De zonnerussula (Russula solaris) is een schimmel behorend tot de familie Russulaceae. De soort vormt ectomycorrhiza met Beuk en Eik. Hij wordt vaak aangetroffen bij oude beuken in lanen, op matig voedselrijke, vaak lemige bodems.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 2 tot 6 cm breed. De kleur in het centrum is stralend goudgeel tot chromaatgeel. De randzone is lichter geel tot bijna wit. De hoed is dunvlezig en de rand is bij ouder worden geribd. De vorm is eerst halfbolvormig, dan convex en soms verdiept in het centrum. De hoedhuid is vettig als hij nat is, dof als hij droog is en kan voor de helft of meer worden afgepeld.

Lamellen De lamellen zijn eerst bleek en later crèmegeel. Ze staan matig dicht opeen en vertonen duidelijke kruisaders.

Steel De witte steel vlekt bij beschadiging geel. Hij is wat korter dan de diameter van de hoed, 2 tot 5 cm lang en 1 tot 2 cm breed. De steel is licht knotsvormig en gemakkelijk in te drukken. Met de leeftijd wordt hij vaak hol. Er is geen velum en het oppervlak is droogen glad.

Geur en smaak Het brosse witte vlees en vooral de lamellen smaken erg scherp. Het ruikt naar azijn, mosterd of ingeblikte appelmoes.

Sporenprint De sporenprint is crèmekleurig (IIb-c volgens Romagnesi).

Microscopische kenmerken De basidia zijn 4-sporig en is 30 tot 53 μm lang en 8,5 tot 10 μm, zelden tot 12 μm, breed. Ze hebben vier sterigmata van 3 tot 10 μm lang. De basidiosporen zijn elliptisch tot bijna bolvormig, 7 tot 9 µm lang en 5,5 tot 7 (soms tot 7,5 µm) breed. De Q-waarde (verhouding van sporenlengte en -breedte) is 1,1 tot 1,3. Het sporenornament bestaat uit stekelige, bijna geïsoleerde, 0,5 tot 1,2 µm hoge wratten, waarvan sommige wat langwerpig zijn en soms ook plaatselijk met elkaar verbonden zijn.

De pleurocystidia zijn 42-85 µm lang en 6,5 tot 12 µm breed. Ze zijn bolvormig of cilindrisch en aan de bovenkant afgeknot. De 35 tot 65 µm lange en 7 tot 9 µm brede cheilocystidia zijn min of meer spoelvormig en hebben vaak een klein aanhangsel aan hun punt. Alle cystidia zijn talrijk en kleuren blauw met sulfovanilline en grijszwart met sulfobenzaldehyde.

De hoedhuid (Pileipellis) bestaat uit cilindrische, min of meer gedraaide en versmalde aan de punt, 2 tot 3,5 µm brede hyfen. Ze zijn schaars gesepteerd en vaak een of twee keer vertakt. Tussen de haarachtige hyfen vindt men cilindrische, slangachtige tot zwak knotsvormige, 2 tot 5-voudig gesepteerd en 3 tot 7 µm brede pileocystidia, die grijszwart verkleuren met sulfobenzaldehyde.

Verspreiding thumb|right|Europees verspreidingsgebied

De zonnerussula is een Europese soort. De soort komt voor in het westen van het Middellandse Zeegebied en aan de Atlantische kusten. In Nederland en België komt de soort vrij algemeen voor. Hij staat niet op de rode lijst en is niet bedreigd.

Categorie:Russula Categorie:Schimmelsoort