De paarse eikenschorszwam (Peniophora quercina) is een schimmel behorend tot de familie Peniophoraceae. De soort groeit saprotroof op dood loofhout, vooral op dode takken van eik (Quercus), die vaak nog aan de boom zitten. Hij kan ook op ander loofhout, waaronder beuk, worden aangetroffen. De vruchtlichamen kunnen het hele jaar door worden gevonden. Op dezelfde takken kan onder andere de gele trilzwam (Tremella mesenterica) worden aangetroffen.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is aanvankelijk rond tot vlekvormig en ligt vlak op het substraat. Meerdere vruchtlichamen kunnen samenvloeien tot grotere korstvormige plekken. Bij oudere vruchtlichamen laat de rand vaak los van het substraat en krult deze enigszins om. Het hymenium is in vochtige toestand rozeachtig tot blauwgrijs of paarsachtig. Bij opdrogen wordt het meer roze- tot lilagrijs. Het oppervlak is glad tot licht knobbelig en kan bij oudere, droge vruchtlichamen barsten. De vruchtlichamen zijn ongeveer 0,1–0,5 mm dik.
Microscopische kenmerken De sporen zijn cilindrisch tot licht gebogen (allantoïde), glad en hyaliene en meten ongeveer 9–12 × 3–4 µm. Gloeocystiden ontbreken. De lamprocystiden zijn talrijk, dikwandig en aan het uiteinde sterk met kristallen geïncrusteerd.
Ecologie De paarse eikenschorszwam is een houtafbrekende soort die vooral voorkomt op dode takken en twijgen van eiken. In Nederland wordt de soort ingedeeld als saprotroof op hout, met dode takken van Quercus als voornaamste substraat.
Verspreiding De paarse eikenschorszwam is wijdverspreid in Europa en is ook uit andere delen van de wereld bekend. In Nederland komt de soort algemeen voor en geldt hij als niet bedreigd.
Categorie:Peniophoraceae Categorie:Schimmelsoort