Van Marle en Bignell was een kunsthandel en veilinghuis voor kunst- en antiekveilingen, van medio 1919 tot ca 1980 gevestigd in het pand Lange Voorhout 58 Den Haag, waar ook de gerelateerde onderneming Esher Surrey lange tijd gevestigd was.

Geschiedenis Oprichting Op 9 april 1919 wordt de “handelsvennootschap” met de naam “Van Marle en Bignell” - gevestigd te 's-Gravenhage ingeschreven. "Ten doel hebbende het organiseeren en houden van publieke veilingen buiten Rotterdam, het aannemen en uitvoeren van opdrachten tot aankoop van voorwerpen op de door de firma georganiseerde veilingen en alles wat met dit doel verband houdt in de ruimsten zin."Bij akte d.d. 9 April 1919, ingeschreven ter griffie der Rechtbanks te ’s-Gravenhag, is door de Heeren LUDWIG VAN MARLE, wonende te Rotterdam en CHARLES JOHN ROBBERT BIGNELL, wonende te 's-Gravenhage, aangegaan een handeisvennootschap onder den firmanaam VAN MARLE en BIGNELL Advertentie. "De nieuwe courant" 's-Gravenhage, 1919-05-27, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-15 De oprichters hebben elkaar leren kennen door hun samenwerking bij de Rotterdamse Kunsthandel de Protector en adverteren al ruim een jaar met de naam "Van Marle en Bignell" onder vermelding van de vestigingen in Rotterdam en Scheveningen van hun bestaande bedrijvenAdvertentie. "Het vaderland" 's-Gravenhage; 's-Gravenhage, 1918-03-31. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-15 voor veilingen die elders gehouden worden.Advertentie. "Het vaderland" 's-Gravenhage, 09-03-1919. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10 Het veelzeggend dat bij de oprichting expliciet vermeld wordt dat het om "veilingen buiten Rotterdam" gaat, met andere woorden, Bignell krijgt zo de beschikking over de kleine tweehonderd jaar ervaring in de veilinghandel van Van Marle en de Sille terwijl die laatste het werkterrein tot buiten Rotterdam vergroot en er een kunsthandelaar bij krijgt.

Waarschijnlijk weet medeoprichter Charles John Robert Bignell in de eerste helft van 1919 de residentie van de Spaanse gezant in NederlandSTADSNIEUWS.. "Haagsche courant" 's-Gravenhage, 1916-07-01. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10 te kopen na dat die in 1918 uit Nederland vertrekt wegens een benoeming elders.Uit Residentie.. "De avondpost" 's-Gravenhage, 1918-02-06, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10 Aanwijzing hiervoor is dat het veilingbedrijf, kort na het betrekken van Lange Voorhout 58 in Den Haag, de boedel van de voormalige gezant veilt,Aankondiging 22 juni, kijkdagen 28 en 29 juni, veiling 1 juli 1919 Advertentie. "De nieuwe courant" 's-Gravenhage, 1919-06-22, p. 4, Advertentie. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1919-07-01, p. 4. Beiden geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10 wellicht was die bij de koop inbegrepen. Advertenties van het bedrijf zijn sindsdien vaak voorzien een tekeningEen tekening van de voorgevel van Lange Voorhout 58, gesigneerd B Viegers wordt tussen ca 1931 en 1980 vaak gebruikt in veilingadvertenties. Zie bijvoorbeeld het omslag van - en de advertentie achter in de catalogus van de inboedelveiling Amaliastraat 10, 4 november 1941 Universitätsbibliothek Heidelberg van de voorgevel van Lange Voorhout 58Een vooroorlogse advertentie: Advertentie. "Het Vaderland" 's-Gravenhage, 20-10-1932, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10.Een van de allerlaatste advertenties als het bedrijf niet meer in handen is van de familie Bignell Advertentie. "Trouw", 1979-11-09. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-10. maar aangezien in het bovenlicht van de entree decennialang de naam van de galerie "Esher Surrey" prijkt, is het pand waarschijnlijk primair onderkomen en bezit van de gelijknamige kunsthandel en is het veilinghuis er te gast tot, na het overlijden van Ludwig van Marle eind 1929 Bignell de enig overblijvende firmant in veilinghuis wordt.

Veilinghuis Voor zover bekend is het veilinghuis "Van Marle en Bignell" tot 1958 altijd een eigen rechtspersoon en worden onder deze naam veilingen van kunst, antiek en inboedels na bijbehorende kijkdagen georganiseerd maar nooit exposities van eigentijdse kunst zoals bij het oudere bedrijf "kunsthandel Esher Surrey". Ook na de Tweede Wereldoorlog en mogelijke opheffing van aparte rechtspersonen is door J.C. Bignell voor zover bekend de naam "Van Marle en Bignell" consequent gebruikt voor taxaties en veilingen en alles wat daarmee samenhangt.

Omdat beide bedrijven vanaf 1919 in hetzelfde pand gevestigd zijn en vanaf 1930 dezelfde eigenaar hebben, valt dit verschil niet iedereen op en worden de bedrijven regelmatig verward in krantenartikelen.Het Algemeen Handelsblad schrijft over een veiling bij "Esher Surrey" IN DEN HAAG Rembrandt en Frans Hals ter veiling. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1939-01-29, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10. Uit de advertentie blijkt dat die veiling door "Van Marle en Bignell" georganiseerd is OPENBARE VERKOOPING. "De Maasbode" Rotterdam, 1939-01-24. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10

De Crisis van de jaren 1930 was waarschijnlijk aanleiding voor een verbouwing van het pand aan het Lange Voorhout. Eind 1931 wordt het pand heropend met een vergrote zaal die zowel voor exposities als voor kijkdagen en bijbehorende veilingen kan worden gebruikt en zo voor beide bedrijven inzetbaar is.[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010013878:mpeg21:a0211 Esher Surrey. "Het Vaderland". 's-Gravenhage, 1931-12-17, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10. [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010013861:mpeg21:a0158 FIRMA VAN MARLE EN BIGNELL.. "Het Vaderland". 's-Gravenhage, 1931-12-08, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-19 Bij de feestelijke heropening van het pand bevindt zich in de galerie een expositie van een eigentijdse kunstenaarKunstcriticus Jos de Gruyter bespreekt de expositie in galerie Esher Surrey in het Vaderland ERNST LEYDEN Kunsthandel Esher Surrey. "Het Vaderland" 's-Gravenhage, 24-12-1931, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10 terwijl in de multifunctionele zaal de te veilen collectie "familie Paul Frenkel" Advertentie. "De Maasbode". Rotterdam, 1931-12-02. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-19 met oude schilderijen te zien is. Verschillende journalisten gebruiken na de heropening van het verbouwde pand abusievelijk de naam "Van Marle en Bignell" voor zowel galerie als het veilinghuis."Het Vaderland" is wat onduidelijk het artikel over de opening maar "De Avondpost" gebruikt zowel voor de opening als de bespreking van de "Ernst Leyden" uitsluitend "Van Marle en Bignell" FIRMA VAN MARLE EN BIGNELL. "De avondpost" 's-Gravenhage, 1931-12-08, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-19 Ernst Leyden KUNSTZAAL VAN MARLE EN BIGNELL. "De avondpost" 's-Gravenhage, 1931-12-15, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-19

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog blijkt C.J.R. Bignell effectief een netwerk op te kunnen bouwen van mensen op sleutelposities ten aanzien van het "liquideren van vijandelijk vermogen", zowel Duitsers als Nederlandse collaborateurs. Dat vijandelijk vermogen bestaat onder meer uit kunstcollecties en inboedels van zowel Joden als niet-Joden die het land ontvlucht zijn of om andere redenen in het buitenland verblijven en die door de bezetter als vijand werden aangemerkt.Bignell gearresteerd. "Het Binnenhof" 's-Gravenhage, 1946-04-08, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10 Bignell gebruikt zijn netwerk actief om andere veilingbedrijven vaak een stap voor te blijven en de nodige veilingen voor de bezetter te organiseren die de omzet van het veilingbedrijf verveelvoudigt. In de literatuur zijn gedetailleerde beschrijvingen van de handelwijze van Bignell, andere kunsthandels en veilingbedrijven, zowel als de bezetter tijdens de oorlog te vinden. Waarschijnlijk konden de opbrengsten van deze veilingen voor de bezetter meteen bij de buurman, de Rijnsche Handelsbank, gestort worden.

Bignell veilt waarschijnlijk ook andere collecties waarvan de herkomst dubieus is. Zo laat Pieter Menten in 1943 een collectie schilderijen van "den Weledelgeb. Heer D. Menten" veilenAdvertentie. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1943-07-14. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-14. Decennia later, na de arrestatie van zijn broer, vertelt Dirk Menten dat dit buiten zijn medeweten was en dat zijn broer de opbrengst in eigen zak stak.Menten verkocht al in oorlog 60 schilderijen Broer Dirk: 'Bezit kwam uit Polen en was van mij'. "Het vrije volk " Rotterdam, 1978-01-28, p. 35. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-06 Mogelijk heeft Bignell weinig moeite gedaan om te verifiëren of Piet Menten wel een geldige machtiging had.

Niet altijd is achteraf met zekerheid vast te stellen of geveild wordt met toestemming van de legitieme eigenaren. Een veiling op 1 september 1942Advertentie. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1942-08-22. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-17 trekt veel aandacht, omdat er fl. 300.000 voor De clementie van Keizer Titus van Rembrandt wordt betaald. Het schilderij behoort tot de collectie J.J.M. ChabotCollectie J. J. M. Chabot Veiling van oude kunst te 's-Gravenhage. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1942-08-29. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-17 EEN REMBRANDT VOOR ƒ 300.000 Veiling der collectie Chabot.. "Algemeen Handelsblad" Amsterdam, 1942-09-02. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-17. De prijs was waarschijnlijk mede opgestuwd doordat kapitaal "vlucht in goederen" wegens de oorlog Vrij Nederland Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-17 die mogelijk door de rechtmatige eigenaar geveild wordt.Herkomstgezocht.nl, gearchiveerd 2022-12-09 Aangezien het schilderij is aangekocht voor het Führermuseum in Linz maakt het tegenwoordig deel uit van de collectie gerecupereerde kunst van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en hangt het als bruikleen in Museum De Lakenhal in Leiden "in afwachting van restitutie aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen."Museum de Lakenhal Historiestuk met zelfportret van de schilder, 1626, gearchiveerd 2022-04-19

Na de oorlog Het lijkt erop dat ondernemer Bignell meteen na de bevrijding al nieuwe kansen ziet om in het verslagen Duitsland kunst aan te kopen.Advertentie. "Het dagblad" 's-Gravenhage, 26-07-1945. Geraadpleegd op Delpher op 14-12-2022-12-10 Op 8 april 1946 wordt Bignell gearresteerd. Waarschijnlijk zijn zijn ondernemingen rond die tijd ook onder beheer geplaatst. Ondanks dat pakken gaan de activiteiten door, vermoedelijk onder de dagelijkse leiding van zoon John Charles Bignell.

Een en ander lijkt de veilinghandel weinig te schaden. Tot eind 1977Bignell zelf meldt in een advertentie dat het bedrijf in 1977 "in andere handen is overgegaan" Advertentie "Trouw" 1980-10-10, Geraadpleegd op Delpher op 07-12-2022 blijft het bedrijf in handen van J.C. Bignell en heeft tot die tijd in totaal meer dan zeshonderd veilingen georganiseerd.KORT. "Trouw", 1977-12-09. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-10

Na Bignell