zijn dorp bezette, sloot hij zich bij hen aan.

Hij vocht met het 1e Cavalerieleger tegen de troepen van generaal Pjotr Wrangel en hoofdman Nestor Machno. In december 1920 studeerde hij aan de artillerieschool van Loehansk en dan tot 1922 aan de artillerieschool van Charkiv.Tijdens die studie vocht hij tegen bendes aan de Don en in het Donetsbekken.

Hij ging in 1928 naar de vervolgopleidingen voor de commandanten van de artillerie van het Rode Leger in Leningrad en in 1928 naar de faculteit voor de vervolmaking van de hogere officieren van de Militaire Academie Djerzjinski. Van 1922 tot 1932 was hij commandant van een peloton van een bataljon door paarden getrokken artillerie in de 6e divisie cavalerie die tot 1924 deel uitmaakte van het 1e Cavalerieleger. In Armavir bestreed hij daarmee contrarevolutionairen in de Noordelijke Kaukasus.

Interbellum In september 1923 werd zijn militaire eenheid overgeplaatst naar Brjansk. In 1924 werd hij commandant van een batterij in 1928 commandant van een trainingsbatterij, een bataljon artillerie en stafchef van een regiment artillerie.

Vanaf 1932 diende hij als eerste stafchef in een bijzondere divisie cavalerie in het verre oosten bij Tsjita. Vanaf 1934 was hij commandant van een regiment cavalerie. Vanaf 1935 voerde hij het bevel over de 23e brigade tanks in Kraj Primorje. Vanaf 1936 diende hij in het 45e Gemechaniseerde Korps van het militair district Kyiv.

In 1939 vocht hij als commandant van de artillerie van de 51e divisie fuseliers van Perekop van het militair district Odessa in de Winteroorlog. Hij kreeg daarvoor de Orde van de Rode Banier.

Daarna werd hij chef van de artillerie van het 35e korps fuseliers te Chisinau en het 2e gemechaniseerde korps te Tiraspol. Vanaf mei 1941 was hij commandant van de 1e brigade antitankartillerie te Loetsk als onderdeed van het 5e leger van het militair district Kyiv. Hij herinnerde zich: “De antitankbrigade was de enige in het Rode Leger, bewapend met de voor die tijd beste 76 mm kanonnen en 85 mm luchtafweergeschut, bruikbaar tegen luchtdoelen en gepantserde gronddoelen”.

Tweede Wereldoorlog Bij begin van de Tweede Wereldoorlog verdedigde die brigade onder zijn leiding de gebieden rond de steden Loetsk, Volodymyr, Rivne, Tortsjyn, Zvjahel en Malyn om de oversteken over de rivieren Teteriv, Pripjat, Dnjepr en Desna te bemoeilijken. Vanaf de eerste veldslagen behield Moskalenko zijn inherente en de scherpte van zijn denken, persoonlijke onverschrokkenheid, hij bevond zich altijd in de lijn van de vooruitgeschoven batterijen die direct vuurden. Gedurende een maand van voortdurende gevechten, in de richting van de hoofdaanval van de Heeresgruppe Süd, vernietigde zijn brigade meer dan 300 vijandelijke tanks. Op 23 juli 1941 ontving Moskalenko de Leninorde “voor militaire successen en moed”.

Vanaf september 1941 vocht K. S. Moskalenko, commandant van het 15e korps fuseliers als onderdeel van het 5e Leger van het Zuidwestelijk Front bij de steden Tsjernihiv, Nizjyn, Isjnja en Pyrjatyn. Daarna voerde hij het bevel over een groep gemechaniseerde cavalerie van het 13e Leger van het Zuidwestelijk Front: de 52e en 55e divisies cavalerie, de 307e divisie fuseliers en de 150e tankbrigade. In het tegenoffensief van de Sovjettroepen bij Moskou vocht hij aan het hoofd van deze eenheid in het Jeletsoffensief waarbij hij de vijand versloeg en de stad Jelets bevrijdde.

Charkiv In december 1941 werd hij benoemd tot plaatsvervangend commandant van het 6e Leger van het Zuidwestelijk Front en waarnemend legeraanvoerder. Het 6e leger onder leiding van Moskalenko vocht in de offensieve operatie Barvinkove-Lozova en bevrijdde de steden Izjoem en Lozova. Van 12 februari 1942 was hij commandant van het 6e Legerkorps cavalerie, van maart tot juli 1942 commandant van het 38e leger in de verdedigingsoperatie Valoejsko-Rossosj.

Stalingrad Vanaf juli 1942 voerde hij het bevel over het 1e Tankleger, waarmee hij deelnam aan veldslagen op de weg naar Stalingrad. In augustus 1942 werd hij commandant van het 1e Gardeleger, waarmee hij tot oktober 1942 vocht in de Slag om Stalingrad. Helemaal aan het begin van de verdedigingsperiode van de Slag om Stalingrad viel het 1e Tankleger, onder bevel van Moskalenko, de vijand bijna continu aan gedurende twaalf dagen op rij en hield zo zijn opmars tegen. Bij Kalach-na-Donu stopte zijn leger de opmars van het 6e Leger van de Wehrmacht van Friedrich Paulus naar Stalingrad, en won zo bijna een maand om de verdediging grondig te organiseren en reserves aan te voeren.

40e Leger In oktober 1942 werd hij benoemd tot commandant van het 40e leger, waar hij het bevel voerde over de operatie Ostrogozj-Rossosjansk, de Derde Slag om Charkiv, de slag om Koersk en de oversteek van de Dnjepr. Hij werd op 23 oktober 1943 Held van de Sovjet-Unie voor “de moed en heldenmoed getoond tijdens de oversteek van de Dnjepr en het veiligstellen van een bruggenhoofd op de westelijke oever.”decreet van het Presidium van de Opperste Sovjethttp://mondvor.narod.ru/HUssrDM2.jpg. Gearchiveerd op 12 juli 2023.

38e Leger Van 27 oktober 1943 tot het einde van de oorlog was hij opnieuw commandant van het 38e leger, ter vervanging van generaal Nikandr Tsjibisov. Met dit leger, als onderdeel van het 1e Oekraïense Front, 2e Oekraïense Front en 4e Oekraïense Front voerde hij het bevel over de operaties Zjytomyr-Berdytsjiv, Proskoerov-Tsjernivtsi, Lviv-Sandomierz, de Westelijke Karpaten, de Slag om de Duklapas, Moravië-Ostrava en het Praagoffensief.

Na de oorlog Na de oorlog ging K. S. Moskalenko met zijn 38e Leger over naar het militair district Karpaten. Vanaf augustus 1948 was hij commandant van de luchtverdediging van Moskou.

Arrestatie en proces van Beria In juni 1953 leidde hij de militairen die Lavrenti Beria arresteerden.http://old.redstar.ru/2003/06/28_06/5_01.html. Gearchiveerd op 7 maart 2023. Nikita Chroesjtsjov schreef:

Vanaf juni 1953 was hij commandant van het militair district Moskou. Hij schreef zelf:

Moskalenko onderzocht samen met de procureur-generaal van de Sovjet-Unie Roman Roedenko de zaak tegen Beria en zijn medewerkers, als lid van de speciale gerechtelijke zitting van het Hooggerechtshof van de Sovjet-Unie die in december 1953 Beria en personen dicht bij hem ter dood veroordeelde. In 1955 werd hij Maarschalk van de Sovjet-Unie.

Verwijdering van Zjoekov In 1957 hielp Moskalenko Nikita Chroesjtsjov om maarschalk Zjoekov uit de macht te verwijderen. Tijdens een plenaire vergadering van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie beschuldigde Moskalenko Zjoekov fel van poging tot staatsgreep. Zjoekov antwoordde hem:Memoires van Chroesjtsjov

Strategische Raketstrijdkrachten Vanaf 1960 was hij opperbevelhebber van de Strategische Raketstrijdkrachten en plaatsvervangend minister van Defensie van de Sovjet-Unie.

In 1962 zette Chroesjtsjov hem op een zijspoor als hoofdinspecteur van het Ministerie van Defensie van de Sovjet-Unie. De Franse journalist Michel Tatu in Moskou schreef dit toe aan onenigheid over de Cubacrisis:Tatu, Michel “Power in the Kremlin” Collins Londen 1969 p. 236.

Op 21 februari 1978 ontving hij de tweede gouden ster als Held van de Sovjet-Unie “voor diensten aan het moederland bij de ontwikkeling en versterking van de strijdkrachten van de USSR”http://mondvor.narod.ru/HUssrDM1.jpg. Gearchiveerd op 12 juli 2023. In december 1983 ging hij met pensioen met de eretitel inspecteur-generaal van het ministerie van Defensie van de Sovjet-Unie. Hij stierf op 17 juni 1985 in Moskou en ligt er begraven op de Novodevitsjibegraafplaats.https://nl.findagrave.com/memorial/11478939/kirill-semenovich-moskalenko

Militaire graden Kolonel 16 augustus 1938https://www.generals.dk/general/Moskalenko/Kirill_Semenovich/Soviet_Union.html. Gearchiveerd op 12 juli 2023.https://warheroes.ru/hero/hero.asp?Hero_id=1224 Kombrig 15 april 1940 Generaal-majoor van de artillerie 6 juni 1940 Luitenant-generaal 19/ januari 1943 Kolonel-generaal 19 september 1943 Legergeneraal 3 augustus 1953 Maarschalk van de Sovjet-Unie 11 maart 1955

Onderscheidingen

Sovjet-Unie 20px 20px Tweemaal Held van de Sovjet-Unie met gouden ster Nr. 2002 op 23 Oktober 1943 en Nr. 105 op 21 februari 1978 60px Zevenmaal Leninorde 22 juni 1941, 23 oktober 1943, 6 november 1945, 7 maart 1962, 10 mei 1972, 21 februari 1978 en 10 mei 1982 60px Orde van de Oktoberrevolutie 22 februari 1968 60px Vijfmaal Orde van de Rode Banier 7 april 1940, 27 augustus 1943, 3 november 1944, 15 november 1950 en 28 januari 1954 60px Tweemaal Orde van Soevorov 1e klasse 28 januari 1943 en 23 mei 1943 60px Tweemaal Orde van Koetoezov 1e klasse 29 mei 1944 en 25 augustus 1944 60px Orde van Bogdan Chmelnitski (Sovjet-Unie) 1e klasse 10 januari 1944 60px Orde van de Vaderlandse Oorlog 1e klasse 6 april 1985 60px Orde van Verdienste voor het Moederland in de Strijdkrachten van de Sovjet-Unie 3e klasse 30 april 1975 60px Medaille voor de Verdediging van Stalingrad 1942 60px Medaille voor de Bevrijding van Praag 1945 60px Medaille voor de Verdediging van Kyiv 1961 60px Medaille voor de Overwinning over Duitsland in de Grote Patriottische Oorlog 1941-1945 1945 60px Medaille voor de 20e Verjaardag van de Overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1965 60px Medaille voor de 30e Verjaardag van de Overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1975 60px Medaille voor de 40e Verjaardag van de Overwinning in de Grote Patriottische Oorlog 1985 60px Jubileumsmedaille voor Militaire Dapperheid ingesteld ter herinnering aan de Honderdste Verjaardag van Vladimir Iljitsj Lenin 1969 60px Medaille Veteraan van de Strijdkrachten van de USSR 1976 60px Medaille voor versterking van de wapenbroederschap 60px Jubileummedaille voor XX Jaar Rode Leger van Arbeiders en Boeren 1938 60px Jubileummedaille voor 30 Jaar Sovjet Leger en Vloot 1948 60px Jubileummedaille voor 40 Jaar strijdkrachten van de USSR 1958