De kievitsbloem-associatie (Fritillario-Alopecuretum) is een associatie uit het verbond van grote vossenstaart (Alopecurion pratensis).
Naamgeving en codering Natura2000-habitattypecode (EU-code): H6510B Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r16Ba01 BWK-karteringscodes: hp*, hpr*
De wetenschappelijke naam Fritillario-Alopecuretum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) en grote vossenstaart (Alopecurus pratensis). thumb|Voorjaarsaspect met beide naamgevende soorten: wilde kievitsbloem en grote vossenstaart.
Fysiognomie De formatie van de kievitsbloem-associatie betreft een grasland. De vegetatiestructuur wordt gekenmerkt door de dominantie van grassen en daarnaast kruiden met grote, opvallende bloemen.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen de kievitsbloem-associatie wordt in Nederland en Vlaanderen een drietal subassociaties onderscheiden.
Subassociatie met kamgras Een subassociatie met kamgras (Fritillario-Alopecuretum cynosuretosum) omvat de relatief droogste vleugel met de relatief laagste trofiegraad binnen de associatie. Deze milieus zijn onderhevig aan een relatief korte inundatieperiode. Deze subassociatie vormt afbuigingen naar het kamgras-verbond.
Typische subassociatie De typische subassociatie (Fritillario-Alopecuretum typicum) neemt qua standplaats een intermediaire positie in tussen de subassociatie met kamgras en de subassociatie met dotterbloem. In deze subassociatie is het aandeel van soorten van het glanshaver-verbond het grootst.
Subassociatie met dotterbloem Een subassociatie met dotterbloem (Fritillario-Alopecuretum calthetosum) ontwikkelt zich op de standplaatsen met de langste inundatieperiode. Deze subassociatie vormt overgangen richting het dotterbloem-verbond.
Zie ook Nat, matig voedselrijk grasland
Kievitsbloem-associatie