Nicolas Masterson (Londen, 1 maart 1744 - Brugge, 7 december 1806) was een Engels koopman te Brugge, actief in de trans-Atlantische driehoekshandel tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784) vanuit de Zuidelijke Nederlanden.
Familie en gezin Nicolas Masterson was de zoon van Henri Masterson en Martha Heath. Hij was gehuwd met Marie Rendell met wie hij twee dochters (Mary en Martha) en een zoon (Henry William) had. Hij overleed op 7 december 1806 te Brugge en werd begraven op het kerkhof van Sint-Kruis.Dirk Jacobs, Geopolitiek en sociaal kapitaal in een Brugse grafkelder. Slavenhandelaar Nicolas Masterson en de trans-Atlantische driehoekshandel tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784), in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 2022, nr. 1, p. 115-158 Aan de muur van de kerk van Sint-Kruis hangt ook een memorieplaat ter nagedachtenis van Nicolas Masterson.. Zie ook: Steinman, G. Sepulchral Memorials of the English, Formerly at Bruges, 1853 (From the Topographer and Genealogist, Vol. II. 1849).
Mason, Blundell & Masterson Nicolas Masterson, werd op 22 september 1781 poorter van de stad Brugge.Brugge, Stadsarchief, Poortersboek 1588-1794, f. 38v. Kort daarvoor, op 1 mei 1781, ging Masterson een partnerschap voor de duur van 7 jaar aan met de Londense handelaar Kender Mason, die optreedt in naam van zijn zoon Henry William Mason die verblijft in Den Haag, en met Henry Blundell uit Liverpool.Preston, Lancashire Archives, Co-partnership Agreement Mason, Blundell & Masterson, 01/05/1781, DDBB 1/4 Ze zullen onder de naam Mason, Blundell & Masterson opereren. Voorheen was Masterson ‘chief clerk a many years in our house’ bij Kender Mason. Kender Mason (1722-1791) was eigenaar van een grootschalige slavenfactorij in de vrijhaven Roseau op het Caribische eiland Dominica en zeer actief in de slavenhandel.G. O’Malley, Final Passages: the Intercolonial Slave Trade of British America 1619-1807, Chapel Hill, 2014, p. 311. Zo verkocht de firma Kender Mason & Co alleen al in 1772 te Dominica 5.003 tot slaaf gemaakten. Henry Blundell, was dan weer zoon van slavenhandelaar en Liverpoolse eigenaar van koolmijnen Jonathan Blundell (1723-1800) en kleinzoon van Bryan Blundell (1675-1756), burgemeester van Liverpool en eveneens slavenhandelaar.J. Moody, The Memory of Slavery in Liverpool in Public Discourse from the Nineteenth Century to the Present Day, onuitgegeven doctoraatsproefschrift, University of York, 2014 Henry Blundell (1755-1832) bezat koolmijnen rond Liverpool en was zelf ook meermaals burgemeester van Liverpool.Hij is burgemeester van Liverpool in de periodes 1791-1792, 1793-1794 en 1807-1808. Zie D. Anderson, ‘Blundell’s collieries. The progress of the Business’, The Historic Society of Lancashire & Cheshire. 116 (1964), p. 69-116. Tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog maakt het bedrijf gebruik van de neutrale status van de Oostenrijkse Nederlanden om vanuit Brugge en Oostende aan trans-Atlantische driehoekshandel te doen.
Betrokkenheid bij slavenhandel Van een van de schepen van Mason, Blundell & Masterson, het schip Den Keyser met kapitein Waddington, varend onder Brugse zeebrief, kennen we het gedetailleerde wedervaren dankzij onder meer het boek "A merciless place" van Emma Christopher.E. Christopher, A Merciless Place. The Lost Story of Britain’s Convict Disaster in Africa, Oxford, 2011 Den Keyser doet voor Mason & Co niet alleen dienst als slavenschip, maar wordt ook ingezet om verbannen Engelse veroordeelde misdadigers naar Afrika te transporteren, waar zij worden ingezet als bewakers bij de slavenhandel. De convicts worden opgepikt in Portsmouth en Londen en op 6 november 1782 vaart men af naar Afrika om daar bij het fort Cape Coast Castle in Ghana dertien veroordeelden af te leveren bij de Company of Merchants Trading to Africa.New Lloyds List, nr. 1412, 8 november 1782. In plaats van de afgesproken dertien veroordeelden, waren er echter meer dan 40 gevangenen aan boord, per twee aan elkaar vastgeketend.Christopher, Atlantic Biographies, p. 188. Primaire bron: Londen, Onderweg worden er dan maar geïmproviseerd mannen gedropt in Gorée (Dakar, Senegal) en daar gewoon vrijgelaten.Londen, Proceedings of the Old Bailey, London’s central criminal court, Thomas Limpus, returning from transportation, 10 september 1783: t17830910-41, verklaring van Thomas Limpus. Zie ook C. PYBUS, Black Founders. The unknown story of Australia’s first black settlers, Sydney, 2006, p. 59. Anderen worden achtergelaten bij Fort Commenda (Ghana) en te Fida (Benin), zoals Christopher in detail kon documenteren. Volgens de database SlaveVoyages komt Den Keyser van kapitein Waddington in juli 1783 in Dominica aan met vermoedelijk 328 van de 359 slaven waarmee ze uit Afrika in mei 1783 vertrokken zijn.. Het jaar daarop verzorgt kapitein Waddington opnieuw een slaventransport. Zijn schip, herdoopt tot Nancy, zeilt – nog steeds voor rekening van Mason, Blundell & Masterson – op 7 juni 1784 vanuit een tussenstop in Sao Tomé voor de Afrikaanse kunst af naar de Caraïben. ‘597 Slaves on board, all well’ zo meldt de zakenkrant New Lloyd’s List.New Lloyds List, nr. 1590, 30 juli 1784. Uiteindelijk komen slechts 480 slaven aan in de eindbestemming Kingston (Jamaica) na een tussenstop in Barbados.New Lloyds List, nr. 1595, 17 augustus 1784. De overtocht kost 117 slaven het leven, een mortaliteitsgraad van 20%. Datzelfde schip Nancy brengt in juli 1786 vermoedelijk 406 slaven van Bonny (Nigeria) naar Dominica.
Literatuur
Christopher, E. (2011) A Merciless Place. The Lost Story of Britain’s Convict Disaster in Africa, Oxford. Everaert, J. (1988) ‘Le Pavillon Impérial Aux Indes Occidentales : Contrebande de Guerre et Trafic Neutre Depuis Les Ports Flamands (1778-1785)’, in: C. Koninckx (red.) , Bijdragen Tot de Internationale Maritieme Geschiedenis, Brussel, 1988 (Collectanea maritima, 4), p. 43–67. Jacobs, D. (2022) Geopolitiek en sociaal kapitaal in een Brugse grafkelder. Slavenhandelaar Nicolas Masterson en de trans-Atlantische driehoekshandel tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784), Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 159 (1): 115-158. Verhaegen, P. (1901) "Le commerce des esclaves en Belgique à la fin du XVIIIe siècle", in: Annales de la Société d'Archéologie de Bruxelles, nr.15.
Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Slavernij