De belastinghervorming in België staat al jaren ter discussie. De belangrijke principes zijn al lang gekend: een eerlijke (her)verdeling van de lasten, een betere sociale zekerheid, beter onderwijs, hogere pensioenen, meer netto inkomen voor iedereen (belastingverlaging), minder overheidsbeslag en de vereenvoudiging van de fiscale regels. De burgers en de overheid zijn onderling verwikkeld in een discussie over inkomsten en uitgaven. Er is een trend naar het verlagen van de belastingen op arbeid, en een verhoging van de belastingen op kapitaal en consumptie. Werken zou moeten worden aangemoedigd, terwijl reeds lang bestaande fiscale regimes zoals het huwelijksquotient, pensioensparen en langetermijnsparen (door 800.000 Belgen gebruikt) zouden worden afgebouwd.

Historische complexiteit

De belastingschalen werden over de jaren vereenvoudigd, wat op zich goed is. Maar de Belgische inkomstenbelasting blijft een historische koterij van uitzonderingen om de hoge belastingen selectief te verminderen door specifieke, voorwaardelijke en begrensde aftrekposten te voorzien, welke heel veel administratie vergen, niet algemeen bekend zijn bij alle belastingbetalers, slechts door een (klein) deel van de bevolking kunnen worden gebruikt, relatief weinig effectief zijn, vaak maatschappelijk niet (langer) zinvol zijn en dikwijls leiden tot fiscaal misbruik, of niet het gewenste effect hebben.

Voor bepaalde codes komen enkel de hogere sociale klassen in aanmerking (b.v. gedeeltelijke vrijstelling van roerende voorheffing op aandelen). Wat ook speelt, is dat gezinnen die niet zo vaardig zijn veel codes van belastingvermindering mislopen omdat ze niet fiscaal geletterd zijn, of niet in aanmerking komen voor een belastingvermindering omdat ze geen belasting betalen wegens geen of een te laag inkomen, of omdat ze bepaalde investeringen financieel niet aankunnen of aandurven.

Sommige codes worden automatisch toegekend, maar om belastingvermindering of teruggave te verkrijgen moeten vele codes toch vaak manueel en expliciet worden toegevoegd op het belastingformulier, en attesten worden aangedragen. Te veel belastingbetalers doen niet de moeite om zich te informeren over de mogelijkheden om een belastingaftrek te bekomen, hebben niet de intellectuele vaardigheden om de aanvraag op een correcte manier te doen, beschikken niet over de nodige bewijsstukken en aanvaarden ten onrechte, en in hun nadeel, het "Voorstel van vereenvoudigde aangifte", zonder dit grondig te controleren. Alhoewel de tax-on-web-applicatie redelijk logisch is opgebouwd, en over het algemeen betrouwbaar kan worden gebruikt, blijft het toch altijd een hele klus om de belastingaangifte op een correcte manier te doen. De fiscale regelgeving blijft uiteindelijk te ingewikkeld, en verschilt per regio.

Het Belgische belastingstelsel is een complexe en met alles verbonden lijst van parameters en fiscale regels. Bepaalde belastingen worden federaal bepaald; andere gewestelijk of gemeentelijk, wat de complexiteit nog groter maakt. Nog andere belastingen zijn voor de provincie, of de gemeenschappen. Tarieven en voorwaarden verschillen per gewest. Dikwijls zijn bepaalde maatregelen specifiek bedoeld voor bepaalde bevolkingsgroepen, wat de sociale tegenstellingen nog meer op de spits drijft. De fiscale wetgeving is hierdoor te complex. Fiscale wetten hebben vaak raakvlakken met de sociale zekerheid. Tevens is er een effect op alle aspecten van het maatschappelijk leven.

Verouderde tijdelijke maatregelen Bepaalde tijdelijke maatregelen hebben de neiging om te blijven bestaan, zonder dat het duidelijk is of ze het gewenste effect hebben. Er zijn argumenten om de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid die sinds 1994 bestaat (regering-Dehaene; globaal plan om de tekorten in de sociale zekerheid te verminderen) af te schaffen. De fiscale voordelen van het pensioensparen en het langetermijnsparen werden sinds hun invoering stelselmatig verminderd, alhoewel het de originele bedoeling was de eerste pijler van de pensioenen te ondersteunen. De rendementen voor de fiscale tak 21 beleggingen staan historisch laag, waardoor ook de pensioenfondsen en het rendement van deze langetermijnbelegging voor de pensioenspaarder onder druk komen. Er zijn redenen om voor pensioensparen te kiezen voor een tak-23 belegging, omdat aandelen op lange termijn meer rendement geven.

Nog een voorbeeld van een tijdelijke maatregel is de energie- en elektriciteitspremie van 2022-2023, waar veelverdieners een deel via de personenbelasting moeten terugbetalen: de bijzondere bijdrage energie voor een netto belastbaar inkomen van meer dan 62.000 € (of 125.000 € voor partners, verhoogd met 3.700 € per persoon ten laste).

Tijdelijke maatregelen vergen telkens bijkomende codes, procedures, administratie en fiscale controle, zoals de hervorming van de auteursrechten. Voor uitzonderlijke regels worden er vaak geen codes voorzien, maar gaat de afhandeling via een verplichte bijlage wat leidt tot manuele afhandeling, zoals voor de kaaimantaks en de professionele huurwetgeving. Tevens leiden de herhaalde wijzigingen tot een wildgroei in de wetgeving en verliezen de burgers en de ondernemingen hun vertrouwen bij langetermijninvesteringen (zoals met de fiscale voordelen voor zonnepanelen).

Voorstellen tot vereenvoudiging Sommige politieke stromingen zouden willen dat alle inkomsten, onverschillig de bron, tezamen worden belast. Dit zou met de huidige belastingschalen betekenen dat roerende inkomsten die nu nog belast worden aan 30% voor de meeste belastingplichtigen onder de schaal van 40, 45 of 50% zouden vallen voor kapitalen die al eerder belast werden onder de inkomstenbelasting. Dit impliceert dus een herziening van de belastingschalen. Anderen willen een vlaktaks. Sinds 2022 is er een discussie binnen de regering over de nodige en mogelijke maatregelen. Maar de verschillende partijen komen niet tot een akkoord.

Principes De Hoge Raad van Financiën bracht in mei 2020 een uitgebreide analyse. In juli 2022 maakte Mark Delanote, op basis van expertenrapport, een voorstel om arbeid minder, en kapitalen meer te belasten en tevens een aantal codes af te schaffen. Er werden ook voorstellen gedaan om de btw selectief te verhogen, waardoor er meer belasting op consumptie wordt gelegd, en specifieke onrechtstreekse milieutaksen worden geheven via de energieconsumptie (met een onrechtstreekse impact op de klimaatverandering). Al deze maatregelen zouden een taxshift impliceren. Maar met de energiecrisis van 2022 zijn deze alternatieve fiscale inkomsten achterhaald. Na de tijdelijke verlaging van de btw van 21 naar 6% op energie in 2022, ter compensatie van de gevolgen van de Russische invasie van Oekraïne sinds 2022, werd er zelfs voorgesteld om deze lagere btw te verlengen, het sociaal elektriciteitstarief uit te breiden en dynamische accijnzen te heffen. Men kan op die manier de lagere sociale klassen tegemoetkomen en de veelverdieners een extra bijdrage laten leveren; het btw-percentage is voor iedereen gelijk, maar accijnzen kan men aanpassen aan de sociale context van de belastingplichtige.

Voorstellen juli 2022 Vincent Van Peteghem (CD&V) heeft in juli 2022 een niet gebudgetteerd voorstel gedaan om met enkele van deze voorstellen rekening te houden. Zijn plan zou globaal 10 miljard minder personenbelastingen opbrengen, die dan elders moeten worden gerecupereerd. Er zou een verlaging van de vennootschaps­belasting voor kmo's komen.

Hij ijvert voor een dual income tax waarbij arbeid en kapitaal apart worden belast. De roerende voorheffing zou worden verlaagd naar 25%, met een vrijstelling van 6.000 € aan roerende inkomsten om de kleine spaarder te ontzien. Onroerende inkomsten zouden eveneens worden belast aan 25%. Vermogenswinsten zouden worden belast aan 15%. Het huwelijksquotiënt zou worden afgebouwd, alsook het verhoogde plafond voor pensioensparen. Langetermijnsparen zou worden afgeschaft. De aftrek voor een onderhoudsuitkering zou worden afgeschaft. Diverse cheques zouden eveneens worden afgeschaft, terwijl cafetariaplannen zouden worden aangemoedigd. Andere voordelen zoals maaltijdcheques zouden ongemoeid blijven. De tankkaart van firmawagens zou worden belast bij de werkgever. Er zou meer controle gebeuren op auteursrechten en profvoetballers. Door de hervorming van de belastingen op auteursrechten zouden de IT-sector, de advocaten en de architecten getroffen worden. Commissievoorzitter Marie Christine Marghem (MR) stemde tegen de hervorming uit vrees dat deze sectoren naar het buitenland zouden verhuizen. Georges-Louis Bouchez wilde vasthouden aan de auteursrechten voor de IT-sector, terwijl deze regel al werd geschrapt uit titel 6 van het wetboek economisch recht. Agoria was ook vragende partij om omzichtig om te springen met het schrappen van deze regel. Dit leidde voor de inkomsten 2023 tot een eenmalige code.

Voorstel tot aanpassing van de belastingschalen +Belastingschalen (voorstel 2022) Tarief Netto belastbaar inkomen tot Marginalebelasting Cumulatievebelasting0%13.390 €0 €0 € 25% 13.870 € 120 € 120 € 35% 24.480 € 3.713 € 3.833 € 40% 42.370 € 7.156 € 10.989 € 45% 84.740 € 19.067 € 30.056 € 50% > 84.740 € pro rata pro rata

De bedragen van de belastingschalen zouden worden opgetrokken. Dit betekent een algemene belastingverlaging. De belastingtarief van 50% wordt opgetrokken van 41.060 € (inkomsten 2020) naar 84.740 €. Voor een netto belastbaar inkomen van 42.370 € zou de belasting dalen van 13.682 € (inkomsten van 2020) naar 10.989 €. De belastingvrije som zou verhoogd worden van 9.270 € (inkomsten 2021) tot 13.390 €. Wegens de indexatie is de belastingvrije som voor de inkomsten van 2023 al verhoogd naar 10.160 €. Er zou een vijfde belastingschijf van 35 % komen. Dit zou kunnen betekenen dat de belastingschijf van 25% praktisch volledig zou kunnen wegvallen (slechts een maximale cumulatieve belasting van 120 € tot de schijf van 35 %) waardoor er in principe toch 4 belastingschalen zouden kunnen behouden blijven. Een echte vereenvoudiging zou zijn om het laagste tarief van 25% volledig af te schaffen; dit zou ook het aanslagbiljet vereenvoudigen.

+Berekening van de belastingverlaging volgens de voorgestelde belastingschalenTariefBrutomaandloonBelastbaarmaandloonNetto belastbaarinkomenPersonenbelastingVolgensinkomsten 2020Volgensvoorstel 2022Belasting-verlagingProcentueleverlaging0%1.600 €1.116 €13.390 €1.030 €0 € -1.030 €100%25%1.651 €1.156 €13.870 €1.284 €120 € -1.164 €91%35%2.786 €2.040 €24.480 €5.566 €3.833 € -1.733 €31%40%4.478 €3.531 €42.370 €13.682 €10.989 € -2.693 €20%45%8.493 €7.062 €84.740 €34.867 €30.056 € -4.811 €14%

Voorstel btw-tarieven Er zou een nieuw btw-tarief van 9% komen, om de huidige belasting 6% en 12% te vervangen, terwijl voor bepaalde basisbehoeften geen btw meer zou worden geheven. Slechts een minderheid van de producten worden belast aan 12%. De btw op elektriciteit en gas werd in 2022 verlaagd naar 6 %, zij het dat er accijnzen zullen worden geheven als de energietarieven terug genormaliseerd worden. Vele economen vinden het geen goed idee om btw-tarieven te veel te verlagen omdat dit geen garantie geeft dat de lage inkomens hier voldoende kunnen van genieten, en ook omdat het minder inkomsten betekent voor de overheid; met hogere btw-tarieven kan de overheid meer sociale ondersteuning bieden en wordt overmatige consumptie (en de impact op het milieu) afgeremd. Europa zou tegen 2030 de btw op aardgas, steenkool en brandhout willen verhogen tot 21%. De btw voor groenten, fruit, openbaar vervoer, geneesmiddelen, luiers en andere intieme hygiënische bescherming zou op 0% komen. De btw op boeken, tijdschriften, vlees, vis en zuivel zou verhogen naar 9%; voor margarine zou het dalen naar 9%. Accijnzen op tabak zouden verhogen. Bepaalde subsidies op fossiele brandstoffen zouden worden afgebouwd.

Voorstellen maart 2023