Kommunistische Arbeiders-Partij Nederland (KAPN, ook wel KAP) was een Nederlandse linkscommunistische politieke organisatie die in 1921 ontstond uit de linkervleugel van de Communistische Partij Holland (CPH). De partij oriënteerde zich sterk op de Duitse Kommunistische Arbeiterpartei Deutschlands (KAPD) en verwierp deelname aan parlementaire verkiezingen en de bestaande vakbonden. Daartegenover stelde zij de organisatie van arbeiders op de werkplek, die volgens de partij uiteindelijk de basis moest vormen voor arbeidersraden en de politieke macht van de arbeidersklasse.

De dichter en marxistisch theoreticus Herman Gorter was de voornaamste woordvoerder van de KAPN. Anton Pannekoek, die samen met Gorter een belangrijke invloed had uitgeoefend op de ontwikkeling van de Duits-Nederlandse communistische linkerzijde, sloot zich daarentegen niet bij de partij aan.

Geschiedenis Voorgeschiedenis De KAPN kwam voort uit conflicten binnen de CPH over de koers van de Communistische Internationale. Na het tweede congres van de Communistische Internationale in 1920 nam de partijleiding rond David Wijnkoop de vanuit Moskou voorgestelde tactiek in grote lijnen over. Een linkse oppositie rond onder anderen Barend Luteraan en Gorter verzette zich tegen de parlementaire tactiek, samenwerking met bestaande vakbonden en de toenemende organisatorische centralisatie van de internationale communistische beweging.

Het conflict escaleerde in 1921. Nadat onder meer de CPH-afdeling in Enschede was ontbonden, werden verschillende vertegenwoordigers van de oppositie uit de partij gezet. Uiteindelijk waren ongeveer tweehonderd van de circa tweeduizend CPH-leden uitgesloten. Op 4 september 1921 richtten zij in Amersfoort de Kommunistische Arbeiders-Partij Nederland op.

Over de exacte omvang van de nieuwe partij bestaan verschillende opgaven. Bourrinet vermeldt bij de oprichting tien districten, terwijl historicus John Gerber voor eind 1921 spreekt van minder dan tweehonderd leden, verdeeld over acht functionerende afdelingen. De partij bleef daarmee aanzienlijk kleiner dan haar Duitse voorbeeld, de KAPD, die gedurende de revolutionaire onrust in Duitsland tienduizenden leden had gekend.

Gorter en Pannekoek Gorter steunde de oprichting van een zelfstandige arbeiderspartij en werd de belangrijkste publieke vertegenwoordiger van de KAPN. Hij schreef een belangrijk deel van de theoretische literatuur die door de partij werd verspreid, ondersteunde de partij financieel en probeerde later ook te bemiddelen in de interne conflicten.

Pannekoek nam een andere positie in. Hoewel hij evenals Gorter steeds scherper tegenover de leiding van de Communistische Internationale kwam te staan, achtte hij de maatschappelijke omstandigheden in Nederland niet vergelijkbaar met die in het revolutionaire Duitsland. Hij betwijfelde daarom of de vorming van een afzonderlijke partij zinvol was. Pannekoek verliet de CPH in september 1921, maar werd vervolgens geen lid van de KAPN of een andere politieke partij.

De politieke opvattingen van Gorter en Pannekoek bleven desondanks een belangrijke theoretische invloed uitoefenen op de KAPN en op de latere Nederlandse radencommunistische beweging.

Ideologie en strategie Het programma van de KAPN was sterk gemodelleerd naar dat van de Duitse KAPD. De partij verwierp het parlement als middel voor de socialistische revolutie en nam daarom niet deel aan verkiezingen. In plaats daarvan voerde zij propaganda voor directe organisatie en actie van arbeiders. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1922 organiseerde de KAPN bijvoorbeeld een expliciete "anti-verkiezingsactie".

Ook de bestaande vakbonden werden door de KAPN afgewezen. Volgens de partij waren deze organisaties in de loop van de ontwikkeling van het kapitalisme bureaucratisch geworden en functioneerden zij steeds meer als bemiddelaars tussen arbeid en kapitaal. Daartegenover stelde de KAPN de bedrijfsorganisatie: arbeiders moesten zich rechtstreeks op de werkplek organiseren, onafhankelijk van de bestaande vakbondsbesturen.

Gorter werkte deze opvatting in 1922 uitvoerig uit in de door de KAPN uitgegeven brochure De organisatie voor de klassenstrijd van het proletariaat. Volgens hem moesten dergelijke bedrijfsorganisaties zich verbinden in algemene arbeidersbonden. Uit deze organisaties konden tijdens een revolutionair proces arbeidersraden voortkomen.

De KAPN verwierp daarmee echter nog niet het bestaan van een communistische partij als zodanig. Gorter maakte onderscheid tussen de brede organisatie van de arbeidersklasse en een kleinere politieke organisatie van overtuigde communisten. De communistische partij moest volgens hem politieke analyse, propaganda en advies leveren, maar niet zelf de macht over de arbeidersklasse uitoefenen. Hij stelde de "dictatuur van de klasse" tegenover de "partij- of leidersdictatuur".

Deze positie onderscheidt de vroege KAPN gedeeltelijk van het latere radencommunisme, waarin de noodzaak van een afzonderlijke politieke partij door een deel van de beweging verder ter discussie werd gesteld.

Organisatie en partijpers Het belangrijkste orgaan van de KAPN was De Kommunistische Arbeider. Het eerste nummer verscheen op 19 november 1921. Het blad verscheen aanvankelijk tweewekelijks en later maandelijks. Henk Canne Meijer was tussen 1921 en 1923 redacteur. Ondanks de organisatorische neergang van de partij bleef De Kommunistische Arbeider onregelmatig verschijnen tot december 1930.

In de krant werd naast theoretische discussie aandacht besteed aan stakingen, werkloosheid en conflicten op de werkvloer. De partij probeerde eveneens eigen bedrijfsorganisaties op te bouwen, verenigd in een Algemeene Arbeiders Bond (AAB), naar het voorbeeld van de Duitse Allgemeine Arbeiter-Union Deutschlands.

De KAPN beschikte tevens over een jongerenorganisatie, de Kommunistische Arbeiders-Jeugd (KAJ). Vanaf 1922 gaf deze het blad De Baanbreker uit. Het jongerenblad bleef tot 1925 verschijnen. Volgens Bourrinet bedroeg de oplage ongeveer vierhonderd exemplaren en was Bernard Verduin een van de belangrijkste redacteuren.

Internationale oriëntatie De KAPN zag zichzelf als onderdeel van een internationale linkscommunistische stroming. Daarbij was vooral de KAPD in Duitsland van belang. Toen die partij in 1922 uiteenviel in een Berlijnse en een Essense richting, werkte deze tegenstelling vrijwel onmiddellijk door binnen de Nederlandse partij.

De KAPN koos aanvankelijk de zijde van de Essense richting. Deze stroming rond onder anderen Karl Schröder en Gorter nam het initiatief tot de oprichting van de Kommunistische Arbeiders-Internationale (KAI), die een alternatief voor de door de bolsjewieken gedomineerde Communistische Internationale moest vormen. De KAPN sloot zich bij de KAI aan.

De Berlijnse KAPD was kritischer over het uitroepen van een nieuwe internationale en beschouwde de stap als voorbarig. Toen vertegenwoordigers van deze stroming in april 1922 het KAPN-congres in Utrecht wilden bezoeken, weigerde de partij hen volgens Bourrinet te horen.

Interne conflicten en neergang De internationale tegenstelling tussen Essen en Berlijn leidde vervolgens tot conflicten binnen de KAPN. In 1922 werd de afdeling Utrecht uitgesloten. Een jaar later werd een groot deel van de Rotterdamse afdeling uit de partij gezet. De oppositie tegen de Essense koers had onder meer steun binnen de jongerenorganisatie en onder een deel van de Amsterdamse leden.

Naast de politieke meningsverschillen ontstonden persoonlijke en organisatorische conflicten. Een belangrijke tegenstelling liep tussen de kring rond Barend Luteraan en de familie Korper. De Korpers en hun medestanders verlieten de partij in 1923 tijdelijk en vormden in Amsterdam een Kommunistisch Arbeiders Groep, maar keerden korte tijd later terug. De opeenvolgende afscheidingen en uitsluitingen verzwakten de toch al kleine organisatie sterk.

Henk Canne Meijer, die tot de Berlijnse richting werd gerekend, verliet de KAPN in oktober 1924. Rond Canne Meijer, Piet Coerman en andere voormalige KAPN-leden ontstond in de tweede helft van de jaren twintig een nieuwe linkscommunistische kring. Samen met onder anderen de uit Duitsland afkomstige Jan Appel vormden zij de kern van de latere Groep van Internationale Communisten (GIC).

Binnen wat van de KAPN overbleef gingen de conflicten ondertussen door. In 1927 verklaarde Luteraan zich autonoom van de overige partijleiding. Zijn Amsterdamse groep gaf tussen 1927 en 1931 opnieuw het blad De Roode Vaan uit, dat zichzelf aanvankelijk presenteerde als orgaan van de Amsterdamse afdeling van de KAPN.

Een exact moment waarop de KAPN als organisatie ophield te bestaan is daardoor moeilijk aan te wijzen. Vanaf 1923 functioneerde zij steeds meer als een verzameling kleine en onderling rivaliserende groepen. De Kommunistische Arbeider verscheen nog tot 1930 en verschillende groepen van voormalige KAPN-leden bleven in het begin van de jaren dertig actief.

Nalatenschap De directe organisatorische invloed van de KAPN bleef beperkt. Zelfs op haar hoogtepunt telde de partij minder dan tweehonderd leden. Haar historische betekenis ligt vooral in de rol die de organisatie speelde bij de verdere ontwikkeling van de Duits-Nederlandse communistische linkerzijde.

Uit het milieu van voormalige KAPN-leden ontstonden in de tweede helft van de jaren twintig de Groepen van Internationale Communisten. Binnen deze stroming werden de ideeën over arbeiderszelfbestuur en arbeidersraden verder uitgewerkt. De GIC ontwikkelde onder meer een economische theorie van communistische productie en distributie die werd vastgelegd in de Grondbeginselen der communistische productie en distributie.

Ook buiten de GIC bleven voormalige KAPN-leden actief. Zo gaf oud-KAPN-lid Arie Bom in Den Haag in 1933 De Radencommunist uit en werkte hij later met Cajo Brendel aan Proletarische Beschouwingen.

De overgang van de KAPN naar dergelijke kleinere groepen ging gepaard met een verdere verschuiving van het linkscommunisme naar het radencommunisme. Waar Gorter in het begin van de jaren twintig nog een afzonderlijke communistische partij naast de bedrijfsorganisaties noodzakelijk achtte, legden latere radencommunisten steeds sterker de nadruk op de zelfstandige organisatie van de arbeidersklasse en op de arbeidersraden zelf.

Bekende leden Herman Gorter Henk Canne Meijer Barend Luteraan Frits Kief Bram Korper Manus Korper Rosa Korper Piet Coerman Bernard Verduin Arie Bom Gerrit Jordens

Zie ook Radencommunisme Linkscommunisme Anton Pannekoek Groep van Internationale Communisten

Externe links Digitalisering van De Kommunistische Arbeider (1921–1930) – Antonie Pannekoek Archives Antonie Pannekoek Archives

Categorie:Nederlandse communistische partij