Thomas (Tom) Barkhuysen (Maastricht, 30 september 1968) is een Nederlands jurist. Barkhuysen is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en advocaat-partner bij Stibbe te Amsterdam.

Barkhuysen groeide op in Maastricht, waar hij in 1986 eindexamen vwo (atheneum-B) deed aan het Sint-Maartenscollege. Hij studeerde vervolgens rechten aan wat nu de Universiteit Maastricht heet, waar hij in 1991 afstudeerde in het staats- en bestuursrecht. Daarna rondde hij een (postdoctorale) masteropleiding Europees en internationaal recht af aan de Universiteit Leiden; hij studeerde tevens aan de Université de Bourgogne in Dijon en aan de Humboldtuniversiteit te Berlijn. In 1993 werd hij aio (promovendus) aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden, waar hij werkte aan een proefschrift. Op 27 januari 1998 promoveerde Barkhuysen op het proefschrift Artikel 13 EVRM: effectieve nationale rechtsbescherming bij schending van mensenrechten; promotoren waren Evert Alkema en Hein Schermers. Vanaf 1997 was Barkhuysen universitair docent staats- en bestuursrecht; sinds 1994 was hij tevens redactiesecretaris en later redacteur van het Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten/NJCM-Bulletin.

In 1998 werd Barkhuysen advocaat bij Stibbe in Amsterdam, waar hij zich bezighoudt met het algemeen bestuursrecht, waaronder toezicht en handhaving, subsidierecht, onderwijsrecht, overheidsaansprakelijkheid en onrechtmatige wetgeving. Sinds 2009 is hij tevens partner (vennoot) van het kantoor. Als advocaat trad hij onder meer op namens Bureau Clara Wichmann in de SGP-zaak, voor EY voor het CBB over de zorgplicht van accountantsorganisaties, voor de gemeente Amsterdam in de Zwarte Pieten-zaak, voor studentenvakbonden in de Langstudeerboetezaak, voor de gemeente Den Haag in de zaak voor de CRvB over de financiering van de bijstandsuitkeringen, voor EA in de zaak voor de ABRvS over de vraag of loot boxes een kansspel zijn, voor de provincie Gelderland inzake het ontslag van de waarnemend burgemeester van Scherpenzeel en namens de Stichting Japanse Ereschulden tegen de Staat.

In november 2002 keerde Barkhuysen deels terug naar de Universiteit Leiden universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht. In 2003 was hij gastonderzoeker aan het British Institute for International and Comparative Law te Londen. Met ingang van 1 januari 2005 werd hij in Leiden benoemd tot gewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht en werd hij tevens voorzitter van de vakgroep staats- en bestuursrecht. Hij hield zijn oratie, getiteld Eenheid en coherentie van rechtsbescherming, op 9 december van dat jaar. In 2007 won hij samen met collega Willemien den Ouden de AB Jaarprijs voor beste bestuursrechtelijke annotatie in het tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht. Zijn wetenschappelijke werk richt zich vooral op het algemene bestuursrecht, de wisselwerking tussen het recht van de Europese Unie, het EVRM en het nationale bestuursrecht en daarbij in het bijzonder de invloed van grondrechten.

Barkhuysen is onder meer redacteur van het Nederlands Juristenblad en lid van de boekenraad van Ars Aequi Libri. In 2022 schreef hij samen met Michiel van Emmerik een preadvies voor de Nederlandse Juristen-Vereniging over "de repressieve samenleving in het bestuursrecht". Hij is verder mede-auteur van de handboeken Bestuursrecht in het Awb-tijdperk en Europese grondrechten en het Nederlandse bestuursrecht.

Zijn partner is Annemieke Hendrikse, vennoot bij het advocatenkantoor Van Doorne.

Categorie:Nederlands advocaat Categorie:Nederlands rechtsgeleerde Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Leiden