Sir Alexander Chapman Ferguson (CBE) (Glasgow, 31 december 1941) is een Schots voormalig voetballer en voetbaltrainer. Hij was van 1986 tot 2013 trainer van Manchester United. Ferguson wordt veelal gerespecteerd en wordt algemeen beschouwd als een van de beste trainers aller tijden.
Hij speelde als speler zijn gehele carrière in Schotland. Hij begon in 1958 bij Queen's Park als spits en kwam vervolgens uit voor diverse eersteklassers, waaronder St. Johnstone, Dunfermline Athletic en Glasgow Rangers. In 1974 sloot hij zijn actieve loopbaan af bij Ayr United.
Zijn grootste bekendheid verwierf Ferguson als trainer. Met Aberdeen won hij verschillende titels en in 1983 werden zelfs een Europacup II en Europese Supercup aan de prijzenkast toegevoegd. Na een korte passage als trainer bij het Schots voetbalelftal, waarmee hij naar het WK 1986 ging, kwam hij terecht bij Manchester United. Na een aantal wisselvallige jaren won hij hiermee in 1993 de eerste editie van de nieuw ingevoerde Premier League. In totaal zou hij dertien landstitels winnen met de club, een absoluut record. Daarnaast won hij tweemaal de UEFA Champions League, in 1999 en 2008. De UEFA Champions League-titel van 1999 ging bovendien gepaard met winst in de FA Cup en een Premier League-titel, waardoor Manchester United als eerste Engelse ploeg ooit de treble won.
Onder Ferguson, die groot belang hechtte aan een goede jeugdopleiding, maakten heel wat getalenteerde spelers hun opwachting bij United, waaronder David Beckham, Ryan Giggs en Paul Scholes. Daarnaast kwam hij, mede door zijn kenmerkende stijl en karakter, meermaals in conflict met spelers. Dit betekende dat spelers als Beckham, Jaap Stam en Ruud van Nistelrooij in onvrede vertrokken bij de club.
Carrière als speler Clubcarrière Ferguson begon zijn spelerscarrière op zestienjarige leeftijd bij Queen's Park FC, in die tijd een tweedeklasser. Hij speelde als spits en scoorde meteen zijn eerste goal. Ondanks zijn goede statistieken kon hij maar moeilijk een plaatsje in het eerste team bemachtigen. In 1960 maakte hij de overstap naar het net naar de eerste klasse gepromoveerde St. Johnstone FC. Ook hier kon hij maar moeilijk speelminuten verzamelen. In de zomer van 1964 verkaste hij naar het grotere Dunfermline, waar succescoach Jock Stein enkele maanden eerder vertrokken was. Niettemin was het Stein die de transfer op gang had gebracht. Jaren later zou Ferguson Steins assistent worden bij het nationale elftal.
Bij Dunfermline kwam Ferguson tot bloei. In zijn eerste seizoen kwam de club dicht bij de dubbel, maar bleef Dunfermline uiteindelijk met lege handen achter. In 1965/66 was Ferguson goed voor liefst 45 doelpunten in 51 wedstrijden. Hiervan maakte hij er 31 in de Schotse competitie, waarmee hij mede-topschutter was met Joe McBride. In 1967 maakte hij de overstap naar Glasgow Rangers voor zo'n £65,000. In 1969 verloor Rangers de finale van de Scottish Cup met 4-0 van Celtic. Bij een van de doelpunten ging Ferguson niet vrijuit, wat hem op heel wat kritiek kwam te staan. Onder andere hierdoor besloot hij naar het recent uit de eerste klasse gedegradeerde Falkirk te gaan, ondanks interesse van het Engelse Nottingham Forest. Met Falkirk dwong hij opnieuw promotie naar de hoogste klasse af in zijn eerste van vier seizoenen. Met zijn ervaring draaide hij ook even mee als speler-trainer. In 1973 stapte hij over naar Ayr United, waar hij een jaar later zijn spelerscarrière beëindigde.
Internationale carrière Ferguson kwam nooit uit voor Schotland A, maar speelde in 1960 wel één wedstrijd voor het nationale amateurelftal, waarin hij ook scoorde. In 1967, als beloning voor zijn goede prestaties met Dunfermline, speelde hij zeven keer voor Scotland XI, een soort B-team dat tourde door o.a. Hongkong en Australië. Hierin was hij goed voor negen doelpunten. Ook kwam hij tweemaal uit voor Scottish Football League XI, een team enkel samengesteld uit spelers van de Schotse competitie (het echte nationale team bestaat vooral uit Schotten in Engelse dienst). Hiervoor maakte hij één goal.
Carrière als trainer Ferguson begon zijn trainerscarrière bij 3e divisionist East Stirlingshire, waar hij in 1974 binnenstapte. Nog datzelfde seizoen maakte hij de stap omhoog naar de 2e divisie door naar Saint Mirren te vertrekken. Na twee seizoenen promoveerde hij daarmee naar de hoogste Schotse divisie.
Aberdeen In 1978 maakte hij de overstap naar het grotere Aberdeen, waar hij tot en met 1986 zou blijven. Met Aberdeen won hij driemaal het Schotse kampioenschap, daarmee is Aberdeen samen met Dundee United (in 1983) de enige club die 'the old firm', Celtic en Glasgow Rangers, sinds 1966 van de titel af wist te houden. De laatste keer dat Celtic of Rangers niet kampioen werd, was dan ook in Fergusons laatste seizoen in Schotland, toen hij in 1986 met Aberdeen kampioen werd. Ook won hij met Aberdeen vier keer de beker en wist hij in 1983 beslag te leggen op de Europacup II, waarna ook de UEFA Super Cup zou volgen.
Schots voetbalelftal Ferguson combineerde zijn werk bij Aberdeen met een staffunctie bij het Schots voetbalelftal. Op 10 september 1985 speelde Schotland uit tegen Wales in de kwalificatie voor het WK 1986. Schotland had genoeg aan een 1-1-gelijkspel om te kwalificeren voor de play-offs. Na de wedstrijd stortte Schots bondscoach Jock Stein echter in elkaar, hij overleed niet veel later in de medische ruimte van het stadion. Ferguson was bereid het roer bij Schotland over te nemen en duidde Archie Knox aan als co-manager bij Aberdeen.
In de play-offs moest Schotland aantreden tegen Australië. Een 2-0-overwinning volstond voor kwalificatie voor het WK, in de terugwedstrijd bleef het 0-0. Schotland belandde in een groep met Uruguay, West-Duitsland en Denemarken. Tegen Denemarken speelde het goed, maar verloor het met 0-1. Tegen West-Duitsland bracht Gordon Strachan de Schotten op voorsprong, maar Die Mannschaft kwam snel terug en won met 2-1. Schotland moest winnen van Uruguay, dat zich via een gelijkspel als een van de "beste derdes" voor de volgende ronde hoopte te kwalificeren. Na een ruwe wedstrijd bleef het 0-0, wat de uitschakeling betekende. Kort hierna, op 15 juni, maakte Ferguson bekend per direct te stoppen als bondscoach, met enkele aanbiedingen uit Engeland op zak van o.a. Tottenham en Manchester United.
Manchester United Beginperiode en eerste prijzen Ferguson werd aangesteld als manager van Manchester United op 6 november 1986, waar hij de ontslagen Ron Atkinson verving. Zijn eerste jaren waren er niet makkelijk en werden gekenmerkt door inconsistentie. De voorgaande seizoenen was United een vaste klant in de top-4, terwijl het onder Ferguson vooral in de onderste tabelhelft eindigde, al werd in het seizoen 1987/88 weliswaar een tweede plaats bereikt.
Het seizoen 1989/90 was een dieptepunt: United werd slechts 13e. Onder andere van stadsrivaal Manchester City werd met zware 5-1-cijfers verloren. De supporters werden cynisch en de pers insinueerde dat het ontslag van Ferguson niet veraf was. Matt Busby, succestrainer van United in de jaren '50 en '60, raadde het bestuur echter aan hem in zijn functie te laten, wat ook gebeurde. Dit was ook te danken aan de ietwat verrassende FA Cup-winst dat seizoen: de eerste prijs die United pakte onder Ferguson.
Het volgende seizoen sloop het nog steeds wisselvallige Manchester United de top-6 binnen. Dat seizoen won United ook de Europacup II door het Barcelona van Johan Cruijff te verslaan in de finale, waarmee de meeste critici de mond gesnoerd werden. Twee jaar later, in het seizoen 1992/93, werd o.a. Éric Cantona aangetrokken, die later bekend zou worden als the King of Manchester ("de Koning van Manchester"). Dit was het eerste seizoen van de Premier League in zijn huidige vorm. Hoewel United in november nog op de tiende plaats stond, won het uiteindelijk de titel. Fergusons eerste titel was een feit, de Mancunians waren voor het eerst in 26 jaar weer eens kampioen.
Consistentie en Treble Het seizoen daarop werd de toen 22-jarige Roy Keane aangetrokken voor een toenmalig Brits recordbedrag van 3,75 miljoen pond. Ook dat jaar werd United kampioen na zowat het hele seizoen op de eerste plaats te hebben gestaan. Hierdoor werd Ferguson een eerste keer benoemd tot Premier League Manager of the Season. Op 25 januari 1995 deelde Cantona een karatetrap uit aan een supporter van Crystal Palace, wat resulteerde in een zware schorsing. De Fransman miste zo de rest van het seizoen. Zonder zijn doelpunten had United het moeilijker en werd het tweede achter Blackburn Rovers, al kwam het slechts één punt tekort om de titel te claimen.
Het seizoen 1995/96 werd gekenmerkt door de introductie van een nieuwe generatie jonge spelers die volgens Ferguson klaar waren voor het grote werk: David Beckham, Ryan Giggs, Paul Scholes, Nicky Butt en de broers Gary en Phil Neville. Deze uitzonderlijk getalenteerde generatie werd bekend als Fergie's Fledglings of ook de Class of '92. United trok dus vooral de kaart van de jeugd, terwijl concurrerende ploegen zoals Liverpool veel geld uitgaven aan transfers. Het jeugdige United, onder leiding van de in oktober 1995 weer speelgerechtigde Cantona, won twee opeenvolgende titels alvorens in 1998 op de tweede plaats te eindigen. Daarmee bewees Ferguson het ongelijk van Match of the Day-analist Alan Hansen die zich in 1995 sceptisch had uitgelaten tegenover het gebruik van jeugdspelers bij Manchester United: "You'll never win anything with kids" ("Met die kinderen kun je niets winnen"). miniatuur|De treble van 1999.|276x276px Het seizoen 1998/99 bracht nieuwe uitdagingen voor Manchester United. In de Premier League ondervond het concurrentie van Arsenal, dat met Arsène Wenger een paar jaar eerder een nieuwe trainer had gevonden en met spelers als Dennis Bergkamp en Patrick Vieira een gooi deed naar de titel. Manchester United won de race naar de titel echter: met 79 punten had het één punt meer dan Arsenal. Een week later realiseerde het de dubbel, door Newcastle te kloppen in de finale van de FA Cup. Ook in de Champions League ging het goed voor United, in een zware groep eindigde het tweede, achter Bayern München maar voor Barcelona. In de halve finale klopte het Juventus door, na een 1-1-gelijkspel thuis, een 2-0 achterstand om te buigen tot 2-3 en naar de finale door te stoten. In de finale, die gespeeld zou worden in Barcelona, trof het wederom Bayern München. Bayern kwam al vroeg op voorsprong dankzij een doelpunt van Mario Basler uit een vrije trap. De ploeg uit Duitsland hield de voorsprong vast en leek te winnen, tot United toesloeg in de blessuretijd, ook wel Fergie time genoemd omwille van de doelpunten die United vaak laat scoorde als het achterstond. In de eerste minuut van de blessuretijd kreeg United een corner waarbij zelfs doelman Peter Schmeichel oprukte. Ryan Giggs kwam tot een schot dat naast zou gaan, maar door invaller Teddy Sheringham in het doel verlengd werd: 1-1. Bayern, totaal van slag, stortte compleet in en amper een minuut later tekende Ole Gunnar Solskjær, die eveneens was ingevallen, voor de beslissende 2-1. De ommekeer was een feit, Manchester United won als eerste Engelse ploeg ooit de treble.
2000's: concurrentie uit Londen