miniatuur|Scheiden van de schapen en de bokken De gelijkenis van de schapen en de bokken is een parabel in het Nieuwe Testament. Het verhaal werd verteld door Jezus, staat in Matteüs 25:31–46 en maakt onderdeel uit van Jezus' eschatologische redevoering in Matteüs 24 en 25 over de komst van de Mensenzoon.

Inhoud Als de Mensenzoon terugkomt, zal hij alle volken bij elkaar brengen en hen aan zijn linker- en rechterhand zetten, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zet hij rechts van zich, de bokken links. Daarna zegt de koning tegen de groep rechts:

Op de vraag wanneer zij hem in dergelijke omstandigheden hadden gezien, zei de koning dat wat men voor andere mensen doet, men uiteindelijk voor hem doet:

Degenen aan de linkerzijde stuurde hij aansluitend "naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen", omdat zij hem in erbarmelijke omstandigheden niet hebben geholpen. Op de vraag wanneer zij hem dan in dergelijke omstandigheden hebben gezien, antwoordde hij dat zij deze geringste mensen in zijn plaats hadden moeten helpen, maar dat niet hebben gedaan. Daarom wacht hen eeuwige bestraffing terwijl degenen die dat wel hebben gedaan eeuwig leven wacht.

Interpretatie De metafoor van God als rechter die rechtspreekt over schapen en bokken is ontleend aan Ezechiël 34:17-22. Net als Ezechiël maakt Matteüs gebruik van beeldelementen die veel worden gebruikt in de Bijbel. De 'koning' beeldt God af, de 'schapen' en 'bokken' de leden van Gods volk. Het scheiden van de dieren is het werk van een herder die de dieren, die overdag samen weiden, 's avonds van elkaar scheidt. De bokken moeten naar binnen, omdat zij meer warmte nodig hebben dan schapen. De schapen, met hun witte vacht, staan symbool voor de rechtvaardigen. De bokken, die in Palestina een zwartbruine of zwarte vacht hebben, staan symbool voor slechte mensen.Stuttgarter Erklärungsbibel, 2e druk (1992), Deutsche Bibelgesellschaft Stuttgart, , pag. 1215-1217

In de christelijke traditie wordt de Mensenzoon met Jezus gelijkgesteld. Met 'geringsten' en 'broeders en zusters' worden op andere plaatsen in Matteüs de leerlingen van Jezus aangeduid, degenen die zijn leer volgen (bijvoorbeeld Matteüs 10:42; 12:49-50). Daarom worden deze vaak geïnterpreteerd als christenen in het algemeen of bijvoorbeeld missionarissen, vooral die vervolgd worden. Deze beperking is in het licht van Jezus' gebruik van deze term niet waarschijnlijk, want hij paste deze zelfs toe op vijanden (bijvoorbeeld Matteüs 5:43-48).

Spreekwoord Het spreekwoord "de schapen van de bokken scheiden" is afgeleid van deze gelijkenis. Het betekent onderscheid maken tussen slechte en goede personen of zaken.ANW. Gearchiveerd op 14 juli 2023.

Bronnen

schapen en de bokken