De glanshaver-associatie ofwel glanshaverhooiland (Arrhenatheretum elatioris) is een associatie uit het glanshaver-verbond (Arrhenatherion elatioris).
Naamgeving en codering Natura2000-habitattypecode (EU-code): H6510A Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r16Bb01 BWK-karteringscode: hu
De wetenschappelijke naam Arrhenatheretum elatioris is afgeleid van de botanische naam van gewone glanshaver (Arrhenatherum elatius).
Fysiognomie De glanshaver-associatie manifesteert zich altijd in de formatie van een grasland. Meestal kent de gemeenschap duidelijke seizoensaspecten, waaronder een voorjaarsaspect waarin groot streepzaad en fluitenkruid opvallen en een zomeraspect waarin wilde peen, gewone berenklauw, wilde cichorei, pastinaak en gewone rolklaver vaak opvallen.
Ecologie De glanshaver-associatie komt voor op eutrofe tot mesotrofe, vochthoudende tot matig droge klei-, zavel- en lemige zandgronden. De graslanden worden een of twee maal per jaar gehooid en soms ook nog licht voor of nabeweid. Ten behoeve van de fauna wordt steeds vaker gefaseerd gemaaid. De glanshaver-associatie heeft in de regel een zeer licht ruderaal accent.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen de glanshaver-associatie wordt in Nederland en Vlaanderen een viertal subassociaties onderscheiden.
Typische subassociatie De typische subassociatie (Arrhenatheretum elatioris typicum) komt vooral voor op de meest vochthoudende bodems binnen de associatie. Groot streepzaad, glad walstro en grote bevernel hebben binnen de associatie hier hun optimum. Van alle subassociaties is deze het meest verwant aan het verbond van grote vossenstaart. De syntaxoncode van deze subassociatie voor Nederland (conform de rVvN) is r16Bb01a.
Subassociatie met rietzwenkgras Een subassociatie met rietzwenkgras (Arrhenatheretum elatioris festucetosum) omvat tamelijk ruige hooilanden waarin een relatief hoog aandeel thermofiele zoomsoorten aanwezig is, in het bijzonder soorten die typisch zijn voor de marjolein-klasse, en dan vooral de associatie van dauwbraam en marjolein. De subassociatie wordt vooral aangetroffen op hellende terreinen (meestal geëxponeerd op het zuiden) op zandige klei. Differentiërende soorten zijn viltig kruiskruid, wilde marjolein, echt bitterkruid, wilde cichorei en rietzwenkgras. In Zeeland treden ook ijzerhard, donderkruid, wollige distel, strandkweek en ruige anjer in deze subassociatie op. De syntaxoncode van deze subassociatie voor Nederland (conform de rVvN) is r16Bb01b.
Subassociatie met veldbies Een subassociatie met veldbies (Arrhenatheretum elatioris luzuletosum) omvat de glanshaverhooilanden op relatief schrale, lutumarme, circumneutrale tot zwak zure bodems die in de zomer uitdrogen. Differentiërende taxa zijn gewone veldbies, gewoon biggenkruid, gewoon struisgras, muizenoor en klein streepzaad. Onder de grassen hebben gewoon reukgras, zachte dravik en bevertjes binnen de associatie hier een optimum. De best ontwikkelde associaten van deze subassociatie komen voor in het Maasdal en langs het Julianakanaal. De syntaxoncode van deze subassociatie voor Nederland (conform de rVvN) is r16Bb01c.
Subassociatie met sikkelklaver Een subassociatie met sikkelklaver (Arrhenatheretum elatioris medicaginetosum) komt voor op zandige, warme, kalkrijke zandgronden en zandige leemgronden in hoge delen van de uiterwaarden, zoals oeverwallen van rivieren, dijken en forten. Differentiërende taxa zijn: sikkelklaver, veldsalie en echte kruisdistel. Deze subassociatie buigt af naar de associatie van sikkelklaver en zachte haver of naar de subassociatie met ruige weegbree van de kamgrasweide. De syntaxoncode van deze subassociatie voor Nederland (conform de rVvN) is r16Bb01d.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van de glanshaver-associatie strekt zich uit over het laagland en de submontane streken van Centraal- en West-Europa. Het gaat dan om de stroomgebieden van de grote rivieren. In Nederland is de associatie vrij algemeen, alhoewel goed ontwikkelde associaten zeldzaam zijn geworden.
Diagnostische taxa In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor de glanshaver-associatie.
Kruidlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam associatiekentaxa constant gewone glanshaver glad walstro Galium mollugo groot streepzaad Crepis biennis gele morgenster oosterse morgenster grote bevernel Pimpinella major karwijvarkenskervel Dichoropetalum carvifolia gewone pastinaak Pastinaca sativa subsp. sativa beemdooievaarsbek Geranium pratense beemdkroon Knautia arvensis rapunzelklokje Campanula rapunculus
ordekentaxa constant kropaar Dactylis glomerata goudhaver Trisetum flavescens gewone margriet Leucanthemum vulgare gewoon timoteegras Phleum pratense karwij Carum carvi madeliefje Bellis perennis kleine klaver Trifolium dubium
klassekentaxa constant knoopkruid Centaurea jacea scherpe boterbloem Ranunculus acris rode klaver Trifolium pratense gewone hoornbloem veldzuring Rumex acetosa gestreepte witbol Holcus lanatus veldlathyrus Lathyrus pratensis vogelwikke Vicia cracca gewone rolklaver gewone brunel Prunella vulgaris
begeleidende taxa constant Engels raaigras Lolium perenne veldbeemdgras Poa pratensis rood zwenkgras Festuca rubra gewoon duizendblad Achillea millefolium differentiërend heermoes Equisetum arvense gewone berenklauw fluitenkruid Anthriscus sylvestris wilde peen Daucus carota kraailook Allium vineale akkerwinde Convolvulus arvensis wilde cichorei Cichorium intybus aardaker Lathyrus tuberosus muskuskaasjeskruid Malva moschata vijfdelig kaasjeskruid Malva alcea
Fotogalerij
Zie ook Stroomdalflora Mesofiel hooiland Bloemrijk grasland van het zand- en veengebied Bloemrijk grasland van het rivieren- en zeekleigebied
Externe links Glanshaver-associatie op Flora van Nederland
Glanshaver-associatie