miniatuur|SLCM Tactical Tomahawk miniatuur|Tomahawk Block IV miniatuur|AGM-86 Air Launched Cruise Missile De Raytheon (General Dynamics) AGM/BGM/RGM/UGM-109 Tomahawk is een Amerikaans type kruisvluchtwapen dat in de jaren 1980 in diverse varianten zijn intrede deed. De huidige fabrikant is Raytheon.
De Tomahawk is tegenwoordig een meervoudig bruikbaar precisiegeleid strategisch en tactisch langeafstandskruisvluchtwapen van de Amerikaanse marine. Gelanceerd vanaf onderzeeboten en oppervlakteschepen is hij bruikbaar gebleken in alle conflicten rond de eeuwwisseling en vermoedelijk zal het wapen nog jaren een van de steunpilaren van de Amerikaanse militaire macht vormen.
Geschiedenis In 1971 onderzocht de Amerikaanse marine de mogelijkheden van een door een onderzeeboot te lanceren strategisch kruisvluchtwapen. Deze moest niet alleen vanuit de grote Polaris (UGM-27)-containers maar ook op normale wijze via de torpedobuizen kunnen worden gelanceerd.
In 1972 werd de methode via de torpedobuizen verkozen en werden de eerste contracten met de industrie gesloten voor het nieuw te ontwikkelen Submarine-Launched Cruise Missile (SLCM).
In 1974 werden twee veelbelovende ontwerpen uitgekozen voor een serie testvluchten en een jaar later werden de aanduidingen ZBGM-109A en ZBGM-110A toegekend aan de respectievelijke ontwerpen van de firma's General Dynamics en Ling-Temco-Vought. Na testvluchten van de YBGM-109A- en YGBM-110A-prototypes in 1976, die ook de onderwaterlancering en de kritieke overgang vanuit het water naar de lucht inhielden werd de BGM-109 als beste verkozen.
Rond die tijd was ook besloten dat de SLCM vanaf oppervlakteschepen gelanceerd moest kunnen worden en daarom werd de afkorting gewijzigd in Sea-Launched Cruise Missile.
Het verdere testprogramma voor de YBGM-109A en zijn Terrain Contour Matching (TERCOM)-geleidingssysteem duurde nog enkele jaren.
In 1977 startte de regering onder president Carter het Joint Cruise Missile Project. In dit programma werd getracht de Amerikaanse luchtmacht, USAF en de USN een kruisvluchtwapen op gemeenschappelijke technologische basis te laten gebruiken. Doch tegelijkertijd was de luchtmacht bezig met de ontwikkeling van zijn eigen AGM-86 Air-Launched Cruise Missile (ALCM).
De gevolgen van het JCMP-project waren dat slechts één voortstuwingssysteem - de Williams F107-turbofan van de AGM-86 - en slechts één geleidingssysteem - het McDonnell Douglas AN/DPW-23 TERCOM (TERrain COuntour Matching) uit de BGM-109 – verder doorontwikkeld zouden worden een praktische selectieproef voor de ALCM-rol tussen de AGM-86B en de AGM-109, een in de lucht lanceerbare ontwikkelingsversie van de YBGM-109A miniatuur|AGM-86B
Na testvluchten in de periode juli 1979 - februari 1980 werd de AGM-86B als favoriet aangemerkt en de ontwikkeling van de AGM-109 ALCM gestaakt.
De ontwikkeling van de BGM-109 SLCM ging verder tijdens de ALCM-evaluaties. In 1980 vond de eerste productie-BGM-109A-Tomahawk-lancering van een oppervlakteschip plaats vanaf USS Merrill (DD-976). Dit werd in hetzelfde jaar nog gevolgd door de lancering van een productielijnkruisvluchtwapen vanaf de onderzeeboot USS Guitarro (SSN-665). De operationele evaluatie volgde in de jaren daarna en de Tomahawk SLCM werd in 1983 operationeel verklaard.
Aan het eind van de jaren 80 kreeg McDonnell Douglas, nu Boeing, een contract voor verdere ontwikkeling van de Block III-upgrade voor de TLAM-C/D. Block III had een veel betere geleidingseenheid waarbij een GPS-ontvanger werd geïntegreerd met het TAINS-systeem en met het verbeterde DSMAC 2A waardoor een nog nauwkeuriger ‘lock’ op het doel mogelijk werd.
Block III-kruisvluchtwapens werden ook uitgerust met een verbeterde F107-WR-402-motor die meer vermogen koppelde aan een lager brandstofverbruik. De RGM/UGM-109C Block III heeft tevens een kleinere en lichtere WDU-36/B-springkop dan de WDU-25/B voor hetzelfde effect, zodat meer brandstof geladen kan worden voor verder bereik. De nieuwe springkop verbeterde het bereik van de Block III TLAM-C-kruisvluchtwapen. De eerste lancering van een Block III-Tomahawk was in 1991 en de operationeel verklaring in 1993. Alle Block IIA/IIB-missiles zijn nu omgezet naar de Block III standaard tijdens de onderhoudsinterval van 3 tot 4 jaar.
In 1994 startte de firma Hughes, nu Raytheon, de ontwikkeling van de Block IV-upgrade, het Tomahawk Baseline Improvement Program (TBIP). Deze modificatie had als doel het ontwikkelen van één enkele all-purpose-kruisvluchtwapen, de RGM/UGM-109E Tomahawk Multi-Mode Missile (TMMM) die tegen schepen en landdoelen kon worden ingezet.
Hiertoe werd een zoeker, forward looking infrared of een radar in het mm-golfbereik, gemonteerd zodat in de computer scheepsbeelden of landinformatie kon worden ingevoerd. De mogelijkheid tot automatische doeltoewijzing en tot doeltoewijzing via datalink werd ingebouwd. De WDU-36/B-springkop uit de TLAM-C Block III werd gemonteerd en de F107-motor werd vervangen door de goedkopere Teledyne CAE J402-CA-401-turbojet.
De RGM/UGM-109H Tomahawk Hard Target Penetrator (HTP) was een voorgesteld Block IV-kruisvluchtwapen met een springkop met diep doordringend vermogen. Deze werd vanwege de hoge kosten echter in 1996 geschrapt en vervangen door de Tactical Tomahawk. De aanduiding voor de Block IV-kruisvluchtwapen RGM/UGM-109E en RGM/UGM-109H werden ook vervangen door die van de Tactical Tomahawk.
De laatste ontwikkeling van de Tomahawk SLCM is de RGM-109E/UGM-109E Tactical Tomahawk (TACTOM). De aanduiding -109E werd overgezet via Block IV. Deze versie werd in 1998 voorgesteld als een economische vervanger voor het afgeblazen Block IV TBIP-programma. Tactical Tomahawk was eigenlijk de Block V-upgrade maar werd hernummerd als Block IV.
Types De GM-109-types kunnen als volgt worden verdeeld Sea Launched Cruise Missile (SLCM), BGM-109A,F en RGM/UGM-109A, E en H voor gebruik vanaf schepen en onderzeeboten Ground Launched Cruise Missile (GLCM), BGM-109G voor gebruik vanaf de grond Medium Range Air Surface Missile (MRASM), de AGM-109C, H, I, J, K en L voor gebruik vanaf vliegtuigen
Sea-Launched Cruise Missile: BGM-109A,F,RGM/UGM-109A,E,H De eerste versies, bekend als Tomahawk Block I, waren strategisch; de Tomahawk Land-Attack Missile - Nuclear BGM-109A's met een waterstofbom als lading en de Tomahawk-antischeepsraket BGM-109B's met een conventionele lading tegen oppervlakteschepen.
In het begin werden de diverse varianten aangeduid door middel van volgletters. Zo waren de BGM-109A-1 en 109B-1 bestemd voor lancering vanaf oppervlakteschepen en BGM-109A-2 en 109B-2 bestemd voor onderzeebootlancering. In 1986 werd dit aangepast met de letters R voor oppervlakte en U voor onderwaterlancering.
Oude aanduiding Nieuwe aanduiding BGM 109A-1 RGM-109A BGM 109A-2 UGM-109A BGM 109B-1 RGM-109B BGM 109B-2 UGM-109B
De RGM-109A wordt vanuit MK 143 box-launchers of, in nieuwe installaties, MK 41 Vertical Launch System-cellen gelanceerd met behulp van een vastebrandstofhulpraket. Na het lanceren uit de launcher worden vier staartvinnen uitgeklapt en twee rechte stabilisatievinnen ontvouwen. Als dit (duur ca. 4 s) gereed is wordt de luchtinlaat voor de Williams F107-WR-400-turbofan-kruisvluchtmotor uitgeklapt, de uitgebrande booster afgestoten en de turbofan gestart waarna de kruisvlucht begint.
De Tomahawk wordt naar zijn doel geleid door het TERCOM Assisted Inertial Navigation System (TAINS) dat een door de firma McDonnell Douglas AN/DPW-23-TERrain COntour Matching (TERCOM)-systeem gebruikt. In dit TERCOM-systeem wordt het hoogtegegeven, dat constant via een radiohoogtemeter wordt verkregen, vergeleken met een voorgeprogrammeerde radarkaart van het gebied recht onder het kruisvluchtwapen. Op deze manier volgt de Tomahawk een vooraf aangegeven vluchtpatroon. Dit patroon kan diverse punten op de route bevatten waarop hoogte en richting worden gewijzigd, bv. om rond hoge heuvels te vliegen zodat hij zo lang mogelijk onontdekt onder de radar vliegt.
De nauwkeurigheid van de TAINS-geleiding ligt rond de 80 m Circular Error Probable vanaf het doel, voldoende voor de W-80-waterstofbom in de RGM-109A met een variabel TNT-equivalent tussen de 5 en 200 kiloton.
De BGM-109B (later RGM/UGM-109B) TASM werd gelijktijdig met de BGM-109A TLAM-N ontwikkeld en was eigenlijk de eerste echte operationele variant. In plaats van TERCOM – compleet onbruikbaar boven water - gebruikt de TASM een radargeleidingssysteem dat gelijk is aan dat van de AGM / RGM / UGM-84 Harpoon-antischeepsraket. Het kruisvluchtwapen wordt in de algemene richting van zijn doel gelanceerd en gaat op een bepaalde afstand van het doel een slingerpatroon vliegen waarbij het door gebruik van zijn passieve radar vijandelijke radargolven ontvangt en via zijn actieve radar een ‘lock’ op zijn doel maakt. Is de ‘lock’ op het doel bevestigd dan vervolgt de RGM / UGM-109B zijn vlucht op zeer lage hoogte (sea-skimming). Hierbij worden korte pop-upbewegingen gemaakt om een betere ‘lock’ te verkrijgen en worden koerswijzigingen gemaakt om het doel uit een onverwachte hoek te raken.
Het kruisvluchtwapen draagt een conventionele WDU-25/B hoogexplosieve fragmentatiespringkop van 450 kg en treft zijn doel vanaf de zijkant of van boven na een laatste 'pop-up'-beweging.
De BGM-109C, eerder de BGM-109C-1 en -2, maar vanaf 1986 de RGM-109C en UGM-109C Tomahawk Land-Attack Missile - Conventional is een conventioneel gewapend kruisvluchtwapen met dezelfde WDU-25/B-springkop als de 109B TASM voor aanvallen van lange afstand tegen vitale doelen. Deze werd bij de marine operationeel in 1986.
De TLAM-C, ook wel de Tomahawk Block II, gebruikt dezelfde INS/TERCOM als de 109A TLAM-N voor de grove vluchtgeleiding. Voor 10 m Circular Error Probable in de eindfase van de vlucht wordt een AN/DXQ-1-Digital Scene Matching Area Correlation (DSMAC)-systeem gebruikt omdat de conventionele springkop een hoge graad van precisie vereist. DSMAC is een elektro-optisch sensor systeem dat de beelden vanaf de grond onder het kruisvluchtwapen vergelijkt met de referentiebeelden van de inwendige computer.
Het originele TLAM-C Block II had slechts 1 laatstenaderingmode; tegen de zijkant van het doel. De BGM-109C-software werd opgewaardeerd naar Block IIA-kwaliteit. Hierbij is er een keuze tussen 2 extra modes de 'pop-up' en laatste duikbeweging waarbij het doel van boven wordt geraakt. de Programmed Warhead Detonation. Hiermee wordt de WDU-25/B-springkop direct boven het doel tot ontploffing gebracht; dit is erg effectief tegen doelen die door een barrière zijn afgeschermd.
De Tomahawk Block IIB is de Tomahawk Land-Attack Missile - Dispenser BGM-109D, oorspronkelijk BGM-109D-1 en -2, maar gewijzigd in RGM-109D en UGM-109D voor hij operationeel werd. Hij is gelijk aan de TLAM-C en gebruikt ook het TAINS /DSMAC-geleidingssysteem maar in plaats van de enkele WDU-25/B-springkop, gebruikt hij een springkop met 166 BLU-97/B Combined Effects Bomblet-submunitie. De BLU-97/B’s kunnen afzonderlijk worden verspreid om diverse doelen in een missie te bestoken. De RGM / UGM-109D werd in 1988 bij de marine operationeel.
De BGM-109E werd een verbeterde BGM-109B-antischeepsraket en de BGM-109F werd de TLAM-variant met een anti-vliegveld-lading door het gebruik van BLU-106/B-submunitie. De BGM-109E/F-versies werden beide in de jaren 80 geschrapt maar de 109E-suffix werd later gebruikt voor het Block IV-programma en daarna nogmaals voor de Tactical Tomahawk-missile.