De jaren 2000-2009 van de christelijke jaartelling waren het eerste decennium in de 21e eeuw plus het jaar 2000, het laatste jaar van de twintigste eeuw.
Meerjarige gebeurtenissen en ontwikkelingen thumb|Aanslagen op
De Islamitische Jihad raast over de wereld Aanslagen op 11 september 2001 door terroristen die met door hen gekaapte passagiersvliegtuigen het World Trade Center in New York binnendringen. Het World Trade Center stort geheel in en een deel van het Pentagon wordt verwoest. Als reactie hierop beginnen de Verenigde Staten een strijd tegen terrorisme. Het boek Botsende beschavingen van Samuel Huntington uit 1996 komt volop in de belangstelling te staan. De oorlog in Afghanistan is het directe gevolg van de aanslagen in New York. Het bewind van de taliban weigert Osama bin Laden uit te leveren en wordt verder beschuldigd van het bieden van gastvrijheid aan de trainingskampen van Al Qaida. Voor het eerst in de vijftigjarige geschiedenis van de NAVO wordt artikel 5 van het Handvest ingeroepen: een aanval op één is een aanval op allen. De bomaanslagen op Bali op 12 oktober 2002 zijn vooral gericht tegen het toerisme en de slachtoffers vallen dan ook onder Australische toeristen en Balinezen die in deze sector werken. De Deense krant Jyllands-Posten publiceert in 2005 de omstreden Mohammedcartoons van Kurt Westergaard en is sindsdien geregeld het doelwit van dreigementen door extreme Moslims. Een groep radicaalislamitische jongeren in Nederland wordt veroordeeld wegens het voorbereiden van terroristische aanslagen. Van deze Hofstadgroep had ook de moordenaar van Theo van Gogh deel uitgemaakt.
Azië De Volksrepubliek China wordt toegelaten tot de Wereldhandelsorganisatie en ontwikkelt zich snel tot een industriële reus. In 2005 wordt de Haven van Shanghai de grootste ter wereld. Maar terwijl in de oostelijke provincies de levensstandaard van het westen wordt genaderd, blijft het agrarische binnenland echter verstoken van ontwikkeling. De interne spanningen nemen toe en in de periode rond de Olympische Spelen in Peking komen de grensvolkeren van de islamitische Oeigoeren en de boeddhistische Tibetanen voor het oog van de wereld in verzet. Op Sri Lanka sluit de nieuwe premier Ranil Wickremesinghe door Noorse bemiddeling in 2002 een bestand met de Tamiltijgers. Door tegenwerking van president Kumaratunga lopen de onderhandelingen vast. Als in 2004 Mahinda Rajapaksa premier en een jaar later president wordt, raakt een vergelijk snel buiten zicht. De Tamils houden zich steeds minder aan het bestand en Rajapakse begint een eindoffensief. In 2009 is het opstandige noorden weer in handen van de regering.
Midden-Oosten de Irakoorlog. In 2003 valt een Amerikaans-Britse legermacht Irak binnen omdat dit land massavernietigingswapens zou verbergen. Het Ba'ath-bewind van Saddam Hoessein wordt omvergeworpen waarna er chaos en terreur heersen. De massavernietigingswapens worden niet gevonden, en bewijs voor de beweerde connecties die het land met Al Qaida zou hebben evenmin. Als gevolg van de Amerikaanse bezetting van Irak kan de Koerdische Autonome Regio een legale positie verwerven in een federaal staatsbestel. Regelmatig valt Turkije deze regio binnen om Turkse Koerden van de PKK te achtervolgen. Een demonstratief bezoek van de Israëlische oppositieleider Ariel Sharon aan de Tempelberg heeft de Tweede Intifada tot gevolg. Israël wordt getroffen door een golf van aanslagen, en bouwt een hek om zich te beschermen. Daardoor raken duizenden Palestijnen hun landbouwgrond of hun werk in Israël kwijt. Het Internationaal Gerechtshof veroordeelt de Israëlische handelwijze. In 2005 sluit dezelfde Sharon als premier van Israël de Tweede Intifada af met een wapenstilstand. Israëlisch-Libanese Oorlog (2006) De door het Westen gewilde verkiezingen in de Palestijnse gebieden worden gewonnen door het extreem-islamitische Hamas. Israël trekt zich terug uit Gaza, waarna een burgeroorlog uitbreekt tussen Hamas en de PLO. De eerste wint met als gevolg dat er los van elkaar twee Palestijnse gebieden ontstaan. De voortdurende raketaanvallen vanuit Gaza op Israël leiden tot een conflict in de Gazastrook. De politiek in Israël wordt getroffen door schandalen. President Moshe Katsav moet aftreden wegens verkrachting, en premier Ehud Olmert ruimt het veld om zich te kunnen verdedigen tegen de beschuldiging van corruptie. In Iran komt in 2005 de radicale president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht. Hij steunt op de Revolutionaire Garde, ontkent de Holocaust en weigert internationaal toezicht op het atoomonderzoek. Samen met de leiders van Noord-Korea en Venezuela vormt hij een anti-westers front. Zijn herverkiezing in 2009 leidt tot omvangrijk verzet in de grote steden. De Libische leider Moammar al-Qadhafi slaat na jarenlange internationale sancties een andere weg in. Hij levert twee verdachten van de Lockerbie-aanslag uit aan een Schots tribunaal in Zeist. In 2003 laat hij onder buitenlands toezicht zijn atoomprogramma en zijn arsenaal chemische wapens ontmantelen, waarna hij weer persona grata wordt. Hij keert zich af van het Midden-Oosten en gaat zich richten op Afrika, waarin hij zegt "koning der koningen" te zijn.
Afrika In Marokko krijgen de burgers onder de nieuwe koning Mohammed VI meer vrijheid. Een waarheidscommissie, de Instance Equité et Reconciliation (IER), onderzoekt de mensenrechtenschendingen onder koning Hassan II en een aantal slachtoffers krijgt een schadevergoeding. Een nieuwe familiewet versterkt in 2005 de positie van de vrouw. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vraagt op 1 december 2000 om een certificatiesysteem voor diamant, dat de herkomst van de stenen moet verzekeren en een einde moet maken aan de handel in bloeddiamanten. In november 2002 leiden de onderhandelingen tussen landen, NGO's en bedrijven tot de creatie van het Certificatiestelsel van het Kimberley-Proces, dat door meer dan vijftig landen wordt geratificeerd. Burgeroorlog in Darfur, sinds 2003. Zimbabwe vervalt tot grote armoede door economisch wanbeleid en dictatoriaal bestuur van Robert Mugabe. Blanke boeren worden verdreven van hun boerderijen, die vervolgens vervallen. Het voorheen voedselexporterende land wordt afhankelijk van voedselhulp. Van de 12 miljoen inwoners verruilen 4 miljoen de armoede voor een onzeker bestaan in de buurlanden. In Ivoorkust breekt in 2002 een burgeroorlog uit tussen het zuiden (waar de regering van president Laurent Gbagbo huist) en het noorden (waar veel islamitische immigranten wonen). Een vredesmacht van de Verenigde Naties scheidt de vechtenden, en vanaf 2007 bestaat er een instabiele eenheidsregering onder de rebellenleider Guillaume Soro.
Latijns-Amerika In vele landen van Latijns-Amerika komen door verkiezingen linkse en links-populistische regeringen aan het bewind. Hugo Chávez van Venezuela heeft met zijn Bolivariaanse revolutie grote werfkracht op de ongeletterde armen van het continent. Critici echter beschuldigen hem ervan dictatoriale bevoegdheden naar zich toe te willen trekken en de vrijheid van meningsuiting aan banden te willen leggen. Mexicaanse drugsoorlog: De nieuwe Mexicaanse president Felipe Calderón verklaart eind 2006 de oorlog aan de drugskartels. Prompt ontstaat een heftige strijd tussen politie en drugsbendes en tussen drugsbendes onderling, die elkaar de beste smokkelroutes naar de Verenigde Staten betwisten. Zo'n 30.000 mensen vinden een gewelddadige dood. In Colombia worden in 2007 de dagboeken gevonden van Tanja Nijmeijer, een jonge Nederlandse die al vijf jaar deel uitmaakt van de guerillabeweging FARC. Vanwege haar kritiek op de leiding van de beweging wordt gevreesd voor haar leven.
Mondiaal Nederland voert als eerste land ter wereld het homohuwelijk in, gevolgd door België, Spanje, Canada en Zweden. Ook de Amerikaanse staten Massachusetts, Vermont, Iowa en Connecticut erkennen het huwelijk van mensen met gelijk geslacht. Als tegenbeweging legt een aantal andere landen in hun grondwet vast, dat het huwelijk een verbintenis is tussen een man en een vrouw. Enkele epidemieën verspreiden zich snel over de wereld, al valt uiteindelijk het aantal slachtoffers mee. Het gaat om de acute longaandoening SARS, H5N1 (een vorm van vogelgriep) en Mexicaanse griep.
thumb|De euro, ingevoerd op Europa Invoering op 1 jan 2002 van euromunten en -bankbiljetten in 12 landen van de Europese Unie, alsmede in Monaco, San Marino en Vaticaanstad. Uitbreiding van de Europese Unie met tien landen uit het voormalige Oostblok in 2004 en Roemenië en Bulgarije in 2007. Met Turkije wordt onderhandeld over toetreding, en het land krijgt veel huiswerk mee. Maar de weerstand tegen Turkse toetreding onder de Europeanen neemt toe en de leiders van Duitsland en Frankrijk worden steeds sceptischer, ook omdat verbetering in Turkije wat betreft mensenrechten en tolerantie voor minderheden en andersdenkenden erg traag gaat en op tegenwerking stuit onder conservatieve en nationalistische delen van de Turkse bevolking. Het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt niet geratificeerd. In Nederland en Frankrijk wordt er bij een referendum over de Europese grondwet door de bevolking tegen gestemd. Ervoor in de plaats komt het Verdrag van Lissabon met veel minder aspiraties. De mediamiljonair Silvio Berlusconi domineert de Italiaanse politiek als premier van een rechtse coalitie. Hij wordt beschuldigd van economische delicten, contacten met de maffia en manipulatie van de media, maar weet de justitie steeds te ontlopen en laat zichzelf onschendbaar verklaren. In Frankrijk wordt bij de presidentsverkiezingen van 2002 de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen de uitdager van het zittende staatshoofd, Jacques Chirac. In 2004 worden hoofddoeken en andere religieuze symbolen op scholen verboden. Rellen in de banlieues van 2005 zetten opnieuw de problematiek van en met de Noord-Afrikaanse immigranten in de schijnwerpers. In dit klimaat wordt de politieke straatvechter Nicolas Sarkozy in 2007 president van de republiek. Ook hij blijkt geen antwoord te hebben op de vraagstukken rond de mondialisering. Rusland wordt weer een autocratie onder voormalig KGB'er Vladimir Poetin. Hij is gedurende het gehele decennium (en erna) degene die het beleid bepaalt. Poetin beperkt de vrijheid van meningsuiting, oppositie en politieke dissidenten worden het werken onmogelijk gemaakt omdat hij media en pers beheerst en aan banden legt. In het Westen wordt hij beschuldigd van dictatoriale neigingen, maar de 'gewone Rus' is wel tevreden met hem omdat hij rust en stabiliteit terugbrengt na de chaotische jaren negentig. Met enig leedvermaak wordt gevolgd hoe Poetin de oligarchen uitschakelt die hem aan de macht hebben geholpen. Er is dankzij de uitvoer van olie en gas veel geld in kas, maar de strijd in de Kaukasus gaat door en in 2007 wordt het Kaukasisch Emiraat gesticht. In 2008 valt het Russische leger Georgië binnen en bezet de twee Georgische afvallige gebieden Abchazië en Zuid-Ossetië. De casus belli voor Rusland was een Georgische militaire operatie om het gezag te herstellen over Zuid-Ossetië, maar de diepere oorzaken lagen in de NAVO-ambities van de Georgische regering onder president Micheil Saakasjvili, de NAVO-toezegging in 2008 dat Georgië op termijn lid kon worden, maar ook de westerse erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo in datzelfde jaar en de Amerikaanse oorlog in Irak. Deze periode is een keerpunt in de geopolitieke relaties tussen het Westen en Rusland, ondanks een poging van de Amerikaanse president Obama met een "reset-beleid" jegens Rusland. In het volgende decennium valt Rusland ook Oekraïne binnen.