Josephus (Jozef) Tilborghs (Nieuwmoer, 28 september 1830 – aldaar, 27 februari 1910) was een Belgisch organist, componist en muziekpedagoog. Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij orgel studeerde bij Jacques-Nicolas Lemmens en contrapunt en compositie bij François-Joseph Fétis. Tilborghs was gedurende tientallen jaren als docent verbonden aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. Tot zijn leerlingen behoorden onder anderen Lodewijk Mortelmans, Flor Alpaerts, Karel Candael en Emiel Hullebroeck.
Levensloop alt=Parochiekerk Nieuwmoer met rechts standbeeld Jozef Tilborghs|links|286x286px|Grafmonument Jozef Tilborghs bij westgevel kerk|miniatuur Opleiding en eerste loopbaan Jozef Tilborghs werd op 28 september 1830 geboren in Nieuwmoer, als oudste zoon van Petrus Tilborghs en Catharina Vervoort. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij waarschijnlijk van meester De Backer, onderwijzer in Nieuwmoer. In 1847 werd hij toegelaten tot de Rijksnormaalschool in Lier, waar hij muziekles kreeg van Edouard Gregoir. In 1850 behaalde hij er zijn onderwijzersdiploma.
Daarna zette Tilborghs zijn muziekopleiding voort aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Hij studeerde orgel bij Jacques-Nicolas Lemmens en contrapunt en compositie bij François-Joseph Fétis. Hij behaalde er in 1851 een eerste prijs orgel en in 1852 een eerste prijs contrapunt en fuga.
Op 8 november 1855 werd Tilborghs benoemd tot muziekleraar aan de normaalschool van Lier. Hij bleef er tot eind 1881 werkzaam. In 1860 werd Tilborghs door Fétis naar Brussel teruggeroepen om als hulpleraar orgel op te treden. Van 1861 tot 1869 verving hij Lemmens tijdens diens buitenlandse reizen. Toen Lemmens zijn leeropdracht neerlegde, werd Tilborghs niet tot diens opvolger benoemd. Volgens Roose greep dit hem sterk aan en componeerde hij daarna nauwelijks nog.
Gent en Antwerpen Op 8 augustus 1871 werd Tilborghs benoemd tot orgelleraar aan het Koninklijk Conservatorium Gent. Hij combineerde deze functie aanvankelijk met zijn onderwijsopdracht in Lier, doordat hij in Gent slechts twee dagen per week lesgaf.
In 1881 vroeg Peter Benoit hem om contrapunt en fuga te doceren aan de Vlaamsche Muziekschool in Antwerpen. Toen deze instelling in 1898 tot Koninklijk Vlaams Conservatorium werd verheven, bleef Tilborghs er zijn leerstoel behouden. Eind 1881 beëindigde hij zijn werkzaamheden aan de normaalschool in Lier om zich op zijn functies in Gent en Antwerpen te concentreren.
Tot zijn leerlingen in Gent behoorden onder anderen Adolf D'Hulst, Oscar Depuydt, Arthur De Hovre, Remi Ghesquiere, Ernest Brengier, Cyriel Van den Abeele, Jaak Opsomer en Emiel Hullebroeck. Aan de Antwerpse muziekschool gaf hij onder meer les aan Lodewijk Mortelmans, Julius Schrey, Lodewijk Ontrop, Willem Delatin, Karel Candael en Flor Alpaerts.
In 1896, ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig jubileum als docent in Gent, schonken zijn leerlingen hem een bronzen borstbeeld van beeldhouwer Théophile Soudeyns. Het borstbeeld kreeg een plaats in het Gentse conservatorium.
Pedagoog en orgeldeskundige Tilborghs' invloed op het muziekleven verliep vooral via zijn leerlingen. Alleen al aan het Gentse conservatorium behaalden tussen 1873 en 1899 23 leerlingen onder zijn leiding een orgeldiploma.
Daarnaast werd Tilborghs geregeld als orgeldeskundige geraadpleegd. In 1884 bestudeerde hij de plannen voor het nieuwe orgel van Charles Anneessens in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen en controleerde hij de werkzaamheden. Op 20 juli 1889 keurde hij samen met Joseph Callaerts het nieuwe orgel van Pierre Schyven voor het Antwerpse conservatorium.
Laatste jaren In 1902 beëindigde Tilborghs zijn pedagogische werkzaamheden. In Gent werd hij als orgelleraar opgevolgd door Léandre Vilain; aan het Antwerpse conservatorium werd Lodewijk Mortelmans zijn opvolger als leraar contrapunt en fuga. Zijn laatste levensjaren bracht Tilborghs door in Nieuwmoer, waar hij bij zijn zuster Joanna verbleef.
Tilborghs overleed op 27 februari 1910 in Nieuwmoer en werd bij de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk begraven. Zijn grafmonument werd vervaardigd door de Antwerpse beeldhouwer Bruno Gerrits en bekostigd door bewonderaars, vrienden en familieleden. Het monument werd op 2 november 1911 ingehuldigd.
Composities Tilborghs schreef hoofdzakelijk werken voor orgel en religieuze vocale muziek. Patrick Roose publiceerde in 1980 een voorlopige lijst van zijn composities, waarin zowel gedrukte werken als composities die alleen in handschrift bekend waren en gelegenheidswerken zijn opgenomen.
Volgens Roose was Tilborghs compositorisch geen baanbreker. Hij wees echter op de klare bouw en harmonische kwaliteiten van diens werken en beschouwde ze als kenmerkend voor de Vlaamse orgelstijl van de 19e eeuw.
Orgel- en harmoniumwerken Tot zijn orgel- en harmoniumwerken behoren onder meer:
12 Morceaux pour orgue ou harmonium, uitgegeven door L. Muraille in Luik 25 Préludes pour orgue ou harmonium, uitgegeven door L. Muraille Scherzo (Style Libre) pour orgue, uitgegeven door L. Muraille Quatre Morceaux Classiques pour orgue, uitgegeven door Schott Frères in Brussel 25 Morceaux pour orgue ou harmonium, uitgegeven door L. Muraille
Roose merkt op dat niet duidelijk is of de 25 Préludes en de 25 Morceaux daadwerkelijk verschillende werken zijn. Ook bestaat onzekerheid over een vermelding van Quatorze Morceaux Classiques, die mogelijk op een drukfout berust en betrekking heeft op de Quatre Morceaux Classiques. Roose vermeldt daarnaast Zoete Spelen, waarvan een gedrukt exemplaar in het Antwerpse conservatorium werd aangetroffen; hij liet open of het daadwerkelijk om een orgelwerk ging.
Vocale en religieuze werken Tot zijn vocale en religieuze composities behoren onder meer:
Tantum ergo, voor drie stemmen Ave verum corpus, voor drie stemmen 3 Bénédictions (drie Tantum ergo's) Een Kerstlied uit de 16e eeuw Ave Maria, voor drie stemmen Miserere mei Deus, voor zang en orgel
Van Miserere mei Deus is een gesigneerd handschrift bewaard in het conservatorium van Antwerpen. Het is gedateerd te Lier op Goede Vrijdag 1903.
Gelegenheidswerken Tot de door Roose vermelde gelegenheidswerken behoren:
Welkom; hiervan kende Roose alleen de tekst, met de vermelding „Muziek: J. Tilborghs” een Cantate ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de normaalschool in Lier; Roose vermeldt dat hiervan geen exemplaar werd teruggevonden Commemoratio – Kerkhofbloempje (Pie Jesu), voor zang en orgel, met koorpartijen voor gelijke of gemengde stemmen. Het werk werd opgedragen aan Gummarus Crets, prelaat van de Abdij van Averbode, en in 1902 gedrukt door de abdij.
Galerij
Literatuur
Biografische literatuur
Charles Bergmans, Tilborghs, Joseph, in: Le Conservatoire royal de musique de Gand: étude sur son histoire et son organisation, Gent: G. Beyer, 1901, p. 393–394. K. De Schrijver, Joseph Tilborghs, in: Bibliografie der Belgische Toonkunstenaars sedert 1800, Leuven, 1958. B. Huys, Jozef Tilborghs, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 12, Brussel, 1987. K. D'Hooghe, Jozef Tilborghs, in: Orgelkrant, Grimbergen, 1980.
Lexica
Eduard A. Melchior, Woordenboek der toonkunst, 1890, p. 665. G. Keller en Philip Kruseman (red.), Geïllustreerd muzieklexicon, Den Haag: J. Philip Kruseman, 1932–1949, p. 810. Tilborghs wordt hierin vermeld als Joseph Tilborghs, geboren te Calmpthout. Jozef Robijns en Miep Zijlstra, Algemene muziek encyclopedie, deel 9, Haarlem: De Haan, 1979–1984, p. 382, ISBN 978-90-228-4930-9. Flavie Roquet, Jozef Tilborghs, in: Lexicon Vlaamse componisten geboren na 1800, Roeselare, 2007.
Bronnen, noten en/of referenties
Categorie:Belgisch componist Categorie:Belgisch organist Categorie:Belgisch muziekpedagoog Categorie:Belgisch persoon in de 19e eeuw