De anatomie van de neanderthaler behelst de bouw van een van de bekendste uitgestorven mensensoorten, Homo neanderthalensis.
Algemene bouw Het is niet eenvoudig de algemene bouw van de neanderthaler te bepalen omdat dit begrip binnen de ontdekkingsgeschiedenis van de neanderthaler gebruikt wordt voor een groot aantal populaties afwijkend in geologische ouderdom en verspreid over een aanzienlijk deel van westelijk Eurazië. De oudste populaties, met een leeftijd tot zo'n kwart miljoen jaar, verschillen niet heel veel van Homo heidelbergensis waaruit ze wellicht zijn ontstaan. Groepen in de Levant hebben zich misschien vermengd met Homo sapiens en delen daar in ieder geval sommige kenmerken mee.
Als men naar "de" neanderthaler verwijst, heeft men het meestal over de "klassieke neanderthaler", het type dat rond veertigduizend jaar geleden in Europa woonde en dat goed bekend is van talrijke vondsten uit Frankrijk en Kroatië. Dit type toont aanpassingen aan het koude klimaat van de laatste ijstijd, het Weichselien. De klassieke neanderthaler heeft een robuuste gedrongen bouw met een brede en tonvormige borstkas, een breed bekken en korte ledematen. De bouw lijkt nog het meest op die van de Inuit.Holliday, T.W. 1997. "Postcranial evidence of cold adaptation in European Neandertals". American Journal of Physical Anthropology. 104(2): 245–258 De beenderen zijn krachtig ontwikkeld met grote aanhechtingsvlakken voor een sterke musculatuur; 80% van het energieverbruik daarvan verwarmde het lichaam weer. De neus steekt sterk naar voren uit, vermoedelijk om de ingeademde lucht te verwarmen.Hublin, J.J. 1978. "Quelques charactères apomorphes du crâne néandertalien et leur interprétation phylogénétique". Comptes Rendus de l’Académie des Sciences, Paris 287D: 923-926 Meer in het algemeen bezit de neanderthaler daarnaast nog allerlei basale kenmerken die hij geërfd heeft van oudere populaties.Trinkaus E. 2006. "Modern human versus Neandertal evolutionary distinctiveness". Current Anthropology 47: 597–620 Alle soorten van het geslacht Homo met uitzondering van de moderne mens en de Floresmens delen een horizontaal langwerpige schedel, dikke wenkbrauwwallen en een laag voorhoofd. Ze voldoen aldus aan een stereotiep beeld van de "oermens". De klassieke neanderthaler heeft echter ook eigenschappen die uniek zijn maar geen duidelijke koude-aanpassing. Een daarvan is de uitzonderlijk grote herseninhoud.
Grootte Lichaamslengte
Gedurende de twintigste eeuw werd voor een aanduiding van de grootte van de neanderthaler meestal de beschrijving door Marcellin Boule uit 1911/1913 gevolgd die de lichaamslengte aangaf als zo'n anderhalve meter, duidelijk minder dan bij de moderne mens. Deze baseerde zich echter op een beperkt aantal exemplaren waarvan de belangrijkste, de "grijsaard van La Chapelle-aux-Saints", ook nog eens oud en reumatisch was.
In 1998 voerde Hermann Helmuth een statistische analyse uit gebaseerd op vijfenveertig pijpbeenderen van veertien neanderthalermannen en zeven vrouwen. De mannen waren naar schatting tussen de 164 en 168 centimeter lang, de vrouwen tussen 152 en 156 centimeter. Dat is korter dan het huidige Europese gemiddelde maar niet afwijkend van de lengten tijdens de negentiende eeuw en eerder, toen de voedselconsumptie lager lag. Daar staat dan weer tegenover dat de neanderthaler vaak gezien wordt als een echte vleeseter, waarvoor men zou verwachten dat grote inneming van dierlijke eiwitten bij een gelijke erfelijke aanleg tot een moderne lichaamslengte zou leiden. Homo sapiens uit het late Paleolithicum werd 176,2 centimeter lang bij de mannen en 162,9 centimeter bij de vrouwen.Formicola, V. & Giannecchini, M. 1998. "Evolutionary trends of stature in Upper Paleolithic and Mesolithic Europe". Journal of Human Evolution. 36(3): 319-333 Het gewicht van de mannen zou rond de zesenzeventig kilogram liggen, van de vrouwen een tien kilogram lager. Helmuth berekende ook de verhouding tussen de lichaamsoppervlakte en het lichaamsgewicht op 240-244 cm²/kg wat het warmteverlies beperkte. De Queteletindex of Body Mass Index lag bij mannen op 26,9–28,2 wat bij moderne mensen geïnterpreteerd zou worden als overgewicht.Helmuth, H. 1998. "Body height, body mass and surface area of the Neanderthals". Zeitschrift für Morphologie und Anthropologie. 82(1): 1–12 Dat gewicht kan veroorzaakt zijn door meer spiermassa maar ook door meer vet. In DNA geëxtraheerd uit bot van neanderthalers is het LEPR-gen geïdentificeerd dat codeert voor de Leptinreceptor, een van de receptoren waarop het hormoon leptine aangrijpt dat de aanmaak van vetcellen reguleert. Het gen lijkt op dat van de wolharige mammoet en kan weer een koude-aanpassing zijn.Kislev, M. & Barkai, R. 2018. "Neanderthal and woolly mammoth molecular resemblance". Human Biology. 90(2): 115–128 In 2010 vond een studie gebaseerd op zesentwintig exemplaren een gewicht van achtenzeventig tot drieëntachtig kilogram voor mannen en drieënzestig tot zesenzestig kilogram voor vrouwen.Froehle A.W. & Churchill S.E. 2009. "Energetic Competition Between Neandertals and Anatomically Modern Humans". PaleoAnthropology 2009: 96–116
In 2019 werden de lengten van toen bekende exemplaren gepubliceerd: die lagen tussen de 147 en 177 centimeter. Dezelfde studie had eigenlijk voetafdrukken tot onderwerp. Zeven daarvan wezen op een lichaamsomvang die de 177 centimeter nog oversteeg: 178,9 tot 189,2 centimeter.Duveau, J.; Berillon, G.; Verna, C.; Laisné, G. & Cliquet, D. 2019. "The composition of a Neandertal social group revealed by the hominin footprints at Le Rozel (Normandy, France)". Proceedings of the National Academy of Sciences. 116(39): 19409–19414 Sommige individuen hadden dus een fors postuur.
Herseninhoud
De herseninhoud van de klassieke neanderthaler is de grootste van alle bekende primaten en wordt in absolute zin alleen overtroffen door die van sommige walvisachtigen. Bij oudere mensachtigen, zoals Homo habilis en Homo ergaster, zijn vaak vergaande conclusies getrokken uit een slechts beperkte toeneming van de hersenholte die aangeduid werd als een fundamentele sprong voorwaarts in de cognitieve vermogens. Bij de neanderthaler is het grote brein daarentegen meestal gezien als een speling der natuur waarbij het "lage voorhoofd" beklemtoond werd dat zou duiden op een al even laag intellect. De lage hoek die het voorhoofd maakt wordt echter voor een groot deel bepaald door de enorme vooruitstekende gezichtsmassa.Holloway, R.L. 1985. "The poor brain of Homo sapiens neanderthalensis: see what you please". In: Delson, E. (ed.). Ancestors: The hard evidence. Proceedings of the symposium held at the American Museum of Natural History April 6-10, 1984 to mark the opening of the exhibition "Ancestors, four million years of humanity". Alan R. Liss, 366 pp
De hersenomvang is bepaald op gemiddeld 1640 cc voor mannen en 1460 cc voor vrouwen. Zelfs bij moderne goed doorvoede Europese populaties, die grotere hersenen hebben dan andere moderne groepen, is de gemiddelde omvang bij mannen slechts 1362 cc en bij vrouwen 1201 cc. Opmerkelijk is dat Homo sapiens-populaties uit het Paleolithicum een hersengrootte hebben die dichter bij de neanderthalers ligt. Het brein is dus in het recente verleden bij de mens in omvang verminderd. Het neanderthalerexemplaar met de grootste bekende hersenomvang is Amud 1, met 1740 cc. Dat individu kan ruim twintig miljard neuronen bezeten hebben, vergeleken met 43 miljard bij de orka.
Het is zeer onzeker wat de herseninhoud zegt over de intelligentie van de neanderthaler. Vroeger werd aangenomen dat de neanderthaler ondanks zijn grotere brein een inferieure en stagnerende werktuigtechnologie bezat, een beperkt dieet, een gering vermogen abstract te denken en een simpele sociale structuur. Daarbij dacht men dat juist de moderne mensen die de neanderthalers vervingen ook nog eens cultureel meer geavanceerd waren dan populaties in Afrika en Oost-Azië. In de vroege eenentwintigste eeuw echter toonden nieuwe vondsten aan dat neanderthalers zelfs voor een contact met de moderne mens verfijndere stenen werktuigen begonnen te produceren, kunst maakten, meer voedselbronnen aanboorden en complexe technieken ontwikkelden. Tegelijkertijd bleken in Oost-Afrika al vroeg geavanceerde culturen op te duiken. Volgens Wil Roebroeks waren de eerdere opvattingen hierover slechts de uiting van een modern meerderwaardigheidscomplex.Villa P. & Roebroeks W. 2014. "Neandertal Demise: An Archaeological Analysis of the Modern Human Superiority Complex". PLoS ONE 9(4): e96424 Overigens wordt niet gedacht dat de grote hersenen van moderne Europese populaties van de neanderthaler overgenomen zijn, hoewel het DNA op een zekere mate van vermenging wijst.
Skelet Schedel Schedeldak
De schedel van de neanderthaler is minder bol dan bij Homo sapiens. Het schedeldak is lager en aan de uiteinden is er een afplatting. Die is beperkt aan de voorzijde maar zeer geprononceerd aan de achterzijde. Daar vormt de schedel een zogenaamde chignon, een "knotje" dat sterk naar achteren uitsteekt door een verlenging van de wandbeenderen en het achterhoofdsbeen. Dit kenmerk, al door Boule onderkend, wordt wel gezien als een autapomorfie, unieke afgeleide eigenschap, van de soort. In zijaanzicht versterkt de chignon de algehele horizontale langwerpigheid van het hoofd. In achteraanzicht is de chignon zichtbaar als een ruime horizontale verbreding die sterker ontwikkeld is dan bij enige andere mensachtige; dit wordt wel als een en bombe-vorm aangeduid. Dit hangt weer samen met een afplatting op het lambda, de V-vormige ontmoeting van de beennaden tussen wandbeen en achterhoofdsbeen. Het is omstreden in hoeverre de chignon homoloog is aan gelijkende structuren bij moderne mensen en wat de oorzaak is van deze bouw. Het is wel gesteld dat de chignon het gevolg is van het onderbrengen van een grote absolute herseninhoud in een langwerpige schedel en dat daartoe de achterkant langer bleef doorgroeien.Gunz, P. & Harvati, K. 2007. "The Neanderthal "chignon": variation, integration, and homology". Journal of Human Evolution. 52(3): 262–274 Het achterhoofd kenmerkt zich verder door een fossa suprainiaca, een horizontale (in dit geval ovale) groeve boven het inion, een uitstulping op het achterhoofdsbeen. Deze groeve is zeer algemeen bij neanderthalers maar zeer zeldzaam bij oudere vormen of moderne mensen.