Jean-Pierre de Chambrier baron d’Oleyres (Neuchâtel, 27 oktober 1753 – aldaar, 30 december 1822) was een diplomaat uit en in het vorstendom Neuchâtel, een Zwitsers vorstendom onder Pruisisch bestuur. miniatuur|Jean-Pierre de Chambrier d'Oleyres ca. 1814
Levensloop miniatuur|Grootkruis in de Orde van de Rode Adelaar miniatuur|Neuchâtel, 19e eeuw Chambrier was een zoon van Charles-Louis Chambrier en Madeleine Brun uit Neuchâtel. Chambriers vader was een militair in dienst van de Republiek der Verenigde Provincien. Van zijn grootvader aan moederskant ontving hij de adellijke titel d’Oleyres.
Van 1780 tot 1805 was Chambrier 25 jaar lang diplomaat voor het koninkrijk Pruisen in Turijn. Zijn diplomatieke rang was gevolmachtigd minister. In 1780 verleende koning Frederik II hem de titel van hofkamenier en in 1782 deze van baron. In 1799 werd hij vereerd met het grootkruis in de Orde van de Rode Adelaar.
Na zijn post in Turijn was Chambrier gevolmachtigd minister van Pruisen bij de Zwitserse Confederatie in de periode 1805-1814. In het begin onderhandelde hij de overgave van het vorstendom Neuchâtel aan maarschalk Oudinot, gezant van keizer Napoleon Bonaparte. In 1814 daarentegen onderhandelde hij met succes over de teruggave van Neuchâtel aan Pruisen. Neuchâtel had het bijzonder statuut van zowel vorstendom als 21e kanton van de Zwitserland.
Van 1814 tot 1822 was Chambrier gouverneur van het vorstendom Neuchâtel alsook luitenant-generaal van de koning van Pruisen in Neuchâtel. Hij is de enige inwoner uit Neuchâtel die gouverneur ervan is geweest.
In Neuchâtel was Chambrier lid van de Société du Jardin vanaf 1769. Hij werd toegelaten tot de Academie van Wetenschappen in Turijn (1774) en in Berlijn (1792). Hij was auteur van enkele geschiedkundige en politieke essays. In 1791 was Chambrier een van de stichters van de Société d’émulation patriotique, waarvan hij voorzitter was van 1815 tot 1822, in zijn periode als gouverneur van Neuchâtel.
Literatuur Guy de Chambrier, Madame de Charrière à travers le Journal de Chambrier d'Oleyres. In: Lettre de Zuylen et du Pontet, 8 (1983), p. 5-8. Guy de Chambrier, Madame de Charrière à travers le Journal de Chambrier d'Oleyres (1788-1790).In: Lettre de Zuylen et du Pontet, 11 (1986), p. 7-11;15. Guy de Chambrier, Madame de Charrière à travers le Journal de Chambrier d'Oleyres (1791-1798). In: Lettre de Zuylen et du Pontet, 14 (1989), p. 8-11. Guy de Chambrier, Madame de Charrière à travers le Journal de Chambrier d'Oleyres (1799-1801). In: Lettre de Zuylen et du Pontet, 17 (1992), p. 8-9. Louis-Edouard Roulet, Isabelle de Charrière et Jean-Pierre de Chambrier d'Oleyres. In: Une Européenne. Isabelle de Charrière en son siècle. éd.: Doris Jakubec & Jean-Daniel Candaux. Hauterive-Neuchâtel, Gilles Attinger, 1994, p. 245-254. Alberto Basso, La musica nella Correspondance di Isabelle de Charrière con Jean-Pierre Chambrier d’Oleyres. in ‘Et facciam dolçi canti’. Studi in onore di Agostino Ziino in occasione del suo 65o compleanno. Bianca Maria Antolini, Teresa Maria Gialdroni, Annunziato Pugliese (eds). Lucca, LIM (Libreria Musicale Italiana), 2010, 2 vol., I, p. 943-962.
Categorie:Zwitserse adel Categorie:Duitse adel Categorie:Duits diplomaat Categorie:Gouverneur Categorie:Geschiedenis van Neuchâtel Categorie:Persoon in de 18e eeuw Categorie:Persoon in de 19e eeuw